Met de stroom mee

De vaders drinken Schylger Jutters-Bitter en Bram vertelt wat hem 's nachts thuis is overkomen.

Het gezelschap stortte zich op de rotmok van Beerd. Een deel van de ouders had, omwille van de lieve vakantievrede, afgesproken de kinderen niet te dwingen de Indische matrozenschotel op te eten, maar deze afspraak was nergens voor nodig. Zelfs de jongsten genoten zo van het gerecht dat zij twee keer wilden worden opgeschept. Het grut leek zich te verliezen in een wedstrijd 'wie er hier rotmok nu eigenlijk het lekkerst vond'.


Met getergde vertedering bekeken de ouders het toneelspel van de kinderen. Beter deze overdreven verrukking dan het collectieve kokhalzen dat de schare bij vergelijkbare maaltijden acteerde. Aan tafel met kinderen - of het er nu twee of twaalf waren - bleef een uithoudingsexperiment.


Halverwege de maaltijd had schipper Maria de families toegesproken. Dat ze niet moesten schrikken als de klipper door de opkomende vloed zou loskomen van de zandbank. Maria ging de zeilen niet meer hijsen, kondigde ze aan, maar op de motor naar de haven van Vlieland varen. En dat werd nog een hele toer, had ze er dreigend aan toegevoegd.


Tien minuten na haar praatje ging er een vreemde trilling door De Progressie: het schip kwam met een kleine deining los van de zeebodem, als een auto die over een verkeersdrempel schoot. Een bijzonder moment. Eindelijk ging de tocht verder.


Inmiddels waren de borden afgeruimd, de moeders hadden zich ontfermd over de afwas, Pim schonk voor de vaders glazen 'Schylger Jutters-Bitter' in, uit de voorraad van Maria. Jutters-Bitter klonk als een drank die al werd gedronken in roemruchte tijden van Hollandsche zeebonken, strandvonders, walvisvaarders, touwslagers, schuitejagers, schommeljongens, reepschieters, spillopers, wantaanhaalders en ankerslagers. Bocht voor ruwe bolsters, kortom.


De drie oudste jongens - Hidde, Roel en Yf - drentelden rond Pim, in de hoop ook een slokje Jutters-Bitter te mogen proeven, maar daarvan was geen sprake. Dit was niet het gezelschap ouders dat hun kinderen in hun bijzijn alcohol liet drinken. Zelf hadden de volwassenen vaders en moeders die niet moeilijk hadden gedaan over een half glas bier, een paar slokken wijn of een luguber schuimend brouwsel genaamd 'Shandy', maar voortschrijdend inzicht dicteerde dat kinderen tegenwoordig pas rond hun tachtigste voorzichtig een eerste glas alcoholische drank mochten nuttigen.


Hidde wist dit wel degelijk, maar testte zijn vader door diens Jutters-Bitter te pakken en het glas glimlachend aan zijn mond te zetten. Pim reageerde direct en gaf hem, ondanks het vakantiebestand, een publiekelijke uitbrander. 'Niet omdat jij nou toevallig de oudste bent ook de stoerste willen zijn, vriend. Daar heb ik zo'n hekel aan.'


'Ik maakte maar een grapje,' riep Hidde, die daarna boos naar het dek stampte, gevolgd door Roel en Yf.


'En je bent m'n vriend niet!' voegde hij er van bovenaf aan toe.


Toen ook de andere kinderen hun jassen hadden aangetrokken om bovendeks de opdoemende Vlielandse duinen te bewonderen, dronken de vaders zwijgend van de kruidenlikeur. Opvoeden, waarschijnlijk het moeilijkste dat er was.


Daarover gesproken. Met een theedoek en een nat bord in beide handen riep Sanne naar Bram dat hij de andere mannen moest vertellen wat hem een paar weken daarvoor 's nachts was overkomen, toen hij in zijn huiskamer een interview zat uit te werken. Dat stuk moest per se af, en dus zat Bram achter een pot koffie te typen. Om een uur of twee hoorde hij buiten misbaar in de Joris van Spilbergenstraat. Er klonk gekraak en geschreeuw, alsof er een fiets tegen een auto knalde.


Bram dacht aan bezopen studenten. Hij stond op, schoof zijn gordijn opzij en zag drie jongeren van hooguit 16 jaar, twee jongens en een meisje. Aan hun liederlijke gebral te horen waren ze aangeschoten, maar toch was hun gelal niet het lawaai dat hem zijn het gordijn had doen opentrekken. Hij volgde het trio bij hun gang door de straat en zag een van hen, een jongen, plotseling met een karatetrap de spiegel van een auto rossen. Dat geluid kwam overeen met wat hij daarvoor had gehoord. Het meisje gilde het uit van plezier.


In een reflex tikte Bram tegen zijn voorruit. De aandacht van de jongeren was onmiddellijk gewekt. Het meisje stak prompt haar middelvinger op en de beide jongens begonnen agressief te wenken dat Bram naar buiten moest komen. Toen hij dat niet meteen deed, pakte een van de jongens een vuilniszak van de stapel die lag te wachten op de vuilnisdienst. Met twee handen wierp hij de zak half tegen Brams raam, half tegen de muur eronder. Een doffe dreun. Goddank brak het glas niet.


Bram moest nu handelen en stond een paar seconden in dubio of hij de politie zou bellen of naar buiten stormen. In zijn hal greep hij een hockeystick van Sanne, maar hij besloot die toch niet mee de straat op te nemen, uit angst hem dan ook te moeten gebruiken. Tenminste, dat hield hij zichzelf voor.


Bij zijn voordeur werd hij meteen toegeschreeuwd en uitgedaagd. Hij kreeg grove verwensingen, waarbij het woord kanker veelvuldig viel, vooral uit de mond van het meisje. Later vertelde Bram aan Sanne - en nog later aan het gezelschap vaders op De Progressie - dat de drie kinderen er geschrokken vandoor waren gerend toen hij zijn deur opende, maar dit was niet eens bezijden de waarheid.


'Ik maak je dood!', had een van de jongens naar hem geroepen.


'We komen iedere nacht je ruit ingooien,' schreeuwde de ander.


Bram had snel zijn voordeur gesloten en was daarna naar zijn telefoon gerend om de politie te bellen. Wachtend op het alarmnummer zag hij door de spleet tussen zijn gordijnen hoe een van de jongens weer de spiegel van een auto trapte: de zijne dit keer. Hij wist dat hij nu eigenlijk iets moest ondernemen, maar werd gered door de stem van de wachtkamer. De man beloofde een auto te sturen om polshoogte te nemen. Hierna luisterde Bram naar de reuring uit de Joris van Spilbergenstraat. Toen die zich had verplaatst tot buiten zijn gehoorafstand voelde hij de adrenaline door zijn lichaam pompen. Een half uur lang stond Bram, als bijna-veertiger, wachtend op een patrouillerende politiewagen, in de koesterende veiligheid van zijn huiskamer, luchtgevechten te voeren met drie imaginaire tieners. Ook dit laatste vertelde hij niet aan de andere vaders, nippend van zijn Jutters-Bitter.


De kinderen kwamen beneden melden dat de volwassenen naar boven moesten komen, omdat Maria de boot de haven van Vlieland ging binnenloodsen. Vijf minuten later stond iedereen dik ingepakt op het dek. Schuimende witte koppen op het water, het diepe zwart van de zee, de wind striemend langs blote wangen.


Maria wenkte een paar vaders en moeders. Ze legde uit dat ze op twee manieren de haven kon bereiken: 'dwars op de vloedstroom' of 'met de stroom mee'. Hoewel dat laatste een rustigere klank had, was het juist een veel spannender aanvaarroute.


'We komen dan bewust heel langzaam aan, en geven op het juiste moment een peut gas om de boot met tegenroer de haven binnen te rammen,' legde ze uit, hoewel niemand dit echt begreep. Dwars varen op de stroom, vertelde Maria, was daarentegen kalmer en eenvoudiger.


'Zullen we gewoon voor het avontuur met de stroom meegaan?' stelde ze voor. Ze bracht het als een suggestie, maar duidelijk was dat ze de beslissing al had genomen. Geen van de ouders durfde te protesteren, de vaders zeker niet. Het avontuur lonkte.


'Oké,' zei Maria. 'Dan is het wel even handen aan de reling. En tanden op elkaar.'


Het gebeurde zoals ze had voorspeld. De manoeuvre die ze had gekozen, heet in de scheepvaart 'kop-voor', een benadering die vanaf de kant vaak prachtig wordt gevonden. Maria stuurde De Progressie halverwege op de stroom en bracht de klipper toen op volle snelheid. Het achterschip zwaaide door, maar de kop van de boot bleef perfect stilliggen. Drie minuten later meerde het schip af en was het avontuur voorbij. De vakantie kon nu eindelijk beginnen.


WAT ERAAN VOORAF GING

Een groep van vijf vrouwen ('De Vijf') die elkaar kent uit hun studententijd, besluit twintig jaar na hun ontmoeting met hun gezinnen Oud en Nieuw te vieren op Vlieland. Voor de overtocht op 30 december is een oude klipper gecharterd bij schipper Maria en matroos Beerd. Omdat de boot is vastgelopen op een zandbank, verblijft het gezelschap een paar uur op en rond het schip.


Personogram

Er zijn vijf gezinnen. Sanne Moens en Bram Laprice, met Tienne (6) en Duco (11). Hun zoon Joep is bij de geboorte overleden.


Frederique Severijn en Pim Staal. Pim heeft een zoon uit een eerder huwelijk (Hidde, 15) en samen hebben ze IJsbrand (8) en Robine (10).


Rosalie van Lokeren. Gescheiden. Heeft twee kinderen: Sjors (10) en Dimitri (12).


Klaasje Binninga en Korneel Petersen hebben een dochtertje van vier maanden, Frances, die niet mee is.


Bibi Roskam en Kick Groen. Ze hebben vier kinderen: Kick (6), Josje (8), Annia (11) en Roel (14). De vader van Kick wordt Opa Kick genoemd. Roel heeft een vriendje bij zich: Yf (14).


1.1 Moving the product

Touwslagers, schuitejagers, schommeljongens, reepschieters, spillopers, wantaanhaalders, ankerslagers: allemaal beroepen die ooit bestonden. Ik heb hiervoor research gedaan, alleen... niet voor dit verhaal, maar voor een bijdrage aan een fotoboek van fotograaf Jan Bartelsman. Schrijvers gebruiken in verschillende werken vaker dezelfde of sterk lijkende informatie. Toen ik ooit las dat Volkskrant-columnist Martin Bril informatie uit de ene column had verwerkt in een ander stuk, en ik hem daarmee confronteerde, lachte Martin me hartelijk uit. Hij noemde het 'moving the product'.


1.2 Jongeren en alcohol

Jongeren onder de 18 jaar mogen van het kabinet geen alcohol meer drinken. Hun overmatige alcoholgebruik 'leidt tot grote schade' (de Volkskrant, 30 oktober). Het (ruime) gebruik van alcohol kan de ontwikkeling van de hersenen belemmeren en voor blijvende hersenschade zorgen (aldus alcoholisme.org). Ouders betwijfelen of het zin heeft om alcohol onder de 16 te verbieden. Volgens onderzoekster Ina Koning van de Universiteit Utrecht is dat wel zo: 'Als ouders regels stellen, blijkt dat jongeren later beginnen met drinken én dat ze op hun 16de nog altijd minder alcohol drinken dan jongeren die al veel vroeger begonnen.' (De Standaard, 6 december)


1.3 De haven van Vlieland

Schepen kunnen afmeren in de Waddenhaven Vlieland (uit 2009), op 800 meter van het dorp Oost-Vlieland. De invaart van de haven is berucht bij schippers en watersporters. Haaks op de haveningang ligt een smalle, maar diepe geul genaamd de Vliesloot, waar de stroom tot wel 4 knopen kan oplopen. Volgens een artikel op scheepswijs.nl (met dank aan Erik Helleman via Facebook) zijn er met vloedstroom in theorie drie manieren van binnenvaren. De spannendste wordt de 'kop voor'-manoeuvre genoemd, alleen bedoeld voor grotere schepen en ervaren schippers.


STOERE BITTER

Berenburg (in de oude spelling 'Beerenburg') lijkt me een drank die gedronken wordt op klippers. Omdat ik bij voorleesbeurten in bibliotheken vaak word vergast op een plaatselijk kruidenbittertje (ik heb nog zeker tien kruiken liggen in mijn kelder), bedacht ik dat Waddeneilanden vast hun eigen stooksels hebben. Zo zit op Vlieland slijterij De Branding, die onder andere Vlielander Beerenburg, Vlielander Juttersbitter en Vliekeurtje aanbiedt. Dat laatste klinkt als een vloeibare woordspeling die helaas niet heel authentiek overkomt. Van Terschelling (Schylge) komt 'Schylger Jutters-Bitter', een naam met een wat stoerdere klank. Op Twitter vertelde Karin Busch (@kaatjebus) overigens dat volgens haar slijter al deze drankjes uit dezelfde fabriek komen, maar dat 'iedere bitter gewoon een ander etiket krijgt'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden