Met de moslims verdween ook het voedsel

Nu de moslimminderheid goeddeels is verdreven uit de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek is de voedselhandel ingestort. De schappen raken leeg.

BANGUI - Het ontbijt komt elke dag iets later. Het personeel in Azimut, een hotelletje in de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), wacht elke ochtend vanaf zes uur wat de bakker zal brengen. Of hij iets zal brengen. De eigen voorraden zijn al bijna op. Ooit was er suiker. Nu zijn er enkel nog wat suikerklontjes.


Het lijkt luxe, maar is juist een teken van schaarste: suikerklontjes. Het geeft aan dat van gewone suiker als basisvoedsel op de markten geen sprake meer is. En dat de meeste mensen in het Afrikaanse land dus ook geen suiker meer kunnen vinden. Zoals zoveel andere zaken niet. Er dreigt een 'grootschalige voedselcrisis', waarschuwt de VN.


Ongeveer 1,3 miljoen mensen, meer dan een kwart van de bevolking van de Centraal-Afrikaanse Republiek, heeft voedselhulp nodig, stelt Alexis Bonte van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties. Een jaar na het begin van de binnenlandse strijd in het land weet ook hij niet waar die hulp vandaan zal komen.


De strijd en de voedselschaarste hebben rechtstreeks met elkaar te maken. De Centraal-Afrikaanse Republiek is een land waar bijna 80 procent van de bevolking in de landbouw actief is. Het zijn vaak kleine, zelfvoorzienende boerenbedrijven. De grootschaliger handel is vooral in handen van de moslimminderheid in het land. En die minderheid dreigt helemaal te verdwijnen.


In de hoofdstad Bangui is het al bijna zover. Een jaar geleden kwamen daar de zogeheten Séléka-rebellen uit het noorden aan de macht. Eind 2013 keerde het tij en joegen christenmilities, de zogeheten Anti-Balaka, de moslims op de vlucht. Eerst de gewapende strijders, daarna ook de moslimburgers. Naar schatting minder dan duizend moslims leven nog in de hoofdstad, ongeveer één procent van het oorspronkelijke aantal.


En daarmee is ook het handelssysteem van het land volkomen ontspoord. Op de voedselmarkten in Bangui zorgden vooral de moslims dat de voorraden op orde waren. Zij kochten van boeren in eigen land, maar zorgden ook voor de belangrijke import uit de buurlanden Kameroen en Tsjaad. Van de circa veertig groothandelaren in Bangui, stelt een medewerker van de hulporganisatie Oxfam, 'is nog maar een handjevol overgebleven'.


In andere steden, zoals Bossangoa in het noordwesten, is de situatie vergelijkbaar. Volgens de katholieke aartsbisschop daar, Nestor Nongo-Aziagbia, schuilt nog een aantal moslims in kerken, maar zijn de meesten gevlucht. Rondom Bossangoa bevinden zich enkel nog moslims die deel uitmaken van Séléka-milities die zich hergroeperen en die, volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, opnieuw aanvallen uitvoeren op dorpen waar voornamelijk christenen wonen. Door deze cocktail van chaos en geweld zijn de prijzen voor het basisvoedsel meestal al meer dan verdubbeld. Relatieve luxegoederen, zoals vlees, zijn steeds minder verkrijgbaar. Als de import uit de buurlanden, waarvoor vooral de moslims zorg droegen, tot stilstand komt, zal dat volgens Oxfam voor het gehele land 'verwoestende gevolgen' hebben.


De situatie wordt nog nijpender, nu het regenseizoen voor de deur staat. Het is de tijd waarin de boeren de akkers klaar moeten maken voor de komende oogsten. Maar velen van hen vinden het te onveilig op hun velden aan de slag te gaan. 'We weten', zegt Alexis Bonte van de FAO, 'dat er grote onveiligheid zal bestaan in de wildernis (buiten de dorpen, red.) en op het platteland.' In de hoofdstad Bangui wonen christenen van wie sommigen zeggen dat zij de handel van de verdreven moslims zullen overnemen. Maar volgens deskundigen ontbreekt het hun daartoe aan kennis, ervaring en het netwerk aan contacten om de benodigde spullen binnen te krijgen en vervolgens over het land te verspreiden.


Grootschalige buitenlandse hulp is dus nodig maar nog niet gegarandeerd. Zo heeft de FAO nog lang niet de fondsen toegezegd gekregen die de organisatie nodig meent te hebben. In Bangui raken de schappen van de winkels leger en leger. Op de planken bij een kleine winkelier staan enkel nog een paar flessen van een onbekend merk sterke drank. Iets eenvoudigs als koekjes heeft hij niet meer te koop. Water dan wellicht? 'Nog drie zakjes.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.