REPORTAGEleerplichtambtenaren op pad

Met de leerplichtambtenaar op zoek naar ‘verdwenen’ kinderen

Een leerplichtambtenaar van de gemeente Amsterdam arriveert met haar assistent op een adres van een meisje dat onder de radar van haar school is verdwenen tijdens de coronacrisis.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Grote steden zetten leerplichtambtenaren in om op zoek te gaan naar ‘verdwenen’ kinderen. Dat valt niet mee, merken ze in Amsterdam. ‘Eén moeder begon ons te bekogelen toen we aanbelden.’ 

Vlak nadat Mariam Boussaid heeft aangebeld, begint de intercom te kraken. Kraken is positief, weet de montere leerplichtambtenaar – brede glimlach onder een bebloemde hoofddoek - het betekent dat er tenminste wordt opgenomen. ‘Goedemorgen’, zegt ze duidelijk articulerend. ‘Ik ben van de gemeente. Afdeling onderwijs en leerplicht.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

In deze portiekflat in Amsterdam-Zuidoost zou de jongen moeten wonen die ze zoekt. Een mbo- student die sinds het sluiten van de scholen niet meer komt opdagen in de online lessen. Zijn school, een grote mbo-instelling aan de andere kant van de stad, maakt zich zorgen en heeft zijn naam aan haar doorgegeven, samen met een dertigtal andere studenten.

Boussaid heeft de meesten inmiddels telefonisch te pakken gekregen. Deze jongen niet. Daarom staat ze nu op zijn stoep. Omdat leerplichtambtenaren huisbezoeken vanwege de veiligheid nooit alleen doen, is leerplichtassistent Ton Visser erbij. Hij luistert vanaf een afstandje mee. Boussaid noemt de naam van haar leerling. ‘Is hij thuis?’

Geen boetes

Even leek het er op dat leerplichtambtenaren rustige weken tegemoetgingen. Nu de scholen dicht zijn, is de leerplicht immers opgeschort. Al na een paar weken bleek: ze zijn juist nu hard nodig. Met name grote gemeenten zetten ze in om op zoek te gaan naar de ‘verdwenen’ kinderen: de naar schatting duizenden leerplichtige scholieren en mbo’ers die niets meer van zich laten horen.

Ze komen om te helpen en om mee te denken, niet om boetes uit te delen, legt Abdel Betti eerder die ochtend uit in een vergaderzaaltje van de gemeente. Hij is teamleider en heeft drie leerplichtambtenaren gevraagd om over hun ervaringen te vertellen. Een van hen is Mariam Boussaid. Met haar mag de Volkskrant na het gesprek bij uitzondering mee op een reeks huisbezoeken.

Het liefst werken de leerplichtambtenaren in stilte, op de achtergrond. Nu willen ze laten zien hoe belangrijk het werk is dat ze doen. En hoe lastig het is.

Boussaid had er tot voor kort een dagtaak aan ongemotiveerde leerlingen achter de broek aan te zitten. Nu ziet ze een heel andere categorie verzuim. Een tienermoeder die haar mbo-lessen niet meer kan volgen omdat de kinderopvang dicht is en niemand uit haar netwerk bij kan springen. Een jongen die de mantelzorg voor zijn moeder altijd deelde met anderen, maar er nu alleen voor staat.

Natuurlijk zijn er ook jongeren die de kantjes ervanaf lopen. De ‘online spijbelaars’, zoals Boussaid ze noemt: jongeren die ’s morgens hun laptop aanzetten, inloggen voor de les om vervolgens hun camera en geluid uit te zetten en verder te slapen. ‘Het moeilijke is: leraren willen vaak niet van hun leerlingen eisen dat ze hun camera aanzetten, omdat ze weten dat er kinderen zijn die dat niet durven uit schaamte voor hun thuissituatie.’

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Bekogeld

Yearl Tevreden, een leerplichtambtenaar met een bos dreads en een plat Amsterdams accent vertelt over de Top600 jongeren op wie hij naast zijn ‘reguliere’ leerlingen moet toezien. De gemeente doet er veel aan om deze jonge veelplegers van ernstige delicten weer op het rechte pad te krijgen.

Een van hen was net vrijgekomen uit de jeugdgevangenis toen de scholen sloten. Hij zit nu thuis met een enkelband. ‘Die jongen zei tegen me: stuur me maar terug, want in de jeugdgevangenis kon ik tenminste gewoon naar school. Hij snapt niets van dat online onderwijs dat hij moet volgen, het lukt hem gewoon niet.’

Ambtenaar Tevreden gaat de jongen bellen om te kijken hoe hij hem kan helpen. Al dat bellen: het maakt zijn werk er niet makkelijker op. Normaal stuurt de leerplichtambtenaar een aangetekende brief aan een spijbelaar en diens ouders met een verzoek naar kantoor te komen. ‘Dat maakt indruk, 80 procent komt opdagen.’ Nu moet alles telefonisch. ‘Die kinderen lijken elke vijf minuten een ander nummer te hebben. Het is bij Gods gratie dat je ze te pakken krijgt.’

Pas als het telefonisch niet lukt, gaan de leerplichtambtenaren op huisbezoek. Althans: ze bellen aan. Om besmetting te voorkomen gaan ze niet naar binnen. Margaret Gumbs ging afgelopen week al op pad. Met wisselend succes. ‘Eén moeder werd hartstikke boos toen we aanbelden. Ze begon te schreeuwen en tieren. Uiteindelijk begon ze ons te bekogelen.’

De vrouw had eerder een boete gehad vanwege verzuim en kampte nog met opgekropte woede. Gevaarlijk werd de situatie niet, zegt Gumbs - ‘ze gooide alleen met kleine dingetjes, haarclipjes enzo’ – maar ze zijn er ook geen stap verder mee gekomen. ‘Mijn collega gaat nu contact opnemen met een hulpverlener. Die kan ook niet veel meer dan aanbellen en vanuit de hal een gesprek proberen te voeren.’

‘Als er echt iets mis is, houden ouders meestal alles af.’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Dichte deur

Als Boussaid later die ochtend vol goede moed aan haar eerste huisbezoek begint, komt het niet eens tot een gesprek. De mbo-student in de portiekflat in Zuidoost blijkt niet thuis. Een ouder of een ander familielid is er ook niet. De stem aan de andere kant van de intercom is een huisgenoot. Boussaid laat een kaartje met haar nummer achter in de brievenbus.

Bij het volgende adres, ook een portiekflat, wordt niet opengedaan. Adres nummer drie, in Amsterdam-West, blijkt een ‘briefadres’. Een pand van de gemeente waar Amsterdammers die geen vast verblijfadres hebben hun overheidspost kunnen ophalen.

Boussaid ziet het helaas vaker. Ze geeft het kaartje met haar nummer af bij de portier en scrolt door haar telefoon. Er staat nog één adres op haar lijstje. Het gaat om twee broers van 15 en 16 die naar dezelfde school gaan. Ze zijn al weken niet gesignaleerd. De school heeft een ‘ouder- en kindadviseur’, gestuurd, een aan school verbonden opvoeddeskundige. Die wilde de jongens mee naar buiten nemen voor een wandeling en een praatje, maar dat mocht niet van de ouders. ‘Erg zorgelijk’, zegt Boussaid voor ze aanbelt.

Vrijwel direct zwaait de deur open en komt een afgebladderde gang in zicht. Boven aan de trap, op veilige afstand, kijkt een tengere vrouw met een zwarte hoofddoek de leerplichtambtenaar met grote ogen aan. Ja, zegt ze, zij is de moeder van de twee jongens die Boussaid zoekt. Het heeft een poos geduurd voor ze hadden uitgevogeld hoe het zat met de onlinelessen, vertelt ze in haperend Nederlands. Gedoe met inlogcodes. ‘Maar nu zijn ze bezig’.

‘Een beetje streng’

Volgens de vader van de jongens, die zich inmiddels bij zijn vrouw heeft gevoegd, is de afwezigheid van zijn zoons vooral aan school te wijten. ‘School moet mij bellen, alles uitleggen. Wanneer begint het? Hoe werkt het?’ Verontwaardigde armgebaren: ‘Waarom bellen ze niet? Alle leraren hebben mijn nummer.’ Boussaid kijkt in haar telefoon. ‘Volgens mijn gegevens heeft school wel contact opgenomen.’

En hoe zit het met de ouder- en kindadviseur? De vrouw lacht verontschuldigend, knikt met haar hoofd naar haar partner. ‘Hij is een beetje streng.’ Het gezin blijkt al weken binnen te blijven uit angst voor corona. Alleen de vader van de jongens gaat nog de deur uit voor boodschappen.

Een paar minuten later staat Boussaid weer buiten. Ze heeft het stel op het hart gedrukt contact te houden met school en de ouder- en kindadviseur in elk geval te woord te staan. Ze heeft ze het nummer van haar collega gegeven, de verantwoordelijk leerplichtambtenaar die zelf niet in de gelegenheid was bij het gezin langs te gaan.

Of het vanaf nu beter zal gaan? Boussaid twijfelt. ‘Deze mensen leken best open en vriendelijk. Als er echt iets mis is, houden ouders meestal alles af.’ Aan de andere kant: wat is ze nu echt te weten gekomen? ‘Je kunt niet binnenkomen, je weet niet hoe ze erbij zitten.’

Een dag later blijkt dat de huisbezoeken die ze eerder die dag heeft afgelegd vooralsnog niets hebben opgeleverd. Van de drie adressen waar ze haar nummer heeft achtergelaten, heeft ze niks meer gehoord. ‘Heel vreemd. Normaal word ik negen van de tien keer al aan het eind van de dag gebeld.’ Niks is nu normaal. Boussaid geeft het nog een paar dagen. Dan gaat ze opnieuw langs. ‘We blijven proberen.’

Scholen wel of niet open? Hoe minister Slob zichzelf in de hoek verfde door te verwijzen naar één onderzoek.

Het sluiten van de basisscholen raakt vooral kwetsbare leerlingen. Zij lopen nu een grotere achterstand op dan hun leeftijdgenoten. Sommige kinderen verdwijnen. Op basisschool De Buikslotermeer is docent Floris ter Meer op zoek naar zijn leerling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden