Met de Lady langs de opera

Niet alleen de beroemde haven van Sydney, maar de hele stad laat zich het beste bekijken vanaf een van de vele ferry's....

De kaartjescontroleur kan het weten: je hebt in Sydney twee soorten mensen – zij die haast hebben en zij die geen haast hebben. De eersten pakken de snelle boot naar hun werk, de tweeden de langzame. De een blijft desnoods dat kwartiertje naar downtown staan, de ander gaat zitten en pakt zijn Morning Herald. Maar die heeft een half uur de tijd.

John, een 65-jarige revenue inspector op de ferry en de bus, is er een van de tweede soort. Krantje, gewoon wat rondkijken. ‘Want ja hé, hier moet je van genieten!’, zegt hij aan de koffie in een foodcourt bij Circular Quay, het ‘centraal station’ van de ferry’s. ‘Je gaat naar je werk door Sydney Harbour, de mooiste haven van de wereld! Ook een forens kijkt nog op als er een groot schip langsvaart of als de zon mooi opkomt bij het Opera House.’

De Sydneysiders zijn gezegend met een ferry nice lifestyle, schreef The Sydney Morning Herald laatst. Het schijnt bewezen te zijn: wie elke dag ’s ochtend en ’s avonds de boot neemt, heeft minder last van stress dan een bus- of treinreiziger.

Ideaal. Dat kan de toerist ook. Openbaar vervoer als topattractie.

Van Sydney Harbour krijg je nooit genoeg. Als de zon schijnt, lichten de schelpen van het Opera House op. Maar dat was gisteren. Nu is de lucht grauw en joggen Sydneysiders er in regenoutfit voorlangs. Vanaf de ferry is de Harbour Bridge (134 meter hoog!) aan de andere kant maar net te onderscheiden.

Voor John Darroch (‘38 jaar in het vak’) behelst de attractie eerst de veerboten zelf: de oude, geelgroene Lady Northcott bijvoorbeeld, zijn lieveling omdat die de oudste nog varende is, uit 1974. Ruim 42 meter, 383 ton, plek voor 811 passagiers – hij lepelt de getallen op alsof het de leeftijden van zijn kinderen zijn. Dertien boten heeft hij thuis minutieus nagebouwd met hout en glasvezel, sommige langer dan twee meter.

De Sydney Ferry is een icoon, net als Sydney Harbour zelf (officieel Port Jackson genaamd), dé ansichtkaart van de stad waar alle ferry’s doorheen kruisen. 31 boten, ruim 14 miljoen passagiers per jaar, 39 bestemmingen.

De verste, Parramatta, ligt op 19 mijl aan de Parramatta-rivier. Al in 1789 ging daar de allereerste veerboot heen, om vlees en groenten te halen voor de Britse kolonisten in Sydney. Die tocht duurde een week. Nu varen er Rivercats de route: catamarans die er maar 55 minuten over doen.

Destijds was het een straf – gevangenen moesten het werk aan boord doen – nu niet: voor een paar euro vaar je van de toeristische drukte in Darling Harbour naar het kabbelende water in de smalle rivier, waar de ferry maar 7 knopen mag varen. Daar waar de ‘Westies’ wonen, zeggen de Sydneysiders soms een beetje besmuikt, niet altijd beseffend dat Parramatta, inmiddels een van de drukste zakencentra van het gebied, Sydney heeft gemáákt: hier was de eerste succesvolle boerderij, de eerste legale brouwerij, de eerste wijngaard, de eerste leerlooierij, de eerste paardenrace.

Welke boot je ook neemt, de verhalen varen met je mee, of je vaart er langs. John, de zelfbenoemde ferry-gek, heeft het na al die jaren nog steeds: ‘Kijk, dit is de oude scheepswerf. En daar, bij die bomen, daar woont de minister-president.’

De regen en mist vandaag deren niet. Door de ramen van de Rivercat gezien, liggen de barakken van Cockatoo Island, Sydney’s ‘Alcatraz’ uit de 19de eeuw, er troosteloos bij. Celblok 1 blijkt nog slechts een ruïne, het Muster Station Café is leeg. Het eiland is bewaard als erfgoed – en camping. Het is er nu zo rustig dat een beginnende kapitein er met zijn ferry kan oefenen in het aanmeren.

Over historisch gesproken: Olympic Park brengt ons terug naar de Spelen van 2000 (en van Pieter, Ian en Inge). En de populairdere halte Balmain East herinnert ons aan de havenwerkers. Anderhalve eeuw geleden konden zij de Victoriaanse huizen in Balmain nog betalen, nu is de wijk een even onbetaalbare als hippe A-locatie. Het Working Men’s Institute wordt tegenwoordig bewoond door de Gourmet Grocer, de Bosh Hair-salon en restaurant La Bohème.

En natuurlijk halte Taronga Zoo, de dierentuin die in 1916 verhuisde van een park in de stad naar de noordoever. Wat een leuk verhaal blijft: Jessie de Olifant heeft het stuk naar Circular Quay gelopen en is daar op de ferry gestapt.

De echte ferryfan is vooral trots op het drijvende restaurant South Steyne, in Darling Harbour. Het is de laatste traditionele houten ferry – met veel koper, een piano en een marmeren bar – die tussen 1938 en 1974 meer dan 100 duizend keer de afstand tussen het CBD (Central Business District) en Manly heeft afgelegd, de suburb annex badplaats aan de Stille Oceaan. En dat, op die route, altijd de drukste gebleven, is pure heroïek.

‘De Manly Ferry is een begrip. Het is de beroemdste route’, zegt Rob Gawthorne, ferry master (kapitein, maar dat mag je niet zeggen) op de Queenscliff. ‘Het is wat de Circle Tram is voor Melbourne, de dubbeldekker voor Londen.’

De passie kan Rob (32) nauwelijks omschrijven. Altijd al juist díe ferry willen varen, honderden lesuren gehad op de Manly-dienst, en ja, zo’n prachtige grote boot uit de Freshwater-klasse, met één schroef, 1100 passagiers. ‘Da’s toch veel mooier dan zo moderne snelle jetcat, daar heb ik niet zo veel mee.’

In zijn pauze neemt hij een koffie aan boord, of maakt hij een wandeling door de botanische tuin. Maar dan gelukkig weer de golven op. ‘Het stuk naar Manly kan soms ruw zijn, je gaat toch vlak langs de oceaan. Maar dat is juist prachtig. Vrijdagmiddag heb ik nog walvissen gezien. Ik heb het aan boord omgeroepen, en heb afgeremd. Kon iedereen even kijken. Daar krijg ik veel bedankjes voor.’

Het heeft iets magisch, vindt hij. Rain or shine. Vandaag stuurt Rob zijn boot de mist in. Downtown komt in beeld, daar waar de forenzenmassa zich een weg zoekt naar hun kantoren en winkels.

Sydney Harbour is het kloppend hart van de natie, dat voelt iedereen. Met Oud en Nieuw moet je er zijn voor het spectaculaire vuurwerk, op Australia Day (26 januari), zeg maar de trots-op-Australië-dag, moet je er zijn voor de Ferrython, een race tussen vier veerboten, die eindigt onder de Harbour Bridge.

Wie dit allemaal vanaf zijn balkon kan zien, is geen kapitein of kaartjescontroleur. Maar heeft geld. Soms heel veel. Een ‘prominente zakenman’ heeft net aan het water voor 20 miljoen Australische dollar (ruim 12 miljoen euro) een penthouse gekocht . Oké, hij heeft uitzicht op het Opera House, de Harbour Bridge, het CBD, zo’n beetje op alles. Het is het duurste appartement van Australië.

De passagiers van de groene, lichtblauwe, donkerblauwe en rode lijn kunnen naar hem zwaaien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.