'Met de klik die wij hadden, kon je echt de hele wereld aan'

Vrijdagavond begon de Nederlandse ploeg als favoriet aan het EK honkbal in eigen land. Dat is mede het gevolg van de sensationele wereldtitel van 2011. De Volkskrant blikt terug op dat opmerkelijke toernooi. Het team was ingedeeld in een loodzware poule, de bondscoach moest de meeste spelers nog leren kennen en in Panama regeerde de chaos. 'Er was nul irritatie.'

Het is 15 oktober 2011, in Panama-Stad is de nacht net ingegaan en Sidney de Jong geeft met zijn vingers een teken dat David Bergman uit duizenden herkent. De werper kan 'lezen en schrijven' met de catcher van het Nederlandse honkbalteam.

Een curveball, een bal die daalt als een baksteen voordat hij de slagman bereikt, is wat De Jong vraagt om de Cubaan Olivera uit te schakelen. Bergman heeft de bal in zijn handschoen liggen als hij zijn pose inneemt. Het is de bal waarmee hij Nederland wereldkampioen honkbal kan maken.

Twee weken lang heeft de ploeg boven en soms ver boven verwachting gepresteerd in het Zuid-Amerikaanse land. Diep in de Nederlandse nacht zijn tientallen honkslagen en homeruns geculmineerd in een nooit vertoonde finaleplaats. Maar dat is niet wat Brian Farley zijn spelers op het hart drukt, voorafgaand aan de laatste wedstrijd.

De warming-up

Sinds hij er 25 jaar geleden neerstreek en onderwijl zijn vrouw op een honkbalveld ten huwelijk vroeg, voelt hij zich Nederlander. Maar in zijn doen en denken laat zijn geboortegrond, gelegen in het Amerikaanse Methuen (Massachusetts), zich niet verhullen.

Zijn speeches maken grote indruk op het team. Sportcoaches als Phil Jackson (Chicago Bulls, LA Lakers), ondernemers als Jack Welch (General Electric) en motivational speakers als Tony Robbins fascineren hem. En Farley fascineert zijn spelers.

Bergman: 'Hij kan anderhalf uur voor je staan en je blijven boeien met zijn verhaal.' Buitenvelder Danny Rombley: 'Het is zoals je weleens in films ziet. Wat hij vertelt duurt soms lang, maar de boodschap komt aan.'

Tien minuten legt Farley zijn ziel en zaligheid in wat hoe dan ook zijn laatste toespraak wordt dit WK. Hij zegt : 'Wat jullie hebben gedaan, is verdiend en geen toeval. Maar willen jullie dit echt? Willen jullie goud, weet dan dat de Cubanen het net zo graag willen. En je hebt al een keer van ze gewonnen, dus nu komen ze je halen.'

De thuisplaat

In twee weken tijd zijn 24 spelers en één coach, een verdienstelijk werper, naar elkaar gegroeid. Bergman: 'Hij wist bij iedereen de juiste knop te vinden om er het uiterste uit te halen.'

'Man to man' noemt Farley zichzelf. Hij is een coach die zich tussen zijn spelers begeeft, geen autoriteit die slechts bepaalt en opdraagt. Wie een probleem heeft, mag het in zijn gezicht zeggen. Zijn eigen zorgen deelt hij ook rechtstreeks met spelers.

Aanpoten moet hij, sinds hij elf maanden eerder als bondscoach is aangesteld. Als halverwege 2011 blijkt dat het al afgeschreven WK toch doorgaat, moet Farley zich ernstig verdiepen in de spelers die hij tot zijn beschikking heeft. Door zijn tijd bij Jong Oranje kent hij maar een handvol internationals die geschikt zijn voor het WK. Als oud-werperscoach van de seniorenploeg is hij hoofdzakelijk met de pitchers uit de A-ploeg bekend.

Farley: 'Het WK in 2007 was het laatste toernooi dat ik met de nationale ploeg heb meegemaakt. Dus heb ik uitgebreid met de coaching staff gesproken. Op internet vind je ook veel informatie. Ik heb niet alleen naar de beste spelers gezocht. Het gaat erom: wie is de beste speler voor welke positie?'

Bergman krijgt bijvoorbeeld te horen dat Farley hem als closer wil inzetten, als werper die de wedstrijd in veilige haven moet brengen. 'Dat had ik voor het laatst in Jong Oranje gedaan, dertien jaar geleden. Maar ik dacht: als zij erop vertrouwen dat ik het kan bij een WK, dan zal het wel zo zijn.'

Omdat de Amerikaanse profclubs moeten instemmen met het 'vrijgeven' van hun spelers, zit Farley in de wachtkamer bij het samenstellen van zijn selectie. De respons valt hem niet tegen: tien van de dertien spelers die in de Amerikaanse profliga's hun brood verdienen, gaan mee.

De selectie is in balans, vinden spelers en coach. Slagmensen met profervaring, werpers uit de hoofdklasse en twee debutanten gaan samen een avontuur aan. Het grote verschil met eerder: ze vormen een hecht blok.

Het valt alle spelers op. Rombley: 'We hebben altijd wel goede selecties gehad, met namen waarvan je dacht: wauw. Maar nu was er geen sterspeler.' Bergman: 'Er liep niemand bij die zich op zijn borst klopte. Dat gebeurde in het verleden wel. Dan hadden we al gauw zoiets van: het zal wel.'

Aanvoerder De Jong: 'Hadden we de beste individuele spelers mee? Dat weet ik niet. Hadden we het beste team mee? Ja.'

Farley: 'Je hebt in zo'n groep te maken met profs, amateurs, van Curaçao, Aruba en Nederland. Allerlei redenen om frictie te kunnen hebben. Maar die was er niet.'

De Jong: 'Het heeft even geduurd voordat de profs en de spelers uit de Nederlandse competitie elkaar begrepen. Wij snapten niet waarom zij zo individueel zijn ingesteld, bijvoorbeeld. Uiteindelijk zijn we met z'n allen in het midden uitgekomen.'

Rombley: 'Ik heb de andere kant gezien. De Amerikaanse mentaliteit is: je wilt de Major League halen, dus je bent een beetje egoïstisch. Je weet dat je voor het team moet spelen, maar het interesseert je niet zo. Wij als Nederlanders hebben dat wel geleerd. We speelden het WK als een familie. We waren drie weken onderweg en er was nul irritatie.'

Bergman: 'We konden alles hebben van elkaar. De sfeer was anders dan anders. Waarom? Ik kan er mijn vinger niet op leggen. Maar met de klik die wij hadden, kon je de hele wereld aan.'

Het eerste honk

Als een stormram baant Nederland zich een weg door het toernooi. Wat zich al heeft aangekondigd in de probleemloos gewonnen oefenduels, zet zich voort in de eerste ronde. Daarin wordt zelfs met Japan afgerekend.

Het blijkt de opmaat voor een stunt tegen de Amerikanen, de laatste twee keer wereldkampioen. Door met 7-5 te winnen, vestigt Nederland blijvend de aandacht op zich.

Rombley: 'Vanaf toen beseften we: we kunnen hier iets geks doen. Teams zagen hoe goed we draaiden, werden bang van ons. Die Amerikanen hadden zes jongens die al in de Major League hadden gespeeld. Zij zeiden: jullie zijn echt goed.'

De honkballers worden nieuwsgierig naar zichzelf, zoals Bergman het omschrijft. Waartoe is deze ploeg in staat? Met een wereldtitel is door niemand rekening gehouden. Maar wat te doen als de kans zich aandient?

Rombley: 'Alsof we Cuba waren, zo makkelijk wonnen we.'

Bergman: 'Vooraf dachten we al: onze poule is heel erg zwaar, met Japan, de VS en het gastland. We wisten dat we op de toppen van ons kunnen moesten spelen om überhaupt door te gaan.'

Het tweede honk

Zelfs de onalledaagse manier waarop de Panamezen het toernooi in goede banen proberen te leiden, brengt de spelers niet uit balans. Rombley: 'We waren door Farley voorbereid op de chaos. Voor het toernooi zei hij: reken erop dat dingen misgaan. Dat ze expres de bus te laat laten komen. Weet dat er slechte hotels zijn.'

Het geduld wordt op de proef gesteld. Een keer komt de bus twee uur te laat. Tijdens een andere verplaatsing schrikken de spelers van een harde knal. Bergman: 'Toen hoorde ik de achteras van de bus afbreken.'

Ook Farley ziet de humor wel in van een stel sporters dat langs de snelweg begint te liften. Rombley: 'Hij liet het niet merken, maar ik weet zeker dat hij kookte. Maar als de leider al rust uitstraalt, ga je daarin mee.'

Bergman: 'We maakten ons niet druk om onbelangrijke dingen. Hij zei elke dag: je moet leren omgaan met tegenslag. Kan je dat, dan ben je al een heel eind.' Farley: 'We hadden controle over de dingen die we wilden controleren. Daar ging het om.'

Op het veld blijft Nederland heer en meester. Alleen het tweede duel in de tweede ronde bezorgt de ploeg hoofdbrekens. Maar nadat de wedstrijd een dag is stilgelegd vanwege de regen, volgt wat Farley de ommekeer van het toernooi noemt. Met een andere werper op de heuvel is Australië zijn overwicht kwijt.

Nederland wint met 2-1, waarna een paar uur later nog even met 25-voudig wereldkampioen Cuba wordt afgerekend: 4-1. Na de winst op Venezuela mag Nederland zich het eerste Europese land noemen dat de finale speelt van het WK honkbal.

Het derde honk

De statistieken maken duidelijk wat de spelers al weten. Er hoeft geen twijfel over te bestaan dat Nederland de finale toekomt. Bergman: 'We hadden het laagste aantal veldfouten van het toernooi, dat zegt wel wat. Onze startende werpers konden een heel lange beurt maken, onze relievers (ook werpers, red.) deden wat ze moesten doen en hielden de nul.'

Rombley: 'We sloegen op de juiste momenten raak. Elk kansje dat we kregen, pakten we.' Farley: 'Iedereen leunde op elkaar. Niemand stak zijn hoofd boven de tulips. Ze waren bereid zich op te offeren voor elkaar.'

Bergman: 'Iedereen zei weleens: spring maar op mijn rug, ik red het team vandaag wel.' De ene keer is het Curt Smith, de andere keer Rombley of Bryan Engelhardt die met de knuppel in de hand het duel beslist. De jonge broers Schoop, van wie Jonathan debuteert en tijdens de finale zijn 20ste verjaardag viert, hebben zich probleemloos aangepast.

Farley: 'Ik hoefde niemand meer te overtuigen. Ik zag hoe serieus spelers bezig waren, hoe ze naar tegenstanders keken. Wat moeten we doen vandaag, hoe zijn de scoutingrapporten, vroegen ze. De wil om te winnen was voelbaar. Het was alsof een soort fever, een koorts ons overnam.'

De thuisplaat

Nog een keer moet de ploeg de rust zien te bewaren. Vier uur voor de wedstrijd arriveren de spelers in de betonnen bak die zich het Rod Carew Stadion laat noemen. Maar door de aanhoudende regenval zal het in totaal zeven uur duren voordat de finale op gang kan worden gebracht.

Net als het afdekzeil van het veld is gehaald en de spelers zich klaarmaken, breekt de hemel weer open. Bergman: 'Ik ben in de kleedkamer gaan zitten met een boek dat ik had geleend van Tjerk Smeets, de teammanager: Bottom of the 33rd, over de langste honkbalwedstrijd ooit.'

Zijn teamgenoten doden de tijd door spelletjes te spelen met plastic bekertjes of surfen met hun mobieltjes op internet. De enige die geen spier vertrekt is Rob Cordemans.

De startende werper verdient bewondering voor zijn ijzige concentratie. Farley: 'Zijn rust was ongelooflijk.' Bergman: 'Hij heeft vier uur voor zich uit zitten starten. En dat terwijl hij zich al twee keer had opgewarmd.'

Het weer blijkt zo'n grote spelbreker dat Nederland de wereldtitel in de schoot geworpen dreigt te krijgen. Uitstellen van de finale is geen optie, omdat de vliegtickets naar huis al zijn geboekt voor de volgende dag.

Bergman: 'Zou het verregenen, dan waren we als thuis spelende ploeg wereldkampioen geworden. Maar zo wilden wij helemaal niet winnen.'

Van die beslissing krijgt Nederland geen spijt. De dan 36-jarige Cordemans is in de vorm van zijn leven. Pas in de vierde inning (van de negen) moet hij het eerste Cubaanse punt toestaan. Nederland maakt in zijn eigen beurt meteen gelijk en scoort ook de 2-1, als Smith kan binnenlopen met Jonathan Schoop aan slag.

Vijf innings later is er aan de stand niets veranderd. Het begint de spelers te dagen wat er staat te gebeuren. Ervaren rot Rombley begint tot zijn eigen verbazing aan zichzelf te twijfelen. 'Duizenden ballen heb ik geslagen en gegooid in mijn leven. En daar in dat veld vroeg ik me ineens af: wat als die bal naar mij wordt geslagen? Vang ik hem wel? Dat was bizar.'

Bergman, die Cordemans' vervanger Sulbaran aflost op de werpheuvel, kent geen twijfel. 'Mijn vertrouwen was gegroeid doordat Brain het me gaf en ik dit toernooi goed stond te gooien. Pas thuis heb ik me afgevraagd wat er was gebeurd als Olivera die curveball wel goed had geraakt.'

Een 'gevoelsbal', zo typeert hij zijn beproefde wapen. 'Je weet meteen of hij goed is gegooid of niet. En je weet ook meteen of hij hem goed raakt. Dat kun je zien aan de snelheid waarmee de bal de knuppel verlaat. Het gebeurt in een flits, maar je ziet het.'

Weer een flits later en Jonathan Schoop heeft de bal in zijn handschoen liggen. Het is de bal die Nederland wereldkampioen heeft gemaakt.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden