Met de hoop op zegen

Obama is geslaagd en heeft gefaald. Hij was te zwart en te wit. Hij was het eindpunt van racisme en een startpunt daarvan. Wat heeft de president de afgelopen acht jaar gedaan? En, misschien belangrijker, wat niet?

Wat heeft de president de afgelopen acht jaar gedaan? Beeld Pete Souza / The White House

De jonge zwarte vrouw zat buiten op een trappetje met een baby op schoot, klaar om naar de avondwake om de hoek te gaan, de plek waar een paar dagen daarvoor een buurtgenoot was doodgeschoten. Het was de zoveelste dode dat jaar in Baltimore. Overal waren huizen dichtgespijkerd, op sommige van de houten schotten stond een oproep: 'We moeten ophouden elkaar te vermoorden.' Het vuil zwierf door de straten, en de politie zat in een helikopter hoog boven de wijk. De vrouw voelde zich verlatendoor de man op wie ze vier en acht jaar geleden nog had gestemd. Ze zei het zo: 'They put the wrong nigger in the White House.'

Angela Merkel en Barack Obama tijdens de G7-top in Duitsland. Beeld Pete Souza / The White House

Contradicties

Een paar maanden later klonk er luid applaus, één stad verderop. Honderden jonge zwarte Amerikanen scandeerden zijn naam, terwijl president Obama in Washington het spreekgestoelte besteeg van Howard University, de leerschool van de Afrikaans-Amerikaanse elite. 'O-ba-ma! O-ba-ma!' Na het Amerikaanse volkslied werd ook het officieuze zwarte volkslied aangeheven ('We hebben ons pad gebaand door het bloed van de afgeslachten') en gingen de vuisten de lucht in. Dit was hun president. Hij was nog steeds de man die de mogelijkheden belichaamde die vóór hem onmogelijk hadden geleken.

Het is allebei waar. De nalatenschap van Barack Obama, de eerste zwarte president van de Verenigde Staten, is gehuld in contradicties. Hij is geslaagd en hij heeft gefaald. Hij heeft te veel gedaan en te weinig gedaan. Hij is te besluiteloos en te besluitvaardig geweest. Hij zocht naar compromissen en kreeg polarisatie. Hij was te zwart en hij was te wit. Hij was het eindpunt van het racisme en een nieuw startpunt daarvan.

Dat zijn erfgenaam weinig waardevols ziet in die nalatenschap compliceert de waardering ervan. Wat is de betekenis van Obamacare, als die grotendeels bij het oud vuil wordt gezet? Wat is de betekenis van zijn broeikasbeleid, als zijn opvolger niet eens in het broeikaseffect gelooft? Wat gebeurt er met burgerrechten en het strafsysteem? Met Iran, Cuba, het Trans-Pacific Partnership (TPP)?

Toespraak bij Morehouse College in Atlanta. Beeld Pete Souza / The White House

Waardering van Obama's inspanningen

Het kan zijn dat daar niets van resteert, over vier of acht jaar. Maar je kunt het ook omdraaien. Elke snipper die van Obama's inboedel behouden blijft, bewijst de robuustheid ervan. Alles wat zelfs zulke tegenkrachten niet klein kunnen krijgen, is kennelijk onverwoestbaar. Door het contrast met zijn opvolger zou Obama's bijdrage aan Amerika, en aan de wereld, juist helderder kunnen worden.

Het betekent dat de waardering van Obama's inspanningen, meer nog dan bij vorige presidenten, slechts voorlopig is. En toch, ondanks de contradicties en tijdelijkheid, kan er al een balans worden opgemaakt. Wat heeft de president de afgelopen acht jaar gedaan, en misschien even belangrijk, wat heeft hij niet gedaan? Wat is er gebeurd met de hoop op verandering?

Barack Obama met speechschrijver John Favreau. Beeld Pete Souza / The White House

De economie

Obama begon zijn presidentschap met de redding van Amerika, en in dat succes lag meteen de kiem voor veel van de problemen die hem acht jaar lang zouden achtervolgen. In de herfst van 2008, ongeveer gelijktijdig met Obama's verkiezing, was de Amerikaanse economie bezweken onder de schuldenlast. Met een enorme financiële injectie waren de banken gered, maar daarna stortte de rest van economie in. Voor de redding van de auto-industrie bouwde Obama nog voort op een miljardenpakket van zijn voorganger George W. Bush, maar de rest van het land ving hij zelf op, met zijn allereerste wet, de Recovery and Reinvestment Act uit 2009, een ongekende steunoperatie van 800 miljard dollar. Belastingverlaging en hogere overheidsbestedingen (onder meer in infrastructuur en onderwijs) moesten de consumptie aanwakkeren, en zo de economie weer op gang brengen. Keynes volgens het boekje.

Maar Keynes, daaraan hadden Republikeinen een hekel. Obama deed in de haast, en in zijn kersverse zelfverzekerdheid (de Democraten hadden zowel de macht in het Witte Huis als in de Senaat en het Huis van Afgevaardigden), geen concessie aan de andere partij. In het Huis stemden alle Republikeinen tegen, in de Senaat stemden er maar drie voor. 'Het steunpakket was één grote Democratische verspilverlanglijst', zei Eric Cantor, een belangrijk Republikeins Congreslid, later tegen de journalist Bob Woodward, die de operatie beschreef in zijn boek The Price of Politics. Tegen Rahm Emanuel, de stafchef van Obama, zei Cantor: 'Je had best steun van ons kunnen krijgen. Maar je weigerde naar ons te luisteren.'

Wat Emanuel vervolgens tegen Obama zei, zou typerend worden voor die eerste twee jaar van hun verblijf in het Witte Huis: 'We hebben de stemmen. Fuck them.'

Het land werd gered (mede ook dankzij de dollardrukkende centrale banken), een depressie van jarendertigformaat werd voorkomen, de economie groeide het afgelopen jaar met 3,5 procent en de werkloosheid - 10 procent in oktober 2009 - belandde in november op 4,6 procent, het laagste niveau in bijna tien jaar. Maar wie weet dat?

Obama werpt een blik uit het raam van de Oval Office. Beeld Pete Souza / The White House

Idealist

Vanaf het begin wist Obama, de grote communicator, zijn plan niet goed uit te leggen. De Republikeinen hamerden op verkwisting van belastinggeld, en veel kiezers dachten door de retoriek dat de belastingen waren gestegen. Dat een groot deel van Obama's stimuleringsplan een belastingverláging was en dat die elke maand stilletjes in de loonstrookjes van hardwerkend Amerika werd verwerkt, ontging het electoraat. 60 procent van Amerika zei na het eerste jaar 'ziek te zijn' van de belastingverhogingen, terwijl 95 procent juist minder belasting betaalde.

'Er is een simpele regel in de politiek', aldus Republikeins communicatiestrateeg Frank Luntz, vorige maand tegen radiozender NPR. 'Als je er niet over praat, weet niemand dat je het hebt gedaan en krijg je er geen krediet voor. Dat was het probleem met Obama's stimuleringswet.'

Het probleem zou zich blijven herhalen. Obamacare, TPP, Syrië: Obama, de grote redenaar, vond sommige van zijn oplossingen zo vanzelfsprekend dat hij er niet over hoefde te spreken. Hij, de idealist, had toch het beste voor met iedereen?

Bijkomend probleem was dat niet iedereen de redding van het land zo ervoer. In de oude industriestaten van Amerika kregen ontslagen fabrieksarbeiders weliswaar weer werk, maar tegen veel lagere lonen dan ze gewend waren. En de werkloosheid was dan wel laag, maar in dat cijfer waren niet de miljoenen Amerikanen meegeteld die het zoeken naar een baan hadden opgegeven, of genoegen namen met een parttimebaan.

Ook daarover zweeg Obama. Er was een politieke outsider voor nodig om te zeggen dat het land er minder goed bij lag dan de cijfers leken te beweren. En die buitenstaander wist dat wél te communiceren.

Een toespraak van Obama. Beeld Pete Souza / The White House

Obamacare

Ook zoiets: Obamacare. 'Dit is een big fucking deal', fluisterde vicepresident Joe Biden zijn baas in het oor, toen die, veertien maanden president, zijn tweede belangrijke wet tekende. De Democraten hadden nog steeds de absolute macht in handen en konden doen wat ze wilden. En wat ze wilden was een lang gekoesterde wens: herziening van de gezondheidszorg.

De bedoeling van de Affordable Care Act, zoals de wet officieel heette, was meer mensen tegen een lagere premie te verzekeren tegen ziektekosten. Meer mensen, dat is gelukt: er zijn nu naar schatting twintig miljoen Amerikanen meer verzekerd dan voor de invoering van Obamacare.

Maar met die lagere premie wil het niet zo lukken. De kosten rijzen de pan uit (dit jaar wordt een gemiddelde stijging van 22 procent verwacht), terwijl de verzekeringen vaak karig zijn. Voor sommigen wordt de stijging opgevangen met subsidies, wat dan weer moet worden betaald met belastinggeld, dus hoe dan ook: de gewone Amerikaan heeft reden genoeg erover te klagen.

Wat de Republikeinen dan ook al zeven jaar aanwakkeren.

Het nationale veiligheidsteam volgt live de arrestatie van Osama bin Laden. Beeld Pete Souza / The White House

Concessies aan Republikeinen

Het tragische is dat de manco's van Obamacare vooral worden veroorzaakt door de marktpartijen die de verzekeringen aanbieden. Door gebrek aan concurrentie schieten de prijzen omhoog. Veel Democraten hadden liever een simpel systeem met een overheidsverzekering opgezet, maar hebben in de jarenlange voorbereiding van de nieuwe zorgwet vele concessies aan verzekeraars gedaan om de Republikeinen mee te krijgen: het kapitalisme zou zijn werk doen. Obamacare lijkt dan ook sterk op Romneycare van de voormalige Republikeinse presidentskandidaat in zijn staat Massachusetts.

Desalniettemin stemde in 2010 geen enkele Republikein voor het plan. Zij vonden het een typisch voorbeeld van overheidsbemoeienis, van big government - terwijl de overheidsrol juist zo klein mogelijk was gehouden om de conservatieven ter wille te zijn.

Het maakte Obama en de Democraten in eerste instantie niet zoveel uit: ze hadden de meerderheid in alle geledingen van de macht, dus het voorstel werd toch wel aangenomen. Obama zou later, in een interview met GQ in 2015, wel erkennen dat het Republikeinse verzet op lange termijn grote consequenties heeft gehad. 'Die eerste twee jaar sloop er een zekere arrogantie bij ons in. We dachten dat we, zolang we het beleid erdoor kregen, het niet hoefden te verkopen. Als ik iets geleerd heb: je beleid kan nog zo goed zijn, er blijft altijd een noodzaak het Amerikaanse volk mee te krijgen, zodat ze weten waarom je doet wat je doet.'

Machtsgreep Republikeinen

Obama zou voor deze onderschatte communicatieslag een hoge prijs betalen. De tussentijdse verkiezingen van 2010 resulteerden in een dramatisch verlies voor de Democraten, die niet alleen de controle over het Congres verloren, maar ook de controle over het merendeel van de parlementen in de staten, en bovendien drie gouverneurschappen. Het zou het begin zijn van een geweldige machtsgreep van de Republikeinen. Met de veroverde meerderheden zouden ze onder meer in een aantal cruciale staten een slim ontworpen districtenstelsel invoeren, het beruchte gerrymandering, waarmee ze in de jaren daarna nog meer zetels zouden winnen. Ook konden ze maatregelen nemen om het stemmen te bemoeilijken voor arme (zwarte) kiezers, zoals een identificatieplicht en het sluiten van stemlocaties - wat tijdens de presidentsverkiezingen van 2016 bijdroeg aan de nipte overwinningen van Donald Trump in cruciale staten als Wisconsin en North Carolina.

Obama was niet de enige die niet vooruitdacht. De Democratische Partij als geheel was zelfgenoegzaam geworden door de victorie van 2008, en dacht dat de toekomst door de demografische ontwikkelingen (meer minderheden) aan haar was. Arrogantie was de grote gemene deler. De toekomst was aan de partij van het verleden.

Obama met ex-presidenten Carter, Clinton en Bush. Beeld Pete Souza / The White House

Zwart/wit

Barack Obama was een zwarte idealist. Hij versterkte de burgerrechtenafdeling op het ministerie van Justitie, probeerde de minimumstraffen te verlagen, wilde stoppen met private gevangenissen, bezocht als eerste president een gevangenis, zong in een zwarte kerk nadat een racist daar negen kerkgangers had doodgeschoten, associeerde zich met zwarte zangers en basketbalspelers, en zei dat als hij een zoon had gehad, die zou hebben geleken op Trayvon Martin, nadat die was doodgeschoten door een racistische burgerwacht.

Een van de tragische aspecten van het presidentschap van Obama, de eerste zwarte president van de Verenigde Staten, is dat zwart Amerika dat niet per se als vooruitgang heeft ervaren.

Want intussen namen de zwarte schietpartijen in sommige steden sterk toe (Chicago, Baltimore), was er regelmatig escalerend politiegeweld tegen zwarte verdachten en werd er een nieuwe zwarte burgerrechtenbeweging geboren, Black Lives Matter, waarvan de vertegenwoordigers niet met de president wilden praten.

Intellectueel zwart Amerika vond dat er reden was tot boosheid. De kansloze situatie in de binnensteden, voor zwarte activisten een direct gevolg van de slavernij van de 19de eeuw, de apartheid van de 20ste eeuw en de discriminatie (in huisvesting, onderwijs, salarissen en het strafrecht) van de laatste decennia, is door Obama niet verbeterd. Hij heeft geen specifiek beleid gevoerd dat zwarten uit hun economische getto's zou moeten halen. Wel wijst hij de zwarte achterstandsjongeren steeds op hun eigen verantwoordelijkheid: zet die tv uit, eet minder hamburgers en stop met witte mensen de schuld geven.

Barack en Michelle Obama in een goederenlift achter de schermen bij een inauguratiebal in Washington D.C. Beeld Pete Souza / The White House

Naïef over wit Amerika

'Dat deel van de Obama-formule vind ik het zorgwekkendst', schreef de zwarte auteur Ta-Nehisi Coates in december in een portret van de president in The Atlantic. 'Als zwarte mensen oververtegenwoordigd zijn onder de drugsdealers en afwezige vaders, is dat omdat ze ondervertegenwoordigd zijn onder de witteboordencriminelen. De verschillen tussen wit en zwart Amerika komen niet door een verschil in werkopvatting, maar door een systeem dat is ontworpen om het ene Amerika boven het andere te plaatsen.'

Obama is volgens Coates eigenlijk te naïef geweest over wit Amerika, doordat hij is grootgebracht door een liefhebbende witte moeder en deels is opgevoed door lieve witte grootouders op Hawaii, ver van het Amerikaanse slavernijverleden. Daardoor zou hij wit Amerika te veel hebben vertrouwd. En zijn ogen hebben gesloten voor het racisme, dat juist door zijn presidentschap steeds openlijker de kop opstak, en mede zou leiden tot de verkiezing van zijn opvolger.

Terrorisme

Op 2 mei 2011 stuurde president Obama een team commando's naar een huis in Abbottabad, Pakistan, om Osama bin Laden dood te schieten. 's Avonds verscheen de president op tv om deze overwinning met het volk te delen. Het was een publieke afrekening met de bekendste terroristische leider, maar in de afgelopen acht jaar zijn er veel meer executies geweest: soms door commando-operaties, maar meestal met drones, waarbij het doelwit lang niet altijd het enige slachtoffer was. Het was Obama's favoriete modus operandi: relatief precies, relatief effectief en met relatief weinig schade aan Amerikaanse zijde - het imago niet meegerekend.

Volgens cijfers van het Witte Huis van afgelopen zomer zijn er in de eerste zeven jaar van zijn presidentschap op deze manier in Pakistan, Jemen, Somalië en Libië 2.372 tot 2.581 vijandige strijders gedood (Irak, Syrië en Afghanistan zijn reguliere slagvelden, daar zijn bommen normaal), en 64 tot 116 burgers (verslaggevers en onderzoekers houden het op 200 tot 900). Mensenrechtenorganisaties vinden de buitenrechtelijke executies een smet op het blazoen van de president; Obama zelf vindt de strijders legitieme doelwitten. 'Het is een hard gegeven dat deze aanvallen hebben geleid tot burgerslachtoffers', zei Obama tijdens een toespraak in 2013. 'Deze doden zullen ons blijven achtervolgen. Maar ik moet deze tragedies wegen tegen het alternatief. Nietsdoen tegenover terroristische netwerken zou tot veel meer (Amerikaanse) burgerslachtoffers leiden.'

Obama rent door de oostelijke zuilengalerij van het Witte Huis met 'first dog' Bo. Beeld Pete Souza / The White House

Morele kompas van regering-Obama

Hoeveel Amerikaanse burgerslachtoffers er door zijn ingrijpen níét zijn gevallen, is natuurlijk geen kenbaar getal. Gedurende Obama's termijnen is er een reeks door Al Qaida of Islamitische Staat geïnspireerde aanslagen geweest, van de majoor die in Fort Hood dertien militairen doodschoot tot de Tsjetsjeense broers die een bom lieten ontploffen bij de marathon van Boston, en van de kerstschutters in San Bernardino tot de nachtclubschutter in Orlando. Maar opvallend daarbij is dat het bijna altijd om Amerikanen gaat, of om immigranten die al lange tijd in Amerika wonen. Bij deze aanslagen zijn in totaal negentig mensen gedood. Ter vergelijking: in diezelfde periode kwamen zo'n tachtigduizend Amerikanen om door vuurwapens (zelfmoorden niet meegerekend). Dat betekent dat het antiterreurbeleid van Obama een succes is, of dat het gevaar hoe dan ook minder groot is dan gedacht.

In 2013 stelde Obama overigens nieuwe richtlijnen op om het voor hem verleidelijke dronegebruik binnen de perken te houden. Er moest voortaan een 'voortdurende en urgente dreiging voor het Amerikaanse volk' uitgaan van het doelwit in kwestie, en de kans op burgerslachtoffers moest verwaarloosbaar zijn. Het aantal aanvallen verminderde, maar later dat jaar werd in Jemen een trouwstoet getroffen door een drone.

Het is een van de nalatenschappen van Obama waarin nog rek zit. Net als met andere antiterrorismemaatregelen zijn de beperkingen niet of nauwelijks in wetten vastgelegd, maar gebaseerd op het morele kompas van de regering-Obama. Het betekent dat een president met een andere ethische koers makkelijk de mogelijkheden kan verruimen.

Obama in het Witte Huis, na een inauguratiebal. Beeld Pete Souza / The White House

Midden-Oosten

De leden van het Noorse Nobelcomité leken nog enigszins betoverd door Obama's op hoop gebaseerde verkiezingscampagne toen ze hem in 2009, het eerste jaar van zijn eerste termijn, meteen maar de Nobelprijs voor de Vrede toekenden. Obama had alleen nog maar aangekondigd dat hij niet van oorlog hield. Hij zou de Amerikaanse troepen weghalen uit Irak en Afghanistan, en zich niet in grote nieuwe avonturen storten.

Dat jaar hield hij een toespraak voor de American University in Caïro, 'Een Nieuw Begin', waarmee hij de relaties met de islamitische wereld wilde herstellen. Hij citeerde de Koran, beschreef islamitische uitvindingen zoals algebra en de vulpen, sprak over moslimvriendjes uit zijn jeugd in Indonesië en erkende dat Amerika fouten had gemaakt in Irak. Hij betuigde zijn sympathie voor de Palestijnen, wat zijn relatie met de Israëlische premier Netanyahu voor altijd bekoelde. 'I love you, Barack Obama!', klonk het tegen het einde van zijn toespraak uit het publiek.

Maar Obama had ook een opdracht willen geven aan de moslimwereld, zei hij dit voorjaar in The Atlantic. Hij had geprobeerd de moslims 'de oorzaken van hun eigen ongeluk' te laten inzien. 'Geef nou niet de hele tijd Israël de schuld, was mijn argument. Ik hoopte dat mijn toespraak een discussie zou starten, de ruimte voor moslims zou creëren om echte problemen aan te pakken - problemen met het landsbestuur en het feit dat sommige stromingen in de islam niet de hervorming hebben doorgemaakt waarmee die godsdienst aan de moderne tijd kan worden aangepast.'

Het leek op de toon die Obama soms ook bezigde tegen de zwarte gemeenschap. Neem je verantwoordelijkheid! Geef niet steeds een ander de schuld!

Maar dat effect had zijn toespraak niet gehad, erkende Obama zeven jaar later.

Het was een ingewikkelde tijd voor alle partijen. Obama bezweek bijna onder de druk van duiven en haviken uit zijn entourage. In Afghanistan kondigde hij gelijktijdig een offensief aan, én een datum voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen, wat erop neerkwam dat de Taliban gewoon konden wachten tot de vijftigduizend Amerikanen weer waren verdwenen.

Toen Libië in 2011 in opstand kwam tegen dictator Kadhafi, liet Obama zich door zijn minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton verleiden tot het steunen van de rebellen - dat noemde hij dit jaar in een interview 'de grootste fout' van zijn presidentschap. Libië, zei hij, was een 'shit show', doordat het vacuüm na de val van de dictator werd gevuld door stammen met onduidelijke belangen en religieuze motivaties.

Afghanistan en Libië samen vormden de buitenlandse ontgroening van de president. Hij zag definitief in dat idealisme geen goede drijfveer was voor buitenlandse politiek. Hij zag de beperkingen van Amerikaanse interventies. Zonder betrouwbare partner was het voor Amerika onmogelijk om een land op te bouwen, concludeerde hij, hoeveel soldaten je er ook heen stuurde, hoeveel geld je er ook in investeerde.

Deze ervaringen samen vormden de opmaat voor zijn passiviteit jegens Bashar al-Assad, de leider van Syrië. Zelfs nadat Obama had gewaarschuwd dat er een 'rode lijn' zou worden overschreden als de dictator chemische wapens zou gebruiken, deinsde hij terug voor de consequenties toen Assad dat toch deed.

Het besluit niets te doen, zal hem altijd blijven achtervolgen. De honderdduizenden doden in Syrië en de honderdduizenden vluchtelingen uit Syrië vormen de ergste humanitaire ramp van deze eeuw, en bij elke vatenbom op Aleppo klonk de afgelopen jaren de stem luider dat er iets had moeten gebeuren. Een ingreep destijds is met terugwerkende verbeeldingskracht een panacee geworden: daarmee zou Assad zijn getemd, zou het nette verzet hebben gewonnen, zou IS klein zijn gebleven.

Maar dat is allemaal zeer twijfelachtig. Je kan het hopen, in hindsight. Maar meer ook niet.

En Obama was de hoop toen al voorbij.

Het was een weloverwogen besluit, aldus Obama, terugblikkend in het Atlantic-interview. 'De perceptie was dat mijn geloofwaardigheid op het spel stond, en die van Amerika. Toch dacht ik dat dit in het belang van Amerika was. Het was de juiste beslissing.'

Obama denkt dat een bombardement of andere ingreep op de lange termijn de uitkomst van de burgeroorlog niet had veranderd. Nu sloot hij een deal met de Russen en werden de chemische wapens afgevoerd. Obama is vooral trots op zijn breuk met de 'scripts uit Washington', met de denktanks van het 'buitenlandse-beleidestablishment', met hun 'voorgekookte reacties' op verschillende gebeurtenissen. 'Die recepten werken als Amerika direct wordt bedreigd. Maar in een geval als Syrië gelden ze niet.'

Cruciale passage weggevallen

In het essay ‘Met de hoop op zegen’ over Barack Obama in het Volkskrant Magazine van zaterdag 14 januari is op pagina 29 een cruciaal stuk tekst weggevallen. In deze online versie is de fout gecorrigeerd. De auteur schreef onderstaande passage over Libië (alleen de vet gedrukte tekst kwam in de publicatie terecht).
Toen Libië in 2011 in opstand kwam tegen dictator Kadhafi, liet Obama zich door zijn minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton verleiden tot het steunen van de rebellen – dat noemde hij dit jaar in een interview ‘de grootste fout’ van zijn presidentschap. Libië, zei hij, was een ‘shit show’, doordat het vacuüm na de val van de dictator werd gevuld door stammen met onduidelijke belangen en religieuze motivaties.
Afghanistan en Libië samen vormden de buitenlandse ontgroening van de president. Hij zag definitief in dat idealisme geen goede drijfveer was voor buitenlandse politiek. Hij zag de beperkingen van Amerikaanse interventies. Zonder betrouwbare partner was het voor Amerika onmogelijk om een land op te bouwen, concludeerde hij, hoeveel soldaten je er ook heen stuurde, hoeveel geld je er ook in investeerde. Deze ervaringen samen vormden de opmaat voor zijn passiviteit jegens Bashar al-Assad, de leider van Syrië. Zelfs nadat Obama had gewaarschuwd dat er een ‘rode lijn’ zou worden overschreden als de dictator chemische wapens zou gebruiken, deinsde hij terug voor de consequenties toen Assad dat toch deed. Dit besluit om niets te doen zal hem altijd blijven achtervolgen.

De benen van Obama over de 'Resolute desk', een geschenk van koningin Victoria van Engeland in 1880. Beeld Pete Souza / The White House

Afkeer van establishment

Daarin, constateert Obama genoeglijk, is hij 'controversieel' geweest. Zelf nadenken en een lijn trekken, dwars door de heilige huisjes heen - Obama grapt tegenwoordig zelfs dat hij in het sektarische Midden-Oosten 'graag een paar slimme autocraten' zou hebben.

Met zijn afkeer van het establishment en een ironische (?) voorkeur voor sterke mannen toont Obama zich veel cynischer dan de man die hij in Caïro was, misschien zelfs een voorloper van Trump. Hoor zijn boosheid over de uitvreters onder de NAVO-partners, die te weinig geld aan hun eigen verdediging besteden. 'Freeriders ergeren me.' America First, kun je er achteraan denken.

Uiteindelijk zal Amerika niet helemaal vertrekken uit het Midden-Oosten, ondanks de beloften van Obama. Maar in plaats van democratieën te bouwen, zijn Amerika's soldaten er alleen nog in Amerika's belang. In Afghanistan proberen ze Al Qaida en de Taliban klein genoeg te houden, in Irak leiden ze Iraakse commando's in de strijd om Mosul, in Syrië proberen ze met Koerden en Arabieren het bolwerk Raqqa van IS te veroveren. Het zijn relatief kleinschalige operaties, die passen bij de ambities. Obama zat helemaal mis toen hij IS ooit kleinerend het reserve-elftal van Al Qaida noemde, maar inmiddels is de terreurbeweging aan kracht en glans aan het verliezen. Volgens Obama is IS geen 'existentiële dreiging' voor de VS. Klimaatverandering is belangrijker.

Beeld Foto Pete Souza / The White House

De rest van de wereld

Het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 was een van Obama's grootste internationale successen. Het was maar een minimale opstap om de opwarming van de aarde tegen te gaan, maar het bewees dat hij, ondanks zijn toegenomen realisme, ook in verandering was blijven geloven en in sommige opzichten juist idealistischer was geworden. Zes jaar eerder, bij de klimaattop van Kopenhagen, leidde Obama's verwaande optreden tot een slappe overeenkomst die eerder verdeeldheid zaaide dan dat hij landen bij elkaar bracht. Het akkoord van Parijs, resultaat van jaren diplomatie, bood juist een houvast, een gezamenlijke focus, en dat in een wereld die uit elkaar viel.

Obama werd weleens voor besluiteloos versleten, maar dat gold alleen voor zijn militaire activiteiten; in zijn vredelievende daden is hij doortastend gebleken. De nucleaire deal met Iran heeft de bouw van een kernbom vertraagd, de toenadering tot Cuba heeft de Koude Oorlog tussen beide landen beëindigd. In zijn zucht naar oplossingen voor problemen die vaak al jaren en soms decennia oud waren, toonde zich steeds zijn tomeloze ambitie, zijn hang naar de toekomst, zijn wil de status quo te doorbreken om een betere status quo te bereiken. De Republikeinen, die met hun blokkades Obama's binnenlandse ambities zo goed gesmoord hebben, stonden bij deze buitenlandse besluiten snuivend langs de zijlijn.

Groots slotstuk had zijn 'draai naar Azië' moeten zijn, met als kern het handelsakkoord TPP - in de ogen van Obama was internationale handel de beste manier om conflicten voor te zijn. Daarin verschilde Obama wel van Trump, voor wie internationale handel juist een conflict is, met winnaars en verliezers. Obama zag Amerika niet meer als leider van de wereld, maar nog wel als partner. Trump ziet Amerika ook niet meer als leider van de wereld, en ook niet als partner.

Een bespreking met Hillary Clinton in de Oval Office. Beeld Pete Souza / The White House

Wat blijft ervan alles over? Pas de laatste maanden, eigenlijk pas na de verkiezing van Trump, zag Obama dat de wereld een andere kant op was gegaan dan hij hem op had willen sturen. In een laatste poging te redden wat er te redden valt, probeert hij met allerlei buitenparlementaire besluiten zijn erfenis veilig te stellen, van een boorverbod in de poolwateren tot de aanwijzing van nieuwe natuurgebieden, van de uitwijzing van Russische diplomaten tot de zwijgende instemming met een VN-tik op de vingers van Israël. Hij blijft idealistisch tot het laatst, in al zijn eigenwijsheid - juist door de komst van zijn opvolger is hij er meer dan ooit van overtuigd dat hij het bij het rechte eind had.

Hij had meer moeten doen, zei de jonge vrouw op de stoep in Baltimore.

Hij had ook minder kunnen doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.