Met de films en de filmpjes ging ook Kodak ten onder

Deze week vroeg het wereldberoemde concern Eastman Kodak uitstel van betaling aan. Een faillissement lijkt onafwendbaar. Het fotobedrijf dat groot werd door innovatie kon de digitale revolutie niet aan.

Dankzij de digitale camera, het mobieltje en de smartphone kan er overal en op ieder moment worden gefotografeerd. Nog maar vijftien jaar geleden werd dat alleen bij speciale gelegenheden gedaan, zoals een trouwerij of een vakantie. Dan waren er de 'Kodakmomentjes'.


Het fameuze Amerikaanse concern Eastman Kodak moest donderdag uitstel van betaling aanvragen - meestal de opstap tot een faillissement. Als het zover komt - er is altijd nog een doorstart mogelijk - betekent dat het einde van een illustere multinational. Tussen 1960 en 1984 stond Eastman Kodak elk jaar ergens tussen plaats zeven en tien van de Fortune-500 van grootste bedrijven. Op de ranglijst van sterkste merken bezette Kodak een plek tussen plaats drie (na Coca-Cola en McDonald's) en plaats zes.


Een van de misverstanden is dat Kodak ten onder is gegaan als gevolg van de komst van de digitale fotografie. Dat is maar ten dele waar. Een grotere klap voor het bedrijf was misschien wel de overschakeling van de bioscopen op digitale projectie. Kodak leverde tot die tijd wekelijks duizenden kilometers onbelichte 35 mm-film aan filmlaboratoria. Een enkele speelfilm bestond uit 3.000 meter aan 35 mm-film. Hollywood was voor Kodak een belangrijkere klant dan alle toeristen bij elkaar.


George Eastman

Net als het autobedrijf Ford is het fotografiebedrijf Kodak door één man opgericht. Dat was George Eastman. Hij begon in 1881 op de derde verdieping van een gebouw in Rochester een bedrijfje dat drie jaar later Eastman Dry Plate Company werd genoemd. In datzelfde jaar bracht hij een fotocamera op de markt. Hij revolutioneerde de techniek door in 1887 een nieuwe camera te lanceren onder de merknaam Kodak. Die maakte geen gebruik van glasplaat, maar van rolfilm ('U drukt op de knop, wij doen de rest', luidde destijds de reclameslogan).


Per rol konden honderd opnames worden gemaakt. Dankzij deze camera konden ineens ook amateurs gaan fotograferen. George Eastman zette zelf de strategie uit: massaproductie, mondiale distributie en groei door research. Daarvoor was een merk nodig dat groter zou zijn dan het bedrijf, wat hem deed besluiten de naam van Eastman Dry Plate te veranderen in Eastman Kodak.


Met de introductie in 1900 van de Brownie ontketende Eastman Kodak de revolutie van foto en film in de 20ste eeuw. De fotorolletjes konden alleen in een donkere ruimte in het toestel worden geladen en verwijderd, maar bij de film kon dat al heel snel bij daglicht. Kodak kreeg wel al snel te kampen met de concurrentie van andere camerafabrikanten, maar dankzij de superieure technologie behield het nog heel lang het monopolie op de levering van de films.


In 1930 werd Eastman Kodak opgenomen in de Dow Jones-index voor de dertig belangrijkste industriefondsen van de VS. Na de komst van de kleurentechniek creëerde Kodak de industriële standaard in de fotografie. Het merk Kodak werd in sommige landen zelfs een soortnaam voor camera's.


De eerste grote uitdaging kwam van het Japanse concern Fuji. In 1984 werden de Olympische Spelen in Los Angeles gehouden. Niet Kodak was de hoofdsponsor, maar Fuji dat even goede films, zo niet betere, leverde. Voor het eerst werd de overheersende positie van Kodak op de wereldmarkt uitgedaagd. Het leidde tot een van de meest verbitterde concurrentiegevechten van het einde van de 20ste eeuw.


Tegelijkertijd moest Kodak een concurrentiestrijd gaan voeren tegen Polaroid dat wegwerpcamera's op de markt had gebracht. Kodak bracht zelf een instant-camera op de markt, maar daarmee belandde het in een rechtszaak met Polaroid wegens inbreuk op de octrooirechten. Na jarenlange processen werd het geschil geschikt voor een miljard dollar.


Kodak investeerde zo veel tijd en geld in deze gevechten met de concurrentie dat de digitale revolutie werd onderschat. Kodak had weliswaar in 1975 al een digitale camera ontwikkeld, maar besteedde zo weinig aandacht aan de verdere ontwikkeling ervan, dat die uiteindelijk niet op kon tegen de camera's van Canon en Nikon. Om het marktaandeel hoog te houden besloot Kodak de digitale camera's onder de kostprijs te verkopen. Dit bracht het concern in steeds grotere problemen.


In 1999 was Kodak nog de op één na grootste fototoestellenfabrikant ter wereld met een beurswaarde van 200 miljard dollar. Opnieuw werden andere wegen ingeslagen zoals met de productie van projectors, printers en software voor het digitaal opslaan van foto's, maar dit kon de afkalving van de fotografiemarkt niet compenseren. Alleen door de voortdurende uitverkoop van patenten kon Kodak de ondergang voor zich uitschuiven.


Profiel Het einde van een innovatief bedrijf


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden