Met de beste pretenties

Hij is vanaf woensdag te zien in de komische dramaserie Dokter Tinus op SBS. Acteur Thom Hoffman neemt zijn vak serieus. Uitgerangeerd? Nee hoor, hij blijft groeien. 'Ik doe iets wat heel dicht bij mij ligt, mooie tv maken.'

Je gaat de hoofdrol spelen in Dokter Tinus. Op SBS6. Zou je vroeger niet je neus hebben opgehaald voor die omroep?

'Ah, jij hebt zeker ook al die internetsites gelezen waarop de vraag werd gesteld wat een uitgerangeerde acteur als ik bij die campingzender moest. Goeie vraag hoor, haha! Maar serieus: ik wist niet eens dat SBS een campingzender werd genoemd. Ik wist zelfs niet eens dat John de Mol erbij betrokken was.'


Leef jij onder een steen?

'Wel een beetje in een tunnel. Het afgelopen jaar althans, want toen heb ik mijn beide ouders verloren. Dan heb je wel iets anders te verstouwen dan wie er in de directie van SBS6 kwam. Het maakt mij trouwens helemaal niet uit dat die serie door hen wordt uitgezonden. Ik ga toch niet met een klysma in mijn kont zitten of zo? Ik maak iets dat dicht bij mij ligt, namelijk mooie televisie.'


Je vindt het niet erg dat Patty Brard op diezelfde zender van een duikplank poogt schoon te springen?

'Nee, zo denk ik helemaal niet. Ik werd gebeld door Willem Zijlstra, dat is een hele energieke, frisse producent die eerder bijvoorbeeld voor Net5 de Co-Assistent heeft opgezet, een serie waarin ik vier seizoenen heb gezeten. De hele naam SBS is toen eigenlijk helemaal niet gevallen. Hij vertelde enthousiast over Dokter Tinus, en dat werkte aanstekelijk. Het is een succesvolle Engelse serie, geschreven door Dominic Minghella. Dat is een grote jongen, die héél erg goed comedy kan schrijven. Iets dat naar mijn gevoel in Nederland niemand kan. Ik heb in elk geval nog nooit om een grap van Haye van der Heyden moeten lachen.


'Sowieso is scenarioschrijven in Nederland een groot probleem. Iedereen probeert het verhaal in dialogen uit te leggen. Daardoor gaan de personages te veel kletsen. Ze zouden toch eens moeten kijken hoe Couperus dat deed. Of Reve.


'Eén van de uitgangspunten bij het maken van deze serie was: we moeten niet beter zijn dan de Engelsen, niet slimmer zijn, we moeten gewoon exact doen wat zij doen. Als je Youp van 't Hek als norm neemt, zie je dat wij meer een soort humor hebben die bestaat uit over de top gaande emoties van mopperigheid. Dat wordt op den duur grappig, vindt men. Maar de beste humor is eigenlijk een hogere vorm van literatuur.'


Je bent er met de jaren niet minder pretentieus op geworden?

'Haha, ik geloof het niet nee. Pretenties dwingen je om iets goeds te maken. Althans, om dat te proberen, want het lukt natuurlijk niet altijd. Karel Appel heeft ook weleens een slecht schilderij gemaakt. Voor mij is het proberen om pretenties waar te maken de voornaamste drijfveer in het leven. Zonder dat is het zinloos. Maar het meetpunt is altijd de beleving van het moment. Tijdens de opnamen van Dokter Tinus kijk ik op een bepaald moment Kitty Courbois aan, en we krijgen allebei tranen in de ogen. Want we vinden elkaar weer in het spelen. Op zo'n moment denk je: Godverdomme, wat een schitterend werk is dit!'


Je speelt binnenkort in de tv-serie over Freddy Heineken, je staat op de planken met De kleine zielen, je speelde in musicals. Toch lijkt het alsof je minder zichtbaar bent dan vroeger.

'Misschien omdat ik die behoefte niet heb om zichtbaar te zijn. Toen ik begon, in de jaren tachtig, had ik een bepaalde hijgerigheid over me, om ervoor te zorgen dat ik in godsnaam werk kon blijven binnenhalen. Ik was ongedurig, onzeker ook. Vervolgens is het snel heel hard gegaan. De Avonden, Eline Vere, een Gouden Kalf. Naar de serie als Het wassende water, keken 8 miljoen mensen. De publieke belangstelling was enorm, de hoeveelheid interviews ook. Ik liep daardoor al vroeg tegen een soort burn-out aan, het was in die mate gewoon niet vol te houden.


'Overigens raakt de pers ook op jou uitgekeken hoor. Waarom zou je het honderdste interview doen met die lul van een Thom Hoffman, weet je wel. Weer die eeuwige vraag (zet simplistische stem op): 'Wat vind je leuker? Acteren of fotografie?' Niet alleen begon ik daarvan te kotsen, de journalisten ook. (Weer die stem): 'Is theater interessanter dan film of andersom?' Ja Jezus! Wat een clichévragen! En toen kregen we een nieuwe generatie, die van de googlejournalistiek, gebaseerd op Wikipedia-artikelen.'


Hoe merk je dat?

Dan praat je met een journalist die denkt dat een stuk over Couperus te maken heeft met Kuperus Autoverhuur. Nee mevrouw, dat was een schrijver die in 1901 het boek De kleine zielen schreef. Daar kun je een mooie boom over opzetten. Maar onze algemene waardering voor literatuur is hard aan het afnemen. In plaats daarvan komen de meest idiote televisieprogramma's op je af. Je kan het zo gek niet bedenken waarvoor ik in de loop der jaren ben gebeld.'


Waar heb je 'nee' tegen gezegd?

'Of ik in een gymbroekje in Bobo's in the Bush wilde gaan zitten. Uh, nee. Wat moet ik daar? Dat heeft niks met mijn werk te maken. Ik hou me niet bezig met al die randverschijnselen om publiciteit te genereren. Aan al die socialmediadingen doe ik ook niet. Waarom zou ik twitteren en aan al die andere zooi meedoen? In godsnaam. Dat is echt voor mongolen.'


Doe je wel eens iets voor de poen?

'Hoogst zelden. Maar soms komt het voor dat je in iets speelt wat niet zo best is, terwijl het wel goed verdient. Ik speelde ooit mee in Koning Salamon, een serie die in Marokko werd opgenomen. Daar kreeg ik een soort Asterixhelm op, met een plastic zwaard dat dubbelklapte als ik er te hard mee zwaaide. Het werd goddelijk betaald, ik kan niet anders zeggen, 4.000 duizend euro per dag. Dus ik zat daar niet erg mee, begrijp je?'


Komen acteurs als Carice van Houten weleens bij jou voor advies over hoe door te breken in het buitenland? Zo van: Waar ging het mis?

'Nee. Daar valt ook bijna niks over te zeggen. Je moet mazzel hebben. Lotte Verbeek gaat trouwens veel harder dan Carice. Die zit in al die grote HBO-series. Het is een combinatie van talent en het juiste moment.


'Ik zat in '84 tijdens het filmfestival in Toronto met Robert Altman aan tafel. Er waren zeven prominente acteurs geïnterviewd in The Globe and Mail, Stacy Keach, Jeremy Irons, en daar zat ik ook bij. Daarna kreeg ik een telefoontje: 'Wilt u vanmiddag bij meneer Altman op de kamer komen? Want hij heeft een plan, Prêt-à-Porter, een film over Parijse mode, een film met veel karakters, en of u misschien wilt meespelen.'


'Uiteindelijk is de film pas acht jaar later gemaakt, toen waren andere mensen en vogue. In Berlijn heb ik gesprekken gevoerd om net als Carice mee te spelen in die film met Tom Cruise, Valkyre. Ik kwam eventueel in aanmerking om Hitler te spelen vanwege mijn Hitler-imitatie in Zwartboek. Toen werd er gezegd: 'We just have one problem, you're six feet one, and our star is five feet two. So than we might have to reconstruct all the stage.' Dus dat is toen niet doorgegaan. En ik ben ook een keer getest voor James Bond. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek bij White House in Londen (een filmproductiehuis, red). Daar hingen portretten van Roger Moore en Sean Connery. Dat was voor mij al voldoende. Maar mijn auditie was helaas niet in de roos.'


Je bent binnenkort ook te zien in een film met Gerard Depardieu. Hoe was het om met hem te werken?

'Volslagen krankzinnig. Ik had hem nog niet ontmoet voordat ik met hem en de Duitse acteur Rüdiger Vogler een scène moest spelen. Depardieu rolde uit zijn trailer, die trouwens zo groot is als van hier naar de overkant van de Amstel, en schreeuwde: 'Allez, le camera, vite, vite, vite!' Rüdiger en ik dachten: dit is wel heel onorthodox wat hier gebeurt. Maar daardoor ontstond er wel een fantastisch acteerduel. Het knetterde, we waren drie monsters in een ruimte die elkaar te lijf gingen. Het resultaat was veel beter dan wij ooit met vijf keer repeteren hadden kunnen bereiken.


Maar ging mijnheer Depardieu daarna wel gezellig met je kletsen?

'Nee, hij had nog meer te doen. En ik ook.'


Is er een carrière van een Nederlandse acteur waar je met jaloezie naar kijkt?


(lange stilte) 'Nou nee. Kijk, Rutger Hauer is een indrukwekkend figuur. Je bent echt een beetje ademloos als je tegenover hem staat. Die weerbarstigheid, die kop. Maar zelfs hij heeft problemen om in dat gekke Amerika, dat toch wel wordt gezien als het Mekka van de film, tot een voltooiing van zijn carrière te komen.'


Over indrukwekkend gesproken, maakte het vroeger meer indruk als je zei dat je Thom Hoffman was dan nu?

'Moet ik deze vraag serieus beantwoorden? Heel kort door de bocht, bij een bepaalde generatie wel. Maar weet iemand onder de 30 wie Joost Zwagerman is? Of A.F.Th van der Heijden? Of Grunberg? Nee. De rol van de kunst in Nederland is eigenlijk gemarginaliseerd. We hebben ook geen minister voor Cultuur, alleen een staatssecretaris. Maar eigenlijk ga ik om je vraag heen. Want het gaat mij helemaal niet om indruk of succes. Het gaat erom dat ik blijf groeien. En in mijn hoofd heb ik sinds ik in 1979 begon niet stilgestaan. Ik ben me steeds op allerlei vlakken - ook met fotografie en documentaires over bijvoorbeeld Dennis Hopper - blijven ontwikkelen. Mezelf blijven zoeken en blijven vinden.


'Zes jaar geleden werd ik gebeld of ik auditie wil doen voor de musical My Fair Lady. Opeens stond ik in een productie van Joop van den Ende waar al 7 miljoen euro in was gestopt voordat er één noot was gezongen, een productie waarvan 225 voorstellingen van waren gepland. Dat moet je godverdomme maar durven eigenlijk, wat een last op je schouder! Wie verkruimelt niet op het moment dat je dat gaat doen? Ga er maar aan staan. Alleen daarom al ben ik trots dat ik het heb gedaan.'


En dat je vroeger postzakken met fanmail kreeg, terwijl de obers hier in het Engels tegen je praten omdat ze geen idee hebben wie je bent, maakt je geen zier uit?

'Ik kom het liefst onzichtbaar een café binnen. Ik heb geen behoefte aan een sterrenstatus. Ik hoef geen huis met een zwembad, een enorme tuin of een Ferrari voor de deur. Dan moet je toch echt bij Frans Bauer of Gordon zijn. Mijn bekoringen liggen ergens anders.


'Het was een absolute bekroning om in Carré het leven van prins Claus te spelen. Pal voor de neus van de koningin. Ik zei, als Claus: 'Ik heb de hele wereld afgereisd, maar nu weet ik bij wie ik hoor. Ik hoor bij haar. Bij mijn vrouw en mijn kinderen... Ik hoor bij hen...' En ik voelde dat er een snik door de zaal ging. Voor haar. Dat was een heel ontroerend moment. En toen zei ik: 'Gaan doe je altijd alleen... Nog één vraag.' Toen draaide ik me naar haar om en keek ik haar zo - boem - aan. Licht vochtige ogen had ze. En ik kippenvel. Dat zijn de momenten waarvoor je zo lang theater hebt gespeeld, om dat op dat moment te durven. Om daar te staan. En de tijd te durven nemen om het in een ruime timing uit te spelen. Aan het eind boog ik. En zij boog terug.'


CV Thom Hoffman

In 1957 geboren in Wassenaar, als Thomas Antonius Cornelis Ancion. Speelde in meer dan 75 speelfilms en tv-series in binnen- en buitenland.


Een (kleine) greep uit zijn films: De vierde man, De avonden (Gouden Kalf), Eline Vere, Zwartboek, De eetclub.


Uit de televisieseries: Het wassende water, In naam der koningin, Russen, De co-assistent, Beatrix, Oranje onder vuur


Op de planken: Max Havelaar en in de musicals: My Fair Lady, Chicago, Je Anne, en Zorro.


Daarnaast werkt hij als fotograaf en documentairemaker. Zijn film De domeinen Ditvoorst (1992) werd bekroond met een Gouden Kalf. Over Dennis Hopper maakte hij The Decisive Moments. Hoffman is gehuwd met de actrice


Giam Kwee met wie hij een zoon heeft.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden