Met dank aan een Frans stuurjochie van 33 kilo

Nog zonder NOC en met een hoop onduidelijkheid over de status van de wedstrijd nam Nederland in 1900 voor het eerst deel aan de Olympische Spelen....

Een beetje sneu was het wel voor Herman Brockmann.

Tijdens de tweede Olympische Spelen van Parijs in 1900 won hij als lid van de Amsterdamse roeivereniging Minerva een zilveren plak in de vier met stuurman en een bronzen plak in de acht, het koningsnummer. Maar voor de gouden race die Frans Brandt en Roelof Klein op de Seine voeren, werd hij als stuurman vervangen door 'een onbekend Frans jongetje' van ongeveer tien jaar oud.

Brandt en Klein hadden zich in de series met Brockmann aan het stuur als snelsten van de langzaamste ploegen ternauwernood voor de finale geplaatst. Dat viel ze tegen, want volgens eigen zeggen waren ze potiger dan de concurrenten en waren ze in Nederland nooit verslagen.

Brockmann bleek met zijn 60 kilo te zwaar in vergelijking met stuurjochies van rond de 25 kilo, waarvan de Franse ploegen gebruikmaakten. Met name roeicoach Meurer zag in dat het verschil tussen winst en verlies kon schuilen in het gewicht van de stuurman. Vandaar dat hij besloot op zoek te gaan naar een jongetje dat daarvoor in aanmerking kwam.

De lichtsten waren al bezet door de Franse ploegen, maar uit de rondhangende ex-stuurjochies plukte hij een ventje van 33 kilo, dat voor de Fransen te zwaar was geworden en om die reden was ontslagen. Hoe weinig het jochie woog toonde de gespierde Brockmann aan. Met hand tilde hij het ventje boven zijn macht. Hij lachte erbij. Kennelijk vond Brockmann het geen probleem dat hij niet mocht meedoen.

De ingreep hielp. Weliswaar was het ventje nog iets te licht voor de Nederlandse boot en moest er vijf kilo ballast aan boord worden genomen om het roer onder water te krijgen. Maar 22 kilo lichter lukte het de Nederlanders in de finale de combine van de drie Franse tegenstanders te breken.

Vanuit het vertrek spurtten de Nederlandse roeiers zo hard mogelijk weg om meteen de kop van de wedstrijd te nemen. De voorsprong liep uit tot ruim een bootlengte, maar ging in de tweede helft van de race bijna teniet, omdat Klein in een langzamer tempo met lange halen was gaan roeien. Volgens zijn teamgenoot Brandt weigerde hij te versnellen, terwijl hij dat makkelijk kon. Wellicht zag hij het belang van de wedstrijd niet zo ernstig in.

In de buurt van de eindstreep aangekomen hing het erom. Maar na zevenalve minuut roeien dolf de Soci Nautique de la Marne met eenvijfde seconde achterstand het onderspit. Nederland had geschiedenis geschreven. De eerste gouden medaille was een feit, op de tweede Olympische Spelen.

Tenminste, dat vinden we tegenwoordig. Of de gouden roeiers het zelf ook zo ervoeren, is zeer de vraag. Nog in 1926 meende ir. Frans Brandt dat zij geen olympisch, maar wereldkampioen waren geworden, of in elk geval een belangrijke wedstrijd hadden gewonnen.

Het is niet alleen de overschilligheid van de deelnemers of de onbekendheid van de toeschouwers met de atleten, die het onzeker maken of de Spelen van 1900 ook wel Olympische Spelen kunnen worden genoemd. Er zijn nog een paar redenen.

Zo had het Nederlandse IOC-lid baron Frits van Tuyll van Serooskerken geen enkele bemoeienis gehad met de uitzending van de dertien Nederlandse roeiers, vier zwemmers, drie zeilers en zeven schutters naar wedstrijden die over een periode van vijf maanden in Parijs werden gehouden. Daarnaast moesten de ploegen hun deelname zelf regelen en betalen. Nederland had nog geen NOC. Dat zou er pas in 1912 komen.

Het zijn niet de enige onduidelijkheden die rond de vroege Olympische Spelen hangen. Hoe komt het bijvoorbeeld dat Nederland, toch een voorlijk land op het gebied van sportorganisaties, in 1896 ontbrak op de eerste 'nieuwe' Spelen in Athene, waar 291 deelnemers uit elf landen present waren? De afwezigheid was alleen al vreemd, omdat de Nederlandsche Atletiek en Voetbal Bond (NAVB) wel was uitgenodigd voor de oprichtingsvergadering in 1894 in Parijs, die was uitgeschreven door de 31-jarige Franse baron Pierre de Coubertin.

Het blijft gissen. Zeker is dat de (onbekende) Nederlandse afgevaardigde op het laatste moment om onbekende redenen heeft afgezegd. Niet uitgesloten is dat de leden van NVAB op dat moment weer eens met elkaar overhoop lagen. Dat lagen ze namelijk voortdurend, sinds sportpionier Pim Mulier vijf jaar daarvoor, samen met onder anderen de dichter Herman Gorter de NAVB had opgericht.

Een voorname bron van ruzie was dat de voetballers steeds meer genoeg kregen van de schaarse, maar wel dure atleten. Van hun contributiegeld werden wel wedstrijden georganiseerd, maar die trokken bitter weinig deelnemers.

Pim Mulier, die in die jaren met vrijwel alle sporten te maken had, stond er echter op de atletiek binnenboord houden. Hij had voldoende gezag om gehoorzaamd te worden. Maar juist halverwege de jaren negentig raakte hij verwikkeld in een opzienbarende liefdesaffaire, die zijn autoriteit ondermijnde. De aristocratische Mulier was verliefd geraakt op een kelnerin, wat in die jaren een beroep was van bedenkelijk allooi, grenzend aan prostitutie.

De dertigjarige Pim nam zijn liefde zeer serieus en vluchtte met Corne van Duin naar Brussel, waar hij met haar trouwde. Het echtpaar keerde pas naar Nederland terug, toen de eerste Olympische Spelen in Athene achter de rug waren en de voetballers van Pims afwezigheid gebruik hadden gemaakt om de atletiek buiten de deur van de NAVB te zetten.

Nu de voetbalbond geen atletiekafdeling meer had, richtte Mulier, na zijn terugkeer uit Brussel in 1896, zelf maar een atletiekbond (NAB) op. Maar die bleef net zo futloos als toen de atleten nog bij de voetballers waren aangesloten.

Na 1900 werd de atletiekbond gereorganiseerd tot de Nederlandse Atletiek Unie (NAU), waarmee de zaak overigens weinig florissanter werd. Een bekend grapje uit die jaren ging over het logo 'NAU' dat afgevaardigde atleten op hun borst droegen. Mensen met humor spraken het uit als 'na u'.

Zo ging 'Parijs 1900' aan de Nederlandse atleten voorbij, net als 'St. Louis 1904'. Maar daaraan nam, net als aan de eerste Spelen van 1896, geen enkele Nederlander deel. Dit keer werd de reis te ver en te duur geacht. Trouwens, ook in St. Louis waren de Spelen, net als in Parijs, een bijprogramma van de Wereldtentoonstelling en stonden ze bij de tijdgenoten niet echt als Olympische Spelen bekend.

Het was zo erg dat zelfs oprichter Pierre de Coubertin niet de moeite nam naar St. Louis af te reizen. Dat gold overigens ook voor veel atleten. De 1200 deelnemers uit 17 landen, die naar Parijs waren getrokken, bleven in St. Louis bijna allemaal thuis. In Amerika kwamen slechts 600 sporters op de wedstrijden af, van wie er een dikke 500 uit Amerika zelf kwamen.

Met andere woorden, het olympische project lag op zijn gat, en leek definitief dood te zijn toen Rome zich afmeldde voor de organisaties van de Spelen van 1908.

Het is dat Groot-Brittannin de bres sprong, anders waren na een aarzelende geboorte en een doodstrijd van tien jaar de Spelen gestorven. De Britten, die al enkele decennia ervaring hadden in het organiseren van sportevenementen, wilden laten zien waartoe zij als wereldmacht in staat waren.

Londen werd daardoor de plaats van de eerste te Spelen. Het aantal deelnemers verdrievoudigde tot 2000 sporters. Er werd een aparte openingsceremonie georganiseerd en er ontstond ruzie en gekrakeel. Sport was belangrijk geworden.

Historisch is de foto van de Italiaan Dorando Pietri, die op de marathon door suppoosten na bijna drie uur hardlopen over de finish wordt geholpen. Het protest van de Amerikaanse nummer twee Johnny Hayes werd toegewezen en Pietri werd gediskwalificeerd.

Ook voor Nederland was het sportfeest echt begonnen. Het feit dat er maar liefst 112 Hollanders deelnamen (geselecteerd door IOClid Van Tuyll van Serooskerken), toont aan dat de Spelen in Nederland tot leven waren gekomen, ook al was de ploeg niet erg succesvol. De Nederlandse afgevaardigden wonnen slechts medaille, een bronzen. Die derde prijs werd gewonnen door de voetballers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden