'Met agressief antisemitisme van allochtonen verdwijnt ook bij autochtone Nederlanders de schaamte'

Het lijkt wel of iedereen elkaar de tent uit vecht, vooral op sociale media. Maar wat gebeurt er als je tegenpolen en andersdenkenden bij elkaar zet? Dat onderzoeken we deze zomer. Vandaag: filmmaker en auteur Natascha van Weezel en NIW-hoofdredacteur Esther Voet, beiden zionist maar verschillend van toon.

Natascha van Weezel en Esther Voet. Beeld Jeroen Hofman

Ze hebben een paar dingen met elkaar gemeen, Esther Voet (53) en Natascha van Weezel (31). Ze meten allebei 1,58 meter (Voet: 'Ik loop op zúlke hakken, maar in principe ben ik een ukkie'), beiden hebben een verleden met eetstoornissen (de een in een meer ontwrichtende mate dan de ander), ze zijn allebei Joods en ze voelen zich sterk verwant met Israël. Voet is hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad (NIW) - het oudste, 152-jarige, opinieblad van Nederland - en ze was directeur van het CIDI, Centrum Informatie en Documentatie Israël. Van Weezel is filmmaker en schreef, onder andere, over de nabijheid van de Holocaust in het leven van jonge Joodse Nederlanders (in het boek De derde generatie) en over de relatie van moslims en Joden in Nederland (Thuis bij de vijand).

Gevolg van beider engagement is dat zij louter met Israël en met het Jodendom worden vereenzelvigd. Voet: 'Als ik op een feestje kom, begint iedereen me meteen door te zagen over het Midden-Oostenconflict terwijl ik denk: jongens, ik sta hier ook gewoon een wijntje te drinken, doe mij een lol. Het is steeds alsof ik voor een soort ballotagecommissie verschijn. Alsof ik pas door mag naar de volgende ronde als ik zeg dat ik het niet eens ben met Israël. Ik weet van vriendschappen die daaraan kapot zijn gegaan.'

Van Weezel heeft daarvan minder last. 'Ik heb wel Joodse vrienden verloren die mij te kritisch over de Israëlische regering vonden, maar met de meeste vrienden heb ik het hier niet zo vaak over dit soort dingen. Als het toch gebeurt, begin ik er zelf over.'

Ze noemen zich beiden zionist. Iedereen lijkt daaronder wat anders te verstaan, maar voor hen betekent het slechts dat zij het belang van een Joodse staat onderschrijven. Maar aan hun Jood- en zionist-zijn verbinden ze verschillende consequenties. Voet gebruikt elk medium dat haar ter beschikking staat, waaronder Twitter, om de mensen te vertellen hoe het écht zit met Israël en met het antisemitisme. 'Op Radio 1 en bij RTL hoor ik van alles en nog wat over Israël langs komen, en mijn bek valt geregeld open van verbijstering.'

Van Weezel zoekt juist de dialoog met mensen voor wie Israël een vloek is en Joden duivels zijn. Zij maakt, met Joodse en islamitische jongeren, deel uit van de gespreksgroep Mo & Moos. En zij is betrokken bij het initiatief Leer je buren kennen: gesprekken met leerlingen van een Amsterdamse school voor mbo in de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente aldaar. Voet slaat dergelijke initiatieven met belangstelling gade, maar zij laat meer scepsis tot zichzelf toe dan Van Weezel. 'Ik wil in dialoog met wie dan ook, maar ik wil wel worden gerespecteerd als zionist. Als dat al niet kan, dan is er ook geen dialoog mogelijk.'

Esther Voet. Beeld Jeroen Hofman

Esther Voet

Geboren in 1963 in Wassenaar, groeide op een in christelijk gezin en studeerde aan de pabo en de Nel Roos Balletacademie. Op 21-jarige leeftijd bekeerde ze zich tot het jodendom. Ze maakte na 2011 de overstap naar belangenorganisatie Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), na twee jaar hoofdredacteur geweest te zijn van het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Daar keerde ze in 2015 terug nadat ze als directeur een verschil van inzicht kreeg met het bestuur van het CIDI.

Zij zitten aan een tafel in een Amsterdams restaurant met een industrieel verleden. De uitbater heeft de eventuele aandrang om de ruwe muren te stuken en de stalen dragers te verven ogenschijnlijk moeiteloos getrotseerd. De kleine kaart bestaat uit simpele gerechten. Voet bestelt lamsworstjes, friet en groene sla. Van Weezel houdt het bij een pizza margherita. Ze drinken weinig. Eenmaal trekken zij zich terug onder de luifel van het terras om een sigaret te roken. Ze hoefden niet aan elkaar te worden geïntroduceerd, want de Joodse gemeenschap is maar klein. 'Als je iedereen met ook maar één Joodse grootouder meetelt, kom je aan hooguit 40 duizend zielen', zegt Voet.

In hun gesprek valt geregeld de naam van Rachid El Ghazaoui, ofwel rapper Appa. 'Volgens mij zitten we hier vanwege hem', zegt Voet.

Dat zit zo: in de zomer van 2014, tijdens de Gazaoorlog, hield Appa tijdens een demonstratie op de Dam een rede waarin hij de zionisten kenschetste als 'hebberige hyena's die uit zijn op ons geld en ons bloed'. Ook kwam hij over Esther Voet ('Esther Stinkvoet') te spreken. Zij werd door Appa aangemerkt als representant van zo'n beetje alles wat zijn woede wekte. 'Een harteloze heks' en een 'smerig mens' noemde hij haar. Voet overwoog een strafklacht tegen hem in te dienen, maar heeft daar - om een veelheid aan redenen - van afgezien.

Natascha van Weezel. Beeld Jeroen Hofman

Natascha van Weezel

Geboren in augustus 1986. Dochter van journalisten Anet Bleich en Max van Weezel. Auteur en filmmaker. Studeerde in 2012 af aan de Nederlandse Filmacademie. Schreef het boek Magere jaren - Anorexiadagboek over haar ziekte. Schreef daarna twee boeken over het Jodendom: De derde generatie en Thuis bij de vijand. Had tot deze zomer met haar vader Max een column in dagblad Trouw.

In november 2015 belegde de redactie van het Radio 1-programma De Nieuws BV een verzoenend gesprek tussen Appa en Natascha van Weezel. Die was in eerste instantie niet zo happig om op de uitnodiging in te gaan. 'Ik dacht: no fucking way dat ik ooit met hem aan tafel ga zitten. Maar de redactie zei: je bent toch zo van het bruggen bouwen? Dan zou je juist met iemand als Appa in gesprek moeten gaan. Daar was ik wel gevoelig voor. Ik ben van de school: iemand een tweede kans geven.' En zo kwam een islamitisch-Joodse dialoog tot stand waaruit enig wederzijds begrip sprak en waarvan Van Weezel later, in Het Parool, zei dat er wel 'een klik' was geweest.

'Heb je Appa verteld dat je zionist bent?', wil Esther Voet weten.

'Ja.'

'En hoe reageerde hij daarop?'

'Hij was heel aardig. Hij bood zijn excuses aan en hij leek ook oprecht.'

'Hij had mij zijn excuses moeten aanbieden. Sorry, ik moest het echt even zeggen. Maar dat stak mij. Jij gaat wel met Appa aan tafel zitten, maar je hebt hem niet gevraagd: wanneer ga je je excuses aanbieden aan Esther Voet. Ik vind dat we daarin solidair moeten zijn.'

'Dat had ik inderdaad moeten zeggen. Dat was beter geweest. Ik heb er niet aan gedacht. Dat kwam ook omdat ik het een beetje eng vond.'

'Dat was het ook. Hij pakt de Talmoed aan en hij maakt grappen over de Holocaust.'

'Ik hoopte dat ik via hem zijn achterban kon bereiken. Hij heeft een enorme achterban.'

'Vind je niet dat je hem een soort legitimering hebt gegeven? Zo kwam het in het interview met Het Parool wel over.'

'Zo zag ik dat niet. Ik wilde een ingang hebben bij zijn aanhangers. Dat was mijn grote ideaal op dat moment. Ik wil er niet op voorhand van uitgaan dat dit verspilde energie is. Ik wil het proberen. Ik wil iemand op z'n redelijkheid aanspreken.'

'Appa is een psychiatrisch geval, een hater. Als je ziet hoe populair zijn middeleeuws gedachtengoed is bij een hele generatie Nederlanders, word ik echt bang. Ik waardeer je streven en je inzet, maar je moet je wel afvragen: wat was zijn intentie? Ben je geslaagd in je opzet?'

'Nee, het is mislukt. Ik probeer veel, maar het lukt niet altijd.'

Dat is ook haar ervaring met het project Leer je buren kennen. In Thuis bij de vijand beschrijft Van Weezel een confrontatie met mbo-leerlingen die absoluut niet in een dialoog of verzoening zijn geïnteresseerd. 'De beschreven klas was dan ook de allerergste die ik ooit heb gehad. Hier kwamen werkelijk alle vooroordelen en complottheorieën voorbij. Dat Joden achter IS zitten. Dat Joden Satanaanbidders zijn. Een meisje dacht dat in Nederland 12 miljoen Joden wonen, en ze wilde niet geloven dat het er in werkelijkheid amper 40 duizend zijn. Toen ik thuis kwam, dacht ik: laat maar. Ik doe dit niet meer.'

Toch zat ze de week erna in de synagoge met een andere klas. 'Ja, in de hoop dat je soms toch iemand aan het denken zet. Alleen al het feit dat die kinderen vaststellen dat een zionist geen hoorntjes heeft en dat ik er eigenlijk heel normaal uitzie, kan heilzaam zijn. En dan heb je nog geen woord gewisseld.'

Esther Voet: 'Je doet fantastisch werk, echt waar. Maar het gaat verder dan: u heeft geen hoorntjes, u bent best lief want u heeft een leuk kanten bloesje aan. Dan gaat het niet meer om mensen die niet naar je verhaal willen luisteren, maar om mensen die op de Dam staan te schreeuwen dat ze de zionisten zullen verpletteren. De volwassenen geven het antisemitisme door aan hun kinderen.'

Van Weezel, fel voor haar doen: 'Ik word snel weggezet als dat lieve, naïeve meisje, terwijl ik heel goed weet wat er gaande is. Ik heb het dan ook niet over een dialoog waarbij je elkaars handje vasthoudt en zegt hoe lief wij elkaar vinden. Ik ben ook hard, maar wel één op één.'

Voet: 'Ik luisterde onlangs op de radio naar het programma Nachtzuster. De vraag, uit wanhoop gesteld, luidde: waarom is er nog steeds zoveel antisemitisme? Ik heb drie uur op mijn handen gezeten om niet te gaan bellen, want alle varianten in antisemitisme kwamen langs: de Joden hebben Christus vermoord, Joden beschikken over onuitputtelijke geldbronnen, ze doen hetzelfde met de Palestijnen als wat de nazi's met de Joden deden. Het ging over Rothschild, de banken, en jullie zijn zo succesvol, alsof er geen domme Joden zijn. Een opeenstapeling van oud en nieuw antisemitisme.

'En met het agressieve antisemitisme van allochtonen verdwijnt ook bij autochtone Nederlanders de schaamte. Dat wat lange tijd niet hoorde, mag weer. Dat is een beangstigende ontwikkeling. Van de Joden is 95 procent zionist, maar lang niet iedereen durft daar nog voor uit te komen. Dat geeft antisemieten het excuus om het niet over 'jullie Joden' maar over 'jullie zionisten' te hebben.'

Van Weezel: 'Ik ben er nog niet helemaal uit hoe diep de haat eigenlijk zit. Een tijdje geleden was ik in Auschwitz met een groep jonge moslims. Waar ik van schrok, is dat werd gezegd: dit soort dingen gebeurt nog steeds. Ik zei: 'Oh, waar dan?' 'In Palestina.' Mijn eerste reactie is dan: ik ga weg en wil niets meer met deze groep te maken hebben. Toch probeer ik dan te achterhalen waar die argumentatie vandaan komt. Ik zei tegen die jongens: 'Dat kun je echt niet zeggen. Dit was een fabriek waar een volk werd uitgemoord. Dat is echt iets anders dan een territoriaal conflict waarbij slachtoffers vallen.' Dan zeggen ze: 'Ja, maar Auschwitz gebeurde toen, en Palestina is nu.'

'Dat doet mij zó veel pijn. Familieleden van mij zijn hier gereduceerd tot niets. Ik heb echt wel oog voor het onrecht dat de Palestijnen wordt aangedaan, maar je kunt hun lot niet vergelijken met dat van de Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik voelde me heel naar en wilde naar huis. Maar 's avonds kwam er een jongen naar mij toe die zei: 'Sorry, wij wisten dit helemaal niet. Ik heb op Google gekeken, en daar las ik heel andere dingen dan wij het thuis leren.' Daarop stoelt mijn optimisme, dat door sommigen als naïviteit wordt aangemerkt. Maar ik wil niet cynisch worden. Daar ben ik bang voor.'

Voet: 'Die onwetendheid is precies de reden waarom ik zo gehecht ben aan het bestaan van een onafhankelijke Joodse staat. Dat betekent overigens niet dat ik kritiekloos sta tegenover de Israëlische regering of onverschillig tegenover het lot van de Palestijnen. En al helemaal niet dat ik deel uitmaak van het Wilders-kamp. Integendeel. Vanaf het moment dat ik in mijn CIDI-tijd Wilders' naam heb geschrapt van een advertentie tegen het opkomend antisemitisme, ben ik persona non grata bij de PVV.'

Voet twittert hartstochtelijk in een poging de desinformatie over Israël te neutraliseren waaraan Nederlanders volgens haar worden blootgesteld. 'Ik wil dingen delen die de mainstreammedia niet halen. Het enige wat je de mainstream media niet kunt verwijten, is dat ze kritisch zijn over de Palestijnen. Zo noemde RTL een recente aanslag op een Joods gezin een vergeldingsactie.'

Van Weezel: 'Dat heb ik elders niet gehoord.'

Voet: 'Uit de verslaggeving over die rellen bij de Tempelberg sprak dezelfde vooringenomenheid.' Waarover zij de laatste tijd zoal heeft getwitterd? 'Vanmiddag las ik: Erdogan moedigt moslims aan om Jeruzalem te verdedigen. Waarop ik twitter: 'Verdedigen tegen wat? Islamitisch terrorisme?' Eerder twitterde ik over twee synagogen in Istanboel die zijn aangevallen. Naar dat nieuwsfeit zocht je vergeefs in de Nederlandse kranten. Ook naar het feit dat Joden in Turkije hun biezen pakken omdat ze het er niet meer uithouden.'

Met haar scherpte roept Voet wraakzuchtige gevoelens op bij degenen op wie zij haar pijlen richt. Vorige week diende voor de Amsterdamse rechtbank nog een zaak die het OM had aangespannen tegen een jongen - 'een geestverwant van Appa', volgens Voet - die haar een pijnlijke dood op de brandstapel had toegewenst. Veel van de verwensingen die haar digitaal worden toegevoegd, zijn seksistisch van aard. 'Ik ben er een die ze willen verkrachten. De seksuele agressie is ongekend. Als ik mensen niet zou blokken, zouden er honderden op mij losgaan.'

Met haar meer verzoenende toon wordt Van Weezel nauwelijks welwillender bejegend. 'Ik word nooit seksueel bejegend of bedreigd, maar ik ben wel uitgescholden voor veel nare dingen, zoals landverrader, zelfhatende jood, NSB'er, terrorist, vuile fascist en vieze zionist. Kwalificaties die onderling ontzettend botsen. Ik heb zelfs gehoord dat iemand hoopte dat ik onvruchtbaar was.'

Haar ouders, de journalisten Anet Bleich en Max van Weezel, koesterden als kinderen van Holocaustoverlevenden de hoop dat de mensheid genoeg van de recente geschiedenis had geleerd om zichzelf voor een nieuwe beschavingsval te behoeden. Gebeurtenissen die met die verwachting in strijd waren, zoals het drama van Srebrenica en de moord op de Israëlische premier Yitzhak Rabin, riepen in het ouderlijk huis een gevoel van grote beklemming op.

'Ik ben sterk beïnvloed door mijn grootvader Herman Bleich', zegt Natascha van Weezel. 'Tijdens de oorlog werd hij met mijn oma opgepakt in Lyon toen zij probeerden te ontkomen naar Zwitserland. Ze zouden worden overgebracht naar Drancy, het Franse Westerbork. Hij was destijds een beginnend journalist. Een freelancer, nog jonger dan ik nu ben. En hij kon goed de Pruisische pose aannemen, want hij was opgegroeid in Berlijn. Tegenover die Franse politieman maakte hij zich breed, en blufte: 'Ik ben een belangrijke journalist voor een Zwitserse krant. Jullie maken een grote fout door mij hier vast te houden. Laat me nu een telegram sturen naar de Zwitserse consul, dan zal hij u bellen.' Hij mocht dat telegram verzenden, en de consul die het telegram ontving dacht: 'Een Jood in nood. Ik ga doen wat hij van me vraagt.'

Voet: 'Dat was destijds niet de gangbare reactie van Zwitserse consuls.'

Van Weezel: 'Vast niet, maar omdat mijn grootvader op dat cruciale moment vertrouwen had, is hij blijven leven en ben ik geboren. Ik weet hoe fragiel het leven kan zijn. Mijn grootvader heeft zich altijd ingezet voor gelijkheid tussen mensen. Discriminatie aankaarten, dat soort dingen. Ik herinner mij nog een tekst die hij, toen ik nog klein was, in mijn poesiealbum bij zo'n glitterplaatje schreef: 'Zwart of wit, arm of rijk, alle mensen zijn gelijk', of iets in die geest. Daar ben ik zo mee opgevoed: de gelijkheid koesteren en de wereld wapenen tegen valse verleidingen.'

'Ik ben opgegroeid met Israël', zegt Van Weezel. 'We gingen er vaak naartoe, om onze familie op te zoeken. Na de tweede intifada gingen we een tijdje niet: mijn moeder had er geen zin meer in. Ze heeft zich nooit meer helemaal hersteld van haar teleurstelling over de vrede die niet kwam. Daar heb ik mij een tijdje tegen afgezet, door mij juist demonstratief thuis te voelen in Israël. Dat maakte deel uit van mijn zoektocht naar een eigen identiteit. Ik wist niet waar ik bij hoorde. Ik was Joods en Nederlands, maar ik wist niet hoe het een met het ander samenhing. Als ik hier naar de bakker ga, word ik steevast in het Engels aangesproken. In Israël gaan ze meteen in het Hebreeuws tegen mij aankleppen, en moet ik na vijf minuten zeggen: sorry, ik heb niet helemaal begrepen wat u zei.'

Het doet haar pijn dat het land zo ongeliefd is in de wereld. 'Over rare dingen die in Myanmar gebeuren, halen ze hier de schouders op. Want daar weten ze niet beter. Maar op Israël laten we de maatstaven los van een democratische rechtsstaat in een rustig deel van de wereld.'

Esther Voet: 'Er wordt wel gezegd: eerst werden we vervolgd om ons geloof, toen om ons ras' - ze maakt het aanhalingsteken met haar wijsvingers - 'en nu om onze staat. Daarin zit wel een kern van waarheid. Voor Israël werd de lat altijd onvoorstelbaar hoog gelegd. Met zijn kibboetsen moest het z'n sociaal-democratische belofte inlossen. Israël moest een perfecte rechtsstaat zijn en een perfecte democratie. De ruimte was er niet om Israël ook als een normaal land te zien, met goede en slechte kanten.'

Die verering voor Israël en voor de Joden kom je in Nederland eigenlijk alleen nog tegen onder orthodoxe christenen, zegt Voet. 'Die zien de Joden vaak - ik durf het bijna niet te zeggen - als een soort Übermenschen. Maar hun filosemitisme, de overdreven liefde voor Joden, wantrouw ik evenzeer als antisemitisme.'

Van Weezel: 'Ik heb wel meegemaakt dat iemand mij wilde aaien. Zo van: wauw, dit is echt Joods bloed. Maar ik verdenk de mensen die zo idolaat zijn van Joden ervan dat ze hen stiekem willen bekeren.'

'Israël is materialistischer en individualistischer geworden', zegt Voet. 'En militair is het niet meer de underdog. Daar kwam nog iets bij: de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika. Daardoor verloor de links-activistische wereld een belangrijk deel van haar bestaansrecht. Ze zocht een nieuw doel, en vond dat in Israël, de veronderstelde onderdrukker van de Palestijnen. Zionisme vervult nu onterecht de rol die de apartheid vroeger vervulde, en roept zelfs een grotere woede op.'

Van Weezel kijkt gepijnigd: 'Dat conflict sleept zich dan ook eindeloos voort. En naarmate het langer duurt en de tweestatenoplossing steeds verder achter de horizon verdwijnt, verdwijnt de hoop. Toen ik jong was, heb ik nog iets van die hoop meegekregen. Ik herinner mij dat nog goed: na de Oslo-akkoorden organiseerde mijn moeder een champagneborrel.'

Voet, knikkend: 'Ik zat toen midden in een workshop, met z'n zestigen in Ubbergen. Mij moeder belde om mij over de Oslo-akkoorden te informeren. Ze moest haar stinkende best doen om me te bereiken, want beslotenheid staat bij zo'n workshop voorop.' Haar stem daalt in toonhoogte. 'De illusie van toen is volkomen vervluchtigd. Die tweestatenoplossing zie ik niet meer, maar een eenstaatoplossing ook niet. Nu al wonen er meer Arabieren dan Joden tussen de Middellandse Zee en de Jordaan. Het wordt dan moeilijk om én Joods én democratisch te zijn. Ik heb geen flauw idee hoe dit kan worden opgelost.'

Van Weezel: 'Welbeschouwd heb ik geen reden voor optimisme, maar ik klamp mij vast aan de dialoog. Anders is er niets meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden