Met 120 of 130 kilometer per uur tegen een boom, dood ben je

AMSTERDAM - In de Tweede Kamer wordt druk gedebatteerd over de vraag of de maximumsnelheid op sommige snelwegen moet worden verhoogd. Maar maakt het eigenlijk veel uit of je met 120 of met 130 kilometer per uur tegen een boom rijdt?

Op volle snelheid tegen een boom, dat overleeft niemand. © colourbox

Nee, zegt testleider Herman Tavenier van botslaboratorium TTAI. In beide gevallen is je overlevingskans nihil. De hoeveelheid energie die je lichaam dan moet absorberen, is te groot.

In de praktijk rijdt vrijwel niemand vol gas en frontaal tegen een object. Er wordt geremd, geslipt, geschampt tegen de vangrail en gebotst tegen medeweggebruikers die ook vaart hebben. Volgens Tavenier botsen veel autorijders met 50, 60 kilometer per uur. En dan maakt 10 kilometer per uur extra wel uit: de op te vangen energie neemt kwadratisch toe met de snelheid.

Kreukelzone
Eerst vangt de kreukelzone van de auto een deel van de energie op, dan wordt je lichaam met grote kracht tegen de veiligheidsgordel gedrukt die centimeters meerekt, daarna land je in de airbag. Dat kan brandwonden opleveren als dat weefsel tijdens de ontplooiing je arm of nek raakt. Bij moderne auto's veren stuurkolom en stuur mee, de motor dringt nog zelden de cabine in en knieën raken zogeheten kneebolsters op het dashboard. Dat zijn gebogen metaalconstructies die de klap van iedere knie opvangen. Als de heupgordel in de buik snijdt, dus te hoog wordt gedragen, kan dat ernstig letsel veroorzaken. Niemand komt ongeschonden uit een frontale botsing met 60 kilometer per uur.

De klassieke formule aller botsexperts: kinetische energie is gelijk aan de helft van het gewicht maal de snelheid in het kwadraat (1/2mv2). Welke snelheid wat voor letsel oplevert, is volgens deskundigen niet te zeggen. Daarvoor zijn de verschillen in omstandigheden en autotypes te groot.

Kinetische energie
'Een botsing kan op honderd manieren verlopen', zegt Henk Stipdonk van het instituut voor verkeersveiligheidsonderzoek (SWOV). Volgens hem reageert de gemiddelde automobilist na 1 seconde, wat 3 meter scheelt als een auto 130 in plaats van 120 rijdt. Daarna is het zaak om via de remmen zoveel mogelijk kinetische energie om te zetten in warmte. Wie 8 procent sneller rijdt, moet volgens de vuistregel 16 procent meer energie kwijtraken: ook dat scheelt volgens Stipdonk meters. Hij stelt vast dat in landen waar 130 km per uur mag worden gereden, meer verkeersdoden vallen. 'Maar of dat aan de hogere snelheidslimiet ligt, is niet te zeggen.'

In de praktijk bekeurt het Openbaar Ministerie pas bij 139 kilometer per uur. De autorijder krijgt om te beginnen 4 kilometer cadeau. 'Uit coulance', zegt een woordvoerder van het OM. 'Het is toch lastig precies 130 te rijden. En de tellers verschillen per auto.'

Daarnaast wordt een marge aangehouden wegens de onnauwkeurigheid van meetapparatuur. Dat levert 3 procent speling op bij snelheden boven de 100 km per uur. Het OM telt beide onnauwkeurigheden op en rond af naar 9 kilometer extra.

Foutmarge
Minister Schultz wil dat de technische foutmarge kleiner wordt. Dat kan, stelt meetinstituut NMi, als er betere spullen worden gebruikt. 'In het lab is de foutmarge van de huidige radar- en lusdetectoren 1 procent. Dat is al vrij goed', zegt de salesmanager. Minder ideale omstandigheden in het veld en menselijke tussenkomst verhogen de foutmarge naar 3 procent. 'Een meting zonder foutmarge bestaat niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.