Mestplannen wekken zorg Europese Commissie

De Europese Commissie maakt zich zorgen over de gevolgen van de mestplannen van het kabinet voor het milieu. Dit blijkt uit een verzoek van een van de directeuren van het milieudepartement van de Europese Unie om een gesprek....

Van onze verslaggever

Piet van Seeters

AMSTERDAM

De actie van de EU heeft waarschijnlijk te maken met de brief die vijf Nederlandse milieu-organisaties enkele weken geleden schreven aan de Europese commissaris voor milieu, de Deense R. Bjerregaard. Op basis van de toen bekende inhoud van het mestakkoord, die sindsdien nauwelijks is veranderd, vroegen zij de Europese Commissie in actie te komen tegen de Nederlandse plannen. Europarlementariër N. van Dijk (GroenLinks) heeft er ook vragen over gesteld.

De vijf organisaties vinden de plannen in strijd met de Europese richtlijn voor de stikstofverbinding nitraat in drinkwater en met de afspraken tussen de Noordzeelanden.

Die afspraken werden in juni gemaakt in Esbjerg. De vijf organisaties zijn de Werkgroep Noordzee, de Waddenvereniging, de IJsselmeervereniging, Natuur en Milieu en de Stichting Reinwater.

Minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat heeft daar namens Nederland herhaald dat in de jaren 2000 tot 2002 evenwichtsbemesting zal worden ingevoerd. Daarmee wordt bedoeld dat de mest die méér op het land mag worden uitgereden dan de gewassen kunnen opnemen, de milieudoelstellingen niet in gevaar mag brengen. De door het kabinet voorgestelde verliesnormen in 2010 zitten daar ver boven, aldus de vijf organisaties.

Volgens de Europese richtlijn mag een liter drinkwater niet meer dan vijftig milligram nitraat bevatten. Om te voorkomen dat waterleidingbedrijven het grondwater van nitraat moeten zuiveren, mag dus ook een liter grondwater niet meer dan vijftig milligram nitraat bevatten. Maar met het voorgestelde mestbeleid wordt die doelstelling in het overgrote deel van Nederland niet gehaald, aldus de brief.

Dat geldt in ieder geval voor alle zandgronden in het oosten en het zuiden en een nog onbekend maar aanzienlijk deel van het overige landbouwareaal.

De doelstelling voor de lange termijn - 25 milligram per liter - wordt dus de komende decennia zeker niet gehaald. In nog sterkere mate geldt dit voor de streefwaarde van 10 milligram per liter, die de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert.

Ook de nitraatgehalten in oppervlaktewater blijven met de voorgestelde plannen tot ver na 2020 veel te hoog om de zogeheten eutrofiëring (vermesting) van oppervlaktewater tegen te gaan. Bijna alle Nederlandse sloten, met een lengte van 350 duizend kilometer, zullen nog decennia lang te veel stikstof bevatten, waardoor vaak ongeremde algenbloei optreedt.

De door het kabinet voorgestelde verliesnorm voor fosfaat zijn volgens de vijf organisaties tien keer te hoog om in 2000 de beoogde waterkwaliteit te halen. De verliesnorm aan fosfaat die het kabinet de boeren in 2010 wil toestaan, is drie keer te hoog om aan overdadige algenbloei een eind te maken.

Het Bosschap heeft zich dinsdag eveneens gekeerd tegen het mestakkoord. Volgens het Bosschap leidt het kabinetsbesluit tot een voortgaande belasting van de bossen. Ook wordt het voor 2000 afgesproken beleid niet verwezenlijkt, meent de organisatie.

'Het door het kabinet voorgestane mestbeleid legt een hypotheek op de functievervulling en de instandhouding van het bos in Nederland', stelt het bosschap.

De omvang van de veestapel verandert ondanks alle inspanningen nauwelijks, blijkt uit een dinsdag door het CBS gepubliceerde telling. In augustus waren er 14,1 miljoen varkens. Alleen in 1987 waren dat er meer: 14,3 miljoen. Het aantal runderen bedraagt vijf miljoen en neemt heel langzaam af. Het aantal kippen wordt niet geteld door het CBS. Het zijn er naar schatting negentig tot honderd miljoen.

Opmerkelijk aan de cijfers is dat ze lager zijn dan de opgave van het ministerie. Volgens Landbouw bedraagt het aantal varkens ,om het tot die groep dieren te beperken, eerder vijftien dan veertien miljoen. De CBS-onderzoeker kent het verschil en is er ook verbaasd over.

Een deel van het verschil valt te verklaren doordat het CBS een steekproef houdt, die een onzekerheidsmarge kent. Voor de varkens is dat 1 procent. Bovendien houdt het CBS een anonieme steekproef waarbij boeren een opgave doen zonder dat het consequenties heeft voor de bedrijfsvoering.

Bij de telling van het ministerie van Landbouw, de meitelling, is dat anders. De cijfers die de boeren dan verstrekken, worden ook gebruikt voor administratieve doeleinden. De CBS-onderzoeker oppert dat boeren hun aantal dieren mogelijk overschatten om bij een eventuele inkrimping in de toekomst hoger uit te komen.

Verder is de varkenshouderij dynamisch. De varkens blijven vaak een aantal weken op het bedrijf waarin ze worden vetgemest. Dan gaan ze naar de slachterij en komt de volgende lading bij de boer. Hij weet bij het invullen van de formulieren nooit precies hoeveel varkens er op zijn bedrijf zijn, aldus N. Kuipers van het CBS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden