Mest wordt weer een zootje

Als vervuilers gewoon betalen in plaats van minderen, heeft mestwetgeving geen zin, vindt Europa. Onzin, vindt het kabinet, dat niettemin ruimere mestnormen wil....

Vrijwel ongemerkt is de afgelopen maanden gewerkt aan een versoepeling van de mestwetgeving waardoor de intensieve veehouderij het komend jaar méér mest kan uitrijden dan in de wet is vastgelegd. Vorige maand ging de ministerraad akkoord met het betreffende voorstel van LPF-staatssecretaris Odink van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

Maar diens idee gaat niet eens ver genoeg, zeiden afgelopen week de woordvoerders van CDA, LPF, VVD en SGP. Aanscherping van de mestnormen is volgens deze parlementariërs de komende jaren helemaal niet meer nodig; de huidige praktijk gaat al ver genoeg.

Daarmee staat ineens weer een oud milieuonderwerp ter discussie. Al meer dan twintig jaar worstelen overheid, waterbeheerders, natuurbeschermers en boeren met veel te hoge concentraties stikstof en fosfaat in de bodem en het water. Pas sinds de invoering van het mineralenaangiftesysteem (MINAS) - de verplichte mestboekhouding - in 1998 wordt daar serieus tegen opgetreden.

Vermesting van het oppervlaktewater heeft de afgelopen decennia gezorgd voor uitbundige kroos- en algenbloei en de afname van dier- en plantsoorten. Voor de kust leidt dit tot grotere algengroei, en in de bodem tot vervuiling van het drinkwater. Een kwart van de Nederlandse drinkwaterwinning gebeurt in gebied dat kwetsbaar is voor nitraatvervuiling. Verschillende putten zijn al verlaten omdat het grondwater niet meer voldeed aan de wettelijke norm van hooguit 50 milligram nitraat per liter. Op dertien plaatsen wordt schoon water bijgemengd om de norm te halen.

Het indirecte probleem van mest en nitraat is zelfs nog groter, zegt de vereniging van waterwinbedrijven Vewin. Bij de afbraak van nitraat in de bodem wordt sulfaat gevormd, waardoor bij vrijwel alle zestig kwetsbare pompstations de sulfaatgehaltes stijgen. Ook worden er zware metalen opgelost en loopt de waterhardheid op. Dat maakt nieuwe zuivering en ontharding nodig.

Het MINAS had al deze problemen moeten verhelpen, maar slaagt daar vermoedelijk niet in. In de mestboekhouding wordt enerzijds de aanvoer genoteerd van mineralen via veevoer en kunstmest, en anderzijds de afvoer in de vorm van gewassen, melk, vlees en mest. Afhankelijk van de bodem waarop het agrarisch bedrijf is gevestigd (de ene bodemsoort kan beter mest onschadelijk maken dan de ander) staat de overheid een bepaalde overschrijding toe.

Wie méér overschrijdt dan toegestaan, betaalt een boete. En door elke twee jaar de normen te verlagen zou de sector volgens het systeem gaandeweg gedwongen worden minder te vervuilen. De in de wet opgenomen stap voor volgend jaar (van dertig naar twintig kilo fosfaat per hectare per jaar) is door Odink gehalveerd. Méér halen de boeren toch niet, redeneert hij. In de praktijk zouden alleen de boetes omhoog gaan terwijl de vervuiling hetzelfde blijft.

De voor het milieu gewenste vermindering naar nul kilo fosfaat per hectare lijkt al helemaal uit het gezicht verdwenen. Dat levert vooral problemen op met het nu al sterk vervuilde grondwater in de Achterhoek, Twente, de Peelhorst, de Kempen en in delen van Limburg.

Dat zijn niet toevallig de gebieden waar de intensieve varkens- en kippenhouderij zich heeft geconcentreerd.

Mede hierom gaat MINAS niet alleen milieubeschermers, maar ook de Europese Commissie niet ver genoeg. Terwijl de Tweede Kamer afgelopen week méér soepelheid eiste dan het kabinet wil betrachten, zei in Brussel Philipe Léger van het Europese Hof dat wat hem betreft de klacht van het Commissie over het Nederlandse mineralensysteem kan worden gehonoreerd.

Het systeem garandeert immers geen evenwicht in aan- en afvoer van mineralen en maakt het mogelijk dat de Europese nitraatrichtlijn wordt overschreden, simpelweg door een heffing te betalen. Wanneer het Hof zijn redenering volgt, riskeert Nederland een hoge Europese boete.

Het Milieu- en Natuurplanbureau RIVM gaf in april dit jaar met de omvangrijke studie 'Minas en Milieu' aan hoe het wel moet. Een verdere, voor het milieu gewenste vermindering van fosfaatnormen tot nul of één kilo per hectare zal leiden tot het inkrimpen van de intensieve veehouderij met dertig procent.

Die krimp ontstaat wanneer de kosten van mestafzet of mestverwerking sterk worden verhoogd. Veel varkens- en kippenbedrijven kunnen die extra investering niet meer betalen. Het verdwijnen van een op de drie bedrijven komt overeen met een (eenmalig) verlies van 1 miljard euro toegevoegde waarde en een mogelijk verlies van 20 duizend arbeidsplaatsen.

Dat klinkt dramatisch, maar is kennelijk nodig om het mestprobleem te reduceren tot het gewenste niveau. De maatschappelijke kosten van hoge stikstofbelasting van de bodem zijn ook niet gering. De afgelopen tien jaar hebben de drinkwaterbedrijven bijna 85 miljoen euro uitgegeven aan preventie- en zuiveringsmaatregelen. De kosten om vermesting en verzuring van natuurgebieden te herstellen, worden geschat op 50 miljoen per jaar.

Op lange termijn zijn de economische kansen voor de huidige intensieve veehouderij beperkt, concludeert het RIVM. 'Milieueisen beperken in Nederland de economische mogelijkheden, maar vergemakkelijken de inpassing en rol van landbouw binnen natuur en groene ruimte'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden