Messias in de Bijlmer

Lang voordat het populair werd, maakte Lodewijk Crijns zijn eerste fake-documentaires. Mensen begonnen ervan te huilen, iemand liep misselijk weg, maar voor Crijns was het genre 'het ei van Columbus'....

'DIT IS mijn kans', dacht Lodewijk Crijns toen hij in de herfst van 1996 van het Route 2000-project hoorde. De VPRO en het Nederlands Fonds voor de Film riepen jonge makers op om scripts over Nederland aan het begin van de 21ste eeuw in te zenden. Crijns zette zich aan het scenario voor Jezus is een Palestijn. 'Het is het ultieme millenniumverhaal. Het jaar 2000 is alleen het jaar 2000 omdat Jezus 2000 jaar geleden geboren is. Maar Jezus is waarschijnlijk helemaal niet in het jaar 0 geboren. Ik wilde daarom een film maken waarin de terugkomst van de here Jezus in het jaar 2000 belachelijk wordt gemaakt. Dat was voor mij de enige optie; ik kon het maar op één manier doen: door er een parodie op te maken.'

Jezus is een Palestijn - de eerste lange speelfilm van Crijns (28), die in 1996 afstudeerde aan de Filmacademie - is een van de dertien kanshebbers in de prestigieuze Tiger-competitie. Wat goed is komt snel, zeker in Nederland, waar critici in de rij staan om jong en aanstormend talent dood te knuffelen. Crijns zelf is voorzichtig. 'Als speelfilmmaker begin ik nu pas.'

Toen Crijns klein was wilde hij tekenaar of architect worden. Hij maakte bouwwerken die groter waren dan hijzelf. Het bouwen nam zulke buitensporige proporties aan, dat zijn ouders een speciale kamer aan hun rijtjeshuis in het Brabantse Son en Breugel lieten bouwen, waar Lodewijk en zijn broer huizen, kastelen en door oorlog verwoeste steden konden bouwen. Daar strooiden ze hun plastic soldaatjes over uit om de slag bij Arnhem na te spelen.

Toen hij zestien was, vond Crijns zich te oud om te spelen en te bouwen. Eigenlijk vond hij niks meer leuk, behalve films op televisie. 'Ik voelde de magie van het medium. Mensen die zoiets moois konden maken, het enige dat ik leuk vond, die moesten zelf ook heel bijzonder zijn.'

Toen hij klaar was met de Havo, kreeg Crijns het voor de hand liggende advies om iets creatiefs te gaan doen. Hij deed een videocursus bij de Stichting kunstzinnige vormgeving in Eindhoven, maakte er twee films ('Zo slecht dat ik ze zelf niet bewaard heb') en vertrok voor een jaar naar een volkshogeschool in Noorwegen, waar hij dag en nacht video's maakte. 'Daar werd duidelijk dat ik wel iets in mijn mars had. Er werden dat jaar zeven video's gemaakt. Allemaal van mij.'

Terug in Nederland meldde Crijns zich bij de Filmacademie. Hij werd niet aangenomen, omdat hij niet kon kiezen tussen fictie en documentaire. Crijns ging naar de Kunstacademie in Tilburg, maar vond het daar 'veel te kunstzinnig', en meldde zich een jaar later opnieuw bij de Filmacademie. Dit keer voor de documentaire-afdeling. 'Dat was een smoes om maar aangenomen te worden, want bijna iedereen meldde zich aan voor fictie. Ik deed het ook met het oog op werkgelegenheid. Ik had het idee dat regiestudenten voorbestemd waren om werkloos te worden, of om heel andere dingen te gaan doen.'

In zijn eerste jaar, ver voordat het genre in zwang kwam, maakte Crijns zijn eerste fake-documentaire, De man met de kip over een zwerver die met een kip in een bunker in Hoek van Holland woonde omdat hij bang was voor een kernoorlog. 'Het is uit psychische nood ontstaan. Ik zat op de documentaire-afdeling, maar eigenlijk wilde ik speelfilms maken.'

Vervolgens maakte hij De lansknechten over volwassen mannen die met soldaatjes spelen en Vanitas over de fijnschilder Cornelis Lemair. 'De mooiste film die ik ooit heb gemaakt, maar de vertoning op de academie was geen succes. Ik werd kwaad, omdat mensen niet meer kunnen genieten van een kunstenaar die prachtige bloemen en mooie blote vrouwen schildert. Ook goed, dacht ik; als mensen afgereden armpjes willen zien, dan geef ik ze afgereden armpjes.'

Dus moest de pragmaticus Crijns op zoek naar afgereden armpjes. 'Ik had mijn camera bij een spoorlijn kunnen opstellen en zes jaar kunnen wachten totdat er toevallig iemand voor de trein viel. Maar dat schiet niet op, en daarom besloot ik terug te grijpen op De man met de kip en de hele shitzooi te ensceneren.'

Het resultaat was Kutzooi, een fake-documentaire over een aantal gewelddadige, verveelde randgroepjongeren. 'De film sloeg in als een bom. Mensen begonnen te huilen, iemand liep misselijk weg, mijn familie was in de war omdat ze niet begrepen wat ik gemaakt had. Fake-documentaires waren op dat moment voor mij het ei van Columbus.'

Programmeur Gertjan Zuilhof wilde Kutzooi op het Rotterdamse filmfestival vertonen, maar alleen als Crijns al zijn voice-overs eruit knipte. 'Hij wist niet dat het fake was, hij vond het een prachtige documentaire, die vernacheld werd door dat stomme Brabantse accent van de regisseur. Ik heb mijn editor de film gegeven en alles eruit laten knippen, want ik wilde per se dat Kutzooi vertoond werd in Rotterdam.'

Op dat moment was Crijns eindexamenfilm Lap Rouge al opgenomen en gemonteerd. 'Ik heb vier jaar nagedacht hoe ik de Tuschinski Award voor de beste examenfilm kon winnen. Ik heb films bestudeerd die gewonnen hebben en vervolgens de overeenkomsten gejat. Het belangrijkste was dat de winnende films een ontkenning van en ontsnapping aan de Nederlandse samenlevingscinema waren; dat had ik al snel door.'

Crijns won de Tuschinski Award en werd door de filmkritiek de hemel ingeschreven. Hij reisde van festival naar festival, won de ene na de andere prijs en ging in op alle interviewaanvragen. Hij schreef aan zeven scenario's voor verschillende productiehuizen. 'Veel producenten wilden mijn ideeën benutten, maar niemand had betaald werk voor me.'

Crijns reageerde dan ook verheugd dat producent Martin Lagestee zijn scenario voor Jezus is een Palestijn wilde verfilmen. 'Hij vond het het leukste verhaal dat hij in de tien jaar dat hij producent was op zijn bureau had gehad. Het was veel te leuk om er een lowbudget-film van te maken. We besloten uit het Route 2000-project te stappen en er een dure speelfilm van te maken.'

Lagestee ging op zoek naar subsidie, Crijns werkte verder aan het script. 'Het werd steeds leuker, maar er bleven problematische stukken in het verhaal zitten. Maar, bedacht ik me, misschien is het wel geen film waarbij je het hele verhaal kloppend en vloeiend moet maken. Dus op een gegeven moment heb ik gezegd: dit is het. We gaan het gewoon maken.'

Lagestee had inmiddels twee miljoen bij elkaar, maar Crijns had als pas-afgestudeerde documentaire-student behoefte aan een try-out en maakte de Lolamoviola De baby en de bakfiets. 'Ik heb nog nooit met zoveel gemak een filmpje gemaakt, terwijl het een stoomcursus speelfilmmaken was. Ik moest alles nog leren; van point of view, over shoulder, wat je met licht kunt doen, hoe je een witje moet draaien, tot decouperen. Ik had nog nooit met een professionele cast en crew gewerkt. Het enige waar ik ervaring mee had, was het regisseren van acteurs, emoties opbouwen, en het ontwikkelen van het verhaal. Meer is voor fake-documentaires niet nodig.'

Na De baby en de bakfiets stonden de opnamen van Jezus is een Palestijn gepland, maar Crijns was toe aan vakantie. 'Ik sliep slecht en kon er daarom maar een uur of zes per dag tegenaan. Ik moest nog repeteren met de acteurs, de special effects voorbereiden, het scenario herschrijven en kwam in tijdnood. Drie weken voordat we moesten gaan draaien, heb ik Martin Lagestee gebeld en hem voor het blok gezet. 'Je moet een andere regisseur zoeken of de film uitstellen', zei ik hem.'

De film werd uitgesteld tot maart '98, Crijns dook anderhalve week zijn bed in ('Ik leed aan uitputtingsverschijnselen') en vertrok vervolgens naar Israël 'om godsdienstwaanzinnige mensen te ontmoeten.' In Jeruzalem schreef hij aan de achtste en laatste versie van het scenario. 'Ik heb gedaan waar ik zelf zin in had, maar wat eigenlijk niet mag. Niet één genre of stijl, niet humor óf drama. Ik wilde al die scènes maken die ik ooit bedacht had, maar niet konden in de documentairevorm. Ik onderzoek met deze film of alles door elkaar ook een stijl is.'

Jezus is een Palestijn begint in een Limburgse landbouwcommune, waar Ramses (Hans Teeuwen) op het punt staat tot priester gewijd te worden. Zijn zus Natasja (Kim van Kooten) haalt hem onder valse voorwendselen uit het klooster; ze vertelt Ramses dat hun vader op sterven ligt en nog een keer met hem wil praten. Ramses gaat mee en ontdekt dat zijn vader simuleert en wacht op de terugkomst van de Messias. Ondertussen wordt hij verliefd op Natasja's huisgenoot Lonneke (Dijn Blom). Met haar gaat hij op zoek naar de Messias, die in de Bijlmer lezingen houdt en helende zalfjes verkoopt.

'Alles wat in Jezus is een Palestijn gebeurt, heeft voor mij raakvlakken met de thema's spiritualiteit en zelfverminking. Alles wat ik aanvoer, breng ik daarmee in verband. Van euthanasie, de gevolgen van incest, de Apocalyps van het jaar 2000 en de piercingmode tot het gebruik van harddrugs. Ik loop het risico dat ik verkeerd begrepen word, maar ik kan mijn film te allen tijde verantwoorden; over elke handeling is nagedacht.

'Ik wilde zoveel mogelijk grote thema's door elkaar gooien, en wat dat betreft ben ik geslaagd. Ik heb alleen niet de moed gehad alle onderwerpen gelijkwaardig te behandelen. Maar een deel komt zo dicht bij mijn persoonlijke leven dat ik er niet de spot mee durfde te drijven. Niet de stukken in de commune en met de Palestijn in de Bijlmer, die staan ver van me af en dat kan dan ook niet gek genoeg. Misschien had ik die stukken minder melig moeten maken, misschien hadden de familie-elementen wat lolliger gemoeten, misschien is het zo ook wel goed.'

Crijns heeft bijna twee jaar aan zijn film gewerkt en is tevreden over het resultaat. 'Het is het beste wat ik nu kan. Een betere stap had ik niet kunnen zetten. Ik had een boek uit de kast kunnen trekken om te verfilmen. Misschien had ik daar wel meer mee bereikt, maar qua originaliteit en verrassing is dit wat ik nu waard ben. Mijn fake-documentaires waren aanwijzingen dat ik in de toekomst best eens iets aardigs zou kunnen gaan maken. Meer niet. Ze bieden geen enkele garantie dat ik speelfilms kan maken.'

Wie denkt dat Crijns na Jezus is een Palestijn door zijn onderwerpen heen is, vergist zich. Met Kim van Kooten schrijft hij aan een scenario voor het No More Heroes-project (het vervolg op Route 2000) over twee ouders met een zwaar gehandicapt kind, waarvoor ze zich zo schamen dat ze hem verstoppen in het aardappelhok. 'Maar dit keer hou ik het echt bij één locatie en één verhaallijn, zodat het een lowbudget-film blijft.'

Verder werkt Crijns aan een film over de dood van Ajax-fan Carlo Picornie, Amsterdam mietjes. Het moet een bende-film worden, 'de Nederlandse Westside Story en het meest vandalistische Nederlandse filmspektakel dat ooit gemaakt is'. Ook heeft hij plannen voor films over de treinkaping bij De Punt, en over een groep fascistische Guardian Angels die fietsendieven en ander tuig te grazen nemen. 'Typisch documentaire-onderwerpen', grijnst Crijns. 'Maar ik wil speelfilms blijven maken. En het ziet er naar uit dat dat wel lukt. Jezus is een Palestijn is nog niet in première of ik heb al weer geld om aan twee nieuwe films te werken. Nederland is echt een fantastisch land voor mij om films te maken. Ik ben de laatste die klaagt, maar bezie het soms met enige scepsis.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden