Mercy, mercy, mercy

Stephan Vanfleteren portretteerde de patiënten van het ziekenhuisschip de Africa Mercy. De tumor van één man was wel heel gruwelijk.

Schepen brengen mensen over oceanen of vervoeren goederen over wereldzeeën. Ik ken een uitzondering. Een schip dat maar om het jaar zijn haven verlaat. Een boot van hoop, een schip van genade. Een oude Deense ferry, omgebouwd tot een heus hospitaalschip. De 'Africa Mercy' is een ziekenhuis op het water dat van het ene arme West-Afrikaanse land naar nog een armer Afrikaans land vaart. Zes operatiekamers, ziekenhuiszalen en kajuiten aan boord, voor meer dan vierhonderd vrijwilligers met meer dan 35 nationaliteiten. Chirurgen , verpleegsters, tandheelkundigen, orthopedisten, machinisten, matrozen, koks en een kapitein met slechts één doel: hoop en genezing brengen aan de zieken.


Een maand geleden lag het schip aan de kade in Conakry, de hoofdstad van Guinee. Ik was er niet om het schip of de dokters te fotograferen, maar de patiënten: mensen met hun laatste hoop gevestigd op de boot van de hulporganisatie Mercy Ships. Want in Guinee, één van de armste landen van de wereld, is nauwelijks infrastructuur, weinig ziekenzorg en een gebrekkig sociaal vangnet. Helaas kan maar 10 procent van de patiënten die zich aanmelden, worden behandeld. Zelfs dit reusachtige schip is te klein om aan alle noden te voldoen. Tumoren, noma (voortvretende zweer in de wang), hazelippen, fistels (kanaalvormige zweer waar etter uitkomt), oogziekten of huidziekten worden aangepakt.


Wie een kwaadaardige tumor heeft, wordt niet geopereerd omdat het zinloos is op lange termijn. Levensverlenging met een paar maanden of een jaar is westerse luxe. Dat is een harde dobber voor de patiënt en ook de hulpverleners, maar absoluut een verdedigbare aanpak. Ook bij ouderen met staar wordt slechts één oog geopereerd, in plaats van twee. De gedachte: liever twee mensen helpen aan één goed oog dan één mens aan twee goede ogen. Hard, maar verbluffend efficiënt.


Sinds 1978 hebben de doktoren van Mercy Ships al meer dan 60 duizend operaties verricht. Van die tienduizenden patiënten haalde ik een honderdtal mensen voor mijn lens op het moment dat ze wachtten op hun screening of na hun operaties. Ze kwamen soms van diep uit het Afrikaanse binnenland en waren vaak weken onderweg. Ouderen, jongeren, mannen, vrouwen met telkens twee gemeenschappelijkheden. Ze waren arm en de één had nog een ergere medische aandoening dan de andere. Van een tumor van bijna twee kilo tot een ontstoken oorlel van een paar gram. Ook de ingrepen verschilden: van een simpele staaroperatie tot een zware oogoperatie, van een rotte tand tot een heel gebit dat wordt uitgetrokken.


Om de twee dagen zag ik Mamadou Fofona, een vriendelijke man met een heftige huidaandoening. Ik heb hem twee keer gefotografeerd en onze laatste ontmoeting was zo hartelijk dat ik bij mijn serieuze schouderklop een van zijn honderden gezwellen duidelijk onder mijn handpalm voelde opveren.


Het was even schrikken, maar we moeten er beiden om lachen.


Er viel niet altijd te lachen. Zo was het portretteren van Thierno Malal Diallo één van de heftigste ervaringen die ik ooit heb gehad in fotografie. De man kon niet meer spreken, amper ademen. Een gigantische tumor was verstopt achter een keukenhanddoek. Met schroom en twijfel vroeg ik of ik hem mocht fotograferen zonder het doekje voor zijn gezicht. Wat ik toen zag, is te zien op foto


. Het kleur van het vlees van de tumor blijft jullie bespaard. Het druipende vocht zien jullie niet op de grond vallen. Maar ik hoop dat jullie de moed van deze man zien. Niet alleen omdat hij zijn verminkt gezicht aan ons toont, maar omdat hij de moed heeft om ondanks zijn esthetische vernedering, zijn gekrenkte trots en zijn lage overlevingskans toch te blijven strijden.


Zelden ben ik zo blij geweest, dan toen ik een mailtje kreeg vanuit het Afrikaanse continent met het goede nieuws dat hij de operatie had overleefd. Mercy, mercy, mercy Thiernon. Tot binnenkort voor je nieuwe portretfoto.


Ik kijk ernaar uit.


Een half jaar later. Thierno zou ons opwachten aan de hoofdweg in de wijk Yatéya ter hoogte van de moskee. De chauffeur zoekt tussen de Afrikaanse drukte tevergeefs naar de man. Tot we in de achteruitkijkspiegel een man zien zwaaien. Is dat Thierno? Hij springt in de auto en zegt: 'Hier indraaien.'


Het is de eerste keer dat we de stem van Thierno horen. Vijf maanden eerder was hij te zwak en verhinderde zijn gigantische tumor hem om te spreken. Ik zie een man, een mooie man. Niet meer een gezicht dat aan een tumor hangt. Aan zijn gezicht is nog amper iets te zien van zijn vroegere verschrikkelijke ziekte.


De keukenhanddoek die zijn tumor verborg, is vervangen door een zwart ooglapje over zijn rechteroog. Zijn hoofd 'spreekt' weer, het gezicht verraadt emoties. Wanneer hij plezier heeft, is er zelfs een glimlachje te bespeuren. De mondhoek gaat omhoog, weliswaar nog onwennig en stram, maar die halve centimeter beweging is de mooiste lach die ik in jaren heb gezien.


Thierno: 'Ja, natuurlijk herinner ik me je nog. Het was drie weken voor mijn operatie. Ik was er verschrikkelijk aan toe. Niet alleen vanwege mijn tumor, maar ook lichamelijk. Ik woog toen rond de 47 kilo. Mijn laagste gewicht was 44 kilo, terwijl ik normaal 70 kilo ben. Reken daarbij het gewicht van mijn tumor en je weet hoe mijn lichaam eruit moet hebben gezien. Ik moest van de dokters boven de 50 kilo zijn, anders wilden ze me niet opereren. Maar het probleem was, hoe meer ik aan kwam, hoe groter de tumor werd. De dag voor mijn operatie woog ik 50,5 kilo; net genoeg. Iedereen heeft voor me gebeden, mijn familie, mijn vrienden thuis, mijn medepatiënten en de verpleegsters.


'Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat ik ging genezen. Er is de dood en er is het leven. En God had blijkbaar voor mij het leven gekozen.


'Van het moment dat ik wakker werd, zijn mijn koude benen het eerste dat ik me herinner. Ik vroeg om ze warm te masseren. Ik bedankte God, en was blij voor de dokters, mijn mama en natuurlijk ook voor mezelf. Ik kon nog niet praten. Ik moest communiceren via kleine krabbeltjes op een papiertje. Een week na de operatie kon ik weer min of meer iets zeggen. Op een bepaalde ochtend zei ik bonjour tegen de verpleegster. Dat was een goed begin van de dag.


'Het was bijzonder om voor de eerste maal in de spiegel te kijken. Wat ik toen zag was ongelooflijk. Ik zag mezelf. Ik zei tegen de spiegel: nu ga ik helemaal genezen.


'Ik kan nu niet kijken naar foto's van hoe ik er toen uitzag. Het verleden is moeilijk. In 2011 was de tumor al behoorlijk groot. Ik had een biopsie laten doen in het lokale ziekenhuis. Dat had ik niet mogen doen daar, want daarna groeide de tumor sneller dan ooit.


'In mei 2012 had ik gehoord dat er een boot zou komen. Dat was mijn hoop. Begin september ben ik naar Conakry gegaan voor de screening. Die tocht naar de hoofdstad was de eerste keer dat ik weer naar buiten ging. Door mijn schaamte bleef ik thuis zitten, afgesloten van de buitenwereld.


'Over vijf weken verlaat de boot de haven. Dan zal ik ook terugkeren naar mijn geboorteplaats. Thuis in het stadje Mali, in het noorden in Guinee, wil ik weer wat commerce doen. Taxi's verhuren of zo. En natuurlijk een vrouw zoeken en een familie stichten, zoals iedere moslim.


'Ze zullen me ongetwijfeld weer vragen voetbaltrainer te worden. Ik kijk ernaar uit om met de jongens tussen vijf en zeven 's avonds te voetballen. Ik was een zeer goede voetballer. Ik ben nog geselecteerd bij de jeugd voor de nationale ploeg, maar heb jammer genoeg nooit kunnen meespelen. De kracht en het doorzettingsvermogen die ik als speler had, hebben me geholpen bij mijn belangrijkste gevecht, het gevecht tegen de dood.


'Ik moet nu nog een vierde en laatste operatie krijgen. Er moeten nog een paar kleine dingen uit mijn hoofd worden gehaald en mijn vel moet wat naar boven worden getrokken, zodat mijn rechteroog weer normaal staat. Ik draag nu een ooglap zodat er geen stof in mijn oog kan waaien.


'Als ik straks terugkeer, moet ik vooraf bellen naar huis. Ze willen een groot feest voor me geven. Ik mag er niet zomaar aankomen, ze moeten tijd hebben om voor te bereiden. Er zal vreugde heersen. Mijn moeder is eergisteren al naar huis vertrokken. Ze is nooit van mijn zijde geweken tijdens mijn verblijf in Conakry.


'Ik kon niet meer slapen, de laatste maanden voor mijn operatie. Maar ik deed alsof, zodat mijn moeder kon slapen en zich niet nog meer zorgen maakte. Door mijn ziekte was ze precies tien jaar verouderd. Maar nu is ze ook weer helemaal de oude, ze is zo gelukkig. Ik ben zo dankbaar.'


Vervolg van pagina V3


Samuel Sesay, 12 jaar, neurofibromatose.


Sylla Yaka, 9 jaar, brandwonden.


Barry Mamadou Djoulde, 16 jaar, orthodesis.


Djami Diallo, 52 jaar, brandwonden.


Sylla Mohamed, 34 jaar, tumor.


Fofana Mamadou, 52 jaar, neurofibromatose.


Fanta Touré, 15 jaar, oorlelreconstructie.


Aisou Camara, 28 jaar, oogletsel.


Caramadi Camara, 30 jaar, tumor.


Ansman Danshuku, 29 jaar, tumor.


Jalloh Syr, 5 jaar, ziekte onbekend.


Alhassane Cissé, 14 jaar, neurofibromatose, 6 maanden na de operatie.


Hassan Hamara, 18 jaar, oogaandoening.


Alhassane Cissé, 14 jaar, neurofibromatose.


Stephan Vanfleteren ziet Thierno Malal Diallo terug na drie operaties aan zijn gezicht.


Lees verder op pagina V4


Mercy Ships


De Africa Mercy is een hospitaalschip van de niet-gouvernementele organisatie Mercy Ships. Het drijvende ziekenhuis vaart langs de Afrikaanse kust en legt aan in de armste ontwikkelingslanden. Zieken worden er gratis behandeld. Op het schip werken zo'n vierhonderd vrijwilligers. Sinds 1978 hebben de artsen van Mercy Ships al meer dan 60 duizend operaties verricht. Helaas kan maar 10 procent van de patiënten die zich aanmelden worden geholpen. Zodra het schip is aangemeerd, worden ook in de dorpen in de omgeving allerlei projecten opgestart, met als doel daar de zorg, het onderwijs, de waterhuishouding en de landbouw te verbeteren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.