'Mentaal heb ik ze allemaal op een rij'

Wilco Kelderman (22) is misschien wel het best bewaard gebleven geheim van het Nederlandse wielrennen. Zondag debuteert hij bij het WK. De renner over vijf wereldkampioenen, hun kwaliteiten afgezet tegen zijn ambities.

Acht Nederlanders trokken er vrijdagochtend op uit om het WK-parcours te verkennen, maar de benjamin van de ploeg bleef in het hotel achter. Wilco Kelderman (22) vroeg om rust, na een zes uur lange training de vorige dag. Die kreeg hij ook van bondscoach Johan Lammerts.


Er wordt voorzichtig omgesprongen met het talent van de Belkin-ploeg. Van Kelderman worden zondag geen wonderen verwacht. Zijn WK-debuut bij de profs is bedoeld om te leren van ploeggenoten die hem in de luwte laten rijpen, zoals Bauke Mollema en Robert Gesink. De eerste is kopman van Nederland, de tweede behoort in Toscane tot de outsiders.


Zijn roem is hem vooruit gesneld, zoals dat in Nederland gaat met talenten voor het grote rondewerk. Kelderman kan klimmen, tijdrijden en is rap in de laatste meters. In hem schuilt de belofte van een zeldzame allrounder die voorlopig zijn plek in de schaduw koestert. Hij moet nog niets, maar mag van alles.


Kelderman, een van de laatste vruchten uit de opleidingsploeg van Rabobank, praat over vijf wereldkampioenen en wat hij van hen in zichzelf terugziet. Niet dat hij zijn zinnen heeft gezet op die titel de komende jaren. De Giro d'Italia en de Tour de France zijn het terrein waarop hij zich ooit met de besten hoopt te meten.


In elke ronde doet hij automatisch mee voor de jongerentrui, hij won er dit seizoen vier in kleinere rondes. Kelderman rijdt ondanks zijn leeftijd niet meer zonder verplichtingen. Hij wordt steeds vaker uitgespeeld als de kopman die de last van de ploeg moet dragen. Het versnelt het gewenningsproces. 'Als je nieuw bent in de ploeg, word je anders behandeld. Maar ik zit al in de situatie dat anderen voor mij moeten werken. Dat gaat zo, als de resultaten vanzelf komen.'


Vijfvoudig Tourwinnaar, de alleskunner, was wereldkampioen in 1967, 1971, 1974.


Kelderman kan klimmen, tijdrijden én sprinten. Zijn veelzijdigheid maakte direct de tongen los in het wielrennen. Nederland had er een Eddy Merckx in de dop bij, werd er gefluisterd.


Kelderman nuanceert dat beeld. 'Een alleskunner? Zo zie ik mezelf niet. Ik ben meer een klassementsrenner. Die moet kunnen klimmen en tijdrijden.'


De sprint is zijn mindere onderdeel, zegt hij. Met Kittel en Cavendish zal hij zich nooit kunnen meten. 'Een echte massasprint vind ik ook vaak te gevaarlijk, maar sprinten in een groepje is wel mooi. Als je wint, geeft dat wel een kick.'


Hij is ook niet bevreesd om de sprint aan te gaan. 'Het sprinten zelf is niet zo lastig. Het is een kwestie van positioneren en lef hebben. Ik ben een beetje zoals Bauke Mollema, die gooit zich er ook gewoon in.'


Wie alleen maar klimt en tegen de klok rijdt, wil bovendien weleens variatie, zegt Kelderman. 'Ik ben niet snel verveeld, maar het is goed om af en toe wat anders te doen. Dan blijf je scherper dan wanneer je alleen maar voor een klassement rijdt. Daarom wilde ik in de Eneco Tour ook een korte klim als de Muur van Geraardsbergen goed op kunnen rijden.'


Hij keek met bewondering naar Robert Gesink, die verraste door in de eendaagse GP Quebec Peter Sagan uit het wiel te sprinten. De toekomst van Kelderman ligt nog grotendeels open en er valt nog zo veel te kiezen.


De ploegleiding moedigt renners aan om over hun toekomst na te denken. Bij Kelderman zijn ze aan het goede adres. Soms prikkelt een wedstrijd op tv meteen zijn zinnen. 'Dan denk ik: die wil ik ook nog eens doen.' Volgend jaar al? Waarom niet.


Over de grote ronden zijn ze het al eens. Ploegleider Nico Verhoeven rekent hem tot de vier Belkin-renners die de komende vier jaar top-20 in de Tour de France moeten kunnen rijden. 'Ze willen me steeds meer vooruitschuiven. Het einddoel is de Tour, natuurlijk. Maar volgend jaar zou ik de Giro graag nog eens doen, misschien samen met de Vuelta.'


Hij zal er niet op zijn kwaliteiten als sprinter worden afgerekend. 'Met sprinters heb ik ook nooit wat gehad. Maar een tijdrijder als Cancellara vind ik een mooie renner om te zien. Mensen vinden het misschien een saai onderdeel, maar ik hou van tijdrijden. Van de snelheid, iemand zien die de hele tijd volle bak rijdt. Van de renners die steeds binnenkomen, de tussentijden.'


Kelderman blinkt uit in de strijd tegen het uurwerk. 'Ik had altijd wel het idee dat ik dat redelijk kon. Met schaatsen reed ik ook wel goed tegen de klok, dat zat toen al in me. Na mijn groeispurt zat ik ineens bij de betere tijdrijders in het wielrennen.'


Jan Janssen (wereldkampioen in 1964) en Joop Zoetemelk (1985), waren ooit ook de hoop van het Nederlandse wielrennen.


Hij ontmoette ze nooit, maar kent hun belangrijkste prestaties. En zonder dat het hem is opgevallen, is hij met Jan Janssen en Joop Zoetemelk allebei al eens vergeleken. Geen Nederlandse renner ontkomt eraan te worden afgezet tegen de Nederlandse Tourwinnaars én wereldkampioenen, wanneer diegene aanleg heeft voor het rondewerk.


Maar kom bij Kelderman niet aan met het stempel van de nationale wielerhoop. 'Ik zie mezelf niet zo. Al is het wel fijn dat iemand als Bauke boven me staat. Daardoor wordt er minder aandacht aan mij besteed.'


Zolang het kan, wil hij in de luwte blijven. 'Ik kan nu nog mijn koersen uitkiezen waarin ik goed wil zijn. En de buitenwereld kijkt voor mijn gevoel niet elke keer mee hoe ik het ervan afbreng. Natuurlijk was dat voor Robert (Gesink, red.) lastig. Hij vond het dit jaar fijn om eens geen kopman in de Tour te zijn. Dat snap ik.'


Kelderman: 'Kopman zijn is mentaal zwaar. zijn. Elke dag moet je volle bak rijden, afzien. Dat is anders dan knecht zijn. Die doen hun werk tot een bepaald punt en kunnen dan relatief rustig naar de finish. Maar alles draait om de kopman.'


Stilletjes trekt de geboren Barnevelder zijn eigen plan. 'Ik leg mezelf genoeg druk op, heb zat doelen in mijn hoofd. Als die niet uitkomen, baal je. Maar het scheelt dat je daarover nu nog niks leest. Je kunt de teleurstelling lekker zelf verwerken.'


Lachend: 'Alles gaat goed. Er wordt alleen iets in de krant of op internet geschreven als ik wat heb gewonnen. Dus vind ik het nu niet moeilijk om met verwachtingen om te gaan. Die kan ik toch niet veranderen. Als het slecht gaat, zou het wel moeilijk kunnen worden. Dan wordt er natuurlijk ook kritiek opgeschreven.'


Met Mollema, Ten Dam en Gesink boven zich in de pikorde, wordt hem tijd gegund door de ploegleiding. Maar Kelderman weet dat het snel kan gaan. Hoe lang blijft hem een vrije rol gegund? 'Tot het moment dat je echt goed gaat rijden', zegt hij, met pretoogjes.


Naar dat moment kijkt hij uit. Met de leiding heeft hij al eens gesproken over het dragen van een ploeg in een wedstrijd als de Tour en de verwachtingen die daarmee gepaard gaan. Hij is er niet bevreesd voor. 'Ik zal vast weleens hulp nodig hebben bij zoiets, dat heeft iedereen denk ik wel. Maar mentaal heb ik ze allemaal wel op een rijtje.'


Wereldkampioen in 1993: de dopinggebruiker


Lance Armstrong speelt een opvallende rol in het leven van Kelderman. De Amerikaan was een van de redenen om een profbestaan na te jagen. 'Ik had bij de nieuwelingen meteen het doel om prof te worden. Ik keek alle wedstrijden na, in boekjes als Wieler Revue. Als jonge renner ben je vaak voor de winnaar. En dat was meestal Armstrong.'


Kelderman genoot van de stijl van de Texaan. 'Dat staand klimmen, dat lichte verzet, dat had wel wat. Ik keek meer naar zijn manier van fietsen dan hoe hij was. Zijn dominantie is me nooit opgevallen. Maar hij was wel mijn voorbeeld.' Dan een stilte: 'Dat is jammer genoeg wel anders geworden.'


Veel had het niet gescheeld of de carrière van Kelderman was in de knop gebroken door Armstrong. Na het dopingrapport van het Amerikaanse antidopingbureau kondigde de Rabobank vorig jaar oktober aan te vertrekken als sponsor van de wielerploeg.


De jongste renners van de ploeg reageerden vol ongeloof. Wat konden zij eraan doen dat er in de twee voorgaande decennia opgevoerde brommers in het peloton rondreden?


Opgelucht reageerden ze toen Rabobank de rekeningen doorbetaalde. Met de komst van Belkin als naamgever van de ploeg is er volgens Kelderman sprake van een nieuw elan.


'Redelijk schoon', noemt hij het wielrennen anno 2013. Hij kan zich niet druk maken om de bijna twee keer zo oude Chris Horner die als 41-jarige deze maand de Vuelta verrassend genoeg naar zijn hand zette. 'Ik kijk liever naar wat Warren Barguil deed in Spanje.' De 21-jarige Fransman verraste er met twee ritzeges. Kelderman: 'Wat hij doet, daarvan raak je als jonge renner gemotiveerd. Zoiets had een paar jaar geleden echt niet gekund in een ronde als de Vuelta.'


Wereldkampioen in 2011: een winnaar


Sommige renners moeten heel hun leven wachten tot ze aan de finish kunnen juichen. Maar wat zei Wilco Kelderman na zijn ritzege in de Ronde van Denemarken een maand geleden? Dat het allemaal al te lang had geduurd, zijn eerste overwinning bij de profs.


Kelderman heeft geen haast om ouder te worden. En hij heeft er vrede mee dat er met het rijden voor een klassement vaak een streep gaat door het najagen van ritzeges. Een dolle vlucht door de klassementsleider is vaak bij voorbaat kansloos.


Maar ook Kelderman weet: het gaat om winnen. 'Dan kun je mooi zevende zijn geworden in de Eneco Tour, de aandacht gaat toch naar de winnaar.' Of die aandacht hem trekt? Hij lijkt beledigd als de vraag wordt gesteld. 'Die aandacht is het mooiste dat er is. In het peloton rijden met de gele trui om je schouders, de huldiging die je krijgt als je wint. Dan merk je dat alle aandacht naar jou toegaat.'


Kelderman weet hoe het is om op het podium te staan, vooral als hij de trui van de leider in het jongerenklassement mag komen ophalen. Hij verzamelde ze al in de Dauphiné, en de Ronden van Romandië, Californië en Denemarken.


In de Giro d'Italia mocht hij dit jaar de witte trui aantrekken na de tijdrit naar Saltara. Een onvergetelijk ervaring, zegt hij. 'Op het podium krijg je een handje van de andere leiders van de klassementen. Ik merkte ook meteen dat ik meer aandacht in de koers kreeg. Met een 'trui' wordt er over je gesproken. Andere renners hebben ook meer respect voor je. Het gaat allemaal net wat makkelijker.'


Leiderstruien, jongerentruien: het zijn gerichte doelen voor Kelderman geworden. In de Nederlandse ploeg hoeft hij in Toscane zondag nog geen hoofdrol te vertolken tijdens het WK. Bauke Mollema is de aangewezen kopman. Kelderman, de kroonprins, neemt de tijd om goed om zich heen te kijken. Maar niet te lang, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden