Reportage

Mensensmokkelaar Abu Saif: 'Ik ben geen huichelaar'

Klein-Syrië In het smokkeldistrict van de Turkse kuststad Izmir

Een mensensmokkelaar verdient grof geld aan arme vluchtelingen, zonder dat het hem interesseert of die de overkant halen. Dat is ons beeld, de smokkelaar zelf ziet het heel anders.

Abu Saif onherkenbaar achter zijn bureau op kantoor. De Syrische smokkelaar Abu Saif heeft zijn eigen kantoortje in Izmir waar hij de bootreizen regelt voor Syriers die de oversteek willen maken naar Griekenland/Europa. Foto Cigdem Yuksel

Een magere man in een rolstoel rijdt het kantoortje van de mensensmokkelaar binnen. De velg van zijn hulpmiddel schuurt over de vloer. Er mist een band. 'Je bent de eerste met wie ik praat', zegt de nieuwe klant. Hij is blind aan één oog. Met het andere oog kijkt hij hoopvol naar Abu Saif. 'Ik zag je pagina op Facebook.'

Abu Saif heeft zojuist zijn 12-jarige assistent Khalid eropuit gestuurd om deze man op te halen. Een rammelende lift met een zwart gat waar ooit de noodknop zat, heeft de klant naar de tweede verdieping gebracht van dit kantoorverzamelgebouw. Op de laatste deur in de vaal verlichte gang hangt een wit A4'tje met het logo van KE Marketing. Daarachter werkt de 28-jarige Syriër Abu Saif.

De poster hangt er alleen voor de vorm. KE Marketing is een bedrijfje dat hij tegenkwam op internet, 'ze doen iets met elektronische apparaten enzo'. Zo heeft hij een verhaal, 'mocht de politie ooit aankloppen'. Want Abu Saif handelt in illegale bootreizen naar de Griekse eilanden.

Lees ook de andere stukken over mensensmokkelaars:

- In een overvolle rubberboot, voor veel geld. Proppen en gepropt worden

- De Syrische Nazmiye, Mhamad en hun dochters werken lange dagen, maar op de Turkse scholen is geen plek voor de kinderen. Opgesloten in het appartement terwijl mama en papa werken

We zijn in het smokkeldistrict van de Turkse kuststad Izmir. De wijk rond treinstation Basmane wordt ook wel spottend klein-Syrië genoemd. Duizenden migranten zijn hier samengeklonterd, in afwachting van hun reis naar Europa. Veel Syriërs, maar ook Irakezen, Afghanen, Iraniërs. Wie niet genoeg geld heeft, strandt voorlopig hier. Wie het geld wel heeft, koopt in een kebabzaak een zwemvest en meldt zich bij een smokkelaar als Abu Saif.

De man in de rolstoel is gevlucht uit Syrië. 'Ik ben door kogels in mijn ruggegraat en nek geraakt, daarom ben ik deels verlamd. Ik ben heel zwak in mijn schenen. Ik wilde eigenlijk niet op reis, maar mijn dokters hebben me aangeraden elders medische hulp te zoeken.'

Abu Saif zit achter een kolossaal houten bureau met daarop een laptop en twee gouden pennen in houders die fier omhoog steken. Met begripvolle blik hoort hij het verhaal aan. 'In Europa kun je de juiste hulp krijgen', zegt hij dan beslist.

Abu Saif laat op zijn telefoon aan een Syrische 'klant' zien hoe de route zal verlopen als hij op een bootje stapt. Foto Cigdem Yuksel

Hoge golven

Aan de wand hangt een scherm dat verbonden is met de laptop van Abu Saif. Hij klikt op een kaartje en zoomt in op de kustlijn ten noorden van Izmir. 'We maken soms de overtocht vanaf dit punt', hij beweegt de muis naar het dorpje Behram. 'Dat is vier uur rijden hiervandaan. Of we gaan naar hier', hij klikt op het plaatsje Cumhurriyet, 'dat is twee uur rijden.'

'Dat maakt me niet uit', zegt de man in de rolstoel. 'Waar ik mij zorgen om maak zijn de golven.'

Geen zorgen, de golven zijn gunstig vannacht, verzekert Abu Saif hem. 'Als de golven hoog zijn dan gaan we niet eens. Dan stellen we de reis uit.'

'Het is allemaal in handen van Allah', zegt de man in de rolstoel.

Foto Cigdem Yuksel

Kleine bootjes

De mensensmokkelaar wordt vaak neergezet als een gewetenloze schurk die er hoogstpersoonlijk voor verantwoordelijk is dat grote aantallen migranten uit het Midden-Oosten en Afrika het Europese vasteland weten te bereiken. Het beeld van de mensensmokkelaar is vaak karikaturaal: met dollartekens in zijn ogen dwingt de crimineel veel te veel zielige vluchtelingen op veel te kleine bootjes, ongeïnteresseerd of zij levend de overkant halen of niet. In de praktijk is de scheidslijn tussen goed en kwaad vaak niet met watervaste stift te trekken.

Smokkelaars zijn er in vele gradaties. Velen zijn zelf ook vluchteling of in elk geval migrant. Zeker: er wordt doorgaans grof geld verdiend aan andermans leed. De markt voor mensensmokkel vertoont veel overeenkomsten met de drugshandel. Maar er is ook een groot verschil: in het geval van mensensmokkel wil de getransporteerde waar, namelijk de migrant, zelf ook graag worden gesmokkeld. Dat geeft mensensmokkelaars de kans om hun illegale acties goed te praten: zij leveren gewoon een dienst waar veel vraag naar is. Sommigen zien zichzelf zelfs als helper van mensen in nood.

Via Facebook leggen we contact met smokkelaars die online hun diensten aanbieden. Op sociale media wordt er in het Arabisch verbazingwekkend openlijk geadverteerd met valse papieren en bootreizen. Vaak staan er als lokkertje foto's bij van luxe jachten. Veel smokkelaars zetten hun telefoonnummer gewoon in de advertentie.

Zuiver

Niet alle smokkelaars die we aan de lijn krijgen, zijn happig op journalisten. Ze vertrouwen het niet, denken dat ze met de politie van doen hebben. Sommigen vertellen wel kort iets over hun werkwijze, maar staan niet te springen om een ontmoeting.

Abu Saif is aanvankelijk ook terughoudend. Maar na een tijdje zegt hij dat we welkom zijn op zijn kantoor in Izmir. Hij heeft niks te verbergen, zegt hij. 'Ik weet van mezelf dat ik zuiver ben. Ik ben geen huichelaar en houd niemand voor de gek. Dus waar moet ik bang voor zijn?'

Zijn enige voorwaarde is dat zijn gezicht niet vol in beeld komt en dat we niet zijn officiële naam vermelden, om problemen met de Turkse politie te voorkomen. Daarom heet hij in dit stuk Abu Saif - Arabisch voor 'vader van Saif' -, de naam waarmee hij op Facebook adverteert en zoals zijn klanten en kennissen in het Turkse Izmir hem kennen.

Dunne matrasjes

In de nachten dat er boten vertrekken, slaapt Abu Saif niet. Dan zit hij in zijn eentje thuis op de bank met zijn smartphone in de ene hand en een schaal dadels in de andere. Op het schermpje volgt hij het gps-signaal van 'zijn' reis.

Het appartement waar hij verblijft, ligt vlak achter de boulevard van Izmir, in een buurt waar transseksuele prostituees op naaldhakken hun diensten aanbieden aan passerende automobilisten.

Binnen liggen in de slaapkamers dunne matrasjes op de vloer. 'Ik gebruik dit ook als een safehouse', legt Abu Saif uit. 'Als klanten geen onderdak hebben, verblijven ze voor ze vertrekken soms een paar nachten hier. Dan ga ik naar mijn andere appartement in Izmir, daar komt nooit iemand behalve ikzelf.'

Netwerken

Spilfiguren en voetsoldaten


Een smokkelnetwerk bestaat uit 20 tot 30 personen, zegt de Italiaanse criminoloog Andrea Di Nicola, die Schipper mag ik overvaren? publiceerde. 'In Turkse en Syrische netwerken zie je een strakke rolverdeling: je hebt recruiters, uitvoerders die de boten regelen, de geldkoeriers. De chauffeurs van busjes, vrachtwagens of boten kun je zien als de voetsoldaten van de organisatie.' De spilfiguren, die het meest verdienen, zijn vaak Turks. 'Dat zijn de mensen die zich niet laten zien', zegt Di Nicola. Smokkelaars vertelden dat zij agenten en andere autoriteiten omkopen. De criminoloog legt een verband met het gemiddeld lage maandsalaris van 400 à 500 euro in Turkije.

Hinder

Hij is zichtbaar nerveus. Deze nacht vertrekt er een boot met volgens Abu Saif 2 Jemenieten en 33 Syriërs aan boord. Opeens krijgt hij een telefoontje van een handlanger: er patrouilleert politie op het vertrekpunt bij Cumhurriyet. Ze moeten doorrijden naar het noordelijker gelegen vertrekpunt. Dit wordt een latertje.

Abu Saif laat zich bewust niet zien bij het vertrekpunt. Hij werft de klanten en zet ze in Izmir op de taxi. Een Turk regelt de boten, weer een ander rijdt het busje.

Van de Turkse politie ondervinden ze weinig hinder, zegt hij. 'Als ze een klant pakken en die wijst mij aan, zou ik vijftien jaar de cel in kunnen gaan. Maar dat gebeurt niet. Een keer werd ik aangehouden toen ik mensen op de taxi zette. Ik was de enige die bleef staan toen alle taxi's waren vertrokken. Ik moest mee naar het politiebureau. Heb daar een half uur vragen beantwoord, alles ontkend. Ik zei: ik nam afscheid van Syrische vrienden. Er was geen bewijs. De agent zei: ik weet dat jij smokkelaar bent, maar zorg dat je niemand oplicht, dan heb je geen last van ons.'

Abu Saif in zijn kantoor in Izmir. 'Van elke 900 dollar voor een bootreis krijg ik er 200. De rest gaat naar de Turk.' De man in de rolstoel is gevlucht uit Syrië. 'Ik ben door kogels in mijn rug en nek geraakt.' Foto Cigdem Yuksel

Grote vis

De tweede keer dat de politie hem in het vizier had, was in oktober. 'Ik werd aangehouden met de auto, ik zat nota bene naast de Turkse baas, naast de grote vis! Maar ze verdachten mij. Toen heeft de Turk mij eruit gepraat, van: dit is een vriend van me uit Syrië, we zijn onderweg naar het casino. En ze lieten me gaan.'

De Turkse onderwereld heeft in feite de hele westkust onderverdeeld in territoria, legt Abu Saif uit. 'Iedere Turkse baas heeft zijn eigen vertrekpunt. Maar een Turk kan niet communiceren met Syrische vluchtelingen, daarom werken ze samen met iemand zoals ik. Syriërs boeken hun reis bij een Syriër. Maar bijvoorbeeld een Afghaan zal een Syriër nooit vertrouwen. Dus je hebt Afghaanse smokkelaars die bootreizen voor Afghanen organiseren.'

Van elke 900 dollar voor een bootreis, krijgt Abu Saif er 200, zegt hij. 'De rest gaat naar de Turk.'

Het is na vieren, de telefoon rinkelt. De boot is al onderweg! 'Waarom heb je me dat niet eerder laten weten?', zegt Abu Saif bozig. De daaropvolgende anderhalf uur belt hij om de haverklap met het Jemenitische stel aan boord. 'Is iedereen rustig? Loopt er nog geen water in de boot?'

Het duurt lang dit keer. 'Ik maak me zorgen', zegt Abu Saif. Hij probeert contact te krijgen, vangt een paar keer een Turkse voicemail. 'Hoeveel batterij heb je nog?', vraagt hij daarna als hij de Jemeniet weer aan de lijn heeft. Hij moet zijn telefoon sparen voor noodgevallen, zegt Abu Saif.

Om half zes in de ochtend komt het verlossende bericht. De boot heeft Lesbos gehaald, iedereen is veilig in Europa.

Geld

Betaling na aankomst


Migranten betalen rond de 1.000 dollar voor een bootreis. Dat geld wordt in Izmir doorgaans geparkeerd bij een ondergronds moneytransfer- kantoor, vaak gevestigd in een hotel of telefoniezaak. De klant krijgt na storting een code mee. Als hij in Griekenland is aangekomen, geeft de migrant de code door aan de smokkelaar. Die kan het geld dan afhalen.

Geveld door autobom

Het had niet veel gescheeld of Abu Saif had zelf als asielzoeker in Europa aangeklopt. Achter zijn bureau hangt een afbeelding van de vlag van het Vrije Syrische Leger. Abu Saif sloot zich in 2011 bij hen aan in de hoofdstad Damascus, vertelt hij. Ze vochten voor het vertrek van dictator Assad. Trots laat hij de filmpjes zien op YouTube. 'Kijk, hier schiet ik een kanon af.' Op andere video's paradeert hij onder de rebellenvlag en beschiet hij met zijn broers als sluipschutters de mannen van Assad.

Maar in 2013 wordt een checkpoint van het Vrije Syrische Leger aangevallen door IS. 'Een autobom ontplofte op twee meter van mij', zegt Abu Saif. Hij ziet zijn maten door de lucht vliegen. De meesten overleven het niet. Zelf raakt hij zwaargewond. 'Hier, je kunt het litteken nog zien.' Hij trekt zijn overhemd omhoog, er loopt een grote streep over zijn buik.

Een ambulance brengt hem met spoed naar een Turks ziekenhuis vlak over de grens. 'Ik ben daar geopereerd en nooit meer teruggegaan naar Syrië.' Met zijn vrouw en dochters komt hij uiteindelijk in Istanbul terecht.

Gratis

Abu Saif zoekt baantjes. Hij werkt met glasvezel, bijvoorbeeld voor autoreparaties, zoals hij voor de oorlog ook in Syrië deed. Maar hij ziet weinig toekomst voor zijn gezin in Turkije. Syrische kinderen worden niet toegelaten op Turkse scholen. En Syriërs krijgen in Turkije slecht betaald. Samen met zijn vrouw maakt hij daarom begin 2014 plannen om naar Europa te gaan.

Via Facebook komt hij in contact met een smokkelaar in Izmir. 'Ik had 600 dollar, dat was niet genoeg.' De smokkelaar weet het goed gemaakt: als Abu Saif een groep van veertig mensen bij elkaar krijgt voor de reis, mag zijn gezin gratis mee op de boot.

'Ik legde contacten via social media en via vrienden. Binnen tien dagen had ik een groep van veertig compleet.' Het is de eerste keer dat hij klanten ronselt voor een boottrip. 'Ik kan goed praten, ik ben zelfverzekerd en heel sociaal.'

Khalid, het knechtje van Abu Saif op kantoor. Foto Cigdem Yuksel

Praatjes

Toch gaat de trip mis. 'De smokkelaar zei steeds: jullie vertrekken morgen. En dan gingen we niet. Zo kregen we acht dagen lang praatjes te horen.'

Dan ontdekt de groep reizigers wat Abu Saif achter hun rug om voor zijn gezin heeft geregeld. Ze voelen zich bedrogen. Zonder hem gaan ze in zee met een andere smokkelaar, Abu Leit. Achteraf hoort Abu Saif dat hun boot goed is aangekomen in Griekenland.

Dus zoekt Abu Saif contact met Abu Leit. 'Hij zei: vooruit, als jij de boot kunt besturen, mag je gratis mee.'

Sigaret en asbak van Abu Saif op kantoor. Foto Cigdem Yuksel

Gesnapt

Niet veel later stapt hij met vrouw en kinderen aan boord. 'Het was de eerste keer dat ik een boot voer, ik moest me sterk houden. Toch ging ik in een rechte lijn.'

Op 500 meter van de Griekse kust worden ze gesnapt. 'Een Griekse patrouille kieperde onze motor in het water. Ze sleepten ons bootje terug naar Turkse wateren en vertrokken.' Daar liggen ze dan. 'We belden de Turkse kustwacht, maar het duurde en het duurde. Er begon water in onze boot te lopen, het was vreselijk. De jongens die konden zwemmen, sprongen in zee. We hebben tassen in het water gegooid om lichter te zijn, ook de tas waarin mijn laatste 200 dollar zat. Pas na twee uur werden we door de kustwacht gered.'

Vier dagen slapen ze in Izmir op kartonnen dozen in het park. 'Ik kan je niet uitleggen hoe verschrikkelijk dat was.' Om geld te verdienen werkt Abu Saif als afwasser. 'Voor 15 dollar de hele dag sloven, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat.'

De ommekeer komt als een groepje vrienden uit Syrië hem belt. Ze willen naar Europa. 'Ze zeiden: jij kent Izmir, jij weet vast bij wie we moeten zijn voor de beste bootreis.' Hij brengt hen in contact met smokkelaar Abu Leit. Die is dankbaar voor zijn nieuwe klanten. 'Hij zei: weet je wat, ik geef je 100 dollar voor elke vriend die je aanlevert. Die dag verdiende ik in één klap 500 dollar.'

Abu Saif neemt ontslag als afwasser. Voortaan is hij smokkelaar.

Foto Cigdem Yuksel

Een zwemvast moet

De man in de rolstoel wil van Abu Saif weten hoe ze dat gaan doen onderweg, met die rolstoel. 'Je kunt hem inklappen', zegt hij. Hij houdt zijn handen 20 centimeter uit elkaar. 'Dan is hij nog maar zo breed.'

Het komt wel goed, stelt Abu Saif hem gerust. 'We hebben wel vaker rolstoelen in de boot gehad. Vanaf de aankomst op het eiland is het nog een meter of 300 lopen naar de weg, maar iedereen zal je willen helpen.'

Ligt daar dan zand, wil de man weten. En even later: 'Ach, het kan me ook niet schelen. Moge Allah je belonen.'

Speciale prijs

Bij dit werk heb je mensen nodig op de route die God vrezen, vindt Abu Saif. 'Want als je de ellende van de mensen ziet, moet je niet aan geld denken.' Zelf vindt Abu Saif niet dat hij iets verkeerds doet, integendeel. 'Ik help mijn landgenoten. Zij willen naar Europa, zij komen naar mij toe, ik dwing niemand op een boot te stappen.'

Veel smokkelaars zien mensen als dollars, zegt Abu Saif. 'Die laten reizen doorgaan terwijl ze weten dat de golven heel hoog zijn. Als smokkelaar hoor je te weten hoe het weer is. Ik ga alleen als ik zeker weet dat het weer oké is.' Daarvoor heeft hij een app op zijn telefoon. Die heet SeaConditions.

Hij hoeft echt niet het onderste uit de kan, zegt hij. Voor de man in de rolstoel maakt hij bijvoorbeeld een speciale prijs. Normaal kost de trip 900 dollar. De man in de rolstoel mag voor 700 dollar mee.

Rolstoel

'Tot aan morgen zijn de golven sowieso goed', zegt Abu Saif tegen hem. 'Ik raad je daarom aan vanavond te vertrekken.'

'Moet ik dan nog een zwemvest kopen?', vraagt de man in de rolstoel.

'Dat kun je hier beneden doen', zegt Abu Saif. 'Je moet echt een zwemvest hebben ja.'

De man in de rolstoel vindt het niet zo nodig. 'Als ik verdrink, dan verdrink ik maar.'

Abu Saif, onverbiddelijk: 'Je moet een zwemvest, anders mag je niet op de boot. Je hebt een zoon, denk daaraan. En een dochtertje onderweg. Als je het niet kan betalen, koop ik er een voor je.'

Een Syrische vluchteling in een rolstoel die naar Abu Saif is gekomen omdat hij de boottocht wil maken. Foto Cigdem Yuksel

Twee weken oude baby

Abu Saif gaat er prat op dat er nog nooit iemand is verdronken die via hem een bootreis naar Griekenland heeft geboekt. 'Er zijn maar twee redenen waarom een boot zinkt. Eén: de golven zijn te hoog. Twee: de boot is overvol. Daarom gaat er op mijn reizen niks mis. Want als de golven te hoog zijn gaan we niet, en als men meer dan 35 personen in een boot wil stouwen, dan laat ik mijn tussenpersoon de klanten terugtrekken.' Of dat waar is, is niet te verifiëren.

In september liet hij zelfs zijn hoogzwangere vrouw met hun twee kinderen aan boord stappen. Ze kwamen volgens plan in Duitsland aan. Op het wandscherm in zijn kantoortje laat hij Facebookfoto's zien van zijn dochters van 5 en 2, zo te zien in een Duits asielzoekerscentrum. 'Hun toekomst vind ik belangrijk.'

Dan klikt hij op een filmpje van een twee weken oude baby. Zijn vrouw houdt hun zoontje lachend vast. Saifeddine heet het jongetje. Abu Saif heeft hem alleen nog maar via beeldschermen gezien. 'Ik mis mijn kinderen', zegt hij. 'Uiteindelijk wil ik ook naar Duitsland. Maar niet nu. Mijn werk hier loopt goed. Waarom zou ik daarheen gaan om te moeten leven van de staat als ik hier soms 5.000 of 6.000 dollar op een dag kan verdienen? '

En hij heeft nog een andere reden om niet naar Duitsland te willen. 'Ik ben op mijn 21ste getrouwd, maar eerlijk gezegd hou ik niet écht van haar. Ik heb mijn vrouw ook naar Duitsland gestuurd omdat mijn gevoel voor haar niet echt is. Ik ben zes jaar getrouwd, maar niet gelukkig. Ik kan haar nu niet verlaten, dan gaat ze kapot. Dan kies ik er liever voor een eigen leven te leiden, naast mijn huwelijk.'

Schatje in Istanbul

Op YouTube zet Abu Saif een romantische ballad op van de Turkse zanger Mustafa Ceceli. Hij leunt achterover in zijn bureaustoel, tikt met een zilveren brievenopener tegen zijn wang. 'Dit liedje doet me altijd aan mijn schatje in Istanbul denken. Ik had daar een meisje, maar ik ben haar nummer kwijtgeraakt en ik kan haar niet terugvinden op Facebook. Ik mis haar verschrikkelijk.'

Abu Saif wordt gebeld door handlangers, bij beide vertrekpunten is vandaag veel politie gesignaleerd. Hij besluit de reis van komende nacht te annuleren.

Het komt hem eigenlijk wel goed uit dat hij vannacht geen reis heeft, zegt Abu Saif. 'Ik voel me meteen een stuk relaxter, nu ik niet in de stress hoef te zitten of de boot wel aankomt.'

Die andere smokkelaars

Hij trekt zijn grijze colbertje aan, spuit wat aftershave op. Hij wil zijn Nederlandse gezelschap meenemen naar een restaurant aan zee. 'Weet je, ik heb eigenlijk in Izmir niemand met wie ik dit soort dingen kan doen', zegt hij tijdens het eten. 'Ik ben echt blij dat jullie hier zijn.'

Zijn familie is door de oorlog uit elkaar gevallen. Zijn vader is overleden. Een broer werd drie jaar geleden door het leger van Assad opgepakt en nooit meer teruggezien. Een andere broer zit in Istanbul, zijn moeder 600 kilometer verderop in Ankara.

Hij werkt heel de dag en heeft dan alleen contact met mensen die op reis gaan. 'Daarna kom ik thuis en voel ik me eenzaam. Ik heb geen vrienden hier in Izmir. Degenen met wie ik bevriend zou moeten raken, zijn de andere smokkelaars. Maar dat zijn meestal types die al hun geld opmaken aan drank en vrouwen, het is niet het soort mensen met wie ik wil omgaan.'

Abu Saif drinkt thee. Foto Cigdem Yuksel

Magere straathonden

Als de rekening komt, is Abu Saif zelfs wat teleurgesteld. 'Willen jullie echt nu al naar huis? We zitten net lekker.' Het is half vier 's nachts. De zelfverzekerde smokkelaar die vanmiddag op zijn kantoortje nog op zijn rekenmachine becijferde dat hij in een goede maand 20.000 dollar winst maakt, ziet er nu tegenop om alleen terug te keren naar zijn driekamerappartement.

Achter de boulevard drentelen twee magere straathonden tussen de opengebarsten vuilniszakken, op zoek naar een lekker hapje. Abu Saif kijkt naar hun gesnuffel. Hij heeft er ook aan zitten denken om een hond te nemen, zegt hij. 'Dan heb je altijd iemand die je gezelschap houdt.'