Interview Ra’ad al-Hussein

Mensenrechtenchef van de VN Ra’ad al-Hussein: ‘Ik heb mijn vertrouwen in veel leiders verloren’

Tijdens zijn vier jaar als mensenrechtenchef van de VN haalde Zeid Ra’ad al-Hussein geregeld uit naar ‘populisten, demagogen en autoritaire leiders’. Zijn weigering om de toon te matigen zette een streep door een eventuele tweede termijn. ‘Ik wilde geen compromissen sluiten.’

Zeid Ra’ad al-Hussein tijdens de uitreiking van de Mensenrechtentulp. Foto Arie Kievit

Donald Trump was zijn grootste vijand. De 54-jarige Zeid Ra’ad al-Hussein – een Jordaanse prins die tot vorige week vier jaar lang Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN was en voor zijn werk maandag onderscheiden is met de Nederlandse Mensenrechtentulp – viel de leider van ’s werelds machtigste land herhaaldelijk aan.

Al-Hussein beschuldigde de Amerikaanse president van een ‘opleving van discriminatie, antisemitisme en geweld tegen etnische en religieuze minderheden’. Ook hitste Trump de bevolking volgens hem op tegen journalisten. De Hoge Commissaris veroordeelde in scherpe bewoordingen het scheiden van kinderen en hun ouders die de VS wilden binnenkomen, en noemde de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem een tegen de Palestijnen gerichte provocatie.

Waarom richtte u uw pijlen vooral op Trump? Hij is toch niet de grootste schender van mensenrechten ter wereld?

‘Wie zijn de grootsten? Ik begon al over Trump te spreken toen hij nog kandidaat was voor het presidentschap. Wat hij zei kon in de toekomst uitgroeien tot een escalatie van opruiing en haat. Dat zou een slecht voorbeeld zijn voor andere wereldleiders. En inderdaad zagen we een negatief effect.’

U was al vroeg bang dat hij een trendsetter zou worden?

‘Ja, hij zette een trend. Maar bang voor wereldleiders ben ik niet. Mijn kantoor in Genève en ik hebben ook kritiek geuit op anderen. De grootste druk die je voelt als Hoge Commissaris komt niet van regeringen: ik ben wel bang geweest slachtoffers van mensenrechtenschendingen in de steek te laten. Hún geluid moeten we laten horen. Regeringen redden zichzelf wel. Bovendien: we zijn niet selectief, we hanteren geen dubbele standaard. Een machtig land of een klein land, zelfs mijn eigen land: geen enkele regering krijgt een voorkeursbehandeling als we misstanden constateren.’

Klopt het dat de secretaris-generaal van de VN, António Guterres, u heeft gevraagd uw toon te matigen, omdat de VS van oudsher de grootste donor van de Verenigde Naties zijn?

‘Guterres sprak me aan als vriend: ‘Kun je geen andere woorden gebruiken?’ Het was in de tijd dat hij net was aangetreden, en de eveneens nieuwe regering-Trump aankondigde te snijden in de uitgaven voor de VN. Ik heb gezegd dat ik mijn taalgebruik niet zou veranderen. Hij heeft niet langer aangedrongen. We zijn vrienden gebleven.’

Uw uitgesproken kritiek stond een tweede termijn als Hoge Commissaris in de weg?

‘Ja, ik besefte halverwege mijn termijn van vier jaar dat ik geen steun zou krijgen van de P5, de permanente leden van de Veiligheidsraad (de VS, Rusland, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, red.). Met de Russen botste ik over hun militaire hulp aan het Syrische bewind, waarover ze geen debat wilden. Met China heb ik nooit een relatie kunnen opbouwen. Misschien zouden de P5 me wel een tweede termijn willen toestaan, mits ik me over allerlei zaken niet zou uitspreken. Daartoe was ik niet bereid. Ik wilde geen compromissen sluiten’.

Naarmate uw termijn ten einde liep, wond u zich steeds meer op over ‘populisten, demagogen en autoritaire leiders’. Zo noemde u de Hongaarse premier Viktor Orbán een racist en een xenofoob.

‘De lijst is langer, er staan veel prominenten op. Zo is er een vooraanstaand Nederlands politicus met vreemd haar. Zeker, ik maak me zorgen. Ik ben historicus, ken de geschiedenis van Europa. Vooral die van de vorige eeuw. Mijn eerste baan bij de VN was in voormalig Joegoslavië, waar een burgeroorlog woedde in de jaren negentig. De VN hebben daar grote fouten gemaakt. We bleven stil, terwijl we ons hadden moeten uitspreken. Ik herinner met dat we eens een rapport naar het hoofdkwartier van de VN in New York stuurden dat te rooskleurig was. We vertelden niet precies wat er aan de hand was. Ik besloot toen: als ik opklim binnen de VN, doe ik zoiets nooit meer. Je moet spreken als het nodig is.’

Is het ‘chauvinistisch nationalisme’, zoals u het noemt, nog te stoppen?

‘Gematigde politici moeten zich ertegen uitspreken, zonder naar rechts op te schuiven. Te veel van hen blijven stil. Ik heb mijn vertrouwen in veel leiders verloren. Maar ik ontmoet ook excellente mensen die internationaal niet zo bekend zijn. Leiders van bewegingen en gemeenschappen die niet aan zichzelf denken en hun principes koesteren. Het probleem is dat de mensenrechtenbeweging versnipperd is. De ene groep komt op voor de rechten van lhbt’ers, de andere voor vrouwenrechten, weer een andere voor etnische minderheden. Het zou geweldig zijn als ze gezamenlijk optrekken, met familie en sympathisanten. Wat betekent het niet als 100 miljoen mensen wereldwijd de straat op gaan en zeggen: respecteer ons, discrimineer niet? Het zou een buitengewone boodschap zijn voor de leiders van deze wereld.’

In de aanloop naar de uitreiking van de Mensenrechtenprijs werd u er zelf van beschuldigd beschermers van mensenrechten niet te beschermen. Kamerleden namen de kritiek over.

‘Klokkenluiders binnen het kantoor van de Hoge Commissaris betichtten mij er onder meer van dat ik seksueel misbruik door blauwhelmen in de Centraal Afrikaanse Republiek niet serieus nam. Hier (Zeid toont een document uit 2017 van het ‘dispute tribunal’ van de VN, red.) staat dat daarvoor geen bewijzen bestaan. De geschillencommissie nam het voor mij op.

‘Volgens de klokkenluiders verdien ik de prijs niet, en er werd zelfs gesuggereerd dat ik het bijbehorende bedrag van 100 duizend euro in eigen zak zou steken. Maar ik denk erover om het geld beschikbaar te stellen aan VN-vrijwilligers die zich bekommeren om slachtoffers van marteling. Of een klein mensenrechtenbureau te stichten met hulp van Nederlandse studenten.

‘Ik heb niets te verbergen. Ik zou de prijs ook niet aanvaard hebben als ik nog in functie was. Want dan had ik mijn onafhankelijkheid verloren.’

Mensenrechtenchef van de VN: geweten van de mensheid of roepende in de woestijn?
Michelle Bachelet is de eerste Hoge Commissaris voor Mensenrechten die zelf slachtoffer was van grove mensenrechtenschendingen. Met de Chileense kiest de VN voor iemand met statuur, maar ook Bachelet zal de dunne lijn tussen activisme en diplomatie moeten bewandelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.