Column

'Mensen zijn eigenlijk altijd bereid over zichzelf te praten'

Columnist Lidy Nicolasen moet samen met stagiair Joris een reportage maken voor de krant. 'Altijd is er het besef dat je een woedend 'nee' kunt krijgen, een scheldkanonnade of een hooghartig zwijgen, waarin je impliciet immorele nieuwsgierigheid of zelfs hoererij kan worden verweten.'

Een journalist aan het werk in Londen. Beeld afp

'Zal ik rijden? Ik moet uren maken. Ik heb vorige week mijn rijbewijs gehaald', zegt Joris grijnzend. Als een vrachtwagenchauffeur draait hij het stuur met de palm van de hand geroutineerd rond. Mannen van alle leeftijden heb ik dat zien doen. Vrouwen nooit.

We gaan op reportage. Een stagiair en een ouwe rot in het vak. Van een pedagogisch bedoeld opzetje van onze bazen is geen sprake. Joris had zich al eerder in het onderwerp verdiept. Ik stond net iets te lang met de mond vol tanden toen de chef vroeg wie er tijd had en of ik dat wellicht was. We gaan op pad, een ongewis avontuur tegemoet.

Hardhandig afpoeieren
Nederlanders zijn in de loop der jaren gewend geraakt aan journalisten die je ongenood op straat aanspreken of bij je aan de bel hangen. Ik probeer ze altijd te vermijden, net zoals de bedeltelefoontjes van clubs die goed doen. Als ze te gehaaid proberen door te pakken, poeier ik ze hardhandig en zonder medelijden af.

Ga ik zelf op pad om mensen lastig te vallen, dan strijden gene en plicht om voorrang voordat ik argeloze voorbijgangers aanspreek. 'Waar zijn jullie helemaal mee bezig', vraagt een vrouw ons. Ik knik. In het licht van alle rampen en oorlogen heeft ze het grootste gelijk van de wereld. Weerhouden kon ze ons niet meer. We zijn de schaamte voorbij en inmiddels nieuwsgierig op zoek naar de ware toedracht van een drama dat zich veel dichter bij huis op de Vinkeveense plassen heeft afgespeeld.

De aarzeling die eerste stap te zetten, verdwijnt nooit, zeg ik tegen Joris. Ook niet na jaren ervaring. Altijd is er het besef dat je een woedend 'nee' kunt krijgen, een scheldkanonnade of een hooghartig zwijgen, waarin je impliciet immorele nieuwsgierigheid of zelfs hoererij kan worden verweten. In veel gevallen ook nog eens terecht.

Jubilerende dorpspastoor
Op zo'n moment denk ik nog wel eens aan mijn pastoor. Het is lang geleden. Ik was een beginner in het vak, een leerling-journaliste, wat destijds betekende dat je in het diepe werd gegooid en op eigen houtje moest proberen boven zien te komen. Ik werkte voor een regionale krant en werd voor een interview naar een jubilerende dorpspastoor gestuurd.

'Ik denk niet dat hij er trek in heeft. Hij wil al die aandacht niet', mopperde zijn huishoudster die de voordeur van de pastorie opende. 'Je moet het hem zelf maar vragen', zei ze en ze liet mij en de fotograaf binnen omdat ik hardnekkig op de stoep bleef staan. Ik had de afwijzing totaal niet verwacht en meende het me niet te kunnen permitteren zonder verhaal terug te komen. Wat kan er ingewikkeld zijn aan een pastoor die een jubileum te vieren heeft? Je hoort het je bazen zeggen.

Nog kan ik het tafereel uittekenen. De pastoor bleek een klein, mager ventje dat als een onwillig stuk graniet aan de andere kant van de huiskamer stond, een tafel met Perzisch kleed tussen ons in. De huishoudster, net zo klein en dun als hij, liep handenwringend om de tafel heen. De ervaren fotograaf - ook klein en mager, het is niet anders - probeerde de boel te sussen. De enige die enthousiast op onze komst reageerde was een Deense dog. Hij ging voor me staan en tilde met zijn neus mijn minirok op.

Pastoor ontdooide
Ik bleef soebatten en de hond wegduwen, beide zonder resultaat en ik raakte de wanhoop nabij. Net toen ik dacht 'Fuck off vent met je kuthond', nee, ik moet destijds hebben gedacht 'Eerwaarde, krijg het heen en weer met die rothond van je', ontdooide de pastoor ineens en informeerde hij belangstellend of ik op mijn donder zou krijgen als ik met lege handen terugkwam. Het was te laat. Ik was te zeer getergd om die uitgestoken hand te grijpen. Hooghartig keerde ik me van hem af en zei dat ik me niet zomaar op mijn kop liet geven.

Misschien was het niet overtuigend genoeg. Wie zal het zeggen? Feit was dat hij ontdooide, plaats nam aan tafel en me tegenover hem noodde. De huishoudster presenteerde koffie met een koekje, wat ik in stukjes aan de dog opvoerde om zijn neus uit mijn kruis te houden.

'Erger dan zo'n pastoor kom je niet tegen. Mensen zijn eigenlijk altijd bereid over zichzelf te praten', zei ik tegen Joris. Hij knikte en hapte tevreden in een broodje warm vlees. De arbeid was gedaan, we hadden vandaag 'de pastoor' ook weer aan de praat gekregen.

Lidy Nicolasen is redacteur van de Volkskrant. Iedere zaterdag schrijft zij een column voor Volkskrant.n

Een journalist doet verslag van de komst van de lichamen van de slachtoffers van de vliegramp in Oekraïne op vliegbasis Eindhoven. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden