'Mensen slaan nooit lukraak aan het moorden'

Massamoordenaars zijn heel gewone mensen, is sinds de jaren zestig de heersende gedachte - met dank aan Hannah Arendt. Abram de Swaan is het er niet mee eens.

Groot nieuws, afgelopen week: Die Welt beschikt over 700 brieven van Heinrich Himmler, die de SS-leider tussen 1927 en 1945 aan zijn vrouw Marga en dochter Gudrun had geschreven. Uit de door de Duitse krant gepubliceerde brieven doemt niet het beeld op van een gevaarlijke gek, ook niet dat van een doorgedraaide massamoordenaar, maar dat van een volkomen normale man die zijn vrouw en dochter kusjes stuurde.


Het was de zoveelste keer dat een massamoordenaar werd ontmaskerd als 'eigenlijk een heel normaal mens'. 'Brieven van Himmler tonen hoe de normaalheid kan ontsporen', kopte NRC Handelsblad. 'Het pijnlijk gewone leven van Heinrich Himmler', schreef de Volkskrant. Met een licht gevoel van treurigheid zag emeritus hoogleraar sociologie en psychoanalyticus Abram de Swaan (72) hoe voor de zoveelste keer de opvatting werd gevoed dat alle mensen in potentie massamoordenaars kunnen worden, als de omstandigheden er maar naar zijn.


In zijn boek Compartimenten van vernietiging gaat De Swaan tekeer tegen die opvatting, die hij 'het grote cliché van deze tijd' noemt. 'Er is, als het om massamoordenaars of genocidairs gaat, een soort algemeen idee dat u en ik onder dezelfde omstandigheden misschien wel hetzelfde zouden hebben gedaan. Het is de situatie die mensen tot massamoordenaars maakt, zeggen mensen vaak; als wij in dergelijke vermaledijde omstandigheden zouden verkeren, zouden wij er óók op gaan hakken, slaan en schieten. Ik ben het daar niet mee eens. Natuurlijk doen de omstandigheden ertoe, maar ze zijn niet allesbepalend. Wat mensen doen, hangt óók van hun specifieke persoonlijkheid af, van hun eerdere ervaringen en hun geschiedenis.'


Zou u een massamoordenaar kunnen worden?

'Wij kunnen ons niet voorstellen hoe het is om dag in dag uit in een oorlogsomgeving te verkeren, met een groep weerloze mensen voor je, en met naast je iemand die je opdracht geeft ze neer te schieten. Maar nee. Ik kan me dat niet voorstellen.'


Dat het vooral van de situatie af-hangt wat mensen doen is, schrijft u, sinds begin jaren zestig de heer-sende gedachte; eigenlijk vooral sinds filosofe Hannah Arendt haar theorie over de banaliteit van het kwaad ontvouwde.

'Hannah Arendt deed in 1961 verslag van het proces in Jeruzalem tegen Adolf Eichmann, verantwoordelijk voor de uitroeiing van miljoenen joden, en ze maakte van deze fanatieke jodenjager - die Hitler met hart en ziel was toegewijd en wiens inspanningen alle orders die hij kreeg ver te boven gingen - een doorsnee bureaucraat, een kritiekloos radertje in een machtige machine, een dwaas.


'Vlak nadat Hannah Arendt haar artikelen had gepubliceerd, voerde de Amerikaanse psycholoog Stanley Milgram zijn beroemd geworden experiment uit waarbij hij vrijwilligers verzocht om een student elektrische schokken toe te dienen. In het echt was die student een acteur en was van elektrische schokken geen sprake, maar dat wisten de proefpersonen niet. Zij hoorden alleen een man die het uitschreeuwde van de pijn, elke keer als hij een schok kreeg. Het grootste deel van de vrijwilligers ging desondanks door met schokken toedienen, zelfs toen de 'student' niet meer reageerde. Sindsdien is de heersende gedachte dat wij allen tot het kwaad in staat zijn; of we ertoe overgaan, hangt vooral af van de omstandigheden.'


Hannah Arendt is enorm bekri-tiseerd, meteen al na het ver-schijnen van haar eerste stukken.

'Ze is vooral aangevallen op het punt van de joodse raden, waar ze erg hardvochtig over was - ze heeft haar kritiek ook zo hard en ongenuanceerd opgeschreven dat ik me wel kan voorstellen dat mensen zich daaraan ergerden. Maar dat beeld van de passieloze moord, die voorstelling van 'gewone mensen' die onder een soort rationaliteitsblazoen hun werk deden: dat klopte gewoon niet met Eichmann. Misschien met andere mensen, maar absoluut niet met Eichmann.'


En als ze zou hebben geschreven wat ze schreef, maar die banaliteit niet zozeer met Eichmann had verbonden als wel met de minder belangrijke types, de uitvoerders?

'Dan was het een heel interessant verhaal geweest. Als je het hebt over de aannemer die erop toezag hoe de gaskamers werden gebouwd, of over de treinmachinist die naar de kampen reed: die wisten donders goed wat er gebeurde - nu ja, dat mag ik zo niet zeggen want wat ze precíes wisten, blijft een probleem. Maar toch: de opstelling van die talloze indirecte medeplichtigen is interessant. De mensen die gehoorzamen als ze een opdracht krijgen - zoals je ze ook in Stanley Milgrams experiment zag.'


In zijn boek beschrijft De Swaan de eerste scène uit de film die Stanley Milgram over zijn gehoorzaamheidsexperimenten heeft gemaakt. In die scène zie je een heel gewone man, die plichtsgetrouw doet wat hem door de onderzoeker wordt opgedragen. Maar als het voltage oploopt, wordt hij onrustig. Op een gegeven moment draait hij zich om, slaat zijn armen over elkaar en weigert vierkant om door te gaan. De onderzoeker voert een aantal argumenten aan om de man te bewegen toch door te gaan en zegt uiteindelijk: 'U heeft geen keus.' Waarop de man antwoordt: 'Hoezo? Ik heb heel veel keuzes', en stopt.


Die man doet aan Sartre denken: de mens is gedoemd tot vrijheid, hij moet keuzes maken.

'Exact: die man is de kleine Sartre. Hij gebruikt zelfs Sartres woorden. Ik kan me in Sartre vinden, maar ik ben wel meer beïnvloed door de psychoanalyse dan hij. Sartre ziet de mens als een rationeel, helder denkend wezen dat zich voortdurend bewust is van wat hij doet. In La Nausée schrijft hij dat hij soms een hekel heeft aan vrijen, want dan ben je even wég. Zo zie ik mensen niet.'


U heeft geen hekel aan vrijen.

'Eh... Ik heb vooral een beetje een ander idee over de mens dan Sartre, en vanuit de psychoanalyse denk ik dat het een adequaat idee is. Ik zie de mens niet als een wezen dat helder en vanuit een eenheid van geest zijn keuzes maakt. Ik denk dat er in zo'n hoofd allerlei vaags en wolkerigs gebeurt, en dat er soms even een helder moment komt, éven een idee: dit ben ik zelf en dit zeg ik.'


Maar even goed ben je altijd ver-antwoordelijk voor wat je doet?

'Ja. Dat is een constructie die we nodig hebben om mensen te kunnen beoordelen en te kunnen berechten. In de wetenschap dat je vaak helemaal niet precies weet waarom je doet wat je doet. Je hebt het vast weleens uitgemaakt met iemand. Dat hele proces, die duisternis, het niet denken, de wolken, de fantasie: daar zit toch niet zoveel doelbewust kiezen bij? Hoe is dat te rijmen met die vrijheid van keuze? Het is een groeiproces dat voor 90 procent bestaat uit ontkenning en redenering en het allemaal niet weten. Een rommeltje zijn we.'


De Swaan wil niet het ene dogma (of iemand overgaat tot het kwaad hangt puur en alleen af van de omstandigheden) inruilen voor aan ander (of iemand gaat moorden hangt alleen maar af van zijn persoonlijkheid). 'Ik denk dat het heel goed is dat we tegenwoordig éérst naar de omstandigheden kijken. Maar er moet ook oog komen voor het feit dat niet iedereen bereid is te doen wat hem bevolen wordt. Er zijn ook mensen die zich verzetten. Wat bepaalt tot welke groep je hoort? Het zou mooi zijn als dat verder werd onderzocht. Niet door mij, want ik ben geen onderzoeksinstituut; ik ben iemand die op zijn kamertje zit te krabbelen. Dergelijk onderzoek is trouwens heel moeilijk, want de daders, als ze niet in de gevangenis zitten, melden zich niet bij de psychiater of priester. Een van de in het oog springende kenmerken van genocidairs is dat ze amper berouw tonen. Hun kinderen wel, die gaan en masse in therapie, maar zijzelf houden vast aan de ontkenning of wijten hun daden aan de omstandigheden.'


Ze nemen de verantwoordelijk-heid voor wat ze hebben gedaan, niet op zich.

'Nee. Het heeft met agency te maken, een woord waar geen Nederlands equivalent voor bestaat; het betekent inzicht in het eigen aandeel in je levensloop. Dat je ziet: toen heb ik dat en dat gedaan en ja, toen ging dat huwelijk natuurlijk mis. Deze mensen 'rollen' overal in. Ze zeggen altijd: er is een collega die me zei dat ik dat maar eens moest doen.'


De wereld is vergeven van mensen die keurig doen wat ze wordt op-gedragen.

'De neiging tot conformisme is bij veel mensen groot. Ik pest mijn studenten weleens door te zeggen dat als je ze vraagt waarom ze sociologie zijn gaan studeren, je net zo'n soort antwoord krijgt als wanneer je een kampbewaarder zou vragen hoe hij in Treblinka terecht is gekomen: 'Nou ja, ik kende iemand en die zei: sociologie, dat is iets met mensen, en toen dacht ik: ach, ik ga maar eens kijken en...'. Het probleem, als je kijkt naar wat de ene mens tot beul maakt en de andere niet, is dat we nog maar heel weinig weten. Je kunt niet zeggen: die beulen hadden geen gevoel voor het feit dat ze zelf keuzes gemaakt hadden, en andere mensen hebben dat wel. Je probeert heel voorzichtig een paar stapjes vooruit te zetten, en te zeggen dat ze mogelijk van iets een klein beetje meer of juist minder hadden dan andere mensen. Daar moet je zoeken.'


En over wat voor 'iets' gaat het dan?

'In elk geval speelt de gewetensfunctie een rol. En, wat nog belangrijker is, de empathie: het vermogen om je in ander- mans gevoelens te kunnen verplaatsen.'


Maar Himmler, weten we nu, was wel degelijk empathisch.

'Massamoordenaars beschikken over een heel stuk vermogen tot het scheiden van de ene sfeer en de andere - dat weten we wel. Veel van die nazi's waren opvallend verknocht aan het gezin. Overigens had Himmler een minnares met wie hij kinderen had. Mensen die veel over empathie hebben geschreven, zoals Nico Frijda, zeggen dat het inlevingsvermogen bij mensen het gemakkelijkst afbrokkelt. Mensen kunnen blijkbaar vrij gemakkelijk anderen uitsluiten uit de binnenste cirkel van hun leven en ze tot vreemde verklaren.


'Het omgekeerde zie je ook. Nico Frij-da, mijn promotor aan wie ik donderdag het eerste exemplaar heb uitgereikt, belde mij een keer op en vroeg: 'Hoe komt het toch dat mensen zulke sterke gevoelens kunnen hebben, meestal van haat en afgunst, voor mensen die ver weg wonen en die ze helemaal niet kennen?' Dat vond ik een heel interessante vraag die ik in mijn boek heb uitgewerkt tot een stuk over kringen van uitdijende identificatie en desidentificatie. Mensen slaan nooit lukraak aan het moorden, ze vallen zelden tot nooit hun 'eigen mensen' aan; en ze hebben een duidelijk idee over wie tot die 'eigen mensen' behoren en wie niet.'


Abram de Swaan is geboren in 1942 en bracht zijn eerste levensjaren door op een onderduikadres. De fascinatie voor een onderwerp als genocide is hem, jongen uit een joods gezin, met de paplepel ingegoten. 'Ik wist van het bestaan van de Holocaust vanaf het moment dat ik kon horen. Daar ging het natuurlijk vaak over. Al die jongens van mijn generatie lazen stiekem de boeken die hun ouders hoog boven in de kast hadden gezet. Bij mij was dat een boek van de journalist H. Wielek: De oorlog die Hitler won. Je had ook The SS: Alibi of a Nation; in dat soort boeken stonden enge bladzijden. Maar enge plaatjes zag je ook in Jules Vernes Twintigduizend mijlen onder zee. De nieuwsgierigheid was op dat niveau.'


U bent tijdens uw carrière als socioloog psychoanalyse gaan studeren; waarom?

'Het liefst was ik secretaris van de Franse schrijver Stendhal geweest, maar Stendhal was al in 1842 overleden. Ik dacht: laat ik dan naar de mensen gaan die het allerbeste luisteren naar anderen, op de manier zoals Stendhal naar mensen luisterde en keek, en ik ben in psychoanalyse gegaan. Tijdens die analyse dacht ik: laat ik dat ook maar gaan studeren. Ik heb de opleiding niet afgemaakt maar heb wel een aantal jaren een praktijk als psychoanalytisch therapeut gehad. Je kunt de grote bewegingen in de wereld pas verklaren als je ook weet waardoor individuen gedreven worden.'


Is dat uw uiteindelijke doel: de genocidairs begrijpen?

'Ja.'


En is dat gelukt?

'De Fransen kennen het mooie woord tâtonner: dat is wat iemand doet die in het donker zijn weg zoekt, aarzelend en op de tast. Als wij over genocide en over daders praten, hebben we een heel helder beeld: ze hebben dát en dát gedaan. Maar die daders zelf zeggen: nee, dat was ik niet, toen was ik iemand anders. Als we ze al zien, is het voor hun rechters, waar ze alle belang hebben om hun rol te bagatelliseren. Het was - en is - onmogelijk ze te onderzoeken toen ze hun beulswerk deden. Als je ze al kunt karakteriseren, is het vooral met wat ze niet of minder hebben dan veel andere mensen: een geweten, besef van eigen verantwoordelijkheid, mededogen voor mensen buiten hun eigen kleine kring. Er is sprake van gedachteloosheid, van wegkijken, van afweer. Maar bovenal ontbreekt het ze aan meegevoel. Als het in een samenleving eenmaal misloopt, moet je voor díe mensen uitkijken.'


SOCIOLOOG EN PSYCHOANALYTICUS

Abram de Swaan is universiteitshoogleraar sociale wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam sinds 2001 (vanaf 2007 emeritus). Hij was hoogleraar sociologie van 1973 tot 2001, en gasthoogleraar in Parijs en New York. De Swaan volgde de opleiding aan het Psychoanalytisch Instituut in Amsterdam en praktiseerde als psychoanalytisch psychotherapeut van 1973 tot 1984. Hij is geboren in 1942; zijn ouders moesten onderduiken en Abram ging als baby naar een pleeggezin in Beverwijk.


Van 1969 tot 1991 was hij redacteur van De Gids. Hij schreef essays en columns, alsmede een aantal boeken; Zorg en de staat. Welzijn, onderwijs, gezondheidszorg in Europa en de Verenigde Staten in de Nieuwe Tijd uit 1989 werd in vier talen vertaald. In 2003 hield hij de Huizinga-lezing: Moord en de staat; over identificatie, desidentificatie en massale vernietiging. In 2008 ontving hij de P.C. Hooftprijs. Zijn nieuwe boek Compartimenten van vernietiging draagt De Swaan op aan zijn in 2010 overleden zus Carrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden