Column

Mensen je eigen taal leren

Terwijl ze buiten schreeuwen, helpen veel mensen in stilte.

Aantekeningen van de eerste taalles Beeld
Aantekeningen van de eerste taallesBeeld

'Wij eet falafel op den tafel' zegt de Syriër Safwan al Kaddah (43), tandtechnicus van beroep, met stille triomf in zijn ogen. Deze man leert Nederlands met een bedaarde koppigheid die je aan het Noorden doet denken - zwijgend lijkt hij nu al op een Groninger.

Een maand geleden in Utrecht aangekomen, tussen 499 andere mannen in de noodopvang in de Jaarbeurs, begon Safwan zichzelf meteen Nederlands te leren. Op zijn telefoon, met de app Duolingo. Die is populair onder vluchtelingen (Les 1: vier foto's, van een jongetje, een vrouw, een meisje en een glas water: 'Which of these is 'the boy'? Kies 'de jongen'. Lees en hoor dan 'de jongen'). Ook werd Safwan fanatiek gebruiker van de lessen 'Woord voor woord' op YouTube ('Hallo. Hoe heet jij? Ik heet Mir-jam. Mir-jam is de naam.') En nu zijn er dan echte taallessen bijgekomen, waar iedereen zichtbaar van opknapt.

Een styliste met de naam Joy Maat heeft een kledinglijn getiteld I am refugee 'ontwikkeld', die 'aandacht moet vragen voor het lot van vluchtelingen' - want die hadden we kennelijk nog niet. Of u voor 79 euro een 'fair en organic' trui met het woord 'Refugee' erop wil kopen, en tasjes en T-shirts met 'I am a refugee'.

Terwijl RTL dit gisteren wereldkundig maakte ('Grote namen als Alain Clark ondersteunen de nieuwe kledinglijn') , werd ik net naar een zij-ingang van de Jaarbeurs geloodst door Melissa Romani van Taal doet meer, een Utrechtse organisatie waar vijfhonderd vrijwilligers in ongestylede kleding anderen helpen Nederlands te leren. En dat doet deze club van 'taalcoaches' al dertig jaar, in relatieve stilte, gesponsord door particulieren. Ongeacht of er in de buitenwereld nu wel of geen integratie wordt geëist en of er nu wel of niet tegen buitenlanders wordt geschreeuwd.

Ze hadden hun handen al vol aan de gebruikelijke migranten, zei Melissa, en aan huiswerkbegeleiding voor hun kinderen. Er pasten eigenlijk helemaal geen vijfhonderd vluchtelingen bij. Maar ze konden ze ook niet laten stikken, dus nu helpen ze toch. Niet dat er te weinig vrijwilligers zijn, integendeel, het zijn er zoveel dat de boel even spaak loopt. Het kost minstens een intakegesprek om een taalcoach klaar te stomen.

Ik bel Vluchtelingenwerk Nederland: hetzelfde verhaal. Terwijl hooligans op inspraakavonden schreeuwend de aandacht opeisen, hebben zich hier zesduizend vrijwilligers aangemeld. In Amsterdam en Utrecht zijn er zelfs wachtlijsten om vluchtelingen te kunnen helpen. Wat dus niet wil zeggen dat er al voldoende taalcoaches zijn. Blijf u aanmelden, vraagt Vluchtelingenwerk, er is alleen wat oponthoud.

Twee ochtenden per week wandelen vrijwilligers nu met vluchtelingen voor een taalles naar de openbare bibliotheek op de Utrechtse Oudegracht, waar ze door de dames achter de balie als helden worden onthaald met een hartelijk en licht bevoogdend: 'Góe-de-mór-gen!'

Amal Takhripka, een moeder van Marokkaanse afkomst, is meegekomen om het Arabisch te helpen vertalen. De blonde Elza de Stigter, ict-beheerder, springt 'even ad hoc' bij waar ze kan. Ik wandelde mee met Alireza Kasmaei (30), een Iraniër met een mba-diploma (Master of Business Administration) en een oorbelletje. Hij was niet gevlucht voor een oorlog maar voor zijn vader. Die dreigde hem te vermoorden toen hij iets over zijn zoon ontdekte dat overduidelijk was, maar ook hier nog niet hardop gezegd kan worden, zolang hij tussen honderden gestresste mannen in de opvang zit.

In de bibliotheek werden ze verdeeld over drie lokalen op de muziekafdeling. André van de Voorde (66) en Marleen van den Ekart (55) namen het woord.

'Hallo! Ik heet And-ré. Hoe heet jij?'

'Hallo! Ik hèt Ahmed.'

'Heet!'

'Hèt!'

André schudde quasi-ontmoedigd het hoofd. Mannen die een uurtje eerder nog met donkere blikken stonden te roken, braken nu schaterend open.

Ze werden gek van het gebrek aan privacy, had Alireza al gezegd. Allemaal zonder afscheiding in een grote ruimte, buiten douchen in mobiele cabines, de hele dag tettert iemand aanwijzingen door luidsprekers, en dan die brief van de minister dat het allemaal eindeloos zou gaan duren.

Ik vroeg wat hij nodig had. 'Alleen een kamer. Desnoods met zes man, maar alsjeblieft iets meer stilte.'

'Iemand je taal leren is iemand geruststellen', zou André bescheiden zeggen. 'In zekere mate dan, he.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden