'Mensen houden van oorlog'

En weer schreef Philipp Meyer, nog maar 39, een bestseller. Op een golf bloed meer of minder komt het niet aan in zijn historische roman The Son. Ook Europa loopt weg met een nieuwe 'great American novelist'.

Twee jaar geleden had de Amerikaanse auteur Philipp Meyer (39) willen vechten in Afghanistan, maar hij denkt dat het Amerikaanse leger hem afwees omdat hij schrijft. Bewijzen kan hij het niet, maar hij vermoedt dat ergens op het ministerie van Defensie is gedacht: 'Een schrijver in het leger, verschrikkelijk.' Hij was teleurgesteld, maar ook opgelucht. Nu kon hij doorgaan met het aangename leven dat hij leidt sinds hij in 2008 zijn bejubelde debuut American Rust publiceerde. 'Ik reis, ontmoet vrouwen, heb lekker te eten en ik schrijf.'

Dit jaar verscheen zijn tweede roman The Son, onlangs in het Nederlands vertaald als De zoon. In binnen- en buitenland waren de reacties even uitzinnig als vijf jaar geleden. Opnieuw had Meyer het geflikt en een great American novel afgescheiden, zo luidde eensgezind het oordeel. Opnieuw werd hij vergeleken met grote Amerikaanse auteurs als Steinbeck, Hemingway, Faulkner en Salinger. In 2010 haalde hij de fameuze lijst van The New Yorker '20 under 40', de twintig beste schrijvers onder de 40 jaar, welnu, met deze tweede roman deed hij zijn naam eer aan.

In The Son beschrijft hij in 600 bladzijden de geschiedenis van de Amerikaanse staat Texas in de 19de en 20ste eeuw aan de hand van één blanke familie. De lezer volgt drie generaties: Eli die na zijn ontvoering opgroeit bij de Comanche-indianen, zijn zoon Peter die zijn hart verliest aan een Mexicaanse en zijn achterkleinkind Jeanne Anne die aan het hoofd komt te staan van een olie-imperium. Uit het boek doemt een niet al te vrolijk mensbeeld op. Bij tijden wordt er aan één stuk door gemoord, aan stukken gesneden, verkracht.

Maar vraag Meyer of hij depressief is en hij antwoordt lachend: 'Nee, nee! Het tegenovergestelde!' Meyer is even over uit de Verenigde Staten en het moet gezegd: depressief oogt hij inderdaad allerminst. Ruig wel, met zijn kale kop en bodybuildersfiguur; hij rent geregeld en ja, geeft hij opnieuw lachend toe, hij traint ook de biceps. Toch is hij een schrijver die niet zonder schrijven kan omdat hij anders gek wordt. 'Mijn geest voelt als een paard dat constant weg wil rennen, door te schrijven kan ik dat even toelaten', zegt hij, terwijl hij in het Amsterdamse Ambassade Hotel in een visje prikt.

Oké, je bent niet depressief, wat ben je dan? Realistisch?

'Ik wil duidelijk maken in welke leugens we geloven. Mensen houden van oorlog. Als je je verdiept in de geschiedenis van het menselijk ras, is het een kwestie van bloedbad, na bloedbad, na bloedbad. Alleen: we geven het niet toe, we doen net alsof oorlog een uitzondering is. Ik vind, net als bij alcoholisme: laten we toegeven dat we een probleem hebben. We hebben zoveel mythes waar niets van klopt, laten we die nu eens doorprikken.

Je laat zien dat de blanken en indianen in Texas even erg waren.

'Ja, je hebt de Amerikaanse mythe van de goede, onschuldige witte man die zich heeft ontdaan van een paar indianen. En later ontstond op de Amerikaanse universiteiten de mythe van de wijze, spirituele indiaan die we moeten aanbidden. Beide mythes zijn leugens. Ik heb er misschien 350 non-fictieboeken over gelezen, ik heb echt goed onderzoek gedaan. Aan beide kanten had je moordenaars, verkrachters, dieven, leugenaars, bedriegers.'

Je beschrijft hoe een schedel uit elkaar klapt en hoe de klompen vet van uiteengereten lichamen aan de rotsen hangen. Heb je niet een béétje overdreven?

'Totaal niet. De geschiedenis van Texas is goed vastgelegd. Er bestaan telegraafverslagen waarin elke aanval is gedocumenteerd. Het geweld dat ik heb beschreven was standaard, helemaal standaard.'

Van de hoofdpersonen is Eli de ergste. Hij doodt de ene na de andere indiaan of Mexicaan en voelt zich er totaal niet schuldig over.

'Dat geldt voor alle grondleggers van imperia. Kijk naar de Europese koloniale mogendheden: het gaat altijd op dezelfde manier. De zaken moeten worden veiliggesteld en daarna groeien. En wie dat zakelijk belang dwarsboomt, moet dood. Na verloop van tijd heeft het niet eens zin meer om het aantal doden te tellen.'

Vond je het geen schok om uit te vinden hoe het in Texas is gegaan?

'Nee, het bevestigde mijn gevoel over hoe mensen zijn. Mannen worden aangetrokken door oorlog. Ik heb vrienden die naar Irak en Afghanistan zijn gegaan, ik ken mensen bij de elitetroepen die Bin Laden hebben gedood. Ik was tegen de oorlog in Irak, maar ik vond het mijn plicht mee te doen in Afghanistan. Alleen ging dat niet door.'

Heb je als jongen geweld meegemaakt? Je groeide op in een arbeiderswijk in Baltimore.

'Mijn ouders waren tegen oorlog, het waren intellectuelen. Mijn moeder maakte olieverfschilderijen, mijn vader gaf biologieles op de universiteit, maar hij had geen graad en werd slecht betaald. We hadden geen geld, daarom woonden we in die wijk. Op straat ben ik geregeld in elkaar geslagen, ik vocht alleen tegen vijf man, of met drie vrienden tegen 25 man.'

Op je 16de was je al van school af toch?

'Ik was een lief kind, maar ook moeilijk. Ik ging gewoon niet meer naar school.'

Gebruikte je drugs, zat je in een gang?

'Ik ben een keer gearresteerd omdat ik auto-onderdelen had gestolen, maar verder gedroeg ik me wel. Ik las altijd, ook nadat ik van school was gegaan. Tussen mijn 19de en 21ste werkte ik als een manusje-van-alles op een eerstehulpafdeling in Baltimore, dat heeft me ook hard gemaakt. Je kon er als gewonde niet lopend binnenkomen, alleen maar op een brancard of per helikopter, als je was neergeschoten bijvoorbeeld. Ik zag voortdurend mensen met kogelgaten, er golfde van alles uit het lichaam en wij moesten zorgen dat het weer op zijn plaats terechtkwam. Van de mensen die opgenomen werden, overleefde 20 procent niet. Ik heb ik-weet-niet-hoeveel mensen dood zien gaan. Ik was toen veel pessimistischer dan nu.'

Hoe is dat veranderd?

'Ik begon in te zien wat het waard is om mee te werken aan het systeem: je school afmaken, naar de universiteit gaan, op het rechte pad blijven en dan komt de beloning vanzelf.'

Je bent diploma's gaan halen, je ging Engels studeren op Cornell University en je besloot: ik ben schrijver. Hoe wist je dat zo stellig?

'Ik weet het niet. Ik weet alleen dat het een ommekeer was.'

Je hebt eens gezegd: lof kan even gevaarlijk zijn als kritiek. Waarom?

'Dat had ik tien jaar geleden nog niet kunnen zeggen, dat is wat ik gaandeweg heb geleerd. Als je in de smaak wilt vallen bij mensen, ben je gedoemd. Je moet met schrijven je instinct volgen. Het klinkt anti-intellectueel, maar dat is het niet. Het is wat alle succesvolle mensen doen.'

Jouw personage Peter volgt zijn instinct ook: hij gaat zijn Mexicaanse geliefde achterna.

'Peter is de hoop, het optimisme dat ik heb. Ik zou graag willen dat mensen dat zien. Hij wordt gelukkig omdat hij de liefde volgt, hij doet dingen die anderen zich niet kunnen voorstellen.'

Hij leest als een van de zeer weinigen wel eens een boek.

'Via kunst kun je bij uitstek abstracte noties als gerechtigheid, eerlijkheid, waarheid overbrengen. Ook daarom is Peter van al mijn personages het gelukkigst.'

Europeanen hebben bij de inwoners van Texas een bepaald beeld: cowboys, ruige lui, George Bush. Jij laat zien dat het nog erger is dan we dachten. Kan dat je wat schelen?

'Dit is de waarheid.'

Is dat je missie: de waarheid vertellen?

'Het klinkt misschien een beetje zweverig, maar het is geen fucking grap. Mijn missie is: de waarheid vertellen over mensen en Texas was daarvoor de perfecte arena.'

Philipp Meyer: De zoon

Uit het Engels vertaald door Arjaan van Nimwegen en Thijs van Nimwegen. De Bezige Bij; 605 pagina's; euro 24,90.

Atletisch zelfvertrouwen

'Een lange roman die zijn gewicht met atletisch zelfvertrouwen torst', oordeelde The Washington Post begin dit jaar over The Son. Met dit tweede boek had Philipp Meyer de belofte van zijn debuut American Rust uit 2009 nog overtroffen, schreef recensent Ron Charles. The New York Times was niet minder lovend: 'Slechts de grootste historische romans laten ons zowel de afstand tot het verleden voelen, als onze eigen medeplichtigheid aan de zonden van vroeger tijden. Aan die klasse kunnen we The Son toevoegen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden