Menselijke zenuwcellen die een potloodtekening maken

Kunstwerken maken van cellenweefsel. Wat wil de maker daarmee zeggen? Typisch Nederlandse vraag, vindt de biokunstenaar.Door Peter Giesen..

Als de grenzen van het leven worden opgerekt, willen kunstenaars erbij zijn. De ‘biokunst’ heeft de afgelopen jaren een behoorlijke vlucht genomen. Maar hebben kunstenaars de wetenschap ook echt iets te vertellen?

Een van de bekendste werken van ‘biokunst’ is het fluorescerend groene konijn van de Amerikaanse kunstenaar Eduardo Kac. ‘Alba’ groeide uit tot een icoon, maar Kacs boodschap is wel erg eendimensionaal: de mens knoeit met de natuur, waar gaat dat heen?

‘Er is veel hype rond life science. Kac is daarin meegegaan’, zegt de Australische biokunstenaar Oron Catts (1967), die deze week in Nederland is op uitnodiging van het Centre for Society and Genomics (CSG). Dit instituut, gevestigd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, wil het maatschappelijk debat over genetica bevorderen. Beeldvorming is hierin evenzeer belangrijk als harde wetenschappelijke argumentatie.

Over nieuwe technologieën wordt vaak op een simplistische manier gedacht, als zegen of ramp. Voor sommigen brengt genetica een stralende toekomst waarin honger is uitgebannen en fatale ziekten zijn genezen. Anderen voorspellen een brave new world waarin de mens als tovenaarsleerling zijn trekken thuis zal krijgen. Ook kunstenaars ontsnappen niet altijd aan deze tweedeling. Begin 2006 schreven vijf dichters op verzoek van het CSG een gedicht over genetica, na een rondleiding door Nijmeegse laboratoria. Dat leverde fraaie poëzie op, maar geen nieuwe gezichtspunten. Ook de dichters verklankten vooral het gebruikelijke onbehagen over het manipuleren van de natuur.

‘Scepsis over de rol van de kunstenaar kan ik me wel voorstellen’, zegt Catts. ‘Biokunst wordt vaak gemaakt door mensen die helemaal niet zoveel van life science weten. Daarom werk ik anders.’

Twaalf jaar geleden richtte Catts aan de universiteit van West-Australië het laboratorium SymbioticA op, waar kunstenaars en wetenschappers samenwerken. Zelf houdt hij zich vooral bezig met tissue engineering: uit een klein aantal cellen kweekt hij nieuw, levend weefsel. ‘Omdat we zelf betrokken zijn bij life science, kunnen we ook niet zeggen: wij zijn de kunstenaars, zij de wetenschappers.’

De kunstwerken van SymbioticA zijn wereldwijd geëxposeerd, onder andere in het Museum of Modern Art in New York. Catts zoekt nadrukkelijk niet naar de hype, zegt hij. ‘We houden ons doorgaans verre van het menselijk lichaam, omdat je dan in een heel voorspelbare discussie terechtkomt. We hebben wel een keer van cellen een oor gemaakt, omdat het oor zo’n mooie sculptuur is. De kunstenaar Stelarc heeft het oor nog in zijn onderarm laten implanteren. Maar soms draait ons werk ook om de esthetiek van de teleurstelling. We hebben bijvoorbeeld vleugels gemaakt van varkenscellen. Pigs can fly is een Engelse uitdrukking voor ‘alles is mogelijk’. Maar met de huidige techniek kun je maar heel kleine vleugeltjes maken, terwijl het publiek een soort albatrosvleugels verwacht. Dat symboliseert de stand van zaken in de life science. Er is veel hype die niet wordt waargemaakt.’

Catts produceerde ook ‘slachtofferloos leer’ en ‘slachtofferloos vlees’. Met dierlijke cellen kweekte hij een stuk leer, een steak en kikkerbilletjes. ‘Gekweekt vlees is een slachtofferloze utopie. Als je op enige schaal vlees in het lab wilt kweken, heb je als basis nog altijd grote hoeveelheden dierlijk materiaal nodig. In feite maak je alleen het slachtoffer verder onzichtbaar. Bij het verpakt vlees in de supermarkt zie je al nauwelijks meer een verband met het geslachte dier. Bij gekweekt vlees geldt dat nog sterker. Na dat project ben ik vegetariër geworden’, zegt hij.

De weefselkunstwerken zijn ‘semi-levend’: ze groeien door tijdens de expositie. Soms worden ze aan het slot van de tentoonstelling ritueel ‘gedood’ door kunstenaar en toeschouwers.

Toen Catts begon, voelde hij zich een ‘echte Frankenstein’. Hij maakte weefsel van spier-, lever- en longcellen. Een kunstwerk van zenuwcellen stemde hem echter zeer onbehaaglijk. De cellen stuurden via een metalen arm een potlood aan. De neuronen werden elektrisch gestimuleerd, en ziedaar: de cellen maakten een tekening. Catts: ‘Dat cellen feedback geven, verontrustte me, al besef ik dat het symbolisch was. Je kunt zo’n kweek niet vergelijken met een brein. Ik ben ermee gestopt omdat ik me er niet lekker bij voelde. Het is wel grappig: je kunt de tekeningen aan de muur hangen als het werk van een semi-levende kunstenaar.’

Zo speelt Catts met vragen als ‘wat is leven?’ en ‘wat is bewustzijn?’ Maar wat is zijn conclusie? Welke boodschap heeft hij? ‘Dat is een typisch Nederlandse vraag, die wordt me hier altijd gesteld. Maar ik heb geen eenduidige boodschap. Dan zou ik geen kunstenaar zijn, maar een propagandist voor of tegen life science.’

Kunst en wetenschap spelen verschillende rollen, zegt hij. Een wetenschapper streeft ernaar een probleem op te lossen, een kunstenaar kan met onopgeloste vragen werken. ‘Anders dan wetenschappers maken we ook gebruik van non-verbale middelen. We zijn ook geen filosofen die naar een duidelijke conclusie redeneren. We proberen mensen alleen op een genuanceerdere manier te laten nadenken over wetenschappelijke ontwikkelingen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.