'Menselijke waardigheid, daar gaat het om'

De vraag komt onvermijdelijk op ons af of we subsidies als kinderbijslag en studiefinanciering in z'n huidige vorm willen handhaven, meent SER-voorzitter Herman Wijffels....

Door Gijs Herderscheê en Yvonne Zonderop

De alarmklok luidt voor de verzorgingsstaat. Het systeem wordt niet alleen onbetaalbaar, maar schiet steeds vaker zijn doel voorbij. Ooit zorgde hij voor een eerlijke verdeling van zorg en inkomen. Maar de tijden veranderen, meent Herman Wijffels, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en overheid.

'Op de keper beschouwd wordt door de Rijksoverheid veel geld geïnd, dat vervolgens weer wordt uitgedeeld aan mensen die dat helemaal niet per sé nodig hebben. Denk maar aan de studiefinanciering, de hypotheekrenteaftrek, een ruimhartige WAO. Dit vraagt om verandering. Moeten we ons niet beperken tot inkomenssteun voor mensen die zonder onze steun en solidariteit niet volwaardig kunnen functioneren? Dat is de vraag waar we voor staan.'

Als je niet beter wist, zou je denken dat Wijffels de hand heeft gehad in het rapport van het Centraal Planbureau over de Europese welvaartstaten , dat deze week verscheen. Volgens de CPB-onderzoekers hebben overheden in Europa een keuze uit twee: ofwel terugtreden en de sociale zekerheid privatiseren, ofwel het systeem hervormen. Dat laatste heeft volgens het CPB alleen zin als het geen herverdeling wordt tussen rijke burgers onderling. De loonongelijkheid tussen lager- en hogeropgeleiden wordt nu alleen maar groter.

Wijffels is het er van harte mee eens. Hij ziet het gelijk langzaam maar zeker zijn kant op komen. Al langere tijd betoogt de SER-voorzitter dat de huidige verzorgingsstaat onvermijdelijk op een einde loopt. De emancipatie van de burger is voltooid. Daarmee is het lot van de verzorgingsstaat bezegeld.

'Ooit was de verzorgingsstaat het voertuig waarmee burgers zich konden emanciperen. Veel arrangementen stammen uit de tweede helft van de vorige eeuw, toen ons land een individuele emancipatiegolf beleefde. Het heeft zijn doel gediend. Het is de vraag of die arrangementen dezelfde brede strekking moeten houden, nu ons welvaartspeil zo veel hoger is.'

Dat is niet alleen een kwestie van onvermijdelijke ontwikkeling. U stelt ook een politieke vraag.

'Dat klopt. Het is ook een vraag naar rechtvaardigheid. Mijn persoonlijke opvatting is dat het bevorderen van de menselijke waardigheid ons doel moet zijn. Daar gaat het om. En als je dan ziet dat wij middelen besteden waarbij dat niet de drijfveer is, terwijl er elders tekorten ontstaan, dan moet je je beleid heroverwegen. De vraag die op ons afkomt, is of we alle regelingen die inkomens herverdelen, en zo de draagkracht van personen bepalen, nog wel willen handhaven. Moet iedereen meebetalen aan de studiefinanciering van mensen die er later individueel beter van worden? Moeten mensen daar niet zelf voor zorgen, bijvoorbeeld in een sociaal leenstelsel?'

Dat zullen de middengroepen niet fijn vinden. Er is veel leed onder de witte boorden-werklozen. Sommigen moeten gedwongen hun huis verkopen. En dan komt u vertellen dat in allerlei regelingen het mes moet.

'Ik geef toe, dit is maatschappelijk een gevoelig proces. Je komt aan gevestigde belangen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat het zonder sociale strijd gerealiseerd wordt. Maar toch is de vraag of de collectiviteit moet zorgen dat een werkloze ingenieur die jarenlang veel geld heeft verdiend zijn levenspeil moet kunnen vasthouden. Dat is niet zoals Beveridge (de Britse bedenker van het sociale stelsel, red.) het bedoeld heeft.'

U bepleit de terugkeer naar een elementair systeem.

'Wij zijn in dit land bezig met een modulaire verbouwing van het stelsel van sociale zekerheid, zonder onderliggend concept. In de WAO gaan we toe naar een basisvoorziening van overheidswege, voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn. De sociale partners gaan zich ontfermen over de mensen die nog wél iets kunnen, dus de tijdelijk en gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

'Het SER-advies, dat alsnog door het kabinet is overgenomen, is een grote ommezwaai in verantwoordelijkheden. Ook het individu krijgt weer een eigen rol. In de gezondheidszorg willen we naar een basisvoorziening voor iedereen met een goed pakket. Dat betekent niet dat de overheid terugtreedt. We gaan de inkomenssolidariteit toespitsen op de mensen die het écht nodig hebben. De ideeën van CDA-staatssecretaris Joop Wijn over de fiscale behandeling van voorzieningen passen in deze manier van denken. Laten we algemene regelingen vervangen door regelingen gericht op individuele problemen. Dan komt er minder gemeenschapsgeld terecht bij mensen die het niet nodig hebben.'

Waarom zou een werknemer nog WW-premie betalen als hij bij werkloosheid alleen kan rekenen op een basisbedrag?

'Dat is de vraag die dan rijst. Heb je dan nog wel een verzekering nodig? Over dit soort vragen zal het debat in de SER straks gaan. Kun je dat niet beter regelen via de belastingen? Ook de AOW wordt nu sluipenderwijs voor een steeds groter deel uit de belastingen betaald in plaats van uit de premies. Joop Wijn is geen recht gedaan met de kritiek op zijn gezinsdenken. Want als je dit soort voorzieningen via de fiscus laat lopen kun je het beleid juist heel precies en individueel toespitsen.'

Wie iets extra's wil, moet zich maar particulier bijverzekeren?

'Hier zie ik nu juist een rol voor de sociale partners. Per sector of per bedrijf kunnen werkgevers en werknemers hierover afspraken maken, zoals voorzien bij de WAO. De consument is in de afgelopen jaren veel vrijer geworden; de keuzemogelijkheden zijn enorm toegenomen. Zoiets zou zich ook in de arbeidsverhoudingen moeten ontwikkelen. De arbeidsorganisaties zullen zich moeten aanpassen aan de wensen van de werknemers. En die wensen kunnen verschillen per individu en per levensfase.

'Dit past in de langetermijnontwikkeling. Het is niet meer van deze tijd dat de top van een organisatie beslist over de arrangementen van mensen aan de basis. Organisaties veranderen van een piramidestructuur in een netwerkstructuur. Maar het is een misverstand dat netwerken het kunnen stellen zonder regels en coördinatie. In die laatste rol zie ik de Sociaal Economische Raad en de Stichting van de Arbeid functioneren.'

Drie maanden geleden voorspelde u dat er waarschijnlijk geen centraal akkoord zou komen. U vond dat niet van deze tijd.

'We zijn met de pensioenen diep in de put gezakt. De slechte gang van zaken bij de pensioenfondsen is de voornaamste drijfveer geweest voor centrale afspraken. De nullijn is vooral van belang omdat de pensioenen dan ook op nul blijven. Dat was zonder centraal akkoord in deze mate nooit gelukt. De slechte vermogenspositie is niet alleen de schuld van de pensioenfondsbestuurders of de sluipkrach op de financiële markten, dat mogen we niet vergeten. Zo'n tien jaar geleden dreigde het toenmalige kabinet Lubbers de zogenaamde overreserves in de pensioenfondsen te belasten. Dat was het startsein voor pensioenfondsen om hun premies extreem te verlagen. Nu zitten we met de gebakken peren.

'Het is ongewenst dat de premies juist omhoog moeten in slechte economische tijden en omlaag kunnen als de economie bloeit. Dat werkt bepaald niet mee. We moeten nu afwachten welk tempo de Pensioen- en Verzekeringskamer oplegt bij de uitvoering van de herstelplannen.

'Ook speelt mee dat drie maanden geleden niemand het idee had dat het kabinet de VUT en prepensioen zo radicaal wilde aanpakken. Normaal gesproken wordt wel een overgangsregeling bedacht, maar dit kabinet wilde in één keer radicaal snijden. Als dit was doorgegaan, had je het lijk al zien drijven. Dan hadden de vakbonden reparatie geëist in de CAO's. De werkgevers waren daar terecht beducht voor. En ruziemaken leidt niet tot effectief beleid.

'Elk kabinet mag geloven in z'n eigen daadkracht. Maar er is in dit land nu eenmaal geen dominante politieke macht. Beleid komt hier tot stand in een interactie. Die interactie is nodig tussen de politieke democratie die een kabinet legitimeert, en de maatschappelijke democratie die tot uiting komt in het sociaal overleg. Daar dient een centraal akkoord ook voor.'

Zowel binnen als buiten de FNV zijn er mensen die vinden dat de vakbeweging eigenlijk niets heeft gewonnen met dit akkoord.

'Hoe je het ook wendt of keert, het is onontkoombaar dat er nauwelijks loonsverhogingen mogelijk zijn. Ook zonder centraal akkoord waren heel veel bedrijven ongeveer op de nullijn uitgekomen. De FNV heeft nu een positie aan tafel gekregen over de sociale zekerheid en de pensioenen. Er is iets bereikt. Ze oefenen invloed uit op zaken die voor de leden van groot belang zijn. Daar ligt misschien ook wel meer de rol van de centrale vakbeweging. Op bedrijfsniveau zal de loonvorming verder gestalte krijgen. Dit is een ideaal moment om in CAO's aandacht te vragen voor andere kwesties dan de primaire lonen.

'Het is veelzeggend dat de FNV een referendum houdt onder de 1,2 miljoen leden. Dat is een nieuwe vorm van directe democratie. De FNV heeft het gevoel dat het niet meer zonder kan. Het kan natuurlijk uitmonden in een afwijzing. Dat zou niet alleen de FNV in een crisis storten, maar ook de arbeidsverhoudingen. Maar als het positief uitpakt, geeft dat het centraal akkoord een enorme democratische legitimatie. Dat geeft de FNV-top een nieuwe legitimatie in de gesprekken met werkgevers en kabinet.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden