Meneer Caransa werd ineens Maupie uit Mokum

De afgelopen vrijdag overleden vastgoedmagnaat cultiveerde zijn transformatie van arme schlemiel tot multimiljonair.

Maurits Caransa, eind vorige week op 93-jarige leeftijd overleden, werd net als alle overige ondernemers in Nederland tot diep in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de krant nog met ‘meneer’ aangesproken.

Tot de herfst van 1977, toen de Amsterdamse vastgoedmagnaat na een bridgeavondje in een club tegenover het Amstel Hotel (zijn eigendom) werd ontvoerd en vijf dagen lang zelf met zijn kwelgeesten onderhandelde over het losgeld.

Meneer Caransa was ineens Maurits, of liever Maup en zelfs Maupie Caransa, de getapte Amsterdammer die onder veel meer bijna het complete Rembrandtplein, het hart van de hoofdstad, in bezit had. Voor het eerst maakte het land kennis met deze vorm van zware misdaad.

Het losgeld, 10 miljoen gulden (4,5 miljoen euro) gebundeld in briefjes van duizend, werd door een tussenpersoon afgegeven aan de bar van een bekend café aan de Utrechtsestraat, vlak bij het geboortehuis van Caransa. Dat was althans de bedoeling. Het café bleek gesloten, waarna de geldloper plotseling een gele Ferrari naast zich zag opduiken. De inzittenden eisten het geld op.

De zaak is nooit opgelost, al doken de gemarkeerde briefjes van duizend gulden op verschillende plaatsen in West-Europa op. Twee Italianen werden veroordeeld wegens het in bezit hebben van dergelijke biljetten. Het leeuwendeel van het losgeld bleef spoorloos. Er bleef een luchtje hangen rondom de affaire.

Caransa zelf beweerde herhaaldelijk dat hij enkele van zijn ontvoerders meende te hebben herkend: niks Italiaanse maffia, niks Rote Armee Fraktion, de destijds zo actieve Duitse terreurgroep die hem volgens enkele grappenmakers (‘Wir haben Caransa’, in een anoniem telefoontje aan Het Parool) in zijn macht zou hebben.

Volgens Caransa was het de Nederlandse onderwereld. Hij noemde de namen van meerdere verdachten. De Amsterdamse politie kreeg ernstige verwijten over zich heen. Volgens Caransa was er prutswerk verricht, mede als gevolg van herrie in de korpsleiding.

Zes jaar later, in november 1983, werd Alfred Heineken ontvoerd. Zijn ontvoerders, die wel tegen de lamp liepen, reden met de biermagnaat en diens chauffeur rakelings langs de plek waar Caransa was ontvoerd. Caransa en Heineken, zo herinnert zich oud-journalist Hans Knoop, hebben veel later nog herhaaldelijk en uitvoerig gesproken over hun ontvoering.

Kort na zijn vrijlating verscheen Caransa weer in het openbaar, zij het niet meer zo nadrukkelijk en flamboyant als voorheen. Bridgemedewerker Kees Tammens van de Volkskrant vertelt over een van de eerste optredens na de ontvoering: ‘Caransa opende op 29 november 1977 het zevende Caransa/Philip Morris bridgetoernooi. Ze kunnen hier beter twee minuten voor me klappen dan twee minuten stil voor me zijn, grapte hij.’

Van 1971 tot 1988 trad Caransa op als de sponsor van een van de sterkst bezette internationale bridgetoernooien, waarvoor de hele wereldtop naar Amsterdam kwam. Een professioneel getint bridgeteam onder zijn leiding hield het slechts drie jaar vol. Tot op hoge leeftijd bezocht Caransa volgens Tammens belangrijke toernooien.

Zijn passie voor het bridgen werd pas algemeen bekend door de ontvoering. Voorheen was het ‘meneer Caransa van het onroerend goed’, al kwam hij in de jaren vijftig voor het eerst landelijk in het nieuws met een geheel andere handel die hem zijn beginfortuin zou brengen: afgedankt militair materieel.

Uit de Volkskrant van juni 1958: ‘Op de kade van de Amsterdamse Entrepothaven staan honderden legervrachtwagens, tankauto’s, bulldozers en takelwagens klaar voor de uitvoer. Daarnaast, aan de walkant, liggen vijf voormalige Duitse Schnellboten. Een deel gaat naar Thailand, Singapore en het Nabije Oosten. De Duitse oorlogsboten gaan naar Frankrijk en Spanje. Eigenaar van de miniatuurvloot en van de konvooien militaire wagens: de heer M. Caransa, een van de grootste Nederlandse dumphandelaren.’

In 1966 is Caransa inmiddels groot in het hoofdstedelijk vastgoed met vele panden in onder meer de Kalverstraat, dan de duurste winkelstraat van het land. Het Parool: ‘De heer M. Caransa, die dezer dagen van een tiendaagse reis in de Verenigde Staten is teruggekomen, heeft in Philadelphia de ideale ondergrondse garage voor kortparkeerders gezien.’ Volgt een onnavolgbaar verslag over zijn plannen om onder het Rembrandtplein een parkeergarage aan te leggen.

Drie jaar later is de Volkskrant aan de beurt. Forbes- en Quote-lijstjes van superrijken bestaan duidelijk nog niet. ‘Voor het eerst zijn de heer Caransa en zijn mededirecteuren met cijfers en boeken op tafel gekomen over de handel en wandel van de Caransa-groep.’ Ofschoon hij nauwelijks iets prijsgeeft, zit de heer Caransa er dan al warmpjes bij, zo ontdekken de financiële verslaggevers.

In 1970 heeft Caransa een echte scoop. Hij koopt het vermaarde Schillerhotel aan het Rembrandtsplein, waarmee hij op een kapsalon en een afhaalchinees na het hele plein heeft overgenomen. Verkoper is de oprichter en naamgever Frits Schiller, dan 84 jaar oud.

Opnieuw in Het Parool: ‘De heer Caransa ziet de situatie voor de heer Schiller niet somber in. Hij zegt: ik heb hem een functie aangeboden. Laat hem toch gerust met vier flessen sherry voor de deur de komst van Sinterklaas afwachten. Dat hoort er nu eenmaal bij, dat is traditie.’

Tevens introduceert Caransa enkele moderniteiten die hij in de VS heeft opgedaan. Zoals de drankenautomaat. ‘Door zo’n drankenautomaat op je kamer kun je onmiddellijk over een whisky beschikken. Dat drukt de loonkosten, maar bovendien is het een stuk rustiger voor de gast.

‘Ik ben zelf namelijk een naaktloper thuis. Daar zullen er wel meer van zijn. Die groep bijvoorbeeld hoeft zich niet telkens voor de ober aan te kleden als ze een glas whisky wil drinken.’

Met zijn uitbundige mediaoptredens, waarin hij zijn transformatie van arme schlemiel tot multimiljonair zorgvuldig cultiveerde, trok Caransa volgens Hans Knoop uiteindelijk de aandacht van zijn latere ontvoerders.

Weduwnaar Caransa had een dochter; twee kleinzoons leiden het familiebedrijf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.