Mendelssohn **

Over Mendelssohns Derde hing een grauwsluier.

Mendelssohn, Debussy, Canteloube.


Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Pablo Heras-Casado, m.m.v. Maria Luigia Borsi. Rotterdam, de Doelen, 18/11.


Bij Nederlandse orkesten is het deze maand een komen en gaan van jeugdige maestro's. Uit alle richtingen waait het aan: veelbelovend dirigentenvolk van rond de dertig. Het Concertgebouworkest gokt op Robin Ticciati (28) en Andris Nelsons (33); het Radio Philharmonisch legt Diego Matheuz (27) op het rooster; en in Rotterdam proeven ze de nieren van Kirill Karabits en Pablo Heras-Casado (beiden 34).


De dirigentencarrousel wordt aangedreven door het wereldwijde verlangen van orkesten om zo vroeg mogelijk een band te smeden met Haitinks of Rattles in de dop. Dan loert algauw het gevaar van de hype. Zo bleek Robin Ticciati in Amsterdam nog niet rijp voor de topklasse. En het Rotterdams Philharmonisch Orkest had zich vermoedelijk meer voorgesteld van Pablo Heras-Casado, de Spanjaard die in 2007 kwam bovendrijven op het dirigentenconcours van Luzern.


Sindsdien wil iedereen aan hem snuffelen. Dit seizoen racet hij van première naar debuut naar invalbeurt. Laatst dook hij op in Sint-Petersburg en bij de Berliner Philharmoniker. Het Concertgebouworkest blijft niet achter en heeft hem alvast gestrikt het voor komende seizoen.


Eerste observatie in de Rotterdamse Doelen: Pablo Heras-Casado zwaait zonder stokje, een overblijfsel uit zijn tijd als koordirigent. Tweede vaststelling: de muziek vloeit door zijn lijf. In de ruggengraat zit een lenige curve, de knieën zijn soepel geveerd. Maar hoe expressief de gebaren ook ogen, dwang gaat er niet vanuit. Over Mendelssohns Derde symfonie, de 'Schotse', hing een grauwsluier. Ritmiek kreeg weinig profiel. Weliswaar profiteerde het orkest van Heras-Casado's talent voor de elegant verdampende noot, maar naar het begin daarvan was het soms gissen.


Weinig beter verging het de Chants d'Auvergne, een stuk dat door Joseph Canteloube in 19de-eeuwse pasteltinten is gedoopt. De zangsoliste, Maria Luigia Borsi, vlijde haar sopraanstem fraai aan tegen het orkest. Jammer alleen dat ze het als herderinnetje en spinster zo klein en onschuldig hield, dat het raffinement rij 15 niet wist te halen.


Bij Debussy's Ibéria, liet Heras-Casado merken wel degelijk kijk te hebben op klankregie en orkestbalans. Al was ook hier het dominante gevoel: draai de duimschroeven aan, dan vindt zo'n orkest je maar minder aardig.


Heras-Casado heeft nog nergens een vaste aanstelling als chef-dirigent. Het Residentie Orkest, dat hem voor Nederland heeft ontdekt, zag in hem de opvolger van Neeme Järvi. De Spanjaard zei nee. Toch lijkt dat het beste wat hem nu kan overkomen: een gretig orkest in de luwte, waar hij uren kan maken, vallen en opstaan, knutselen en bouwen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.