Opinie

'Men slaagt er ook nu weer goed in om de interventie in Mali een 'clean' imago te geven'

In de berichtgeving over de interventie in Mali wordt geen gewag gemaakt van de slachtoffers van de bombardementen, schrijft Willemijn Verkoren. 'Het is zelfs onmogelijk om cijfers te vinden over doden en gewonden. Het is alsof ze niet bestaan.'

President Hollande bezoekt de troepen in Mali. Beeld ap

Afgelopen weekend bracht de Franse president Hollande een overwinningsbezoek aan Mali. Hoewel nog wat onwennig groeide hij gaandeweg in zijn rol als moedige oorlogspresident. De Franse interventie lijkt een groot succes te zijn geweest. Met name dankzij zware bombardementen zijn de rebellen verdreven uit alle belangrijke steden. Vooral de bevrijding van de historische stad Timboektoe, waar de rebellen een groot deel van het eeuwenoude culturele erfgoed vernield hadden, maakte indruk. De beelden van meisjes die voor het eerst in tien maanden ongesluierd de straat op durfden, van dansende mannen en vrouwen op tot voor kort verboden muziek, lijken een prachtig happy end weer te geven van een korte en effectieve missie.

Ze doen denken aan vergelijkbare beelden van feestvierende Afghanen toen de Taliban waren verjaagd uit Kaboel en van blije Iraki's toen Saddam Hoessein Bagdad ontvluchtte.

Imago
Men slaagt er ook nu weer goed in om de interventie een 'clean' imago te geven. In de berichtgeving wordt geen gewag gemaakt van de slachtoffers van de bombardementen. Het is zelfs onmogelijk om cijfers te vinden over doden en gewonden. Het is alsof ze niet bestaan. Alleen The Guardian berichtte op 13 januari over kinderen in Konna die verdronken nadat ze, op de vlucht voor de bommen, in een rivier waren gesprongen. Het dominante beeld is echter dat alleen 'terroristen' zijn geraakt. Wat niet erg is, want terroristen zijn eigenlijk geen mensen. Een oorlog in naam van vrede is in deze beeldvorming eigenlijk geen oorlog.

Echter, een bloedeloze militaire interventie bestaat niet. Schattingen van het aantal slachtoffers zullen nog even op zich laten wachten, en wanneer ze komen zullen ze weinig aandacht krijgen. Hetzelfde geldt voor vernielde infrastructuur. Terecht beloofde Hollande dan ook steun aan de wederopbouw. Maar de verantwoordelijkheid die de Fransen door hun interventie op zich geladen hebben, en ook de Nederlandse regering, de Britten, de Veiligheidsraad en anderen die de interventie hebben gesteund, is breder dan reconstructie alleen.

Dit geldt des te meer wanneer in ogenschouw wordt genomen dat de interventie niet in de laatste plaats diende om de eigen belangen in de regio veilig te stellen. Eén hiervan is toegang tot grondstoffen. De uraniumvoorraden in Niger worden in dit verband vaak genoemd, evenals, sinds de dramatisch verlopen gijzelingsactie aldaar, het Algerijnse gas. Maar ook Mali zelf is rijk aan grondstoffen als goud, olie en uranium.

Helaas zijn de exploitatie en export van deze grondstoffen niet ten goede gekomen aan de grote meerderheid van de Malinezen. Slechts een kleine elite heeft ervan geprofiteerd, en daarnaast vooral de afnemers in rijke landen. Dit is een bekend patroon in landen die afhankelijk zijn grondstoffenexport. Ook patronage, corruptie en een gebrek aan transparantie zijn zaken die geassocieerd worden met grondstoffenexploitatie. Deze problemen hebben een voedingsbodem gecreëerd voor de rebellie van de Toearegs, welke de weg bereidde voor de radicale groepen tegen wie de Fransen vechten.

Duurzame vrede
Het is dus niet alleen de militaire interventie die Frankrijk en andere rijke landen met een verantwoordelijkheid opzadelt ten aanzien van Mali. De betrokkenheid in Mali en de Noordwest Afrikaanse regio is van permanente aard. Als we werkelijk een duurzame vrede beogen in Mali dan dient ook hiernaar gekeken te worden.

Ook Hollande weet dat zo'n duurzame vrede in Mali en de omliggende regio nog niet in zicht is. Zoals de zoeven genoemde voorbeelden uit Afghanistan en Irak hebben getoond, moet het moeilijkste nog komen. De doelen die Hollande stelde bij het begin van de interventie - om de 'terroristen uit te roeien of gevangen te nemen', en om in Mali een stabiele democratie achter te laten - zijn voorlopig nog niet gehaald, en het is waarschijnlijk ook niet mogelijk om ze te realiseren via de paden van militair krachtsvertoon en extern gedreven institutie-opbouw. Dit is eigenlijk symptoombestrijding die de bronnen van het conflict ongemoeid laat.

Rebellen laten zich niet zomaar uitroeien of gevangen nemen. Zij gaan over landsgrenzen, mengen zich met de bevolking, en worden voortdurend aangevuld - deels uit diezelfde bevolking en deels uit het reizende circus van internationale jihadisten. Ook een stabiele democratie laat zich niet zomaar door interventie vestigen. Dit hebben we op vele plekken, van Irak en Afghanistan tot Libië en Ivoorkust kunnen zien. Dat Mali al een democratisch track record heeft, stemt de Fransen wellicht hoopvol. Maar de eerder genoemde corruptie en ongelijkheid hebben het systeem wankel gemaakt. Het land is daarmee zeer kwetsbaar voor ontwikkelingen in de bredere regio.

Na de val van Kaddafi in Libië kwamen groepen Toearegs, die als huurlingen in het Libische leger hadden gediend, terug naar Mali. Zij namen grote hoeveelheden wapens mee uit geplunderde Libische wapendepots en begonnen in Mali een strijd voor een eigen staat, hetgeen het begin was van de huidige problemen.

Bescheidenheid
Noordwest Afrika te ontwikkelen tot een stabiele regio is een kwestie van lange adem. Bescheidenheid over hoeveel door interventie kan worden bereikt is gewenst. Daarnaast is een civiele strategie nodig ten aanzien van de hele regio, gebaseerd op een diepgaande analyse van de verschillende, aan elkaar gerelateerde conflicten. Daarbij dient de rol van buitenlandse overheden en ondernemingen in de (onder)ontwikkeling van Mali niet uit het oog te worden verloren.

Hetzelfde geldt voor de manier waarop diversificatie van Afrikaanse economieën wordt bemoeilijkt door het mondiale handelsregime. Wellicht liggen de oplossingen voor instabiliteit in Afrika dichterbij huis dan we denken. Als Hollande het zou aandurven daaraan aandacht te besteden, zou hij pas werkelijk moed tonen.

Willemijn Verkoren is hoofd van het Centrum voor Internationaal Conflict- Analyse en Management (CICAM) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

 
Het dominante beeld is dat alleen 'terroristen' zijn geraakt. Wat niet erg is, want terroristen zijn eigenlijk geen mensen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden