Memootje vol leven

Wie oog heeft voor klein leed hoeft nooit ver te zoeken. Zelfs bij het halen van de dagelijkse boodschappen trekt de voorzienigheid gratis alle registers open....

Sylvia Witteman

'Karel, je bent een klootzak.' Het witte, keurig uitgeprinte etiketje kleeft op de stang van een goed onderhouden herenfiets met hockeyklem. Wie is Karel, en waarom is hij een klootzak? Heeft hij een van liefde wegterend weesmeisje zwanger gemaakt en verlaten? Vals gespeeld met klaverjassen? Een kompaan getild voor een ton?

De rondslingerende boodschappenlijstjes in de supermarktkarretjes verlichten tijdelijk de beklemming. 'Dingentje voor lossen fietspomptuitje te plakken. Sambal. Brokken. Van die zachte vlees voor Steven. 1 natte doek mister clen', staat er in woest, naar links hellend schrift op de weerszijde van een Blokker-bonnetje.

'slankie, linera, cola light, magere melk, zoetjes, komkommer', meldt een roze post-it-memo in ronde letters met hartjes op de i's. En aan de achterkant: 'mars, paprikachips, port.' Een zwaar dieetgeval. En wat te denken van de ruw uitgescheurde titelpagina van het boek Beroemde oosterse dierenverhalen, verdekt opgesteld onder een slijmerig preiblad. PLEISTERS!!! staat er in grote, stellige blokletters. Verder niets. Wie zo dringend pleisters nodig heeft zou dat toch moeten kunnen onthouden, zeker als het de enige boodschap van die dag is?

'Ik heb belangrijke aanwijzingen gevonden', zegt mijn zoontje op de terugweg. Hij overhandigt me een wriemelig beschreven papiertje. 'Het lag verstopt achter het politiebureau!' Dat moet inderdaad wat wezen.

'Verzekering neen', is de aanhef. 'Ik heb kruiden links oren neus later klap 2003 jaar! Ik kan niet horen. Dokter wilt u mij een recept alstublieft oprapen. Druppel niet helpen. Tevoren dankbaar.'

En daaronder, in het Russisch: 'Verband: 2 euro. Zalf: 4 euro 75.'

Bij thuiskomst lag er een groot vel schetspapier in de bus: 'Ik ben de bellenpoetser ik kom vanmiddag de bel poetsen voor 50 cent want dat doe ik altijd de bellenpoetser.'

Tegen middernacht werd lang en dringend op de bel gedrukt, die inderdaad best eens gepoetst mocht worden. Bij het opendoen verscheen een sponzige vijftiger in zo'n op de groei gekocht nylon spijkerpak waar tieners in zieltogende oostbloklanden twintig jaar geleden een moord voor deden. Zonder inleiding zei hij: 'Het is nu te donker om de bel te poetsen. Maar ik kom morgen!' Schuddend en mompelend verdween hij op de donkere gracht.

Een week later lag er een nieuwe brief. 'Ik ben ziek. Mijn moeder is ook ziek. Ik moet eerst beter worden. Dan kom ik de bel poetsen voor 50 cent dat doe ik altijd de bellenpoetser.' Dit epistel was duidelijk met meer tegenwoordigheid van geest geschreven dan het vorige, maar deed nieuwe vragen rijzen. Hoe lang duurt het poetsen van een koperen bellenknopje van een halve centimeter doorsnee? Korter dan het schrijven en bezorgen van een brief, hoe summier ook.

Ik was hem al bijna vergeten, toen er twee weken later weer een brief lag. Een hoopvolle brief. 'Morgen ben ik weer beter, dan kom ik de bel poetsen voor 50 cent dat doe ik altijd de bellenpoetser!'

Het is nu een maand geleden, en ik heb sindsdien niets meer van hem vernomen. Een ongeluk wordt gevreesd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden