Memento Morandi

Schilder Giorgio Morandi produceerde een van de mooiste oeuvres van de 20ste eeuw. Levendig, al komt er geen mens op voor. Allemaal naar Brussel!

DOOR STEFAN KUIPER

Tentoonstelling

Giorgio Morandi: Retrospectieve; Bozar, Brussel

t/m 22/9. bozar.be

In zijn essay The Hedgehog and the Fox deelde filosoof Isaiah Berlin denkers op in egels en vossen. Deze classificatie leent zich ook uitstekend om schilders te typeren.

De vos is de zwerver onder de schilders, de pragmaticus, een snuffelaar die nu eens hier en dan weer daar iets meepikt. De egel is een meer eenkennige figuur. Hij is het type kunstenaar dat Nescio vereeuwigde. Een type, kun je toevoegen, dat zo goed als uitgestorven lijkt: gedreven, monomaan, gekweld soms. Een man met een specifiek doel - de Mont Sainte-Victoire schilderen! 'God op een stukkie linnen vangen!' - dat gaandeweg vaak uitgroeit tot een obsessie. De egel zwoegt en moppert, maar niet vruchteloos. Zijn kunst wordt doorwerkt. Het kent een graad van perfectie die de vos nooit bereikt.

Bij schilderende vossen, denk: Picasso, Matisse, Toorop, Richter.

Bij schilderende egels, denk: Cézanne, Bonnard, Rothko, Mondriaan, Mankes.

Én Giorgio Morandi.

Van die laatste moet u weten. Hij was een Italiaanse schilder uit Bologna, die leefde van eind 19de tot halverwege de jaren zestig van de 20ste eeuw (1890-1964); hij was ook tekenaar en etser. Het cliché wil dat zijn leven onbetekenend was - een boomlange man die tot zijn dood samenwoonde met zijn drie zussen en zich slechts bij hoge uitzondering onder collega's begaf. Maar overeenkomstig het idee dat er geen onbetekenende levens bestaan, enkel luie en fantasieloze waarnemers, is het misschien beter om hier te spreken van 'statisch'.

Morandi leidde een statisch leven. De beweging bevond zich elders.

Dat elders was Morandi's atelier-aan-huis. Daar, in de nabijheid van zijn flessen, schaaltjes, fluwelen doeken en andere parafernalia, bouwde Morandi aan een van de mooiste oeuvres van de eeuw. Landschappen, stillevens: schelpen, bloemstukken. Het is consistent op het monastieke af. Oké, als jonge egel had Morandi nog wel eens om zich heen gekeken, in de jaren twintig was er een flirt met de pittura metafisica: streng surrealisme met houten hoofden en harde schaduwen dat wel iets weg heeft van De Chirico, en een tijdje daarna schilderde hij baadsters die vaag aan Cézanne doen denken. Maar dat zijn voetnoten bij een oeuvre, onbetekenende bovendien. Belangrijk was Morandi in zijn bekendste persona: als schepper van die zorgvuldig gecomponeerde stillevens en landschappen. Decennium na decennium. Doek na doek. Als een zoeker.

Wat zocht Morandi?

Dat is een lastige. Voor je het weet zit je tot je nek in de pseudodiepzinnigheid. Dan gaat het over 'de essentie' en 'het universele', over het 'wezen der dingen' - ook zo'n leuke. Dan haal je de Tachtigers en criticus Richard Roland Holst nog eens van stal. Zweverig antropomorfisme, goedbedoeld, daar niet van, maar nader tot Morandi kom je er niet mee.

Het enigma verdient frissere woorden. Gelukkig bestaan die ook.

Deze, van de Amerikaanse schrijver James Salter, bijvoorbeeld. 'Er komt een tijd dat je je realiseert dat alles een droom is en enkel de dingen die zijn opgeschreven de kans hebben om waar te zijn.' Dat is het motto bij diens laatste roman All That is. Wanneer je 'opgeschreven' vervangt door 'geschilderd' kom je heel dicht bij Morandi. Ook die leek de droom te willen bevriezen. En ook die wilde daarin excelleren. In Bozar, Paleis voor Schone Kunsten te Brussel, bezig uit te groeien tot het toonaangevende tentoonstellingspodium van de Benelux en dat nu een dikke tachtig Morandi's (olieverf, aquarellen, etsen) in huis heeft, zie je hoe dat in zijn werk gaat.

En hoe! Het is nog maar juni, maar het moet raar lopen wil deze expositie niet in de topdrie van alle eindejaars-lijstjes opduiken; hieraan deugt namelijk alles. De selectie is hoogwaardig, de inrichting sfeervol, de banken zijn zacht, de koppeling aan een hedendaagse meester, de Belg Luc Tuymans, is interessant. Gemist wordt misschien een kabinetje met voorbeelden, een Cézanne, een Zurbarán, een Rousseau le Douanier, een stuk of wat Corots, maar dat is muggenziften bij een expositie die verder puntgaaf is. Niet vaak zul je Morandi's werk zo mooi en rustig kunnen genieten als hier. En dat komt óók door de lijsten.

De lijsten? Het klinkt flauw en plichtmatig, immers: welk schilderij zit niet in een lijst? Maar hoe bepalend het repoussoir is voor Morandi's stillevens, ja, hoe afhankelijk ze er zelfs van zijn, merk je wanneer je de catalogus doorbladert. En de lijstloze reproducties ziet, waarvan de kleuren direct aan de witte bladspiegel raken. Hoe naakt ogen die werken! Hoe ielig.

De lijst, zo merk je, vormt bij Morandi niet zozeer de verplichte afbakening van een voorstelling, als wel een onmisbare transitiefase; hij fungeert als acclimatiseringsruimte voor je ogen tussen drukke buiten- en verstilde binnenwereld.

Want verstild is het, daar in die doeken van Morandi. Er komt geen mens op voor. Ook geen dier, trouwens. Bomen - die wel. En planten. Maar verder is Morandi's wereld er een van levenloze dingen: heuvels, stoffige wegen, zongebleekte Cézannehuizen en verder natuurlijk de vertrouwde spulletjes: de tulbandvaas, de porseleinen schaal, de potjes en de busjes. Deze doeken kun je ijl, teer, gevoelig, zinderend et cetera noemen, maar beter typeer je ze via verhalen. Stel u voor: een huis in de Apennijnen. Het is onbewoond en in verval, stoffig ook. Ga mee, via het balkon, langs afgebladderde deuren, zo over de zolderverdieping - kijk uit voor vleermuizen! - de trap af naar beneden, de woonkamer in. Het ruikt er raar. Onder de tafel ligt een gemummificeerde hond. Naast het raam staat een tableau van spulletjes: kannen, een doosje, schaaltjes, een fles waar ooit een kaars in zat, de oppervlakten overdekt met een vacht van stof, de kleuren verschoten. De tijd, zo lijkt het, heeft het bloed eruit gezogen. Zo oogt een Morandi. Griezelig mooi.

Aan die schoonheid ging wel het een en ander vooraf. Morandi volgde zijn hele carrière getrouw de Corot-methode: koude kleuren en aardetinten vermengd met loodwit, waardoor een bleek kleurengamma ontstaat, vergelijkbaar met het beeld van je tv wanneer je het kleurenknopje te ver in de min drukt. Ze zijn weleens ouderwets genoemd, deze spookachtige beelden, maar ouderwets zijn ze nu net niet. Wel: onbestemd. Tijdloos.

Een effect dat versterkt wordt wanneer je meer doeken bij elkaar ziet. Dan veranderen de schilderijen in minitheatertjes, met de parafernalia als terugkerende cast. Wier perfectie soms intimiderend voelt. En je blik doet kantelen. Want na een tijdje krijg je het idee dat die flesjes en busjes jou bekijken, dat jijzelf het kunstwerk bent en dat de echte wereld zich niet hier, in de zalen van Bozar, onder het felle, zomerse bovenlicht, op de rode pluchen bank met de knikkebollende Italiaanse toerist - slaapt hij al? - bevindt, maar dáár, voorbij de lijst, in de romige verf van het schilderij. Morandi spiegelt je ideeën over wat echt is en wat onecht. De werkelijke natura morta - dat ben je zelf.

De Brusselaars voegen hier nog een laag aan toe door Morandi te koppelen aan zijn beroemdste vermeende navolger: de Vlaamse schilder Luc Tuymans (geboren 1958). Van hem zijn in de laatste zaal vier werken bijeengebracht: een dia, een kerk, een stel kandelaars met kaarsen en een doek dat lijkt op twee copulerende apen of vechtende saters, het kunnen ook stoeiende geiten zijn. Uitstekende doeken, dat spreekt, want schilderen kan-ie, Tuymans. De combinatie lijkt ook logisch. Toen Tuymans in de jaren tachtig twijfelde over zijn werk, was het de kennismaking met het werk van de schilder uit Bologna die hem ervan overtuigde dat hij op de juiste weg was; bovendien hebben de schilders zo op het eerste gezicht veel gemeen. De gebleekte kleuren, de raadselachtige sfeer - je ziet het bij Tuymans én Morandi. Maar: gaat de verwantschap dieper?

Altijd dacht je van wel. Maar nu, met het werk bij de hand en de Isaiah Berlin-classificatie in het achterhoofd, ga je anders kijken. En zie je vooral de verschillen. Tuymans, de Vlaming: snel, zappend, altijd kijkend door een filter, gebruikmakend van tweedehands impressies, foto's, video, tijdschriften, meepikkend waar hij iets aan heeft. Een vos kortom, een getalenteerde vos, geniaal zelfs misschien. Maar toch, een vos. Morandi, de Italiaan: stijlvast, diep geworteld, altijd op hetzelfde spoor, nooit afwijkend van de hoogstpersoonlijke observatie. Een klassieke egel: toegewijd en volhardend, geobsedeerd door dat ene, dat fel betrachte, dat onbereikbare. Eenkennig. Zoals egels zijn.

EXTRA: VEEL TINTEN GRIJS EN BRUIN

Girogi Morandi (1890-1964) was een Italiaanse schilder van stillevens en landschappen. Zijn werk valt op door de tonale manier van werken: gedempte kleuren, veel tinten grijs en bruin etcetera. Hij leerde zichzelf etsen door boeken met het werk van Rembrandt te bestuderen. Tussen 1930 en 1954 was Morandi hoogleraar aan de Bolognese Accademia di Belle Arti. In 1957 won hij de grote prijs op de Biënnale van São Paulo.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden