Meloen als redder

In 1989 stelde de meloenteelt in Roemenië nog weinig voor, maar inmidddels is de vrucht er alomtegenwoordig. Boekhouders, onderwijzers en loodgieters trekken er met tonnen meloenen op uit....

Een meloen is mooier dan een liefdesbrief. Verkoper Octavian (22) heeft in de dikke groene schil van een vijf kilo wegende watermeloen de letters Ik zal de jouwe zijn gekerfd. Mocht de droomvrouw onverhoopt langslopen, dan is de rijpe vrucht de hare. In het mooiste geval is die droomvrouw westers.

Stel nou dat een leuke Amerikaanse of Zweedse de gang langs de schier eindeloze meloenenbergen op de stoffige oever van de Transsylvanische Ariesul-rivier maakt. . . Dan heeft Octavian de Engelse pendant al klaar: Take me with you. Maar eigenlijk heeft hij dat westerse paspoort helemaal niet zo hard meer nodig. Het gaat Octavian dankzij de watermeloen lang niet slecht. 'Als mijn droomvrouw langskomt neem ik haar meteen mee uit eten.'

Watermeloen, Citrullus vulgaris: zeer saprijke, komkommerachtige vrucht, oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Indië - en in Roemenië een reddende engel.

'Ik weet niet hoe het ons zónder zou zijn vergaan', zegt Georgieta Gherla (45), die naast Octavian een nog grotere berg watermeloenen beheert. Met haar ouderwetse bril en zorgvuldig inspecterende blik heeft de meloenenverkoopster nog steeds het voorkomen van de beroepsgroep waarvan zij tot 1993 deeluitmaakte: die van de boekhouders, net als haar man trouwens.

Beiden verloren ongeveer tegelijkertijd hun baan. Het boekhoudersechtpaar vreesde voor de toekomst van hun kinderen. De enkele hectares land die zij van de staat terugkregen, brachten uitkomst. Tenminste: nadat zij met citrullus-zaad waren bestrooid. Elke hectare bleek goed voor veertigduizend kilo watermeloen.

Hier op de stoffige rivieroever verkoopt Georgieta duizend kilo per dag. Prijs: vijfduizend lei (17 eurocent) per kilo. Vanaf half juli tot begin september heeft de familie Gherla astronomisch hoge daginkomsten: vijf miljoen lei (170 euro), normaliter een Roemeens maandsalaris. 'Van dat geld leven we de hele winter', zegt Georgieta. 'Alles betalen we daarvan: de verwarming, de elektriciteit en de schoolspullen van de kinderen.'

In 1989 was Roemenië met 215 miljoen kilo de vijftiende meloenenproducent ter wereld. Inmiddels staat het met 940 miljoen kilo op de zesde plaats. Alleen reuzen als China, de VS en Turkije gaan nog voor. Als er een klassement zou bestaan voor de hoeveelheid meloenen per vierkante kilometer, zou Roemenië met Turkije de eerste plaats delen.

En dat terwijl alleen de zuidelijke helft van het land geschikt is voor de teelt: de regio Oltenië heeft er met haar hete, droge voorjaar het welhaast perfecte klimaat voor. De landstreek Transsylvanië ligt net boven de meloenengrens. Het is precies dit contrast dat de economie een impuls heeft gegeven. Transsylvanië is relatief welvarend, Oltenië is arm. Vanaf half juli steken duizenden Olteniërs met gammele, onder hun zware last kreunende auto's de Karpaten over. De Citrullus vulgaris is het middelpunt van een ware volksverhuizing.

'We verdienen goed, maar we verliezen veel aan de reparaties van de auto en aan de boetes omdat hij te zwaar beladen is', zegt de Olteense Maria, die even na middernacht samen met haar zoon in trainingspak de wacht houdt bij haar negotie op de markt in de Transsylvanische stad Alba Iulia. Maria's echtgenoot is met de Dacia-bestel vertrokken om uit Oltenië een nieuwe vracht aan te voeren. Die aanvoer geschiedt niet zonder reden 's nachts.

De meloeneneconomie is een hit en de Roemeense oom agent heeft ontdekt dat hij daar ook van kan profiteren. 'In het begin kon je de politie met een paar meloenen wel afkopen', zegt Maria. 'Maar daarna stelden ze boetes in: je mag nog maar duizend kilo per keer vervoeren. Dan moet je elke dag op en neer en verdien je helemaal niks meer. En dus riskeren we de boetes. Als je wordt gesnapt, is het vijftien miljoen lei (350 euro). Maar het kan bijna altijd zwart en dan is het maar de helft.'

Gelukkig hebben Roemenen een lange traditie in het elkaar helpen bij het om de tuin leiden van kwaadwillende overheidsdienaren. ''s Nachts heb je maar een paar agenten die langs de hoofdweg patrouilleren', zegt ex-boekhoudster Georgieta, wier man ook net vertrokken is om een nieuwe lading aan te slepen. 'Als er een patrouille opduikt, wordt mijn man door andere weggebruikers met lichtsignalen gewaarschuwd. Hij duikt dan een donker zijweggetje in. De laatste paar keer heeft hij boeteloos gereden.'

Met zijn groengele schil en sappige rode vruchtvlees is de watermeloen een beproefd middel tegen nierstenen en een zegen voor de vochthuishouding in het algemeen. Toch geven de echte fijnproevers de voorkeur aan de kleine gele Cucumis melo, die vooral in combinatie met plakjes ham beschouwd wordt als een delicatesse. Het is de Cucumis die fungeert in de grote romans van Tolstoj en in andere werken uit de wereldliteratuur.

Op de markt is het geel echter in de minderheid. Alleen de romantische Octovian heeft een klein bergje op voorraad - ook met het oog op vrouwelijke klanten: met hun gewicht van tussen de vijf en tien kilo trekken de grote exemplaren een overwegend mannelijke klandizie. Een drie kilo wegende Cucumis kan een meisje nog net meenemen.

'Het liefst zou ik meer gele verkopen', zegt Octavian. 'Maar het is te onhandig. De schil is te dun. De wegen zitten vol gaten en de helft overleeft het transport niet. De watermeloen is veel resistenter. Die kun je ook gerust drie weken in de zon laten liggen.'

Zomer in Transsylvanië: golvende groene heuvels, stoffige wegen en heel, heel veel watermeloenen. Waar de vrucht opduikt, zie je auto's met kentekenplaten met de letters DJ, de Olteense provincie Dolj. In de volksmond heet Dolj Meloenië. De officieuze hoofdstad is het plaatsje Dabuleni, waar vrijwel honderd procent van de bevolking in de handel zit. Het bleek dè uitkomst voor al die mensen die vreesden dat de paar hectares grond die ze terugkregen nutteloos zouden zijn.

Meloeniërs die risico mijden, vangen 1500 lei per kilo van groothandelaren. Wie echter substantiële poen wil scheppen, gaat er zelf op uit. Hoe verder je naar het noorden geraakt, hoe hoger de prijs wordt. Wie na veel kuilen, vallende knalpijpen en vervelende agenten het uiterste noorden bereikt, kan 10.000 lei per kilo vragen.

Zo ver zijn Maria en haar man en zoon niet gekomen: tot aan Aba Iulia in hartje Transsylvanië waren er al ontberingen genoeg. Het is half een 's nachts op de stadsmarkt. Vanaf een gammel klapstoeltje ziet Maria toe op een in het halfduister gehulde meloenengebergte. 'Het is Roemenië dus je moet er wel bij blijven.'

In de stad Cluj kwam het een paar weken geleden tot een agressieve vorm van meloengooien tussen Olteniërs en plaatselijke Roma die er een gewoonte van hadden gemaakt de vrucht 's nachts gratis op de kop te tikken.

Pas als haar echtgenoot morgenavond terug is, gaat Maria slapen - waarschijnlijk in de auto. Sanitair is er niet. Weken van huis betekent ook weken zonder douche.

Dan hebben de verkopers aan de oever van de Ariesul-rivier bij het plaatsje Câmpeni het beter voor elkaar. En dat terwijl ze die plek niet eens zelf hebben gekozen: de burgemeester loodste hen naar deze locatie om de dorpsmarkt van een meloenenbombardement te vrijwaren. De rivieroever is omgebouwd tot een soort camping. Aan het water staan provisorische tenten van balken en zeil. Rond het middaguur worden er worstjes gebraden, overal klinkt Olteense volksmuziek. Nagenoeg iedereen komt uit Dabuleni.

De camping kent een strenge hiërarchie. Wie het dichtst bij de brug staat, verkoopt het meest. Telkens als nummer één door zijn voorraad heen is, schuift de rest door. Op dit moment wordt de koppositie ingenomen door het boekhoudersechtpaar Gherla. Zij verdienen 170 euro per dag. Drie plaatsen verderop staan Mirela (30) en Adrian (34), basisonderwijzers. Hun dagomzet bedraagt 90 euro.

'We wachten rustig op onze beurt', zegt Mirela, die in haar tuinstoeltje helemaal het ontspannen campinggevoel uitstraalt. 'Het is werk, maar ook een soort vakantie. Het enige wat ik mis, is een douche, want de rivier ga ik niet in. Die is mij te vies.' De meeste mannen gebruiken de rivier wel. Niet alleen om te zwemmen, maar ook om zich te scheren.

Met een speciaal mes snijden de verkopers staafjes vruchtvlees los om kritische klanten te laten proeven. Verkoper Octavian verdwijnt achter zijn handel om met een zeventien kilo wegend prijsexemplaar tevoorschijn te komen. 'Dit is de grootste die ik heb. Als je die in de kelder in het stro legt, blijft ie tot Kerstmis goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden