Melodrama en eigenzinnigheid

A Dancer's Tale door Sarah Chase, José Navas, Regina van Berkel, Michael Schumacher, Vitor Garcia en Paul Selwyn Norton. Gezien Theater aan het Spui, Den Haag 17 feb....

Twee keer kijkt Regina van Berkel tijdens haar solo Come un bel di di maggio de zaal in: aan het begin trots en zelfverzekerd, aan het slot bijna verdwaasd. Daartussen liggen achttien minuten. Genoeg om een dansersleven te laten zien. Het Holland Dance Festival vroeg haar en de overige deelnemers aan A Dancer's Tale een korte voorstelling te maken waarin hun 'dancer's tale', het centrale thema van het festival, naar voren komt. De bij William Forsythe werkende danseres geeft het enige antwoord dat bij een danser past: ze danst omdat haar lichaam verslaafd is aan de sensatie van het bewegen. Ze danst zonder na te denken. Met vrolijke hinkstapsprongen in het begin en met ritmische grilligheid wanneer schel geluid zich mengt met laag gebonk. Een reep filmdoek waartegen ze af en toe botst weerhoudt haar er niet van op te gaan in de wereld van het dansende lichaam. Pas bij het applaus keert ze terug naar het hier en nu en valt haar lichaam stil.

De Canadese Chase probeert wel een antwoord te formuleren in een woordelijke 'personal story', getiteld Muzz. Niet gespeend van melodrama vertelt ze over intieme ontmoetingen met haar stervende grootmoeder ('I call her Muzz or Muriel'). Aan het ziekbed heeft ze nog haar kunnen vertoond. Onder het vertellen schrijft ze met grove vegen letters in de lucht, die langzaam overgaan in verwaaide bewegingen. Haar benen glijden nonchalant over de vloer, kenmerkend voor haar Amerikaanse nietszeggendheid.

José Navas (Venezuela), die twee jaar geleden met vier solo's het danspubliek van Springdance aan zijn voeten kreeg, laat juist zien dat een getraind danslijf alleszeggend kan zijn. In vier fragmenten van de in Nederland geruchtmakende choreograaf Bill T. Jones - vanwege zijn dansstuk over terminale patiënten - zet Navas haarscherp evenzoveel sferen neer. Hard en afstandelijk door ons zijn achterkant in puntige hoeken te laten zien, intiem en in zichzelf gekeerd door ronde schouderbewegingen, druk en opgejaagd door twee schuivende panelen en uiteindelijk licht clownesk met een rode bol op zijn neus. Een danser in topvorm.

Het sluitstuk komt uit Nederland: Paul Selwyn Norton maakte Proxy, een duet voor Michael Schumacher en Vitor Garcia, twee totaal verschillende dansers. De eerste lenig, aards en verlegen serieus, de tweede klein, huppelend en komisch. Terwijl Schumacher de schizofrene bewegingstaal van Norton, met wegdraaiende ledematen, nog verder doorvoert dan mogelijk lijkt, loopt Garcia als vrolijke stoorzender door het parcours. Schumacher wil er graag een gepolijste presentatie van maken, gezien zijn voortdurend beleefd uitgekraamde 'Good evening'. Zijn lijf verraadt een hang naar dwarsheid en eigenzinnigheid. Geen vloeiende bewegingen maar tegennatuurlijke draaiingen van gewrichten. Norton laat met Proxy zien nog steeds bezig te zijn met vragen over lichaamstaal en communicatie. Van lekker bewegen komt vooralsnog niet veel. Dat lijkt een tendens in de Nederlandse moderne dans: bewegen is niet meer vanzelfsprekend; dans is een lichaam geworden dat zich vragen stelt. Als dat maar goed komt.

Annette Embrechts

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden