MELK & BROOD

Als kleine jongen zag Jan Cvitkovic hoe een keurig gezinshoofd zichzelf verloor in de drank. Het inspireerde hem tot het maken van 'Bread and Milk', die de weg moet openen naar een volwassen filmcultuur in Slovenië....

JAN Cvitkovic bracht zijn jeugd door in Tolin, een piepklein plaatsje aan de voet van de Julische Alpen, tegen de grens van Italië, maar nog net in Slovenië. Het was de gouden jaren van Tito en in het hartje van Tolin stond de Taverna, een gebouw waar arbeiders na hun lange werkdag een gesubsidieerde maaltijd konden nuttigen, een spelletje schaak spelen en een drankje nuttigen.

In de idealistische opzet kwam al spoedig de klad. Taverna werd een toevluchtsoord, vooral voor mannen die om enige reden geen zin hadden naar huis te gaan. Werklozen, gescheiden huisvaders en andere eenzamen wisten elke avond de weg te vinden naar het drankoord dat Taverna was geworden.

Het werd ook een ontmoetingsplaats voor de jongeren van Tolin, waar verder niet veel te doen was. De plaatselijke afdeling van de communistische partij zag met lede ogen hoe Taverna verworden was. Maar het werd toch verstandiger geacht om de drankzuchtige zwervers onderdak te bieden dan ze los te laten op straat. Taverna werd daarom niet gesloten, maar mocht voortaan de hele nacht open blijven.

Ook Jan Cvitkovic kwam, eerst nog aan de hand van zijn vader, regelmatig in Taverna. Nooit vergat hij hoe eens, om drie uur 's nachts, een ogenschijnlijk keurig gezinshoofd compleet dronken midden in het lokaal stond, met een plastic tas in zijn hand. Het leek alsof de man zich opeens realiseerde hoe hij zijn leven aan het kapotmaken was. De plastic tas viel op de grond. Er rolden een brood en een fles melk uit. Ze vormden de reden waarom de man ooit, voordat de winkels gesloten waren, zijn huis verlaten had.

Bread and Milk heet de film die Jan Cvitkovic dertig jaar later maakte en zijn jeugdherinnering aan die man met plastic tas staat erin centraal.

In de voorbije jaren zwierf Cvitkovic doelloos door de wereld, na zijn schooltijd was er weinig dat hem thuis hield. In Israël, Egypte en het oosten van Afrika leerde hij het leven kennen, tot hij besloot architect te worden.

Tijdens zijn studie begon Cvitkovic verhalen te schrijven. Eén daarvan, V Ieru (Engelse titel Idle Running), werd verfilmd door Janez Burger die Cvitkovic vroeg ook maar meteen de hoofdrol te spelen. Idle Running is een ironisch portret van Sloveense jongelui, aan het slot van de film bondig samengevat tot Life Sucks.

Jan Cvitkovic had de smaak te pakken, zijn volgende scenario wilde hij zelf verfilmen. De man met die plastic zak werd het uitgangspunt. De film zou zo'n kwartier duren, maar werd twee keer zo lang. Uiteindelijk besloot Cvitkovic Bread and Milk de normale speelfilmlengte van anderhalf uur te geven.

Vorig jaar maart ging hij in première tijdens het nationale festival van de Sloveense film in Portoroz, aan de Adriatische kust, niet ver van Triëst. De jaaroogst van was niet groots. Van de vijf premières was alleen Bread and Milk de moeite waard. Merkwaardig genoeg kreeg Cvitkovic van de officiële jury geen enkele prijs, behalve voor de beste acteur en actrice, toegekend door het tijdschrift Stop.

De kwaliteit van Cvitkovics debuut werd pas ontdekt toen hij op het festival van Cannes gezien werd door een scout van Venetië. Bread and Milk werd geselecteerd voor de Mostra en won tot ieders verbazing de Gouden Leeuw voor het beste debuut. Terwijl de Slovenen de film in eigen land aanvankelijk compleet negeerden, was alleen al de selectie voor Venetië (voor het eerst een Sloveense film) genoeg voor twee euforische items in het televisiejournaal.

In het festivalpaleis op het Lido maakte Cvitkovic er een ware show van. In een T-shirt met hamer en sikkel erop nam hij zijn prijs in ontvangst, en thuis groeide hij uit tot een nationale held. Het rondje huldigingen culmineerde in november op het festival van Ljubljana, waar hij de hoofdprijs kreeg. Jan Cvitkovic heeft het helemaal gemaakt.

Ook in Rotterdam is Bread and Milk te zien, naast een andere Sloveense film, Ljubljana van Igor Sterk, die in een mindere, gestileerde stijl vertelt van studenten in de hoofdstad van Slovenië. Ook daar spat de vrolijkheid niet vanaf. Zijn de Slovenen zo'n somber volkje? Je zou het haast denken. Wie echter een paar dagen rondloopt in Ljubljana krijgt een andere indruk. Er heerst een frisse, multiculturele sfeer die weinig verschilt van studentensteden als Praag of Amsterdam.

Slovenië ligt dan ook aan de rand van de Balkan, maar grenst net zo goed aan Oostenrijk, Hongarije en Italië. Alledrie gretige buren die door de eeuwen heen ook vaak genoeg dit tuintje van de Balkan tot zich namen. Slovenië heeft veel bezettingen gekend. Door de Romeinen, de Habsburgers en tijdens de Tweede Wereldoorlog nog door drie landen tegelijk: Italië, Duitsland en Hongarije.

Maar Slovenië heeft zich nooit lijdzaam neergelegd bij de vreemde bezettingen. Er is altijd een drang geweest naar zelfstandigheid, het vizier gericht op de toekomst. Slovenië was in 1990 het eerste land dat onafhankelijk werd toen Joegoslavië uit elkaar spatte, amper tien jaar nadat Tito was overleden in het ziekenhuis van Ljubljana. Slovenië wordt ook een van de eerste voormalig socialistische staten die deel gaan uitmaken maken van de Europese Unie.

Ook de Sloveense filmers dromen van Europa. Van een land met twee miljoen inwoners, met een kleine afzetmarkt, kun je niet gemakkelijk verwachten dat er een bloeiende filmcultuur heerst. Slovenië kampt met dezelfde problemen als andere Oost-Europese landen.

Vroeger was film volgens de wetten van Lenin de belangrijkste kunst, waarvoor de staat veel geld over had. In de huidige tijd van voortschrijdende privatisering en jong kapitalisme neemt de staatssteun af en zijn particuliere sponsors alleen geïnteresseerd in producties die geld opleveren.

Bread and Milk, met in zijn kielzog het voorzichtiger Ljubljana, is buiten Slovenië een eerste teken van leven. Voor Sloveniërs betekent het succes van Bread and Milk oneindig veel meer. Het kan een eerste stap zijn naar aansluiting met West-Europa en de Europese subsidiefondsen. Het optimisme is groot, Slovenië komt eraan.

Bij de uitreiking van de Gouden Leeuw in Venetië droeg Jan Cvitkovic zijn prijs op aan het nationale voetbalelftal dat in tegenstelling tot Nederland wél de eindronde van het WK heeft bereikt. Achter de voetballers aan hopen de Sloveense filmers de wereld te veroveren, ook al is de plastic tas nu alleen nog maar gevuld met een brood en een fles melk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden