Melatonine tegen ADHD

Veel kinderen met ADHD slapen slecht. Het lijkt erop dat een gendefect hun biologische klok ontregelt. Misschien kan melatonine die weer gelijk zetten....

door John Ekkelboom

Hyperactieve kinderen slapen vaak slecht. De volgende dag zijn ze dan nóg minder te genieten. Met eerder onderzoek in de hand denken artsen van Ziekenhuis Gelderse Vallei (ZGV) in Ede dat ze de slaapproblemen bij deze kinderen kunnen verlichten.

Tijdens een studie naar slaapstoornissen bij volwassenen ontdekten zij dat bij deze groep de productie van melatonine te laat op gang komt. Normaal begint de pijnappelklier in de hersenen dit hormoon aan te maken tussen half acht en half tien 's avonds. Melatonine stuurt de biologische klok en is nodig voor een goed slaapwaakritme. Mits op het juiste tijdstip gegeven, bleek met een melatoninepil de klok weer op tijd te gaan staan.

Dr. Marcel Smits, neuroloog in het ZGV en gespecialiseerd in de biologische klok, vertelt dat veel proefpersonen aangaven dat ze vroeger ook al slecht insliepen en moeilijk wakker werden. Hij nam contact op met de kinderartsen van het ziekenhuis en deze bevestigden het probleem. Smits herhaalde de studie maar ditmaal bij 130 kinderen met slaapproblemen.

'Ook bij hen werd het slaapritme dankzij extra melatonine weer normaal. Opvallend was dat 60 procent van deze kinderen tevens ADHD had. Deze groep reageerde even goed op melatonine als de overigen. We willen nu apart bij ADHD-kinderen het klokprobleem en het gunstige effect van melatonine daarop gaan onderzoeken.'

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) komt volgens prof. dr. Jan Buitelaar, kinderpsychiater en ADHD-deskundige van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), veel voor. Ongeveer 3 tot 5 procent van de kinderen lijdt eraan. Dit betekent dat gemiddeld elke klas wel een leerling heeft met ADHD.

Kinderen hebben allemaal wel eens drukke momenten. ADHD-kinderen kennen niet anders en zijn niet in staat dat te reguleren. Daarnaast zijn ze meestal ook chaotisch, impulsief, slordig en vergeetachtig. Bovendien kunnen ze zich doorgaans slecht concentreren, praten ze eindeloos door en heeft 30 tot 40 procent last van inslaapproblemen.

Opvallend is dat het vaker jongens dan meisjes betreft. Recente onderzoeken tonen wel aan dat het verschil minder groot is dan aanvankelijk werd aangenomen. Buitelaar. 'Bij jongetjes manifesteert het probleem zich sterker. Bij hen staat het drukke gedrag meer op de voorgrond, terwijl meisjes vooral met concentratieproblemen kampen. ADHD-meisjes vallen dus minder op. Dat ADHD ongeveer twee maal zo vaak voorkomt bij jongetjes, komt waarschijnlijk doordat hun brein kwetsbaarder is. Bij hen zijn minder aanlegfactoren nodig om ADHD tot uiting te laten komen.'

Buitelaar spreekt van een complexe erfelijke aandoening. Er is niet slechts één defect gen bij betrokken maar er zitten mogelijk meerdere foutjes in het erfelijk materiaal. Daardoor kent ADHD ook veel verschillende uitingsvormen, hetgeen een diagnose ingewikkeld maakt. Met ouders en leerkrachten praten en het gedrag van het kind grondig observeren, is volgens de kinderpsychiater de beste manier om tot een goed inzicht te komen.

'Er zijn geen adequate biologische en psychologische tests voor ADHD. Hoewel er inmiddels twee risicogenen bekend zijn, die beide een rol spelen in de dopaminestofwisseling, heeft diagnostiek op erfelijkheid absoluut geen zin. Als je over zo'n gen beschikt, is er slechts een heel klein verhoogd risico. Vermoedelijk heb je een aantal van die risico's nodig om in de gevarenzone te komen.

'Ook de omgeving speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van ADHD. Wordt een risicokind overmatig geprikkeld en weinig gestuurd, dan is de kans groter dat ADHD zich openbaart.'

Vanwege de eerste positieve reacties op melatonine vermoedt neuroloog Smits dat ADHD-kinderen met inslaapproblemen naast ADHD-genen óók een defect klokgen hebben. Het lijkt hem logisch dat dit gen in de buurt ligt van de ADHD-genen. Dankzij Nederlandse en Amerikaanse studies zijn er al enkele klokgenen bekend. Smits is van plan zijn hypothese te staven.

Maar eerst wil hij samen met prof. dr. Boudewijn Gunning, kinderpsychiater en ADHD-deskundige in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, aantonen dat juist kinderen met ADHD en chronische inslaapproblemen gebaat zijn bij melatonine. Gezien de resultaten van zijn vorige onderzoeken, verwacht Smits een bevestigend antwoord.

'Goede nachtrust is uiteraard ontzettend belangrijk, zeker voor kinderen met ADHD. Als een kind de dag uitgerust begint, zal hij zich beter gedragen. Dergelijke geluiden heb ik al gehoord van ouders wier ADHD-kinderen melatonine kregen toegediend.'

In totaal willen de onderzoekers honderd ADHD-kinderen in de studie betrekken. De helft moet dagelijks 3 of 6 milligram melatonine slikken en de overigen krijgen telkens een placebo. Via speekselanalyses wordt tevoren bepaald op welk moment de natuurlijke melatonineproductie van elk kind op gang komt. Dit tijdstip, dat per individu verschillend is, is van belang om de biologische klok op tijd te kunnen zetten. De melatoninepil, die overigens nog niet in Nederland is geregistreerd, moet namelijk niet langer dan twee uur daarvoor worden geslikt.

Buitelaar juicht het onderzoek in Ede toe gezien de vele ADHD-kinderen met slaapproblemen. Hij vindt de invalshoek interessant. Ook is hij benieuwd of ADHD-kinderen met en zonder inslaapproblemen genetisch van elkaar verschillen.

Misschien worden die afwijkingen wel gevonden in het Europese ADHD-onderzoek dat medio dit jaar van start gaat en waaraan ook de afdeling van Buitelaar meedoet. Voor deze studie selecteren de wetenschappers uit vierhonderd families uit diverse Europese landen telkens twee kinderen met ADHD.

Van ieder kind wordt het genoom in kaart gebracht. De onderzoekers leggen de genomen van al die paren naast elkaar en kijken op welke plekken ze met elkaar overeenstemmen. De genen op die locatie zouden te maken kunnen hebben met ADHD en misschien ook wel met de slaapproblemen.

Buitelaar; 'Op dit moment moeten ADHD-kinderen volstaan met methylfenidaat' - beter bekend als Ritalin - dat de dopaminestofwisseling activeert. Op zich werkt dit middel prima. De kinderen worden minder hyperactief en minder impulsief en ze kunnen zich beter concentreren.

'Meer inzicht in de erfelijke factoren kan leiden tot nieuwe geneesmiddelen die nog specifieker zijn, minder bijwerkingen hebben en niet, zoals Ritalin, onder de Opiumwet vallen.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden