InterviewMeino Smit

Meino Smit over zijn plannen voor een duurzame landbouw: ‘We hebben vijf keer zo veel boeren nodig’

Meino Smit: ‘In het gemengde bedrijf nieuwe stijl zijn er geen oneindige vlakten meer met suikerbieten, maar veel meer peulvruchten, noten, groente en fruit.’ Beeld Ivo van der Bent
Meino Smit: ‘In het gemengde bedrijf nieuwe stijl zijn er geen oneindige vlakten meer met suikerbieten, maar veel meer peulvruchten, noten, groente en fruit.’Beeld Ivo van der Bent

Boer en onderzoeker Meino Smit vindt het tijd voor drastische verandering in de Nederlandse landbouw, vertelt hij in aflevering 1 van een nieuwe serie. Met minder export en een grotere diversiteit aan gewassen. Want de sector is volgens hem lang niet zo productief en duurzaam als de cijfers ons laten zien.

‘Nederland voedt de wereld’, is een veelgehoorde slogan in landbouwkringen. Onze landbouw is uniek en wordt elk jaar innovatiever, duurzamer, arbeidsproductiever, luidt de claim. Het is ook een motor van de economie, aldus de standaardreactie op iedereen die zegt dat de veestapel moet krimpen en de landbouw te veel rotzooi uitstoot.

Ook in coronajaar 2020 steeg de export: naar ruim 95 miljard euro. Een record. Na de Verenigde Staten is Nederland de grootste landbouwexporteur ter wereld. Iets om trots op te zijn, aldus vertrekkend minister Carola Schouten: ‘Deze exportcijfers zijn geen doel op zich maar weerspiegelen de kracht, het innovatieve ondernemerschap en de unieke logistieke positie en expertise van de Nederlandse agrifoodsector.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

In de aanloop naar de kabinetsformatie is het hoog tijd om de werkelijkheid in beeld te brengen, vindt boer en onderzoeker Meino Smit. In 2010 stapte hij naar de Wageningen Universiteit met zijn in de praktijk ontwikkelde ideeën en kreeg hij de gelegenheid om een promotieonderzoek te doen dat hij in 2018 voltooide onder de titel De duurzaamheid van de Nederlandse landbouw. Daarin vergeleek hij het grondgebruik, de arbeid en het energiegebruik van de Nederlandse landbouw in 1950 met 2015. Zijn conclusie: het beeld dat in de landbouwbladen en door de sector wordt geschetst, klopt niet. Nederland heeft misschien de meest intensieve agrarische sector, maar de arbeidsproductiviteit is sinds 1950 helemaal niet zo gestegen. ‘De duurzaamheid is ook veel minder toegenomen dan de sector ons voorspiegelt. De landbouw in Nederland is geen wonder van efficiëntie.’

Na zijn studie landgebruik en watermanagement in Wageningen werkte Smit bij twee grote adviesbureaus, een drinkwaterbedrijf en een waterschap. In die functies speelden duurzaamheid, energie, milieu en watergebruik een belangrijke rol. Eind jaren negentig begon hij een biologisch akkerbouwbedrijf met veel agrarisch natuurbeheer. Onlangs kwam daar een voedselbos bij.

U stelt dat de landbouw minder productief en duurzaam is dan uit de officiële cijfers blijkt. Hoe kan dat?

‘Het directe landgebruik in Nederland is ten opzichte van 1950 met 20 procent verminderd. Maar wereldwijd gebruiken we direct en indirect bijna twee keer zo veel land voor onze voedselproductie. Ruim 5 miljoen hectare nu tegen 2,7 miljoen in 1950. In de productiviteitsberekeningen van de sector worden alleen de Nederlandse hectares meegeteld. In werkelijkheid is de productiviteit per hectare veel minder toegenomen dan gesuggereerd.’

En hoe zit het met arbeid?

‘Het aantal werkers in de landbouw is sinds 1950 met bijna 80 procent afgenomen. De arbeid in de toelevering aan de landbouw is sinds 1950 bijna verdubbeld. Dat betekent dat de arbeidsproductiviteit veel minder is gestegen dan uit de statistieken blijkt. Bovendien wordt een deel van deze indirecte arbeid in het buitenland verricht tegen soms zeer lage lonen en onder slechte arbeidsomstandigheden.

‘En kijk je naar het energiegebruik, dan blijkt dat we voor elke eenheid energie die we in 1950 in de landbouw stopten 1,2 eenheden terugkregen. Nu oogsten we voor 1 eenheid energie aan input nog maar 0,44 eenheid output. Al die extra stallen, mechanisatie, mineralen en bestrijdingsmiddelen waar veel energie ingaat, hebben een enorme impact op het milieu gehad. De landbouw scheept ons op met allerlei milieu- en maatschappelijke kosten die nooit zijn meegerekend in de zo geroemde productie en exportcijfers.’

Misschien is de landbouwsector wat minder arbeidsproductief en duurzaam, maar hij levert ons wel 95 miljard euro aan export op.

‘Van de totale landbouwproductie in de wereld wordt maar een klein deel verhandeld via de wereldmarkt. En binnen dat kleine aandeel zijn we de tweede exporteur. We exporteren 95,6 miljard aan landbouw gerelateerde producten, maar we importeerden 67,1 miljard. De netto-export is dus minder dan 30 miljard. Nog veel, maar voeden we daarmee de wereld? Nou nee.

‘Duitsland, België, Frankrijk en Groot-Brittannië nemen 54 procent van alle Nederlandse agrarische export af. Niet bepaald volken die zouden omkomen zonder ons voedsel. We hebben ons handelsoverschot in de landbouw te danken aan onze Europese export. Naar de rest van de wereld exporteren we vrijwel net zo veel als we er landbouwproducten uit importeren. Dus van de wereld voeden is geen sprake.’

Minister Sicco Mansholt, die aan de basis stond van de intensivering van de landbouw, hoopte na de Hongerwinter een efficiënte sector te bouwen, waardoor we nooit meer honger zouden hoeven leiden. Zou de huidige situatie zijn wat hij voor ogen had?

‘Nee. Hij is teruggekomen van zijn ideeën. Hij pleitte later ook voor een duurzame en circulaire landbouw, die niet kapitaalgedreven is. Overigens is ons landbouwsysteem nu veel kwetsbaarder dan in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de Hongerwinter. De honger is destijds niet veroorzaakt door het systeem zelf. Er was genoeg. Maar er waren distributieproblemen. Als er nu iets zou gebeuren, als er nu alleen maar een stroomstoring zou zijn, zou alles op tilt slaan. Melkrobots doen het dan niet meer. Koeling valt uit. Dat geeft enorme problemen. We zijn veel minder stabiel en zelfvoorzienend dan vroeger.’

Hoe gaan we de problemen oplossen die we de afgelopen decennia hebben gecreëerd?

‘Het nieuwe landbouwsysteem moet voldoen aan het akkoord van Parijs en zo weinig mogelijk negatieve effecten op de omgeving hebben. Minimalisering van energieverbruik, minder transport, minder import en export. Dus veel minder veevoer uit andere werelddelen én een veel kleinere veestapel. In mijn model moet die met 80 procent afnemen om tot een circulair systeem te komen. We zullen regionaal moeten produceren en consumeren en voedsel verbouwen voor de eigen bevolking. Om dat te kunnen doen, moeten we alle landbouwgrond die nu in Nederland beschikbaar is, beschermen als landbouwgrond. En niet zoals nu steeds gebeurt: grond afpakken voor distributiecentra, woningen en natuur. Landbouwgrond moet een beschermde status krijgen.’

Hoe gaan we die landbouwgrond inrichten?

‘We moeten naar een zo stabiel mogelijk ecosysteem. Dat betekent dat we natuur en landbouw beter moeten integreren. Volgens de berekening in mijn proefschrift moeten we 150 duizend hectare van ons natuurgebied integreren in de landbouw. De biodiversiteit zal hierdoor over het geheel toenemen. We gaan werken met kleinschalige en nieuwe teeltsystemen. Het gemengde bedrijf nieuwe stijl: vruchtbomen met eronder kippen, notenbomen met schapen, strokenteelt, een grotere diversiteit aan gewassen, verschillende vormen van agroforestry en voedselbossen. Geen oneindige vlakten meer met suikerbieten, maar veel meer peulvruchten, noten, groente en fruit.

‘Door de vermenging van natuur en landbouw creëren we een stabieler systeem en hebben we geen bestrijdingsmiddelen meer nodig. Daarnaast zijn de huidige afvalwaterzuivering en het rioleringssysteem desastreus als het gaat om het recyclen van voedingsstoffen. Dat moeten we ombouwen, zodat alle reststromen van organisch materiaal weer kunnen worden teruggebracht op het land. Dan hebben we voldoende bemesting voor onze landbouwgrond.’

Hoe zijn de reacties in de sector?

‘Er worden veel nieuwe organisaties opgericht, vooral vanuit de biologische landbouw: Voedsel Anders, Vereniging Toekomstboeren, Federatie van Agro-ecologische boeren en ga zo maar door. Daarnaast zijn er initiatieven om anders met grond om te gaan, zoals Herenboeren en Aardpeer. Bij veel van die organisaties ben ik uitgenodigd voor lezingen en ik ben geïnterviewd door de vakpers. Bij de Universiteit Wageningen heb je nog een stevige stroming die in het bestaande systeem meegaat. Aan de andere kant is er wel degelijk ruimte voor systeemkritische studies. Het ministerie volgt de ontwikkelingen ook. Ruim een jaar geleden ben ik uitgenodigd om te praten over mijn ideeën, maar door corona is dat stilgevallen.’

Wat betekent uw plan voor de werkgelegenheid in de landbouw?

‘We hebben niet minder, maar meer boeren nodig. Vijf keer meer mensen in de landbouw dan nu. Minder trekkers, meer handarbeid. Want arbeid verslindt geen energie. Paarden kunnen ook weer een rol gaan spelen. Dat is een mogelijkheid, maar je zou je hele research moeten richten op een duurzame landbouw. Nu is de research vaak te veel gericht op arbeidsbesparing en op steeds grotere machines waarmee je het land kapot rijdt.’

Boeren zien waarschijnlijk weinig in uw toekomstbeeld.

‘Uit een enquête georganiseerd door het dagblad Trouw blijkt dat 80 procent van de boeren graag duurzamer wil produceren, maar dat ze niet weten hoe dat moet en verstrikt zitten in het systeem. In mijn systeem vervalt de noodzaak tot schaalvergroting. Er bestaat geen fosfaat-, stikstof- of mestprobleem. Er zijn veel minder dierziekten. Als boer zul je daardoor veel minder te maken krijgen met symptoombestrijdende en knellende regelgeving.

‘De boer hoeft niet te groeien om te overleven. Hij loopt niet het risico bij de 50 procent boeren te zitten die over tien jaar hun bedrijf kwijt zijn, omdat we in mijn systeem juist vijf keer zo veel boeren nodig hebben. De boer wordt vrijer. Hij kan kiezen een bedrijfsleider te zijn van een groot bedrijf met veel werknemers, of hij kan een deel van zijn bedrijf verkopen en schuldenvrij extensief verder boeren. Wat mij opvalt aan de demonstraties van de boeren, wier zorgen ik overigens goed begrijp, is dat ze vooral bang zijn voor wat ze verliezen, maar geen ideeën aandragen die hun kinderen wel een toekomst als boer bieden en die voldoen aan de klimaateisen van Parijs.’

Denkt u in Nederland echt vijf keer zo veel mensen te vinden die op het land willen werken?

‘Er is bij jonge mensen grote belangstelling voor werk in de landbouw. De middelbare landbouwschool Warmonderhof in Dronten, voor biologische boeren, krijgt elk jaar meer leerlingen. Er zijn ook steeds meer mensen van buiten de landbouw die tuinbouwbedrijfjes beginnen. Het is goed als mensen van buiten in de sector komen. Zij zitten nog niet vastgeroest in de dogma’s van meer, groter en goedkoper. Bovendien blijkt uit enquêtes dat een behoorlijk aantal mensen van hun baan zegt dat het een ‘bullshitbaan’ is. Werken in de natuur is een zinvolle bezigheid. Als we naar een lage inputmaatschappij gaan, zal er veel arbeid vrijkomen in andere sectoren die in de landbouw kan worden ingezet.’

Wat is uw boodschap voor de formateurs en het komende kabinet?

‘80 procent van de boeren wil best duurzamer boeren. Veel boeren proberen ook al een aantal dingen te verbeteren, maar op een gegeven moment heb je een systeemverandering nodig om het echt anders te kunnen doen. Dan kom je bij de politiek. En niet bij de Land- en Tuinbouworganisatie of andere brancheverenigingen die de gevestigde orde vertegenwoordigen.

‘Die hebben boeren decennialang aangezet tot schaalvergroting, waardoor ze steeds meer land nodig hebben om de hun aangeprate grote machines efficiënt te laten draaien en de concurrentie voor te blijven. Boeren zitten daardoor steeds dieper in de schulden. De knellende regelgeving, die telkens verandert, biedt hun geen enkel perspectief. Over tien jaar zijn we zo de helft van de boeren kwijt.

‘Mijn advies aan het nieuwe kabinet zou daarom zijn: begin in Nederland met een helder, langjarig landbouwbeleid. Maak duidelijk in welke stappen je het systeem gaat veranderen, zodat boeren in een redelijk tempo investeringen kunnen afschrijven, nieuwe investeringen kunnen doen en overzien dat ze ook straks een goed belegde boterham hebben. Verhoog stapsgewijs de CO2-heffing op alle producten. Zodat kunstmest, machines en transport vanzelf duurder worden dan arbeid.

‘Stel daarnaast randvoorwaarden via het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de EU. Nu krijgen boeren subsidie per hectare. In de toekomst moeten ze die alleen krijgen als ze voldoen aan eisen op het gebied van de inrichting van het land en de biodiversiteit. Ook hier geldt: voer de maatregelen niet in één keer in, maar voer de eisen geleidelijk op, zodat de sector de tijd krijgt om zich aan te passen.

‘Ten derde: hef meer belasting op energie en grondstoffen en minder op arbeid, waardoor arbeid wordt gestimuleerd.’

Als VVD, CDA en D66 in het nieuwe kabinet komen, is dat geen mooie uitgangspositie voor uw plannen.

‘Dan hoop ik dat mevrouw Kaag haar rug recht zal houden. Maar dan zal ze ook het landbouwstandpunt van haar eigen partij moeten aanpassen. Want alleen roepen dat de veestapel met de helft moet worden gereduceerd en verder niets, is niet handig. Ze moet de veestapel met 80 procent reduceren, maar wel met het hele verhaal daarbij, zodat je de landbouw perspectief biedt.’

En wat zegt u tegen het CDA?

‘Zij hebben deze situatie mede veroorzaakt en vertegenwoordigen de gevestigde belangen in de landbouw. En dan geldt toch de uitspraak van Albert Einstein: met de mensen die het probleem veroorzaakt hebben, kun je het niet oplossen. Hun verkiezingsverlies biedt een kans op verandering. Ze zouden eigenlijk niet moeten meeregeren.’

De partijen waarop veel boeren hebben gestemd, lijken ook niet bepaald te porren voor uw plan: naast CDA ook VVD, PVV, FvD en BBB.

‘Er zijn nog maar 50 duizend boerenbedrijven over. Als alle boerenfamilies zouden stemmen, gaat het maar om enkele Kamerzetels. Boeren maken veel indruk met hun tractoren. Ze weten de media en de politiek te bereiken, maar we hoeven de oren niet zo te laten hangen naar de luidruchtige boeren. Het kabinet moet niet proberen het altijd met iedereen eens te worden. De regering moet regeren in het belang van iedereen, en ook van bovenaf dingen durven opleggen.’

Wie gaat dit allemaal betalen?

‘De Nederlandse landbouw koopt per jaar voor 10 miljard euro aan hulpmiddelen: machines, kunstmest, veevoer, bestrijdingsmiddelen. Dat kan veel minder. De maatschappelijke kosten van de veehouderij zijn alleen al 2,6- tot 3,3 miljard euro. Voor de hele landbouw zijn die kosten tussen de 5- en 20 miljard euro, afhankelijk van wat je meerekent. De uitbraken en bestrijding van dierziekten als mond-en-klauwzeer, varkenspest, vogelgriep en Q-koorts heeft bij elkaar honderden miljoenen gekost, opgebracht door de belastingbetaler. Er zijn doden bij gevallen en mensen langdurig ziek geworden. Ook dat kunnen we ons besparen. Voedsel hoeft niet veel duurder te worden.’

De Volkskrant inventariseert in de serie ‘Heilige huisjes’ revolutionaire ideeën om Nederland te verbeteren. Onderwerpen die tijdens de formatie besproken zouden moeten worden.

Bas Mesters zet het gesprek met Meino Smit voort op donderdag 1 april om 16.30 uur tijdens een digitale bijeenkomst in debatcentrum De Tussenruimte in Den Haag. U kunt dan ook vragen stellen. Aanmelden kan via emma.nl/tussenruimte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden