Opinie

Meindert Fennema: 'Van Jefferson tot Romney: waarom de haat tegen de staat in de VS zo groot is'

Waar komt de Amerikaanse belastingangst vandaan? Founding father Thomas Jefferson was al afkerig van belastingen, zei Meindert Fennema dinsdagavond in een minicollege tijdens de President's Night in de Melkweg. 'De haat tegen de staat is in geen enkel democratisch land zo groot als in de VS.'

Beeld ANP

Thomas Jefferson, Founding Father en derde president van de Verenigde Staten, beloofde het in 1805 tijdens de campagne voor zijn tweede termijn: 'ordinary Americans will never see a tax collector in their whole lives'. Mitt Romney belooft dat onder zijn leiderschap, Amerikanen vijf triljoen dollar ( $5.000.000.000.000) minder belasting hoeven te betalen. Wat is het toch dat de Amerikanen zo afkerig maakt van belastingen? Hoe komt het dat het fiscale ideaal van de Amerikaanse Republiek is: no taxation?

En er wordt op toegezien: het rechts-libertaire CATO Institute publiceerde in oktober 2012 een rapport waarin zij de gouverneurs van de 50 staten beoordelen op hun budgettaire prestaties: de gouverneur die zijn belastingen het meest verlaagd heeft, krijgt een 10 en de gouverneur die zijn belastingen het meest verhoogd heeft krijgt een 1. Een paal zouden brugklassers zeggen. Natuurlijk de meeste burgers betalen ook in andere landen niet graag belasting, maar de haat tegen de staat is in geen enkel democratisch land zo groot als in de VS.

Een andere Founding Father, Thomas Paine, schreef in 1776: 'De maatschappij is altijd een zegen, maar de regering is zelfs in het beste geval niet meer dan een noodzakelijk kwaad; in het slechtste geval is het een ondraaglijke last.' Je hoort het Romney zeggen als het gaat over de verplichte ziekteverzekering ('Obamacare') en over het Federal Emergency Management Agency, al houdt hij daar nu, tijdens de natuurramp die de naam Sandy draagt, wijselijk even zijn mond over. Bijna alles wat de federale regering doet lijkt bij Romney een 'ondraaglijke last'.

Private rijkdom
Paul Brill citeert in zijn boek 1600 Pennsylvania Avenue (2012) Ronald Reagan: 'Er bestaat geen eeuwig leven op deze aarde, maar een overheidsinstantie komt er het dichtst bij.' Amerika is het land van de private rijkdom en de publieke armoede. Daar schaamt men zich niet voor, daar is men trots op.

De eerste oorzaak van de belastingangst vinden we in de Amerikaanse opstand. De Boston Tea Party in 1773 richtte zich tegen de belasting die de Engelse koning had de koloniën had opgelegd. Het betalen van belasting werd dus geassocieerd met willekeur van een monarch die de koloniën in Amerika als wingewest beschouwde en over de belastingheffing ook geen overleg gevoerd had.

De meeste democratische revoluties hadden een dergelijke aanleiding. De Nederlandse opstand tegen de Spaanse koning begon als verzet tegen het opleggen van 'de tiende penning': een btw van 10 procent! Veel was het niet eens, tegenwoordig betalen we meer dan 20 procent. En speelt bij de Nederlandse opstand tegen 'Brussel' de aanslagen op onze portemonnee ook niet een hoofdrol?

Federale regering
In de VS speelde een soortgelijke discussie als die wij nu voeren over Europa: de Federalisten onder leiding van Alexander Hamilton wilden een sterke federale regering. De Republikeinen onder leiding van Thomas Jefferson wilden de autonomie van de Staten zo groot mogelijk houden, door de federale belasting zo laag mogelijk te houden. Dat had te maken met het wantrouwen tegen de steden in het Noordoosten, Baltimore, Boston, New York en Philadelphia, waar de handelselite zich gevestigd had. Hamilton, minister van Financiën onder president George Washington, vertegenwoordigde die handelselite.

Hamilton wilde een sterke federale regering en had ook een nationale bank opgericht, voorloper van de Federal Reserve Board. Thomas Jefferson kwam uit het Zuiden - hij had een plantage in Virginia - en vertegenwoordigde de planters. De slavernij was belangrijk in de tegenstelling tussen noord en zuid - die aanvankelijk parallel liep met de tegenstelling tussen stad en platteland.

Slavernij
De zuidelijke staten wilden de slavernij in stand houden, de noordelijke staten wilden haar afschaffen. De uit Virginia afkomstige Thomas Jefferson was weliswaar voor de afschaffing van de slavernij, maar hij voorzag wel een 'negerprobleem' en wilde daarom de vrijgelaten slaven terugsturen naar Afrika.

Zijn persoonlijke leven was verknopt met de slavernij. Hij leefde van de opbrengsten van zijn slavenplantage. In een klassiek geworden geschiedenis van de Amerikaanse Republiek uit 1959 lezen we: 'Jefferson had drie grote liefdes: muziek (die hij de passie van de ziel noemde), wetenschap ('my supreme delight') en zijn vrouw Martha Wayles Skelton die hem 6 kinderen schonk en vervolgens overleed. De auteurs verzuimen zijn vierde liefde te vermelden: die voor zijn slavin Sally Hemmings, een halfzuster van zijn vrouw, die hem ook 6 kinderen schonk.

Die slavenplantages waren vrij zelfstandige maatschappijen die geen omvangrijke overheid nodig hadden, behalve in tijden van oorlog. En die plantages zouden nog meer dan een eeuw in tact blijven, ook al werd na 1865 de slavernij afgeschaft. In de grondwetgevende vergadering in Philadelphia werd besloten dat de slavernij geen onderwerp van debat zou zijn in het Amerikaanse Congres, maar het debat daarover was pijnlijk geweest.

Het resultaat van de beraadslagingen in Philadelphia was een federale regering waarin de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht elkaar zouden controleren. De wetgevende macht zou worden gevormd door twee kamers, waarvan er één (House of Representatives) op basis van de bevolkingsomvang zou worden gekozen (iets wat de grote staten graag wilden) en de andere kamer (Senate) zou worden samengesteld uit twee vertegenwoordigers van elke staat (iets wat de kleine staten graag wilden).

Inwoners of veestapel?
Maar een vertegenwoordiging in het Huis van Afgevaardigden op basis van bevolkingsomvang stootte op een probleem. Moest men de slaven tellen als inwoners van de zuidelijke staten en ze aldus meerekenen bij de bepaling van de bevolkingsomvang? Of moest men de slaven rekenen tot het bezit van de plantage-eigenaren en dus als onderdeel van de veestapel?

De vertegenwoordigers van de zuidelijke staten kwamen hier in een lastig parket. Als slavenhouders beschouwden zij de slaven natuurlijk als hun bezit, maar toch zouden zij graag zien dat de slaven meegeteld werden als inwoners bij de bepaling van het aantal afgevaardigden. Zij hielden staande dat slaven weliswaar geen zelfstandige rechtspersonen waren, maar toch bijdroegen aan de rijkdom van een staat en bovendien in een aantal opzichten wel degelijk als menselijke wezens behandeld werden.

De vertegenwoordigers van de noordelijke staten stelden zich op een duidelijk standpunt: het was van tweeën één: ofwel de negers waren slaaf en moesten dan tot de veestapel gerekend worden; of zij waren dat niet, maar dan moesten zij ook vrijgelaten worden. Als een compromis tussen de noordelijke en de zuidelijke staten werd besloten dat ter berekening van de bevolkingsomvang vijf negers het equivalent vormden van drie blanken.

Dit compromis bleef in stand tot 1854, toen de Republikeinse partij werd opgericht die zich tegen het voortbestaan de slavernij keerde. Deze nieuwe partij onderscheidde zich daarmee van de oude republikeinen die zich inmiddels 'Democraten' waren gaan noemen. Deze Democratic Party was een coalitie van de Jeffersonians uit het Zuiden en de moderne massapartij die Martin van Buren in New York tot stand had gebracht en die electoraal vooral op de nieuwe immigranten steunde. De nieuwe Republikeinen hadden hun electorale basis aanvankelijk op het platteland in het noorden. Hun slogan was: 'free labor, free land, free men.'

Rassensegregatie
In 1860 werd de Republikeinse kandidaat Abraham Lincoln - afkomstig uit Indiana - gekozen als president. Veel zuidelijke staten scheidden zich daarom af van de Unie en vormden de Confederate States of America. Pas na een bloedige burgeroorlog zou in 1865 de slavernij verboden worden door een Dertiende Amendement aan de grondwet toe te voegen, maar het zou nog een eeuw duren voordat de ex-slaven ook als burger zouden worden erkend. In die hele periode was het de federale regering die aandrong op volledige gelijkberechtiging terwijl de zuidelijke staten aan hun rassensegregatie vasthielden door zich te beroepen op de statelijke autonomie.

In de periode na de burgeroorlog was er een grote trek naar het Westen die een heel nieuw soort Amerikaanse cultuur in het leven riep. In de westelijke staten die eigenlijk nog onontgonnen gebied vormden - Texas maakte zich in 1836 los van Mexico en werd in 1845 deel van de Unie; New Mexico, Arizona, Nevada en California werden in 1847 aan de VS toegevoegd - ontstond een cultuur waarvan een possessief individualisme de harde kern was en waarin elk vorm van overheid met wantrouwen bekeken werd.

Wilde Westen
Dit Wilde Westen zou een nieuw soort platteland creëren waar baas op eigen erf en het recht op wapenbezit tot kernwaarden bestempeld werden. Het was een wereld van goud- en gelukzoekers, hele en halve criminelen waar de eigen grond met het geweer aan de voet beschermd werd. Free labor, free land, free men, werd ook hun slogan.
De Democratische Partij bleef een monsterverbond tussen de stedelijke migrantenbevolking en de zuidelijke plantagehouders en grote boeren. Die coalitie viel pas uiteen toen de Kennedy's, maar vooral Lyndon Johnson - afkomstig uit Texas - de federale troepen inzette tegen de rassensegregatie in de Zuidelijke staten. Johnson's sociale programma (the Great Society) kostte hem de steun van het traditionele electoraat in het Zuiden, dat onder Ronald Reagan definitief naar de Republikeinen zou overlopen.

Kennedy
Maar in 1964 versloeg hij nog wel de republikeinse racist Barry Goldwater. Johnson wist dat hij met zijn politieke programma de Democratische partij zou splijten. Hij was onderwijzer geweest in het diepe zuiden op een school met alleen maar Mexicaanse kinderen. Als politicus nog opgeklommen in een periode waarin rassensegregatie bij wet geregeld was en de Ku Klux Klan veel macht had.

Pas na de moord op Kennedy zette hij zich volledig in voor de burgerrechten van de zwarte bevolking, met name die in het Zuiden, die pas onder zijn bewind stemrecht kregen. Maar Lyndon Johnson werd met zijn Vietnamoorlog - die hij van Kennedy geërfd had en met zijn geldverslindende Great Society programma ook het symbool van belastingverhogingen en overheidstekorten.

Eén ideologische dimensie
Vanaf het bewind van Ronald Reagan, zo zou men kunnen zeggen, worden de geografische tegenstellingen minder bepalend voor het onderscheid tussen de politieke partijen en zijn republikeinen en Democraten steeds meer op één ideologische dimensie komen te liggen. De Republikeinen op rechts en de democraten op de links. Maar om te winnen moeten beide partijen het hebben van de onafhankelijke kiezers in het midden waardoor het beleid van de Republikeinen altijd linkser is dan zij beloofd hebben en dat van de Democraten altijd rechtser.

Het gevolg is dat in de VS de kiezers altijd ontevreden zijn. In die zin gaat Nederland steeds meer op Amerika lijken en ook de opstand van de VVD achterban tegen de nivellering doet dan ook heel Amerikaans aan. Wij zijn een provincie van Amerika geworden.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden