Column

Meindert Fennema: 'Rosenthal stond op het ministerie bekend als 'de belangenverstrengelaar''

Met Paars III zal het zakkenvullen in het openbaar bestuur -woningbouwcorporaties en zorg- en onderwijsinstellingen - wederom niet worden aangepakt, zegt Meindert Fennema. 'Een heel leger van aan PvdA en CDA gelieerde bestuurders is er rijk van geworden.'

'Uri Rosenthal stond op het ministerie van Binnenlandse Zaken bekend als 'de belangenverstrengelaar', schrijft Meindert Fennema. Beeld ANP

De bestuurskundigen Roel in 't Veld (PvdA) en Uri Rosenthal (VVD) hebben in 1989 de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur opgericht. Dat werd al gauw een zeer lucratieve onderneming. De doelgroepen van de NSOB waren de topambtenaren op de ministeries, gemeentesecretarissen en mensen met ambities in de politiek. Deze deeltijdstudenten moesten een hoog collegegeld betalen, zo'n 20.000 gulden, maar dat werd voor de meesten betaald door het ministerie of door de gemeente waar zij in dienst waren.

Het programma van de NSOB was gericht op decentralisatie in het openbaar bestuur, het creëren van zelfstandige bestuursorganen en het introduceren van marktwerking in het openbaar bestuur. Daarnaast was de publiek-private samenwerking één van de stokpaarden van In 't Veld. Zelf gaf In 't Veld het voorbeeld door de onderzoeksopdrachten die hij als hoogleraar aan de Erasmus Universiteit binnenhaalde door zijn eigen onderzoeksbureau te laten uitvoeren. Rosenthal deed hetzelfde met het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT).

Belangenverstrengelaar
In 't Veld zou in 1993 tegen de lamp lopen toen hij na negen dagen moest aftreden als staatssecretaris wegens het vermengen van functies. Dat Rosenthal niet tegen de lamp liep, mag een wonder heten want op het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stond hij bekend als 'de belangenverstrengelaar'.

Het programma van de NSOB, gericht op de verzelfstandiging van woningbouwcorporaties, zorg- en onderwijsinstellingen is uitgevoerd door Paars I en II. Een heel leger van aan de PvdA en CDA gelieerde bestuurders is er rijk van geworden. De ministeries moesten afgeslankt worden ten faveure van een groeiende groep van beleidsambtenaren, communicatiemedewerkers en projectontwikkelaars bij de woningbouwcorporaties; een groeiende laag van managers in de ziekenhuizen en in het onderwijs.

Slechte publiciteit
Inmiddels zijn ook VVD'ers aangeschoven aan de ruif die thans geen staatsruif meer mag heten, maar daarom niet minder goed gevuld is. De discussie over de Balkenendenorm geeft aan dat de beloningsstructuur in het openbaar bestuur volstrekt uit de rails gelopen is. Er is een circuit van politieke bestuurders ontstaan die ongecontroleerd hun gang kunnen gaan. Het enige waar ze nog bang voor zijn, is slechte publiciteit.

Bestuurders zijn ondernemertje gaan spelen met overheidsgeld en gemeenschapsgeld. In het bestuur op afstand zijn veel te weinig checks en balances ingebouwd. Terwijl het bestuur sterk geprofessionaliseerd is, is het afleggen van verantwoording veel minder ontwikkeld. Klokkenluiders worden administratief geliquideerd.
Grote fusies leidden lang niet altijd tot betere resultaten, maar wel tot bureaucratie en machtswellust.

Inmiddels zijn veel grote schandalen naar buiten gekomen. De maatschappelijke onvrede was groot en lag mede ten grondslag aan de Fortuyn-revolutie. Die heeft echter niet geleid tot praktische voorstellen voor bestuurlijke hervorming. Dat heeft het politiek vertrouwen ernstig geschaad.

Corruptie
Als de PvdA opnieuw samen met de VVD gaat regeren in Paars III zal de corruptie bij de woningbouwcorporaties, het mismanagement in de zorg en de fusiegekte in het onderwijs niet structureel aangepakt worden. Zij hebben de decentralisatie van bestuur immers bedacht en hun mensen profiteren er van. PVV en in mindere mate de SP roepen moord en brand maar komen niet met concrete plannen.

Er is behoefte aan niet-populistische partijen die misstanden in het openbaar bestuur aan de orde stellen en met structurele hervormingsvoorstellen komen. D66 zou dat kunnen en ook GroenLinks heeft voldoende lokale bestuurders in haar gelederen om over de kennis te beschikken die daarvoor nodig is. Tegelijk heeft de partij ook voldoende afstand tot het openbaar bestuur om zich als een partij met schone handen te kunnen profileren. (Al heeft GroenLinkser Harry Borghouts als commissaris van de Koningin in Noord-Holland wel zitten slapen toen Ton Hooijmaijers zijn veel te grote zakken vulde).

De oud-VARA-ombudsman en Volkskrantcolumnist Pieter Hilhorst zou directeur moeten worden van het Wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Hij behoort niet tot het netwerk van de partijbaronnesses, hij is zelfs geen lid van GroenLinks omdat dat - naar zijn oordeel - zich verdroeg met zijn werk als ombudsman. Als Hilhorst er in zou slagen met concrete voorstellen te komen om het openbaar bestuur te verbeteren en de menselijk maat daarin terug te brengen, zou hij ook als partijleider zeer populair kunnen worden.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie. Hij schrijft iedere vrijdag een column voor Volkskrant.nl.

 
De oud-VARA ombudsman en Volkskrantcolumnist Pieter Hilhorst zou directeur moeten worden van het Wetenschappelijk bureau van GroenLinks
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.