Column

Meindert Fennema: 'Hoe succesvoller ontwikkelingshulp, hoe groter de armoede'

Werkt ontwikkelingshulp? Het was een welles-nietes discussie tussen Bolkestein en Oxfam Novib-directeur Karimi. Kijk naar de explosieve bevolkingsgroei in arme landen, veroorzaakt door ontwikkelingshulp, schrijft Meindert Fennema. 'Daar staat te weinig economische groei tegenover. Dat moet nu centraal staan.'

Staatssecretaris Ben Knapen spreekt met een vrouw tijdens een bezoek aan een vluchtelingenkamp. Het kamp wordt bewoond door Sudan uitgezette Zuid-Sudanezen die in afwachting zijn van een definitieve woonplaats.Beeld ANP

Frits Bolkestein schreef: 'Sub-Sahara-Afrika bloeit, maar niet dankzij ontwikkelingshulp' (in de Volkskrant van 6 oktober). Hij betoogde dat ontwikkelingshulp vaak niet werkt om vier redenen. Ten eerste geeft ontwikkelingshulp de ontvangende regeringen de kans een slecht - lees socialistisch - beleid voort te zetten. Ten tweede leidt het tot hulpverslaving. Het derde risico is dat ontwikkelingshulp soms schokkende varianten van autoritair bewind heeft gedoogd, schrijft Bolkestein, en het vierde is de politisering ervan. Hij illustreerde zijn betoog met schokkende cijfers: 'De totale internationale hulp aan Tanzania over de periode 1970-1988 bedroeg 7 miljard euro. De economische groei ging er over die periode met 0,2 procent per jaar op achteruit. (...)

Els de Temmerman, correspondente van de Volkskrant in Dar-es-Salaam, schreef in november 1993: 'De opeenvolging en combinatie van kolonialisme, socialisme en ontwikkelingshulp lijken het land in slaap te hebben gesust en elke ondernemingszin te hebben gedood'.'

Debat
Let op de datum van het citaat: november 1993. Dat is bijna twintig jaar geleden. Zo lang woedt het debat over ontwikkelinghulp al. De aanval op het beleid van toenmalige minister van ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, werd destijds geopend met een artikel van Derk Jan Eppink in NRC Handelsblad van 16 november 1991, waarin hij zich afvroeg of de ontwikkelingshulp wel bijdroeg aan de economische groei van de ontvangende landen. Pronks eigen ambtenaren hadden zich er al eerder - in Het Parool van 12 februari 1991 - in kritische zin uitgelaten. Ongeveer de helft van de Nederlandse ontwikkelingshulp zou 'niet aankomen'.

Zelf schreef ik op 13 juli 1992 in de Volkskrant een artikel waarin ik voorstelde het hele budget voor ontwikkelingssamenwerking aan Shell over te maken ten behoeve van de ontwikkeling van zonnepanelen. Shell produceerde toen nog zonnepanelen, en het leek mij een goede zaak om die zonnepanelen onder de kostprijs aan te bieden aan ondernemende inwoners van ontwikkelingslanden. Mijn plan was ontstaan tijdens een langdurig verblijf in de Dominicaanse Republiek waar de corruptie ook toen al welig tierde en de armoede op het platteland enorm was.

Zakkenvullers
Het was mij in Santo Domingo opgevallen dat de lokale zakkenvullers hun begerig oog vaak lieten vallen op een bestuursfunctie van een staatsbedrijf om daar een deel van de revenuen te kunnen aftappen. Hoofd van de douane was natuurlijk de hoofdprijs, maar ook het directeurschap van het elektriciteitsbedrijf of een genationaliseerde cementfabriek behoorde tot de zeer begeerde functies. De door Shell geproduceerde zonnepanelen zouden, zo dacht ik toen, kunnen bijdragen aan bestuurlijke decentralisatie van de energievoorziening en daarmee de mogelijkheden van politieke corruptie verminderen.

Bovendien zou de installatie van zonnepanelen technologische innovatie op het platteland stimuleren en het milieu zou er wél bij varen. Ook Shell zou erdoor gestimuleerd worden haar research & development meer te richten op zonne-energie. Tenslotte zou deze nieuwe vorm van ontwikkelingssamenwerking een heel leger van ontwikkelingseconomen en andere ontwikkelingswerkers overbodig maken; daarvan had ik er in de Dominicaanse Republiek te veel gezien.

Mijn bijdrage aan het debat leidde destijds niet tot enige reactie van de grote ontwikkelingsorganisaties, bang als ze waren voor hun eigen positie. Shell investeerde veel te weinig in zonne-energie en heeft inmiddels de productie van zonnepanelen afgestoten, want die worden nu goedkoper gemaakt in China. Mijn voorstel is dus op de mestvaalt van de geschiedenis beland.

Scholing en onderwijs
Op het genoemde artikel van Bolkestein is gelukkig wél gereageerd. Algemeen directeur van Oxfam Novib, Farah Karimi, betoogde op 13 oktober op Volkskrant.nl dat ontwikkelingshulp heeft bijgedragen aan een betere gezondheid en scholing van de Afrikaanse bevolking. Zij schrijft: 'Bolkestein gaat volstrekt voorbij aan de bijdrage die ontwikkelingssamenwerking decennialang heeft geleverd aan de scholing en gezondheid van vele Afrikanen. In twee decennia zijn vele tientallen miljoenen kinderen extra naar school gebracht. Besmettelijke ziektes zijn uitgeroeid, de verspreiding van hiv en aids is ingedamd en de komende vijf jaar zal elke vijf seconden een kind worden gevaccineerd.'

Karimi gaat echter op haar beurt voorbij aan het feit dat dit succes van de ontwikkelingshulp niet heeft geleid tot gelijktijdige economische groei. Het heeft, zeker in Afrika, geleid tot wat je de paradox van de ontwikkelingshulp zou kunnen noemen: Hoe succesvoller de ontwikkelingshulp, hoe groter de armoede. Volgens een recent rapport van United Nations Population Fund en Helpage International (Ageing in the Twenty-First Century) is tussen 1990 en 2010 in ontwikkelingslanden het aantal mensen boven de zestig bijna verdubbeld van 300 naar 500 miljoen. In 2030 verwacht men dat het aantal ouderen in arme landen gestegen is tot één miljard.

Bevolkingsgroei
Die senioren dragen maar in beperkte mate bij tot de economische groei en zij leven daarom vaak in grote armoede. Pensioenvoorzieningen zijn zeer beperkt en daarom zijn de ouderen financieel afhankelijk van hun kinderen, die soms geëmigreerd zijn. Maar het IMF heeft in 2009 het langetermijneffect van ontwikkelingshulp op economische groei onderzocht en die blijkt positief te zijn.

Karimi schreef: 'Het zou Bolkestein sieren als hij de noodzaak van ontwikkelingssamenwerking en de resultaten, die decennia van Nederlandse inspanningen hebben opgeleverd, erkent'. Het zou Karimi op haar beurt sieren als zij zou erkennen dat de ontwikkelingshulp vooral heeft geleid tot een toename van de bevolkingsgroei in arme landen, waar te weinig economische groei tegenover stond. Het Albert Schweitzer ontwikkelingsmodel heeft te lang centraal gestaan. De explosieve bevolkingstoename maakt het nu urgent om de economische groei centraal te stellen.

Het debat Bolkestein Karimi eindigt voorlopig in remise.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie. Hij schrijft iedere vrijdag een column voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden