Column

Meindert Fennema: 'Een kiesdrempel zal niet helpen'

Een kiesdrempel zal de kleine partijen doen verdwijnen, maar het vormen van een regeringscoalitie zal maar weinig gemakkelijker worden. 'Het is beter als de middenpartijen zich nu eens helder uitspreken over wat er met de euro moet gebeuren', vindt columnist voor Volkskrant.nl Meindert Fennema.

VV-leider Geert Wilders (R) in de Tweede Kamer in gesprek met SP-leider Emile Roemer (M) en CDA-fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma (L).Beeld ANP

Elke keer als de verkiezingen een uitkomst lijken te krijgen die een kabinetsformatie moeilijk maakt, komen er voorstellen om het kiesstelsel te wijzigingen. De econome Heleen Mees stelde in het Financieel Dagblad van 5 juli een kiesdrempel voor van 10 zetels. Dat is geen kleinigheid. ChristenUnie, SGP, Partij voor de Dieren, GroenLinks, Hero Brinkman: ze zouden allemaal uit het parlement verdwijnen. Opgeruimd staat netjes, vindt Heleen Mees en in haar voetspoor ook Volkskrantcolumnist Paul Brill in zijn column van 9 juli.

En dan? Wordt de formatie van een kabinet makkelijker als PVV, D66, CDA en PvdA elk ongeveer 20 zetels halen en de VVD en de SP elk 35?

Keuzemodel
Politicologen hebben zich al meer dan vijftig jaar beziggehouden met coalitievorming. Abram de Swaan schreef er in 1973 zijn proefschrift over. In die politieke coalitietheorieën zijn twee stellingen ontwikkeld, gebaseerd op het rationele keuzemodel, die de te vormen regeringscoalities voorspellen.

De eerste is dat partijen een voorkeur hebben voor een winnende coalitie die zo klein mogelijk is. In dat geval hoeft elke partij de voordelen van het regeren met zo weinig mogelijk anderen te delen. Een kabinet dat kan rekenen op 76 zetels is dus ideaal, hoewel 80 misschien nog mooier is, want dan kan er nog eens een Kamerlid van een der regeringspartijen ziek of dissident zijn.

De tweede stelling is dat een coalitie die gevormd wordt door partijen die ideologisch naast elkaar liggen gemakkelijker tot stand komt dan een coalitie van partijen die in ideologisch opzicht elkaars buren niet zijn. Deze twee stellingen tezamen verklaren de vorming van de PVV-VVD-CDA coalitie in 2010.

Samsom
Zij verklaren ook waarom de PvdA buiten de Kunduzcoalitie van 2012 gehouden werd. Ten eerste: de PvdA was niet nodig om een meerderheid in het parlement te vormen en zodoende hoefden de Kunduzpartijen geen rekening te houden met de noten die Samsom op zijn zang had. Samsom was immers - en dat is relevant voor de tweede stelling - zodra hij fractievoorzitter werd in de richting van de SP opgeschoven en de PvdA was daardoor ter linkerzijde van GroenLinks uitgekomen. Dat GroenLinks 'onder de PvdA door was gekropen' zoals Samsom zelf stelde is dus niet juist. De PvdA was onder GroenLinks doorgekropen. Hoe het ook zij, GroenLinks stond dichter bij D66 dan de PvdA. De Kunduzcoalitie werd gevormd door VVD, CDA, ChristenUnie, D66, en GroenLinks, die op de rechts-links as gemeten een aaneengesloten blok van ideologische buren vormden.

Deze coalitie zou dus voortgezet kunnen worden als de vijf partijen voldoende zetels halen. Zo niet dan moet de PvdA ook aanschuiven. Bij een kiesdrempel van 5 procent zouden GroenLinks en ChristenUnie niet meer in de Kamer komen. Haalt de VVD 35 zetels, dan zou de PvdA moeten aanschuiven als CDA en D66 samen minder dan 41 zetels krijgen, maar niet als zij samen 41 of meer zetels halen. In het laatste geval zouden we volgens de coalitietheorie een VVD-CDA-D66 kabinet krijgen. In beide gevallen krijgen we een kabinet van de partijen die van oudsher vóór een verdergaande Europese samenwerking zijn en die voor de invoering van de euro waren.

Probleem is echter dat de standpunten over Europa en de euro niet in de links-rechts dimensie passen. Als rechts tegen Europa zou zijn en links vóór, dan zouden de kiezers inzake Europa echt iets te kiezen hebben. Maar dat is alleen het geval als de SP inzake Europa een flinke koerswijziging inzet en dat zie ik voorlopig niet gebeuren.

Tangdemocratie
In de huidige situatie zijn de flanken tegen politieke integratie van Europa en de middenpartijen vóór. Zolang de bevolking in meerderheid tegen een politieke unie is, zullen de PVV en de SP steeds meer zetels krijgen, De politicoloog Ed van Thijn noemde zo'n situatie ooit een tangdemocratie: de middenpartijen vertegenwoordigen slechts een minderheid van de kiezers, de PVV en de SP vertegenwoordigen een meerderheid, maar willen niet met elkaar regeren omdat zij ideologisch op grote afstand van elkaar staan. Daarom is ook een coalitie waarin SP en D66 zitten moeilijk haalbaar.

Wij zullen dus geregeerd worden door een coalitie van middenpartijen die steeds verder afbrokkelt. Een kiesdrempel zal de kleine partijen doen verdwijnen, maar het vormen van een regeringscoalitie zal maar weinig gemakkelijker worden. Beter lijkt het mij dat de middenpartijen zich nu eens helder uitspreken over wat er met de euro moet gebeuren. Daarover hebben alleen de PVV en SP een redelijk helder standpunt.

P.S.: Mijn column van vorige week over de damherten in de waterleidingduinen heeft een naar vervolg gekregen. Afgelopen woensdag werd en van die herten op de Vogelenzangseweg doodgereden door een motorrijder. Omdat de laatste niet zo hard reed bracht hij het er levend af. Misschien iets voor de rondvraag in de Amsterdamse raadsvergadering.

Meindert Fennema is emeritus hoogleraar politieke theorie. Hij schrijft iedere vrijdag een column voor Volkskrant.nl.

 
Zolang de bevolking in meerderheid tegen een politieke unie is, zullen de PVV en de SP steeds meer zetels krijgen.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden