Meiden willen eigen plek in de wijk

De Volkskrant volgt de vorderingen in de ‘krachtwijken’ van minister Vogelaar. In de Utrechtse wijk Kanaleneiland kijken de Marokkaanse meiden met afgunst naar wat de jongens voor elkaar krijgen....

Zet vijftig meiden tussen de 8 en 16 jaar in een ruimte, en vrolijk gegiechel klinkt uit alle hoeken. Ze zijn bijna allemaal van Marokkaanse afkomst en zitten deze middag in een zaaltje in Kanaleneiland. Het zijn de meidengroepen van Al-Amal, de organisatie van Marokkaanse vrouwen in Kanaleneiland. Hun begeleiders zijn iets oudere Marokkaanse meiden, eveneens uit de wijk.

‘Doe even rustig’, roept Hanane (12), een pittige meid met lang donker haar, tegen haar tafelgenoten die de slappe lach hebben. Hanane wil later stewardess worden. Maar tot het zo ver is, woont ze, net als haar vriendinnen Nessrine en Nasseira, in Kanaleneiland. Een wijk die bekendstaat om zijn moeilijke Marokkaanse jongens.

In de ogen van de meiden van Kanaleneiland wordt het slechte gedrag van de jongens beloond. Hanane: ‘Omdat die jongens zo vervelend doen, krijgen ze een buurthuis en veel geld om leuke dingen te doen.’ Nasseira: ‘Die jongens verdienen gewoon straf. Moeten wij soms ook zo vervelend gaan doen om een buurthuis te krijgen?’

Het is duidelijk: de meiden willen ook een eigen plek in de wijk. Waar je kunt praten, ‘chillen’, muziek luisteren of achter de computer zitten. In dit gedroomde meidencentrum kun je ook aankloppen voor hulp bij huiswerk of als je ergens mee zit. Veel meiden stellen zich daarin ook nog een ruimte met spiegels en microfoons voor, waar je ongestoord kunt dansen en zingen. ‘De jongens hebben hun buurthuis Chill Eiland, waar ze tot ’s avonds kunnen zitten. Dat is een vette plek, die is helemaal voor hen opgeknapt. Ze hebben er tafeltennis en een voetbaltafel, dat soort dingen zijn ook leuk voor meiden’, zegt Sabah El Maryaoui (14).

Een belangrijke voorwaarde voor de meidenplek: er mogen absoluut geen mannen en jongens komen. Misschien moet er een speciaal verkeersbord voor worden ontworpen: een verbodsbord voor jongens, stelt een van hen voor. Want er is geen denken aan dat de meiden naar het ‘jongensbuurthuis’ gaan. ‘Mijn broer wil dat niet, die weet hoe vervelend die jongens zijn’, zegt er een.

Bestuurslid Fatouch Chanaat van Al-Amal ondersteunt de wens van de meiden van harte. Zij ziet het helemaal voor zich: een buurthuis voor meiden en jonge vrouwen tot 23 jaar, ‘een veilige plek voor serieuze zaken maar ook om te dollen’. Haar organisatie weet als geen ander de Marokkaanse vrouwen en meiden in de wijk te bereiken. De meidengroepen draaien bijna zonder geld, met vrijwilligers en stagiaires. Ze maken soms een uitstapje, en deze maand gaan de meidengroepen de wijk schoonmaken.

Al-Amal wil de meiden iets meegeven. Chanaat: ‘Wees gewoon jezelf. Zet niet buiten en thuis een verschillend masker op. Het geeft op den duur problemen als je je aanleert om je anders voor te doen dan je bent.’

Uit recent onderzoek onder de Utrechtse jeugd blijkt dat juist veel meiden van Marokkaanse afkomst niet lekker in hun vel zitten. Maar waar een jongen met problemen overlast veroorzaakt, heeft de buitenwereld weinig last van een Marokkaans meisje in de knel: dikke kans dat ze zich terugtrekt in zichzelf.

Chanaat hoopt dat ook de meiden hun aandeel krijgen uit de miljoenen aan Vogelaargelden die nu naar de wijk stromen. Maar tot dusver zijn er in de plannen geen voorzieningen voor hen te lezen. Chanaat: ‘Investeer in die meiden, zij kunnen de wijk opbeuren. De meiden in Kanaleneiland laten zich nog te weinig zien. Ze zijn nog wat bescheiden, niet allemaal haantje de voorste. Ze mogen best wat meer op hun strepen staan.’

Wethouder Rinda den Besten (jeugd) wil af van het beeld dat de goede jongeren minder aandacht krijgen van de gemeente dan de overlastgevende jongens; dat is volgens haar ‘gewoon niet zo’. Zij kent de wensen van de meiden. Uit een recent rondetafelgesprek van een groep Marokkaanse en Turkse meiden in Kanaleneiland met de wethouder hoorde ze dezelfde geluiden.

Den Besten: ‘Er kwam bijvoorbeeld ook naar voren dat ze behoefte hebben aan dans: cursussen zijn hartstikke duur. Er is inderdaad meer aanbod voor jongens dan voor meiden in de stad. Feit is dat meiden minder vaak piepen; groepen jongens kloppen veel vaker bij de gemeente aan als ze ergens behoefte aan hebben.’

Ze is nu in gesprek met haar collega-wethouders om te bezien of buurthuizen bepaalde dagdelen exclusief het domein van de meiden kunnen zijn. Het gedroomde meidencentrum komt er dus waarschijnlijk niet. ‘Het beleid van de gemeente is dat we geen panden exclusief voor één doelgroep bestemmen. Maar in de praktijk blijkt dat in een aantal buurthuizen die bedoeld zijn voor iedereen, nauwelijks meiden komen.’

Opvallend is hoeveel Marokkaanse meiden vragen om gescheiden voorzieningen. Naar een fitnessclub waar alleen vrouwen komen. Naar ongemengd zwemmen. Niet alleen omdat ze dat zelf prettiger vinden, maar vooral omdat ze er anders niet heen mogen van hun ouders, zeggen ze.

Den Besten is niet principieel tegen bijvoorbeeld dagdelen in buurthuizen exclusief voor meiden of ongemengd zwemmen. ‘Ik heb liever dat ze wel gaan zwemmen, dan dat ze niet gaan zwemmen. Uit het Utrechtse jeugdonderzoek bleek dat veel meiden psychische klachten en slapeloze nachten hebben. Het belangrijkste is dat zij een plek hebben om elkaar te ontmoeten en waar begeleiders zijn, bij wie zij hun verhaal kwijt kunnen. ’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.