Mehmet, een emigrant in spe

Het was prachtig weer in Hengelo. Ik genoot in de tuin van het uitzicht op de vrouw van mijn broertje....

Nazmiye Oral

Ik stond perplex.

Hoe dacht mijn broertje te kunnen overleven in Turkije? Hij spreekt bar slecht Turks en bezit een Europese goedgelovigheid en naïviteit, waardoor hij waarschijnlijk al zijn geld binnen een paar jaar kwijt zal zijn aan mensen die hij dacht te kunnen vertrouwen, reden genoeg om me zorgen te maken. Toen hij de reden voor zijn voorgenomen vertrek uitlegde, maakte ik me niet alleen zorgen. Ik had het gevoel te hebben gefaald.

Mijn broertje met zijn Twentse accent voelde zich niet gezien als mens. Niet door de mensen op straat, niet door de media en niet door de regering. Hij vertelde hoe hij het zat was om zich telkens te moeten verantwoorden. Om telkens aangesproken te worden op zijn moslim- en anders-zijn. Om telkens vragen te beantwoorden waar hij geen zin in had. Wat vond hij van Osama Bin Laden? Van Irak? Van Israël en de Palestijnen? Van zelfmoordterroristen? Van Mohammed B.? Was het terecht dat Theo van Gogh vermoord was?

Zoals hij het zelf zei: ‘Weet ik veel wat ik van ze vind? Alsof ik daarmee bezig ben.’

Terwijl ik zo naar hem luisterde, werd ik heen en weer geslingerd tussen verschillende emoties. Zoals gezegd, voelde ik een zusterlijk falen, alsof ik hem niet goed genoeg had opgevoed. Alsof ik hem weerbaarder had moeten maken, en had ik de neiging om geheel volgens onze cultuur hem een tik te geven. Zeg, verman je een beetje. Zeik niet zo.

Het was erg pijnlijk om te merken dat mijn broertje gevangen zat, gevangen in een beeld dat een ander op hem drukte en wederom had ik zin hem een tik te geven. Verman je. Stel je niet aan.

Innerlijk lichtelijk in paniek, bleef ik uiterlijk helemaal kalm. ‘Je kunt toch gewoon zeggen dat je geen zin hebt in die vragen. Gewoon met een grap of zo?’ ‘Ja, en weet je wat ze dan zeggen? Mehmet, waarom loop je weg?’

Ik raakte nu zelf behoorlijk gestrest en probeerde mijn broertje bij de kudde te houden. Zo voelde het althans. We waren hem bijna kwijt. En dat mocht onder geen beding gebeuren. ‘Pfft, ach Hengelo. Wat wil je? Het zijn gewoon stomme boeren. Het is al iets minder in Arnhem en in Amsterdam is dit bijna helemaal niet aan de hand. En bovendien, jullie kunnen hier samen toch een mooie toekomst opbouwen?’

Ik wuifde beelden weg die van binnen ineens kwamen opborrelen: producenten, acteurs, schrijvers, zogenaamde slimme mensen die ik domme, ongenuanceerde dingen heb horen zeggen over ‘moslims’, wie ze daaronder ook mogen verstaan. Ineens was de platheid van ons publieke debat zo helder als glas.

Mijn broertje leek toch een beetje getroost door mijn bewering en vervolgde zijn klaagzang: ‘Wat geeft jou het recht om mij dat soort dingen te vragen? Ik ben Hollandser dan de meeste jongens hier. Waarom moet ik bewijzen dat ik oké ben? En weet je? Het zijn geen vragen. Het is een invuloefening. De uitkomst staat al vast. ’

Ik bereidde me voor op een preek (je hoeft het niet persoonlijk op te vatten maar dat betekent niet dat je zegt dat het oké is, dat het je geen pijn doet), tot ik bij zinnen kwam.

Was ik op mijn 23ste zo wijs? Nee, ik was vooral behoorlijk dom en behoorlijk boos. Ik besefte dat ik van hem iets bovenmenselijks eiste. Mijn broertje, die ik jaren heb meegemaakt terwijl hij wekelijks werd geweigerd in de plaatselijke discotheek, in wiens aanwezigheid ik altijd mensen zag veranderen, meer op hun hoede zag zijn, die op school geen stageplek kon krijgen, ik eiste van hem een soort volwassenheid en wijsheid waar Nelson Mandela jaren over heeft gedaan.

Hij moest er boven staan, zijn eigen waardigheid vormgeven, telkens weer vertrouwen, en zijn hart blijven openstellen. Een oneerlijke opgave voor hem en jongens zoals hij. Hopelijk zullen we ooit zover zijn dat we als maatschappij zullen kiezen voor ons common good in plaats van onze common hysteria. Want op het moment dat we onze angsten voor elkaar kunnen loslaten, en de behoefte om ons gelijk te halen, kunnen opgeven, is er hoop op toenadering en kunnen we eindelijk beginnen aan het creëren van een ‘wij’.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden