Analyse Goudinkomsten Suriname

Meeverdienen aan ‘informele’ goudwinning: in Suriname worden illegale mijnen geen strobreed in de weg gelegd

Suriname bulkt van het goud. Het edelmetaal is zo belangrijk voor het land dat er een ‘informele’ goudindustrie is ontstaan die geen regels kent. Oerbos wordt gekapt, boscreolen verdreven, natuur vergiftigd met kwik. Het goud splijt Suriname. Want vanuit de ondergrondse economie lopen lijntjes naar machtige personen.

Braziliaanse goudzoekers scheiden met hoge drukspuiten de grond waar goudstof en klompjes in zitten, van het gesteente dat daaraan vast zit. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Goud is goed voor zo’n 80 procent van de Surinaamse inkomsten uit export. Het edelmetaal levert naar schatting ook meer dan een kwart van de banen die Suriname kent. Toch komt het nauwelijks ten goede aan de ontwikkeling van het land. Bijna 90 procent van die mogelijk 30 duizend banen is namelijk te vinden in de zogeheten ‘informele’ goudindustrie.

‘Goud betekent koorts’, zegt Winston Ramautarsing, de voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES). ‘En dus draaien mensen door. Dat zie je in westerns, dat zie je in het echte leven. In Suriname is het niet anders. In dit land heb je de inkomsten van de olie. Je hebt het witte goud: de cocaïne dus. Maar verder draait de economie van ons land bijna volledig op de winning van goud.’

Het geld dat daar wordt verdiend, wordt voor een deel wel aan de overheid afgedragen, maar nauwelijks of niet besteed voor de ontwikkeling van het land. Waarom niet? Omdat het, zo meent Ramautarsing, om een grotendeels ‘ondergrondse’ economie gaat. En omdat, zo stellen andere deskundigen, te veel mensen die machtige posities bekleden binnen de overheid en de regering van Suriname, direct betrokken zijn bij die ondergrondse economie.

‘Alle ministers van Natuurlijke Hulpbronnen’, zo stelt bijvoorbeeld een kenner van de industrie, ‘zijn door goud rijk geworden. Soms heel, heel erg rijk. Overdreven rijk zelfs.’

Het is kritiek die wellicht makkelijk weersproken kan worden door Regilio Dodson, de huidige minister van Natuurlijke Hulpbronnen. Hij zegt toe te stemmen in een interview, waarvoor hij de vragen al heeft ontvangen. Maar nadat eerst de datum ervan is verschoven, blijkt hij volgens zijn medewerkers plots ‘in het buitenland’ te zijn.

In het oerbos van de boscreolen

Het deel van de goudindustrie dat niet informeel dan wel illegaal is, komt vooral voor rekening van het Canadese Iamgold en het Amerikaanse Newmont. Newmont heeft in Suriname ‘concessies’ om naar goud te zoeken in een gebied van in totaal 500 duizend hectare. Dit komt ongeveer overeen met een achtste van de oppervlakte van Nederland. Het exploratiegebied bevindt zich in het unieke tropenbos, dat hiervoor gekapt zal worden, en dus ook in het leefgebied van de cultureel kwetsbare marron-bevolking, de zogeheten boslandcreolen van Suriname.

Newmont laat vanuit Denver weten er al het mogelijke aan te doen om zowel het milieu als de cultuur van het oerwoud en zijn bewoners te sparen, en daarvoor in de VS al de nodige ‘duurzaamheidsprijzen’ te hebben gewonnen. ‘Ontginnen om levens te verbeteren’ is de slogan.

‘Het blijft natuurlijk zakendoen’, zegt Albert Ramdin, een Surinaamse ex-diplomaat die op het Newmont-kantoor in Paramaribo werkt. ‘Maar we werken op een veilige en milieuvriendelijke manier. Zo willen we zo veel mogelijk biodiversiteit terugbrengen. Al zijn we eerlijk: voor honderd procent gaat dat nooit lukken.’ Al was het slechts omdat voor het gekapte oerbos hooguit secundair bos in de plaats kan komen.

Tikkende tijdbom

Een ‘formeel’ bedrijf als Newmont biedt aan bijna 1.300 mensen werk. Het wellicht grootste voordeel van het bedrijf is dat het in de goudwinning geen gebruikmaakt van kwik. Maar de enkele tienduizenden ‘informele’ goudwinners gebruiken deze giftige stof wel, om het gewonnen fijngoud te wassen en te binden.

‘Het oerbos wordt gekapt om het goud te winnen. Het zwaar vervuilde afvalwater komt vervolgens in de natuur terecht’, vertelt de Surinaamse milieudeskundige en activist Erlan Sleur. ‘In vissen, en daarmee dus ook in mensen, vooral marrons, die de vissen eten. Met alle vreselijke gevolgen voor de gezondheid van dien.’

Volgens Sleur is goudwinning in een tropenbos als het Surinaamse ‘nooit mogelijk zonder enorme schade toe te brengen aan mens en milieu.’ De Surinaamse regering is zich hiervan terdege bewust, meent hij, maar laat het bewust zo. ‘De overheid kent de gevaren van kwikvergiftiging, maar weigert de cijfers vrij te geven. We vernietigen onze toekomst.’

Winston Ramautarsing noemt het kwikgebruik ‘een tikkende tijdbom’. Maar de regering zal de informele goudwinning volgens hem weinig in de weg leggen. Omdat zij hieraan meeverdient. En omdat zij niet in staat is de economie zo te diversifiëren dat tienduizenden mensen een formele baan zullen vinden. ‘Iedereen besteelt nu iedereen. En niemand grijpt in.’

Brazilianen gaan op zoek naar Goud in Suriname, maar het werk is gevaarlijk en illegaal

Diep verscholen in het Surinaamse oerbos runt de Braziliaan André Bemassuli zijn eigen goudmijn. Illegaal natuurlijk. Hij heeft er zes landgenoten werken, want Surinamers brengen onrust met zich mee. Van Paramaribo heeft hij niks te vrezen, van gewapende bendes des te meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.