Meesterzet op een schaakpiano

Beeldend kunstenaar Guido van der Werve voerde in het Stedelijk Museum Amsterdam een schaakperformance op, die ooit deel zal gaan uitmaken van zijn 'gesamtkunstwerk'.

Amsterdam Sinds de jaren zeventig is het Koningsgambiet - een beruchte openingszet in de schaaksport - niet meer gespeeld. Met die even gevaarlijke als uitdagende zet, waarbij het koningsstuk in een keer open en bloot op het schaakbord ligt, versloeg de Russische wereldkampioen Boris Spassky tijdens de Koude Oorlog zijn Amerikaanse uitdager Bobby Fischer. Die verliet naar verluidt huilend het podium.


Afgelopen donderdagavond voerde beeldend kunstenaar Guido van der Werve in zijn Performance Number Twelve de zet opnieuw op in het Stedelijk Museum Amsterdam.


Stipt om half acht, en daarna om half negen, deed Van der Werve in het zwart gekleed zijn openingszet. Die veroorzaakte een donkere toon - het begin van een woest-romantisch, klassiek muziekstuk in drie delen, geleid door de zetten van Van der Werve en zijn tegenstander, pianist Kimball Huigens, en uitgevoerd door de violen en cello's van het Matangi Strijkkwartet.


Het schaakbord waarop Van der Werve speelt, is namelijk niet zomaar een bord, maar een door de kunstenaar gebouwde 'schaakpiano', een ingenieus meubelstuk waarbij de schaakvlakken pianotoetsen zijn en elke zet een noot doet klinken. De schaakpartij, met openingszet en speciaal einde, is op verzoek van Van der Werve door een Amerikaanse grootmeester gemaakt - zelf heeft hij op basis daarvan een muziekstuk gecomponeerd. Eigenlijk horen schaakpiano en compositie bij zijn film Nummer twaalf - een Caspar David Friedrich-achtig filmtableau, waarin een kluizenaar in dramatische natuurlandschappen piekert over complexe, onoplosbare problemen.


In het Stedelijk Museum blijven de filmbeelden achterwege. De muziek, het instrument en de performers moeten het werk doen.


Dat lukt wonderbaarlijk. De muziek sleept de luisteraar mee in dramatische landschappen en leegtes, waarbij anders dan in de met symboliek geladen film elk individu zijn eigen beelden tevoorschijn kan toveren. Daarbij treedt een vreemde grensvervaging op. Zie je aanvankelijk een schaakpartij en hoor je muziek, gaandeweg vervalt het onderscheid - de schaakpiano wordt een delicaat solo-instrument en de peinzende 'schakers' veranderen in snel manoeuvrerende muzikanten.


Anders dan bij Spassky-Fischer eindigt Nummer twaalf in een patstelling, vertaald in een eindeloos lang aangehouden, ijzig fluitende eindtoon. Er is geen winnaar of verliezer, zoals ook de Koude Oorlog geen winnaar of verliezer had. Er is alleen een eeuwig voortploeteren, zoals het leven zelf.


Waarna de vraag rest: was dit nou kunst of een concert? Voormalig Concertgebouwdirecteur Martijn Sanders, in het publiek, waagt zich niet aan een uitspraak. De kunstenaar zelf vindt het een onzinnige kwestie. Hij beperkt zich niet tot een discipline. De laatste jaren is hij vooral bezig met het componeren van muziek - omdat het resultaat direct tastbaar is en hij zich niet vanwege zijn filmsucces (zie inzet) in een hoek wil laten drijven. En in zijn huis in Finland wijdt hij zich aan het meubelmaken.


Uiteindelijk zullen al die diverse activiteiten samenkomen in een film, weet hij. Dat is wat hij het liefste wil: een eigentijds gesamtkunstwerk creëren, waarin woord, klank, beeld, object, emotie en denken samenvloeien.


Dus toch kunst, want ook in Performance Number Twelve versmelten klank, beeld, schaakpiano en museale ruimte op ingenieuze wijze tot een muzieksculptuur, die nog lang indruk maakt en tot overpeinzing stemt.


Moederziel alleen op een onafzienbare ijsvlakte

Beeldend kunstenaar Guido van der Werve (1977) werd in 2007 op slag internationaal beroemd met zijn film Nummer acht. Daarin loopt hij moederziel alleen over een onafzienbare, bevroren zee, pal voor een ijsbreker uit. Bij het kijken naar de wandeltocht buitelen de associaties over elkaar. Zoals: hoe kwetsbaar is een mens vergeleken bij dat stalen, ijsklievende gevaarte. Maar ook: met wat een moed en vertrouwen loopt dit individu zijn ongewisse toekomst tegemoet.


Sinds 2003 nummert Van der Werve zijn films alsof het muziekcomposities zijn. De laatste is Nummer twaalf (2009) - de in het Stedelijk Museum Amsterdam opgevoerde schaakperformance hoort daarbij.


Na het succes van Nummer acht - aangekocht door het Museum of Modern Art in New York, het kunstwalhalla - vestigde Van der Werve zich in New York. Hij geldt als een van de belangrijkste, Nederlandse kunstenaars van het moment.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden