Meesterwerk in Kipkap door Paul Depondt

1999 is in Aalst uitgeroepen tot het Louis Paul Boon-jaar. Dit jaar verschijnt zijn biografie en krijgt hij eindelijk zijn schrijversmuseum....

VOOR Louis Paul Boon moesten ze een standbeeld oprichten op de grens, heeft Jeroen Brouwers ooit gezegd, 'met zijn kont naar Vlaanderen en met zijn gezicht naar Nederland'. Is LPB een Hollander?, kopte de Vlaamse krant De Morgen. Boon wordt in Nederland meer gelezen en gewaardeerd dan in Vlaanderen. Misschien omdat het Vlaamse katholieke volksdeel Boons 'bijna aritmetische aanval op de katholieke kerk' vervloekt, of omdat hij rauw en ongekuist proza schreef, of omdat Boon 'vieze plaatjes' verzamelde.

Althans, even laait de strijd weer op, tussen de roomsen en de roden, net zoals vroeger toen de balorige Aalsterse christen-democraten zich in de gemeenteraad keerden tegen een standbeeld voor de 'porno-schrijver'. En nu, 't krinkelt en 't winkelt weer op de Vlaamse krantenpagina's. De Culturele Centrale van de socialistische vakbond schreef 'een open brief' aan de Vlaamse minister van Cultuur Luc Martens (van de christen-democratische CVP) onder de titel: 'Is Louis Paul Boon dan toch een Hollander?' Want in Nederland wordt hij geprezen, uitgegeven en gelezen, bejubeld en vereerd, en in Vlaanderen twisten ze over het geld.

1999 is het Gezelle-jaar, naar aanleiding van de honderdste verjaardag van het overlijden van de pastoor-dichter Guido Gezelle, schrijver van het onvergetelijke 'krinkelende, winkelende waterding'; maar dit jaar is ook het Boon-jaar, want Louis Paul Boon - 'Boontje' - is twintig jaar dood. Hij stierf in 1979, aan een hartaanval.

Gezelle was een priester; Boon 'een tedere anarchist' die over het rode bolwerk Aalst schreef en over Mieke Maaike's obscene jeugd. Daarom is het fêteren een moeilijke en lastige 'materie': wat krijgt Boon, en wat Gezelle? En 't gonst, 't ritselt, twiet en 't murmelt op de pagina's van De Morgen of in de katholieke krant De Standaard. Want in Vlaanderen, zo meent de Culturele Centrale van de socialistische vakbond, moeten de subsidies voor 'Gezelle' en voor 'Boon' gelijk verdeeld worden.

De herdenkingen krijgen, nu de beslissing is gevallen, uiteindelijk 'nagenoeg evenveel subsidies uit het Fonds voor de Letteren'. Aanvankelijk had de commissie, die de minister van Cultuur adviseert, 'een verdeelsleutel van 6 voor Gezelle tegenover 3 voor Boon voorgesteld', maar nu delen ze 'de pot' - 'netjes' afgerond op zijn Belgisch.

Boontje is helemaal terug, de stukjesschrijver, niet in 'zijn gazet' - de Gentse Vooruit, maar in De Morgen. De krant publiceert tijdens het Boon-jaar op de opiniepagina een selectie uit de Boontjes, de columns die LPB van november 1959 tot januari 1978 vrijwel dagelijks schreef. Het was, geloofde hij, zijn 'meesterwerk in kipkap', hachee, de bijbel van deze tijd. 'Als daarna nog een boek van een andere verschijnen mocht', concludeerde Boontje, 'zou elkeen minachtend de schouders ophalen en zeggen: och kom, het staat reeds in het Meesterwerk in Kipkap'.

Met 'het bommeltje', de stoptrein, reed Boon elke dag van zijn dorp Erembodegem bij Aalst naar Gent, 'naar mijn werkhok', een ontzagwekkende ruimte, 'een soort vergaderzaal, vol met schrijftafels en kasten aan de wanden, en op de vloer vergeelde stapels kranten die stilaan scheefzakten, en daar midden in, ik, klein en verloren'. Grote Boon schreef boeken 'waarin het arme kleine volk aan bod kwam dat vloekte en miskontent was'. Boeken, vond hij, 'waarin over kak en pis en miserie werd geschreven'. Maar hij schreef ook 'cursiefjes', zijn dagelijkse stukje, kleine geschiedenissen die zijn vrouw Jeanneke thuis vertelde of die hij op dat 'bommeltje' had gehoord. 't Was al eenvoud. 'De werkmensen zijn de enigen met wie ik zonder remmingen kan praten', vond Boon, 'op het treintje naar Gent, over de duiven en de hutspot'.

En soms zei dan iemand, wanneer het een minder goed stukje was: Ge waart niet op uw beste, vandaag. 'Soms wist ik niet best wat uit mijn duim te zuigen', vertelt hij in de Memoires van Boontje. 'En soms had ik er echt geen tijd voor en maakte ik me er in zeven haasten vanaf. Over deze laatste zijn een hele hoop lezers enthousiast geweest.'

De Boontjes worden door uitgeverij Houtekiet gebundeld, de duizenden Vooruit-stukjes die hij heeft geschreven, 'in hemdsmouwen en soms nog met aarde aan de handen van in de tuin te wroeten, en zelfs neerliggend in bed, als ik erge griep had en mijn koortsdromen beschreef. Ja, toen schreef ik met de thermometer in plaats van met een stylo.'

Hij noemde zich Boontje. Dan kon je gemakkelijker met iedereen praten, vond hij. Het was de roepnaam van zijn vader en wellicht ook van zijn grootvader. De Boons, klein van gestalte, werden door de Olsjteneers 'Boontjes' genoemd. En natuurlijk, 't kwam ook door Van Gogh, want die signeerde zijn schilderijen met Vincent. Louis Paul Boon was geen ivoren toren-schrijver, maar 'nen werkmens'. En de grote schilder Vincent was in zijn ogen ook een arbeider.

Ooit zei hij tegen Jeanneke: 'Zou ik mijn werk niet opzeggen en een café openen?' Want dan kon hij de hele dag met de werkmensen praten, 'aan den toog', en bovendien in het Ojlsters, het Aalsters. Ze gnuifde slechts eens. 'Ja', antwoordde ze, 'ge kunt uw café dan noemen: In de donkere wolk, de baas drinkt meer dan 't volk. Want Boon dronk dagelijks zijn mazout, donkere whisky-cola, 'op den duur 's morgens al'. En ook Jeanneke begon te drinken, ook whisky, 'toen Louis dood was'. En hun zoon Jo zei: 'De vaatwasmachine van ons moeder draait op whisky.'

'IK ben wat ik ben. . .', schreef Boon in zijn in het Vlaams Weekblad gepubliceerde memoires. 'Boontje, met zijn deugden en gebreken. Een mannetje zoals gij en ik, met wat tegenslag en met wat chance. Zo gaat dat in het leven.'

Johan Janssens, 'dagbladschrijver' en het alter ego van Boon in zijn boek De Kapellekensbaan, noemt zich 'een artiest in uniform', die 'tot de ontstellende ontdekking kwam geen marxist te zijn gelijk de anderen, doch integendeel een anarchist, een nihilist, een viezentist'. In dat boek figureren zowel de schrijver LPB als Boontje; het boek was, naast zijn stukjes, zijn meesterwerk, omdat het de beide gezichten van Louis Paul Boon liet zien.

Er was in hem een Grote Boon en een Kleine Boon, de schrijver LPB en Boontje, 'het mannetje van 1 meter 65' dat beseft dat hij 'te klein is voor de maat van zowel zijn menselijke als zijn literaire streven'. Die Louis Paul Boon, zei hij, 'het is een vent die zich kwaad maakt, die boeken schrijft waarin hij de maatschappij aanvalt' in zijn Pieter Daens, in zijn Geuzenboek, in zijn Jan de Lichte. Boontje daarentegen, 'is een rustig burgermannetje, dat het allemaal met een korreltje zout neemt'.

Op foto's zie je het ook: Boontje, die kleine man, gearmd op de bank met zijn vrouw Jeanneke. 'Ook al schop je 99 mensen op 100 een geweten', peinst Boontje, 'er blijft dan nog één smeerlap over en die wordt president. En als je naar die durft schoppen, vlieg je de gevangenis in.'

Boon behoorde van huis uit tot de kleine middenstand van het grijze industriestadje Aalst. Zijn grootvader 'Sooike Boon' was schoenlapper en zijn vader auto- en huisschilder. Hij was geen proletariër, zegt Boon-kenner en bezorger van de 'boontjes' Paul de Wispelaere in Louis Paul Boon, tedere anarchist. 'Als volksjongen was hij met de arbeiders vertrouwd en solidair, terwijl hij zich tegelijk van hen distantieerde. Deze ambivalente houding van verbondenheid en apartheid typeert hem van meet af aan.' Bij zijn eerste contact met arbeiders had hij het gevoel 'van de korporaal tegenover de gewone soldaat'.

Boon was weigerachtig tegenover doctrines en theorieën. Ene Julien Kuypers, een vooraanstaand socialistisch cultuur-functionaris, herinnert Boon zich in zijn memoires, vertelde eens over een boek dat hij had geschreven over de geschiedenis van de partij, met de titel Berg op! 'En toen ik hem eens ontmoette en hij zo heel erg stoefte over dat boek, zei ik niet zonder bitterheid: Ik ben het tweede deel ervan aan het schrijven. . . Het heet Berg af' Dat was de toon van Kleine Boon, van Boontje.

In het station van Aalst - geen beter plek, 'want hier kwam hij min of meer dagelijks' - werden vorige week de plannen van het Boon-feestcomité voorgesteld. Op zondag 28 februari rijdt er een Boon-trein van Brussel, waar Boon een tijdje op de redactie van het communistische De Rode Vaan heeft gewerkt, naar 'zijn stad' Aalst. Spoor de mensen een geweten luidt het motto; 'schop de mensen een geweten', schreef Boon in Mijn kleine oorlog. De toon van Grote Boon.

'Is Boon niet wat ons aller spiegel?', memoreert Bert van Hoorick zijn vriend en compagnon Louis Paul Boon. Een Uilenspiegel, 'op zijn manier, weerspiegelend onze hoop en wanhoop, onze opstandigheid en machteloosheid'. Boon wordt, en nu ook in Vlaanderen, gehuldigd en geprezen. Er zullen verschillende boeken verschijnen, onder meer bij De Arbeiderspers de biografie Gelijk een vis zwemt, moet ik schrijven van Kris Humbeeck, maar ook nieuwe Boon-studies en nagelaten romans en ego-ducumenten in het tijdschrift De kantieke schoolmeester van het Antwerpse L.P. Boon-documentatiecentrum; er zijn tentoonstellingen, theaterstukken, literaire bijeenkomsten en er wordt in Aalst eindelijk een Louis Paul Boon-museum ingericht.

'Als je man iets kan, moet je hem steunen', zegt Jeanneke in een interview in De Morgen. 'En je moet voor ogen houden dat een schrijver in Vlaanderen pas bekend is en gewaardeerd wordt als hij dood is.' Vóór de begrafenisstoet uit, droeg men op 15 mei 1979 in Aalst terecht de Rode Vlag, gedragen door een mooi Aalsters volksmeisje. Dat had Boon wel willen zien. En bij het kerkhof speelde men hard en langdurig de Internationale.

Voorjaar 1979 legde Boontje voor Jeanneke de kaart, want hij was zeer bedreven in de Tarot. Hij voorspelde dat 'ze iemand ging verliezen die ze graag zag'. Op 10 mei overleed Louis Paul Boon, moe, uitgeput en 'het leven beu'.

'Louis is weg', zucht Jeanneke in haar door Herwig Leus opgeschreven memoires, 'ik heb geen auto meer, ik ben een borst kwijt en mijn zicht gaat steeds meer achteruit. Soms zie ik het echt niet meer zitten.' Een expositie?, vraagt ze de interviewer. 'Ik kom nog maar zelden buiten. En daarbij: ik heb zo'n tentoonstelling niet nodig om Louis te herdenken. Ik denk nog elke dag aan hem, en ik mis hem.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden