Meesteres van het ritme

Ze zong zeven decennia lang en vertolkte nooit een lied op dezelfde wijze. Jazzgrootheid Rita Reys ( 1924-2013 ) overleed in de nacht van zaterdag op zondag.

Tijdens haar laatste optreden, op 6 juli in de Amsterdamse North Sea Jazz Club, voltrok zich nog steeds het wonder. De 88-jarige zangeres gaf misschien wel haar drieduizendste vertolking van Love For Sale, en weer zong ze het anders dan alle voorafgaande keren. Zelf placht Rita Reys daar nogal nonchalant over te spreken: 'Ach, anders verveel ik me gewoon.' In werkelijkheid tekende het haar als een pure jazz-zangeres van zeldzaam gehalte, die de essentie van de muziek tot haar laatste ademtocht bleef raken: the sound of surprise.


Haar loopbaan strekte zich uit over zeven decennia en het grootste deel van die tijd stond ze in Nederland onbetwist aan de top van de vocale jazz. Ook in het buitenland vond ze al snel erkenning: in 1953 met haar plaatdebuut in Zweden, in 1956 met haar Amerikaanse doorbraak, toen ze zich op het album The Cool Voice of Rita Reys liet begeleiden door Art Blakey's Jazz Messengers.


Daarna bleven de successen en de onderscheidingen komen: in 1960 de overwinning op het jazzfestival van Juan-les-Pins, waarna ze zich met de titel Europe's First Lady Of Jazz ging tooien. In 1961 een lp met de fameuze drummer Kenny Clarke. In 1969 een geweldig festivaloptreden in New Orleans met jazzgrootheden Clark Terry en Zoot Sims, en zo verder.


In de jaren zeventig boekte ze in samenwerking met arrangeur/dirigent Rogier van Otterloo en producer John Vis haar grootste successen op de platenmarkt. De songbooks gewijd aan de oeuvres van Burt Bacharach, Michel Legrand en George Gershwin bereikten luisteraars tot ver buiten het jazzdomein.


Maar vanaf het midden van de jaren tachtig keerde Rita Reys terug naar de onversneden jazz, met een verbazingwekkende energie en muzikale durf. Zoals alle grote jazz-zangeressen onderscheidde ze zich allereerst door haar ritmisch meesterschap. Zo vrij als een vogel gleed ze door haar chorussen, met zorgeloos gemak volvoerde ze de gewaagdste capriolen met metrum en tijd en ongeacht het tempo benaderde ze geen enkele song als een verplichte melodie, maar als een uitdaging tot creatieve parafrase.


In haar persoonlijk leven overwon ze tegenslag na tegenslag. In 1957 stierf haar eerste echtgenoot, drummer Wessel Ilcken, nog maar 33 jaar oud. In maart 1985 werd ze geopereerd wegens borstkanker, maar een maand later boekte ze alweer een kolossale triomf in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw.


In 1996 sloeg het noodlot nogmaals toe. Haar tweede man, pianist Pim Jacobs, met wie ze 36 jaar lang haar leven en haar werk had gedeeld, bezweek aan kanker van de alvleesklier. Ook nu vond ze troost en verlossing in de muziek. Haar optredens hielden Rita Reys overeind en brachten tegelijkertijd ook het kritische jazzpubliek in vervoering.


De laatste jaren werkte ze bij voorkeur met jonge musici zoals pianist Peter Beets, gitarist Martijn van Iterson en drummer Joost Patocka, naast haar onmisbare zwager Ruud Jacobs op bas. Qua scherpte en elan bleef ze minstens de gelijke van haar begeleiders, ook toen ze de leeftijd der zeer sterken had bereikt.


De laatste zin van het boek Rita Reys: Lady Jazz, dat ik samen met haar in 2004 schreef, raakt de essentie, denk ik: 'Ik ben intens gelukkig als ik zing.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden