Meester van de paradox

Hans van Mierlo hield niet van onoprechtheid. Maar ook niet van confrontatie

Ruim twintig jaar geleden, bij de begrafenis van een wederzijdse vriend waar we allebei een toespraak hielden, gaf Hans van Mierlo een typering van hem die me altijd is bijgebleven. Die vriend was Volkskrant-journalist Bob Groen, in de late jaren zestig correspondent in Parijs en daarna onder meer buitenland-commentator van deze krant. Bob was niet zozeer een man met meningen, zei Hans, alswel iemand met een houding tegenover meningen.

Observatie
Het beeld trof me, in de eerste plaats omdat het een rake observatie over de overledene was en in de tweede plaats omdat het me voor een goed deel ook toepasbaar leek op hemzelf, zeker in die fase van zijn leven. Het intellectuele discours was als het ware zijn tweede natuur. Met een duidelijk vertrekpunt en een paar vaste haltes, maar zonder gedetailleerde routekaart. Het liefst maakte hij in zijn redenaties een paar ommetjes extra. Zoals Ruud Lubbers als politicus voor elk probleem drie oplossingen kon bedenken, zo kon Hans van Mierlo voor elke oplossing drie problemen uit zijn mouw schudden.

Uitputtend
Ik herinner me een uitputtende discussie met hem over de kruisraketten, die volgens een NAVO-besluit van eind 1979 in Europa moesten worden geplaatst en waartegen vooral in Nederland massaal verzet groeide. Hoe kon dat verzet recht worden gedaan, terwijl de afschrikkingsstrategie van de alliantie toch haar geloofwaardigheid behield? Van Mierlo ging te werk als een wiskundige die een ingewikkelde staartdeling telkens opnieuw maakt omdat hij wil weten wat de uitkomst is als er één cijfer wordt verschoven.

Juist op dit gevoelige thema bezorgde zijn analytische vernuft hem zijn finest hour als minister van Defensie in het kortstondige kabinet-Van Agt/Den Uyl, dat over de beoogde plaatsing van kruisraketten op Nederlandse bodem zwaar verdeeld was. Uit zijn koker kwam het compromis dat het kabinet en met name de PvdA de nodige adempauze verschafte: de materiële voorbereidingen voor plaatsing zouden wel al worden getroffen, maar het eigenlijke besluit tot stationering zou later worden genomen op basis van de actuele stand van de betrekkingen tussen Oost en West.

NAVO

Op een NAVO-bijeenkomst in het Schotse Gleneagles in 1981 wist Van Mierlo bij zijn Amerikaanse ambtgenoot Caspar Weinberger begrip te kweken voor dit uitstelstandpunt. Volgens sommigen was het bij uitstek ook aan de Nederlandse inbreng te danken dat de Amerikaanse minister zich bij diezelfde gelegenheid ontvankelijk toonde voor de zogeheten nuloptie: geen plaatsing van kruisraketten als de Sovjet-Unie haar SS-20-arsenaal zou ontmantelen. Van Mierlo zelf heeft zijn rol daarin nooit willen overdrijven, hij kon wel smakelijk vertellen hoe hij ‘s avonds laat nog uitvoerig van gedachten had gewisseld met een in een onberispelijke pyjama geklede Weinberger.

Hans van Mierlo werd de meester van de paradox genoemd. De superparadox was dat hij als minister van Buitenlandse Zaken (1994-‘98) juist een einde heeft willen maken aan een paradox die de Nederlandse buitenlandse politiek naar zijn oordeel al te lang belastte. Of misschien is het beter te spreken van een spagaat. Namelijk de spagaat tussen een onversneden Atlantische oriëntatie en het streven om op het punt van de Europese integratie toch ook een van de vaandeldragers te zijn.

Wantrouwen
Niet dat Van Mierlo de Atlantische band van weinig belang achtte, maar hij zag het als zijn taak om het Nederlandse beleid nauwer te doen aansluiten bij dat van de twee mogendheden die er in Europa het meest toe doen: Duitsland en Frankrijk. In het bijzonder wilde hij een einde maken aan het traditionele Nederlandse wantrouwen tegen Frankrijk en de vaak weinig subtiele Franse machtspolitiek, een wantrouwen dat vanouds een belangrijke drijfveer was voor het streven naar permanente Britse en Amerikaanse rugdekking. Anders dan zijn voorganger Hans van den Broek (toen nog een heuse Atlanticus) wilde Van Mierlo in ‘de oksel van de Frans-Duitse samenwerking’ kruipen’, zoals hij het in een minder geslaagde metafoor uitdrukte.

Ironisch genoeg had de tijd een nieuwe paradox voor hem in petto. Want op zijn beurt was nu het Frankrijk van Jacques Chirac vervuld van wantrouwen jegens de opgeschoten Nederlanders met hun liberale drugsbeleid. En bij het beleg van Srebrenica waren het uitgerekend de Fransen die een zeer aanvechtbare rol speelden bij de beslissing om geen luchtsteun te verlenen aan het benarde Nederlandse bataljon.

Gevoelig
Het moet Hans van Mierlo pijn hebben gedaan. Hij was behalve een gedreven analyticus ook een gevoelige man. Hoe voel je je wanneer je als representant van het kleine Nederland je gespreksgenoten in Peking de les leest over de mensenrechten, vroeg ik hem tijdens zijn ministerschap. Hij zag er enorm tegenop, bekende hij, ‘maar dan denk je aan het lot van die mensen in hun cel, en dan besef je dat zij het toch echt veel zwaarder hebben’.

De gevoeligheid nam toe met het vorderen van de jaren. Het maakte ook dat hij zich meer stoorde aan de dingen die hem niet bevielen, dat zijn meningen meer geharnast werden en dat hij waarlijk ontsteld kon zijn als iemand die hij zeer waardeerde, op een belangrijk punt, zoals de oorlog in Irak, andere opvattingen huldigde. Het maakte het gesprek met hem moeilijker, want hij hield niet van onoprechtheid, maar ook niet van de confrontatie.

In de fraaie portrettenserie Op het Tweede Gezicht signaleerde Kees Fens dit al in 1996: ‘Als de innemendheid faalt, verandert Van Mierlo’s gezicht onmiddellijk: zijn ogen worden heel groot (...), de trekken krijgen de hardheid van een stille woede, hij wordt ouder en hij krijgt geen greep op zijn taal. (...) Hij is Brabander gebleven en katholiek gebleven. Maar de machiavellistische sluwheid van de jezuïeten heeft hij niet opgenomen. Hij zou een geraffineerder en misschien ook geslaagder politicus zijn. Want oprechtheid maakt niet gelukkig. Hans van Mierlo is ten slotte niet slecht genoeg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden