Reportage

'Meesten zijn al blij als hun kind schoon is en gegeten heeft'

Waarom scoort het ene kinderdagverblijf bij de inspectie zoveel beter dan het andere? 'Je kunt zeggen: zwakke spelers kunnen hun slag slaan in arme buurten.'

In achterstandsbuurten doet de opvang het gemiddeld minder goed dan in de welvarende wijken. Beeld Aurélie Geurts
In achterstandsbuurten doet de opvang het gemiddeld minder goed dan in de welvarende wijken.Beeld Aurélie Geurts

Een 1-jarige krullenbol is hard op weg zijn speelgoedautootje in z'n geheel te verorberen als een leidster hem in de gaten krijgt. 'Stop dat maar niet in je mondje.' De dreumes staart haar een paar tellen vertwijfeld aan, weegt zijn opties en sabbelt dan verder op zijn autootje.

Geef hem eens ongelijk. Het is vrijdagmiddag tegen vijven en de 1-jarige is de laatste in kinderdagverblijf het Amsterdamse Poortje die nog wacht op zijn ouders. Boven, in het kantoor op de eerste verdieping, heeft eigenaresse Luba Frolova zojuist een hartgrondige zucht geslaakt.

Haar kinderopvang in Amsterdam-Zuidoost telde een paar jaar geleden nog 3 locaties, 26 leidsters, 100 kinderen en een omzet van 2 miljoen euro. Nu zijn daar nog 2 locaties, 11 leidsters en 38 kinderen van over te weinig om quitte te draaien.

En dan ligt er nog een stapel kritische inspectierapporten van de laatste jaren. De GGD constateert bijvoorbeeld dat er op sommige momenten te weinig leidsters op de groep staan, maar maakte zich eerder ook zorgen over de emotionele veiligheid van de kinderen.

De oorzaak van die teloorgang is volgens de van oorsprong Russische Frolova tweeledig. Eén: de onmogelijke eisen van de inspectie. En twee: de genadeloze bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag tijdens de crisisjaren.

Zo'n 9 kilometer verderop, aan de andere kant van de stad en het inkomensspectrum, ingeklemd tussen het Vondelpark en het Museumplein, wordt in stichting kinderdagverblijf Schreuder ook een vriendelijke berisping uitgedeeld.

'Nu zijn je handjes wel schoon', zegt leidinggevende Gertrude O'Byrne tegen een 2-jarige blond jongetje, die zijn handen al minutenlang onder de kraan houdt. Even later zet de peuter het op een hartverscheurend huilen.

Ook voor deze kinderopvangorganisatie waren het geen makkelijke jaren, zegt de van oorsprong Ierse O'Byrne. Ouders namen minder uren af omdat er gekort werd op de toeslag. Maar nu wordt de toeslag weer opgeschroefd. De groep is met dertien kinderen volgeboekt en de inspectie is lovend.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Drie keer rood

Zie hier de tweedeling in de Nederlandse kinderopvang. Het Amsterdamse Poortje kreeg de afgelopen vijf jaar van toezichthouder GGD drie keer een rood en twee keer een oranje risicoprofiel. Kleurcodes die staan voor (serieuze) zorgen over de kwaliteit van de opvang.

Kinderdagverblijf Schreuder scoorde vier keer op rij groen (het risicoprofiel van dit jaar is nog niet bekend). Met andere woorden: geen vuiltje aan de lucht.

In de buurt waar het Amsterdamse Poortje staat is het gemiddeld besteedbare jaarinkomen per huishouden iets meer dan 23 duizend euro. Rond het Museumplein ligt dat op ruim het dubbele: meer dan 54 duizend euro.

Het is een pijnlijke constatering. In achterstandsbuurten doet de opvang het gemiddeld minder goed dan in de welvarende wijken. Voor de goede orde: ook in de meest welgestelde buurten zijn er kinderopvangorganisaties waar de GGD zich al jaren grote zorgen over maakt. Maar over het algemeen geldt dat waar de inkomens dalen, het inspectieoordeel vaker geel-oranje-rood kleurt.

Vorig jaar bleek welke misstanden er schuil kunnen gaan achter een rood oordeel. Het Amsterdamse kinderdagverblijf 24/7 kids werd toen gesloten. De eigenaresse leidde een illegaal kinderdagverblijf achter geblindeerde ramen en liet leidsters uren met kinderen door de regen lopen om de inspectie te omzeilen. De crèche was gevestigd in een buurt met een gemiddeld inkomen onder de 30 duizend euro.

Hoe weet ik of mijn kinderopvang goed is?

De kwaliteit van een kinderdagverblijf achterhalen is geen sinecure. Voor scholen zijn er de Citoscores en eindexamenresultaten, de lijstjes met beste scholen en vergelijkingssites. Maar voor de plek waar ouders voor het eerst hun kinderen achterlaten peuterspeelzaal, crèche, kinderdagverblijf zijn er minder middelen voorhanden. Drie tips.

Etalagecrèches

Waarom de kwaliteit in arme wijken achterblijft, is lastig te verklaren. Er is niet eerder onderzoek gedaan naar het verband tussen opvangkwaliteit en buurtinkomen. Wetenschappers en betrokkenen in de branche krabben zich achter de oren.

Gjalt Jellesma van ouderbelangenvereniging Boink heeft wel een verklaring: door bezuinigingen op de kinderopvangtoeslagen, die vooral bij ouders met een kleine beurs hard aankwamen, is het runnen van een kinderopvang in een buurt met lage inkomens minder rendabel geworden.

Grote ketens, die over het algemeen de kwaliteit goed op orde hebben, sloten de laatste jaren opvanglocaties in deze buurten. De kleine organisaties bleven over. 'Wij noemen ze etalagecrèches', zegt Jellesma, vernoemd naar de winkelpui waarin ze gevestigd zijn. 'Ze zitten vaak in arme buurten, meestal aan doorgaande wegen. De buitenruimte is klein, de luchtkwaliteit belabberd.'

Ook volgens Ruben Fukkink, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam, is dat een mogelijke verklaring van het kwaliteitsverschil. 'Je zou kunnen zeggen: zwakke spelers kunnen hun slag slaan in arme buurten.'

Dat heeft volgens de hoogleraar ook met de houding van de ouders te maken. 'Het kan zijn dat ouders met een lagere sociaal-economische status meer moeite hebben slechte kwaliteit te herkennen, of minder kritisch zijn.'

Dat laatste herkennen ze bij het Amsterdamse Poortje. Eigenaresse Frolova: 'De helft van de ouders bij ons spreekt geen Nederlands. We hebben hier veel alleenstaande moeders. De meesten zijn blij dat hun kind schoon is en gegeten heeft. Ze stellen verder geen vragen.' Het opstellen van een oudercommissie, waar ze door de inspectie wel op afgerekend worden, is om die reden lastig.

Een bijkomend probleem van een beperkt bemiddelde doelgroep: ze hebben vaak een betalingsachterstand. Frolova: 'Veel mensen hebben hier schulden en gebruiken kinderopvangtoeslag om hun huur te betalen. Voor ons is het lastig overeind te blijven.'

Op het houten bureau voor haar staat een kaartje met het nummer van de belastingdienst. Omdat het veel ouders niet lukt zelf hun toeslag aan te vragen, doet Frolova dat voor ze. 'Als ik het niet doe, komen ze ook niet.' Het kinderdagverblijf rekent overigens wel hetzelfde tarief als stichting Schreuder: iets onder de 7 euro per uur.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

null Beeld Aurélie Geurts
Beeld Aurélie Geurts

Opleidingsniveau

Volgens Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar pedagogiek, speelt er nog iets mee: het opleidingsniveau van de werknemers. 'Misschien hebben ze in achterstandswijken meer moeite hoogopgeleid personeel aan te trekken. Of leunen ze meer op stagiaires.'

En inderdaad: bij het Amsterdamse poortje zijn tien van de elf leidsters mbo geschoold. Leidsters met een hbo-diploma willen niet in Zuidoost werken, zegt Frolova. 'En we kunnen hun salaris ook niet betalen.'

Bij Schreuder hebben heeft het merendeel een hbo-diploma. Handig bij het opstellen van een pedagogisch beleidsplan, een opleidingsplan of het veiligheidsbeleid papierwerk waar de inspectie veel waarde aan hecht. 'Wij hebben een medewerkster die dat soort rapporten dolgraag schrijft', zegt O'Byrne.

In het Amsterdamse Poortje hebben ze veel moeite om de stukken te schrijven. 'De inspectie komt telkens met andere regels, wij kunnen dat niet bijhouden', zegt Frolova. 'Als ik iemand in wil huren voor het schrijven van een beleidsplan kost me dat zo 900 euro. Geld dat ik niet heb.'

Hoeveel zorgen heeft de GGD over kinderopvanglocaties in uw regio?

Van de regio’s Amsterdam, Amersfoort, Midden-Brabant, IJsselland en Gelderland verzamelde de Volkskrant alle beoordelingen. Welke beoordeling krijgt mijn kinderopvang? Check het hier

Emotionele veiligheid

Papierwerk is niet het enige probleem van het kinderdagverblijf in Zuidoost. 'Het Amsterdamse Poortje B.V. heeft een geschiedenis van overtredingen en handhaving', schrijft de inspectie in rapporten over het kinderdagverblijf. De toezichthouder noteert in 2014 dat de 'emotionele veiligheid', er niet op orde is. Tijdens het eten mogen de kinderen niet praten, de beroepskrachten overleggen dan met elkaar. 'Wanneer een kind niet luistert, zegt de stagiaire: 'Ik vind jou niet lief.''

De temperatuur is niet altijd op orde. Kinderen wassen hun handen niet met zeep voor ze aan tafel gaan. Eerder onbrak er een oudercommissie en was het veiligheidsplan niet op orde.

'Het inspectiebezoek is een momentopname', zegt Frolova. 'Dan lijkt het meteen of alles mis is, terwijl er vaak een verklaring voor is.' De GGD is te veel gefocust op details en formuleren en verandert steeds de eisen, vindt de eigenaresse.

Ruben Fukkink hoort het vaker. 'Sommige kinderdagverblijven hebben last van een calimerocomplex. Ze geven de schuld aan de inspectie.' Ten onrechte, vindt de Amsterdamse hoogleraar. 'Als je wordt overvallen door de nieuwe regels rondom de opvang, moet je niet in dit vak zitten. De inspectie kijkt echt wel naar de kwaliteit, niet alleen naar de papieren werkelijkheid.'

Het Amsterdamse Poortje heeft de laatste jaren stappen vooruit gezet, maar is nog niet uit de problemen. Frolova: 'We hebben alles aangepakt, maar als de inspectie iets wil vinden, dan vinden ze iets.' Weer die diepe zucht. 'Volgend jaar bestaan we 25 jaar. We zouden toch niet zo lang overleven als we het allemaal verkeerd deden?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden