MONDIALISERING

Meeste landen voormalig communistisch blok slechter af

Vijfentwintig jaar na de val van de Muur verloopt de overgang naar een democratische markteconomie slechts in drie landen van het voormalig communistisch blok succesvol.

De Grote Markt in Krakau, Polen. Polen is één van de weinige voormalig communistische landen die sinds de val van de Muur, 25 jaar geleden, is gegroeid. Beeld epa
De Grote Markt in Krakau, Polen. Polen is één van de weinige voormalig communistische landen die sinds de val van de Muur, 25 jaar geleden, is gegroeid.Beeld epa

Slechts in drie van de meer dan 25 landen die deel uit maakten van de Sovjet-Unie en diens satellietstaten zijn de mensen echt beter geworden van de overgang van de communistische planeconomie naar de westerse markteconomie. Sinds de val van de Muur, ruim 25 jaar geleden, zijn alleen Polen, Estland en Albanië toe gegroeid naar de westerse landen, verenigd in de OESO. Bij het grootste deel is de achterstand gelijk gebleven of is die zelfs toegenomen.

Dit blijkt uit onderzoek van Branko Milanovic, hoogleraar in New York , deskundige van het Luxemburg Income Study Center en auteur van het boek The Haves and the Have-Nots: A Brief and Idiosyncratic History of Global Inequality. Milanovic heeft in het kader van dat onderzoek de voormalige Sovjetrepublieken en de satellietstaten van de Sovjet-Unie ingedeeld in vier categorieën: de landen waar de transitie duidelijk is mislukt (een economische krimp sinds 1989), de landen waar het relatief slechter gaat (een groei van minder dan 1,7 procent sinds 1989), de landen die de groei net kunnen bijbenen (groei van tussen de 1,7 en 2 procent sinds 1989) en de landen die het beter hebben gedaan dan de westerse industrielanden (groei boven de 2 procent sinds 1989).

null Beeld
Beeld

Mislukte transitie

Tot de groep landen waar het transitieproces duidelijk is mislukt behoren zeven landen met in totaal 80 miljoen inwoners. In volgorde van de mate van hun mislukking zijn dat: Tadzjikistan, Moldavië, Oekraïne, Kirgizië, Georgië, Bosnië en Servië. Al deze landen staan er nu slechter voor dan bij het einde van het communistische regime in 1990. Vrijwel al deze landen zijn ook met grote etnische conflicten geconfronteerd, waarbij moet worden gezegd dat de cijfers lopen tot eind 2013, toen de crisis in de Oekraïne nog niet was geëscaleerd.

'Je zou kunnen zeggen dat het allemaal landen zijn met drie of vier verloren generaties. Met de huidige groeicijfers duurt het nog 30 jaar voordat ze weer terug zijn op het inkomensniveau voor de val van het communisme', aldus Milanovic.

Relatief mislukt noemt hij de transitie in vier landen: Macedonië, Kroatië, Rusland en Hongarije. Hier leven in totaal 160 miljoen mensen. Gemiddeld is de groei van deze landen over de afgelopen 25 jaar slechts 1 procent geweest. Daarnaast zijn er nog vijf landen die de groei van de OESO net hebben kunnen bijbenen: Tsjechië, Slovenië, Turkmenistan, Litouwen en Roemenië.

Relatieve succesvolle transitie

En dan is er de groep landen waar de transitie relatief een succes mag worden genoemd: Oezbekistan (gemiddelde groei 2 procent sinds 1989), Bulgarije (2,2 procent), Slowakije en Kazachstan (2,4 procent), Azerbeidzjan. Estland, Mongolië en Armenië (3 procent), Wit-Rusland (3,5 procent) en Albanië (3,9 procent). In deze groep van landen wonen 120 miljoen mensen - eenderde van het totaal van de transitielanden. Maar enkele van die landen (Mongolië, Kazachstan, Oezbekistan en Azerbeidzjan) hebben dat uitsluitend te danken aan de export van grondstoffen en mineralen. Milanovic: 'De echte transitiesuccessen zijn beperkt gebleven tot vijf landen: Albanië, Polen, Wit-Rusland, Estland en Armenië. Zij zijn twee keer zo hard gegroeid als de rijke landen en dat zonder natuurlijke hulpbronnen. Met name het succes van Armenië is opmerkelijk omdat het land vlak na het begin van de onafhankelijkheid een lang militair conflict had met buurland Azerbeidzjan.'

Maar een meer dan gemiddelde groei voor een land betekent nog niet dat de hele bevolking profiteert. Volgens Milanovic zijn de inkomensverschillen in al die landen enorm toegenomen: met name in de drie Baltische staten, Rusland en Georgië. 'In deze landen steeg de ongelijkheid - gemeten in de zogenoemde Ginicoëfficiënt - met meer dan 10 punten. Dat is twee keer zo snel als de stijging van de inkomensongelijkheid in de VS.'

Succesvolle transitie

Daarnaast hoort bij een succesvolle transitie naar een kapitalistische markteconomie ook een transitie naar een democratisch regime. 'Dan vallen van de vijf succeslanden er twee af: Wit-Rusland en Armenië. Over blijven Polen, Estland en Albanië', zegt hij. 'Doelstelling van de transitie na de val van de Muur op 9 november 1989 was dat de nieuwe kapitalistische markteconomieën in Oost-Europa zouden hervormen en convergeren met de rest van Europa. Daarbij zouden de inkomensverschillen niet te veel mogen toenemen en het land een democratisch bestuur moeten krijgen. Die hoop is alleen vervuld in Polen en twee heel kleine landen (Estland en Albanië). Daar woont 10 procent van de bevolking die ooit tot het communistische blok werden gerekend', stelt hij.

'En dan houd ik geen rekening met de onderlinge oorlogen tussen deze landen, die in de afgelopen 25 jaar zeker 250 duizend mensenlevens hebben gekost, noch met de dalende levensverwachting in landen als Rusland en Oekraïne, noch met het dalende geboortecijfer in bijna al deze landen en de toename van corruptie en kleptocratie. De hoge verwachtingen die begin jaren negentig door filosofen als Francis Fukuyama, Timothy Garton Ash, Bernard Henry Lévy en Vaclav Havel over en nieuwe periode van democratie en welvaart werden geuit, zijn voor veruit de meeste mensen niet uitgekomen.'

De belangrijkste oorzaken zijn volgens Milanovic 'de zwakke bestuursstructuur en corruptie waardoor op grote schaal wordt gestolen'.

Omwenteling

In vergelijking tot landen als China en Vietnam die geleidelijk de overgang maken van een centraal geleide planeconomie naar een markteconomie, had de transitie in de voormalige Sovjet-Unie en haar satellietstaten met een grote schok plaats. In korte tijd moest de markt worden geliberaliseerd, bedrijven geprivatiseerd en instituten hervormd. Dit leidde tot een totale ineenstorting van de economieën in die landen, hyperinflatie, werkloosheid en migratie. De armoede steeg van 4 procent van de bevolking (14 miljoen) naar 32 procent (119 miljoen mensen). In 2000 stelde de Oost-Europa Bank (EBRD) dat een fundament was gelegd voor een markteconomie met privatiseringen, het openen van de grenzen voor handel en investeringen en een democratisch bestuur, maar dat de markten niet concurrerend waren en private partijen enorm veel macht naar zich hadden toegetrokken.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden