Meeste 55-plussers zien omscholing of andere baan niet zitten

De meeste oudere werknemers zien het niet zitten om zichzelf nog om te scholen of van baan te veranderen om inzetbaar te blijven totdat zij met pensioen gaan. Van de 55-plussers is 65 procent wel bereid minder te gaan werken, maar die bereidheid neemt fors af als ze daarvoor salaris moeten inleveren. Dat blijkt uit een dinsdag verschenen onderzoek van Wijzer in Geldzaken onder duizend 55-plussers in loondienst.

Foto anp

De AOW-leeftijd is de afgelopen jaren verhoogd en zal naar verwachting ook blijven stijgen. Toch is maar 7 tot 8 procent bereid tot omscholen. De bereidheid tot bijscholing is met 34 procent veel groter. Olaf Simonse van Wijzer in Geldzaken snapt wel dat omscholen naar een ander vak niet voor iedere oudere werknemer realistisch is. 'En hoe langer je daarmee wacht, hoe groter de drempel is.'

Zowel werkgever als werknemer moeten daar eerder over nadenken, vindt hij. Uit het onderzoek blijkt dat werkgevers en werknemers pas laat met elkaar in gesprek gaan over werk en inzetbaarheid in de laatste jaren tot aan het pensioen. Ruim driekwart van de 55-plussers (77 procent) spreekt daar niet over met de werkgever, maar verwacht wel van de werkgever dat hij hen helpt.

Eerder stoppen

Om inzetbaar te blijven en het werk vol te houden is vooral minder werken een gewilde optie. Ruim de helft, 56 procent, denkt daaraan, zo blijkt uit het onderzoek. Ook zegt bijna 70 procent eerder te willen stoppen met werken, gemiddeld drie jaar voor hun AOW-leeftijd. Deze werknemers verwachten dan te kunnen leven van hun prepensioen en spaargeld. Ruim de helft van de mensen heeft maatregelen genomen om eerder te stoppen, door bijvoorbeeld te sparen, extra af te lossen op de hypotheek of een aanvullende lijfrente te kunnen afsluiten.

Een andere mogelijkheid is gebruikmaken van het deeltijdpensioen. Dan wordt een stukje van het pensioen eerder uitbetaald. Toch zegt maar circa 26 procent hiervan gebruik te willen maken. Ze vinden de financiële consequenties te groot omdat ze denken te weinig pensioen te hebben opgebouwd of vinden hun werk simpelweg nog leuk genoeg. Ook blijkt dat niet iedereen (36 procent) precies weet wat het deeltijdpensioen inhoudt.

'Duurzame inzetbaarheid is een soort toverwoord aan het worden, maar werkgevers maken daar nog erg weinig werk van', zegt Simonse. Een handvol grotere bedrijven heeft er budget voor vrijgemaakt en gaat in gesprek met oudere werknemers, maar bij de meeste staat duurzame inzetbaarheid nog in de kinderschoenen', aldus Simonse. Werknemers die hun werk als fysiek belastend ervaren, oudere werknemers en vrouwen zijn het minst goed voorbereid op langer doorwerken, zo blijkt uit het onderzoek.

Ongeveer eenvijfde van de ondervraagden (18 procent) zegt langer door te willen werken als zij hiertoe in staat zijn. Ze vinden hun werk leuk en blijven graag actief. Gezondheid en plezier in het werk zijn de sleutels tot duurzame inzetbaarheid, zo blijkt ook uit het onderzoek. Ruim de helft van de 55-plussers onderneemt acties om fysiek inzetbaar te blijven.