Interview

Meest geëxporteerde choreograaf van Nederland

Choreograaf Hans van Manen

Hans van Manen is Nederlands meest geëxporteerde choreograaf, de 80 gepasseerd, maakt nog steeds werk voor Het Nationale Ballet, en kocht in de jaren 70 een Lichtenstein voor 250 dollar. Dat las u goed. Ideale gids.

Choreograaf Hans van Manen. Beeld Els Zweerink

De choreograaf woont op de derde verdieping van een statig pand in Amsterdam-Zuid. Hij weet zich daar omringd door wanden vol constructivistische kunst (veel werk van Morellet), fotografie (Mapplethorpe, Larry Clark), grafiek, sculpturen van brons en staal. Stoelen van Eames en Le Corbusier, designlampen, waaronder de Pipistrello.

Veel boeken en naslagwerken. Op de andere verdieping heeft hij nog een kamer vol kunstwerken, dicht opeengepakt. Toch is zijn huis geen museum. In dit huis wordt ook gewoon geleefd. Op tafel twee vazen met rode en blauwe anemonen. Die bloemen vormen een opvallend kleurrijk accent in een inrichting die voornamelijk glanzend zwart is.

Hans van Manen (82) heeft zijn leven lang kunst verzameld, niet om het verzamelen op zich, maar omdat hij het mooi vond. Aan de muur in de huiskamer hangt Moonscape van Roy Lichtenstein, dat hij menig keer heeft uitgeleend aan het Stedelijk Museum. 'Leuk dingetje, hè, ergens in de jaren zeventig in Amerika gekocht voor 250 dollar - de vakantie hebben we toen noodgedwongen wat moeten inkrimpen.'

CV

1932 Geboren als zoon van een Duitse dienstbode
1959 Debuut met De Maan in de Trapeze (muziek Benjamin Britten)
1973-1985 Choreograaf bij Het Nationale Ballet (en tot op heden); daarna bij het Nederlands Danstheater

Hoogtepunten in zijn oeuvre:
1971 Grosse Fuge (op muziek van Beethoven)
1977 5 Tango’s (op muziek van Piazzolla)
1980-1984 Pianovariaties I t/m V (op muziek van onder anderen Bach en Satie)
1989 Black Cake
1995 Kammerballet
2011 Gala
2000 Erasmusprijs
2007 Viering 75ste verjaardag met een groot Van Manen Festival bij Het Nationale Ballet; bevorderd tot Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw

Wereldwijd opgevoerd

Hans van Manen is met zijn partner Henk van Dijk net terug uit Portugal. Eerder hadden ze het Guggenheim in Bilbao bezocht. Sowieso is hij druk in de weer met kunst: in negen maanden tijd zagen ze twaalf tentoonstellingen.

Tussendoor is hij in het buitenland om bij allerlei dansgezelschappen zijn balletten in te studeren. Hij heeft weliswaar assistenten, maar als het kan wil hij minstens een dag of drie zelf met de dansers werken. 'Hoewel: laatst werd er een stuk van me gedanst in Riga, dat heb ik maar even laten lopen.'

Zijn balletten zijn wereldwijd door meer dan tachtig dansgroepen opgevoerd. Daarmee is hij met voorsprong de meest geëxporteerde choreograaf van Nederland. Nieuwe balletten maakt hij ook nog, de laatste jaren vooral voor Het Nationale Ballet. 'In het buitenland liever niet meer, nee, ik wil niet meer vier weken lang in een hotelkamer liggen met van die doppen in mijn oren.'

Kloeke glazen witte wijn

Bij leven en welzijn reist hij in april nog wel naar Moskou, waar de Golden Mask Awards worden uitgereikt, de belangrijkste prijzen voor podiumkunsten in Rusland. Van Manen is genomineerd voor een dansprogramma met vier van zijn balletten, dat vorig jaar met groot succes is uitgevoerd door het Mariinsky Ballet uit Sint-Petersburg. Ook is hij onlangs benoemd tot lid van de Akademie van Kunsten van de KNAW.

En laatst was hij nog bij de première van de musical Billy Elliot. Wat hij ervan vond? 'Goed gedaan, commercieel aantrekkelijk ook, maar helaas kon ik er voor een deel geen moer van verstaan, er werd veel geschreeuwd.'

Bij binnenkomst staat de televisie aan. Snooker. Hij serveert kloeke glazen koele witte wijn en citroentaart. Hij rookt onophoudelijk. Tegen zes uur stopt hij met het gesprek. Hij gaat naar de film. Over een half uur staat Henk bij Tuschinski op hem te wachten. The Imitation Game. 'Laatst heb ik Mr. Turner gezien. Nou, laat ik het zo zeggen: Turners schilderijen zijn altijd nog mooier dan al die landschappen in de film.'

3. Snooker. "Heerlijk: urenlang snooker kijken op televisie. Het is voor mij een soort meditatie." Beeld getty

1. George Balanchine (1904-1984), choreograaf

'Balanchine is mijn grote inspiratiebron. Na de grote Diaghilev heeft hij de neoklassieke danskunst opnieuw geformuleerd en op de kaart gezet. Hij heeft fantastische balletten gemaakt, bij hem is danskunst architectuur. Daarbij is hij uitermate muzikaal. Muzikaliteit is in de dans waanzinnig belangrijk, ook voor het publiek dat zich aan de muziek kan vasthouden. Balanchine zag zichzelf vooral als entertainer, zeker nadat hij naar Amerika was verhuisd. Zijn werk heeft humor, op het frivole af en is erg dansant, maar hij heeft ook ernstige balletten gemaakt. Zijn gebruik van het passenmateriaal is adembenemend.'

2. Richard Serra (1939), Amerikaans beeldhouwer en kunstenaar

'De sculpturen van Serra zijn zo verschrikkelijk overtuigend. Hij maakt enorme roestachtige beelden die machtig en imposant zijn, tonnen wegen ze. Wij kennen hem van die enorme stalen driehoek bij het Stedelijk Museum. Ik vind zijn werk niet echt mooi en het is nauwelijks te benoemen, maar het fascineert me. Hij is altijd bezig geweest met evenwicht, met het zo tegen elkaar zetten van zware elementen dat het lijkt alsof ze omvallen. Daar ben ik in mijn werk ook mee bezig, met evenwicht - al mijn passen en heel mijn dansmateriaal hebben met evenwicht te maken. Ja, voor Serra rij ik om, als er ergens een tentoonstelling van hem is, wil ik daarbij zijn.'

2. Richard Serra. Stalen sculpturen in het Guggenheim Museum in Bilbao, 2005. Serra is in zijn werk altijd bezig geweest met evenwicht. Beeld reuters

3. Snooker

'Heerlijk: urenlang snooker kijken op televisie. Je hebt mensen die aan yoga doen of mediteren, maar dat heb ik nog nooit gedaan. Snooker is voor mij een soort meditatie, een wedstrijd kan wel drie uur duren. Het heeft met schaken te maken. Je moet de zetten van tevoren kunnen bedenken. Ik doe tussendoor wel dingen hoor, ik bel af en toe, of ik ruim wat op. Maar bij een goede stoot blijf je volkomen vastgenageld in je stoel zitten, dan kun je niet even weglopen. Het is gelukkig heel vaak op tv en het is erg populair. Alleen al in China zijn er soms vijftig miljoen kijkers. Vroeger keek ik ook wel naar darts, ja. Dat is tamelijk ordinair geworden. Ik heb niks tegen ordinair, maar om nou voortdurend naar die tribunes vol uitzinnig uitgedoste mensen te kijken, daar heb ik geen zin in. Het is onderhand een georganiseerde revue geworden.'

4. Igone de Jongh. Met Jozef Varga danst ze een ballet van Hans van manen in het Bolshoi. Beeld Dzhavakhadze Zurab / HH

4. Igone de Jongh (1979), balletdanseres

'Ik heb zeven muzen, zeven dansers met wie ik veel heb gewerkt en aan wie ik iets te danken heb. Dat zijn Han Ebbelaar, Gérard Lemaitre, Alexandra Radius, Sol León, Fiona Lummis,

Sabine Kupferberg en natuurlijk Igone de Jongh, eerste soliste van Het Nationale Ballet. Met haar heb ik de laatste jaren veel samengewerkt. Dat bevalt me geweldig. Ze bezit techniek, schoonheid en geduld, vooral dat laatste is belangrijk voor een danser: het geduld om beter te worden. Ambitieus? Ja, dat is ze zeker, maar bij haar heb ik daar nooit last van. Ambitie is alleen lastig bij de verkeerde mensen.

'Igone heeft een groot gevoel voor adagio, dat is een van de moeilijkste stukken in de danskunst, de langzame delen. Als een beweging is afgerond, beweegt ze nog door. En ze weet altijd precies waar ze moet kijken. Ik ben altijd bezig met de blikrichting - je moet degene met wie je danst namelijk wel aankijken. Ik wil zien met wie je danst, want dan wordt het persoonlijk. En zodra het persoonlijk wordt, gebeurt er iets. Want wat zei Balanchine? 'Eén persoon op toneel is een solo, twee personen is een verhaal'.'

5. Brasserie Bark en brasserie Van Baerle

'Henk en ik gaan honderd keer per jaar uit eten. Je moet maar zo denken: ik ben niet rijk, maar ik heb niks te klagen. Wij zijn adembenemend dol op uit eten gaan, ja. Bij brasserie Bark bijvoorbeeld, naast het Concertgebouw, daar kun je je geen buil aan vallen. Of bij brasserie Van Baerle. Een favoriet is ook Aan de Poel in Amstelveen, heerlijk eten en erg leuke mensen. Af en toe gaan we naar Le Garage. Laatst nog, na de herdenking van Frans Molenaar in het Amstelhotel. Wij dachten dat iedereen na afloop wel naar Le Garage zou gaan. Maar nee hoor: niemand! Volgens mij omdat ze nog allemaal iets in de ijskast hadden.

'Buiten dat: ik kan aardig koken, al zeg ik het zelf. Liefst voor zeven man, die hier aan tafel kunnen. Wat scheelt is dat ik een fantastische groenteman heb: Wessels Aardappelen, Groente en Fruit. Heel Amsterdam-Zuid gaat naar de Jumbo, maar ik ga naar Wessels. Ze worden weleens de groentejuwelier genoemd, maar het zijn gewoon nuchtere mensen. Als je twee peren bestelt, krijg je er een voor morgen en een voor overmorgen, en die zijn dan precies op het juiste moment rijp.

'Ik ontbijt nooit en eet een ons rauwe vis per dag, soms een haring. Twee glazen witte wijn en 's avonds dan uit eten of koken. Dat is het.'

6. Benno Premsela (1920-1997), vormgever, binnenhuisarchitect, voorvechter homo-beweging.

'Benno is enorm belangrijk voor me geweest, ik kende hem al voordat hij de Bijenkorf-etalages ging vormgeven. Ik heb niet echt een vader gehad, dus ik zag in hem een vader en vriend tegelijk. Ik ging naar Florence en hij gaf me een gidsje mee met de dingen die ik absoluut moest zien. Hij had adressen voor me van huizen waar ik moest aanbellen en dan mocht ik de fresco's zien.

'Dan had-ie weer een tapijt gemaakt en vroeg mij of hij dat kon insturen naar de Biënnale. Een keer belde hij me om één uur 's nachts op: 'Ik krijg een lintje, moet ik dat aannemen?' 'Ja, natuurlijk moet je dat aannemen', zei ik, 'jij bent hoofd van het COC, het COC krijgt dat lintje!' Zulke dingen. Hij was bescheiden in wat hij maakte, zijn etalages, zijn lamp, maar hij was een pusher, hij kon mensen de goede richting in duwen.

'Benno was een intellectueel én een wijs man, en wijze intellectuelen zijn er niet veel.'

6. Benno Premsela. "Benno was een intellectueel én een wijs man, en wijze intellectuelen zijn er niet veel." Beeld Philip Mechanicus / HH

7. Luchino Visconti (1906-1976), filmregisseur

'Altijd Visconti, van begin af aan alles van hem gezien, ook al die vroege zwart-witfilms. Ik ging daar meestal heen met Benno, naar de Flora-bioscoop in de Amstelstraat. Films met Alida Valli en Vittorio Gassman over een totaal verboden liefde. Daar was Visconti goed in, in verhalen over verboden liefdes. Zoals later natuurlijk in Dood in Venetië.

'Wat bijzonder is aan zijn films is het oog voor details. Als op de set van een film die zich afspeelde in de negentiende eeuw een verkeerde kam op de kaptafel lag, moest er een andere komen. Het is een genot om naar te kijken, vooral naar die langgerekte, bijna achteloze scènes waarin de camera langs de locaties gaat. Dat je voordat iemand de kamer binnenkomt nog even langs de tafel gaat.

'Als kijker word je door Visconti serieus genomen; onder al die details gaat het ook nog ergens over - altijd maar over verbieden, over verbod, en altijd maar proberen of het lukt tussen de mazen van het net door te komen. Hij was een tijdje not done, te veel franje vond men. Dat betekende alleen maar dat men totaal geen verstand van franje had.'

8. Marco Goecke. Scapino Ballet repeteert Kathleen+ van Marco Goecke, 2011. "Goecke is strak, bij hem is de dans een taal die voor zich spreekt, zonder franje." Beeld Olaf Kraak / HH

8. Marco Goecke (1972), Duitse choreograaf

'Ik vind Marco Goecke een van de interessantste nieuwe choreografen. Hij is serieel en minimalistisch en daar hou ik van. Hij gaat geheel zijn eigen gang. Ik zie een hoop moderne choreografen en verbaas me telkens weer over wat armen allemaal kunnen. Maar of die armen daar allemaal voor bedoeld zijn, dat weet ik niet. Alles fladdert en vlindert in het rond. Goecke is strak, bij hem is de dans een taal die voor zich spreekt, zonder franje. Je hoort wel eens dat hij zich nu al herhaalt. Nou en, denk ik dan, Rembrandt herhaalde zichzelf zeker niet? Iedere kunstenaar herhaalt zichzelf, maar voegt daar elke keer iets nieuws, iets anders aan toe. Dat doet Goecke ook. Privé is hij ook nog eens ontzettend aardig.

'Van de oude generatie is bijna iedereen nu dood. Ik ben zo langzamerhand de laatste der Mohikanen. Ja, dan word je vanzelf beroemd.'

9. Meesterpianisten - in het Concertgebouw, Amsterdam

'Al meer dan vijftien jaar slaan we er niet één over: de serie Meesterpianisten in het Concertgebouw. Als je die gehoord hebt, heb je alle grote pianisten der aarde wel langs zien komen. In mijn dansrepertoire zit ook veel pianomuziek, ik ben dol op piano, omdat het een instrument is dat zowel melodisch als ritmisch is. Maar denk maar niet dat ik er intussen verstand van heb - het gaat in de muziek allemaal om intuïtie.

'Ik vind het het leukst als er geen Beethoven op het programma staat, geen Schumann, geen Chopin, maar iets onbekends. Daar laat ik me graag door verrassen. Die Pletnev laatst, dat was adembenemend. Ik las dat hij zo'n moeilijke man zou zijn, maar ik heb hem ontmoet en vond het een schat van een man. Hij is op een gegeven moment acht jaar opgehouden met optreden en kwam daarna terug met de pianosuites van Scriabin. Dat was zo prachtig, dus ik vermoed dat hij al die jaren nodig heeft gehad om zich dat werk eigen te maken.

'Aldo Ciccolini is de allergrootste, maar Ciccolini komt niet meer, die is in de negentig. Die oude mastodonten zijn allemaal goed, maar af en toe komt er een jonge pianist langs en dan zit ik op het puntje van mijn stoel. In zo'n optreden zit altijd een lekker risico.'

9. Mikhail Pletnev. Russische dirigent, componist en pianist. "Adembenemend." Beeld Vladimir Vyatkin / HH

10. Giorgio Armani, mode-ontwerper

'Henk en ik houden erg van mode. Armani vooral - dat is klassiek en toch fantastisch. Ralph Lauren en Dries van Noten zijn ook favorieten. Ik heb laatst een grijze flanellen broek gekocht met van die kleine geborduurde bloemetjes erop, erg mooi. En schoenen van... kom, hoe heten ze nou, die twee Italianen? Dolce & Gabbana, ja.

'Nee, wij zijn geen dandy's. We zijn weliswaar erg met mode bezig, maar in de schaduw. Hoewel ik voor een modeshow van Armani meteen naar Milaan zou vliegen.'

10. Giorgio Armani. Uit de herfstcollectie 2015/2016. "Henk en ik houden erg van mode. Armani vooral - dat is klassiek en toch fantastisch." Beeld epa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.