ReportageVluchtelingendeal Turkije

Meerderheid Turken vindt dat Europa verantwoordelijkheid moet nemen voor slachtoffers Syrische burgeroorlog

Donderdag spreken de EU-leiders naast de coronacrisis over het aanpassen van de vluchtelingendeal met Turkije. Is de chantage van Ankara gelukt? Het virus heeft alles in een ander daglicht gesteld.

Een Syrische vluchteling wordt onderzocht door medisch personeel. Beeld AFP

‘Turkije heeft zijn best gedaan! Laat anderen nu maar iets doen.’ Bülent Gökce (47), hotelier in de hipste wijk van Istanbul, zwaait zijn hand driftig in de denkbeeldige richting van de ‘anderen’. Richting Europa, want dat bedoelt hij: de Europese Unie moet zich harder inspannen voor de opvang van Syrische vluchtelingen.

Bijna 2 miljoen ontheemde Syriërs staan te dringen aan de grens en die kan Turkije er absoluut niet bij hebben, zegt Gökce. Sterker, hij vindt de huidige 4 miljoen al veel te veel. ‘Ik wil ze hier niet. We hebben het wel gehad. In het begin was het hartverscheurend. We dachten: we moeten die mensen helpen, tot het weer veilig is. Maar ze blijven, en krijgen gratis onderwijs en zorg.’

Geld interesseert hem niet eens, het gaat om de demografie. Syriërs hebben een hoger geboortecijfer. ‘Ik wil niet dat mijn zoon straks in een Arabisch land leeft’, zegt de Scandinavisch ogende hotelier. ‘Ze zullen alles ongedaan maken wat Atatürk ons heeft gebracht. Laat Europa er maar meer opnemen. Niet wij.’

Het is niet moeilijk geluiden als die van de hotelier op te tekenen in Turkije. De overgrote meerderheid van de Turken vindt dat het land meer dan genoeg heeft gedaan voor de slachtoffers van de Syrische burgeroorlog en dat Europa zijn verantwoordelijkheid moet nemen.

Tactisch voordeel Erdogan

Daarin worden zij gevoed door president Erdogan, die dagelijks verkondigt – of verkondigde, tot de coronacrisis uitbrak – dat zijn regering zich keurig aan het akkoord tussen Turkije en de EU uit maart 2016 heeft gehouden, maar Europa niet. Erdogan heeft daarbij één tactisch voordeel: hij heeft gelijk.

Terwijl Turkije heeft gedaan wat was afgesproken – de vluchtelingenstroom laten opdrogen – heeft Europa het wat betreft een deel van de afspraken laten afweten.

Dat betreft niet zozeer het geld; de meningsverschillen over de toegezegde 6 miljard euro zijn grotendeels boekhoudkundig van aard. Het gaat om de politieke worst die Ankara door Brussel was voorgehouden: het ‘revitaliseren’ van de Turkse toetreding tot de Unie en het moderniseren van de douane-unie. Van beide is niets terechtgekomen. Bovendien zouden de Turkse burgers visumvrij naar Europa kunnen reizen. Resultaat ook hier: nul.

Europa had in maart 2016 liever een beperkte ruil gezien: de EU betaalt, Turkije zorgt dat er geen vluchteling meer naar Europa gaat. Het andere, meer politieke deel van het pakket kwam er op aandringen van Erdogan.

Dat Europa daar moeite mee heeft, komt echter ook door de nasleep van de mislukte coup van juli 2016. Vanwege de toegenomen repressie in Turkije hebben de Europese landen minder animo de deur naar EU-lidmaatschap op een groter kiertje te zetten.

Maar ook Ankara kan zich op veranderde omstandigheden beroepen. De humanitaire toestand in Syrië is sinds 2016 dramatisch verslechterd en Navo-lid Turkije staat voor veel grotere opgaven, met de opgelaaide strijd in Idlib.

Als de Turkse regering behoefte had aan meer begrip van de Europeanen, dan was het alleen niet zo handig de ‘poorten naar Europa’ te openen, zoals gebeurde op 27 februari. Duizenden vluchtelingen – vooral Afghanen – trokken naar de Turks-Griekse grens.

Noodklok

Op zich was het terecht de noodklok te luiden, zegt Emre Kaya, defensie-expert van denktank Edam in Istanbul, maar ‘Turkije deed dat veel te agressief’. Het streven concessies te krijgen van de EU heeft omgekeerd gewerkt. Europa wil niet de indruk wekken dat de Turkse ‘chantage’ werkt. Bovendien kon de EU na het openen van de grens zeggen dat juist Turkije de deal niet naleeft. Wat sinds 27 februari inderdaad het geval is.

Toch zijn Ankara en Brussel de afspraken uit 2016 nu aan het evalueren, in die zin heeft de ‘chantage’ wel degelijk gewerkt. Vandaag wordt op de (elektronische) EU-top naast de coronacrisis ook de Turkijedeal besproken.

De coronacrisis heeft echter alles in een ander daglicht gesteld. De dreiging van het virus heeft de druk van de ketel gehaald. Samenwerking is nu logischer dan ruzie. De ‘Open de poorten’-campagne van Ankara is stilletjes stopgezet. Aan de Griekse grens bivakkeren nog maar zo’n vierduizend volhouders; de Turkse politie zet vluchtelingen terug op de bus naar Istanbul en Izmir.

Dat betekent niet dat Turkije en de EU elkaar snikkend in de armen zullen vallen. Visumvrij reizen blijft onbespreekbaar en vanwege de economische gevolgen van de epidemie zullen de Europeanen niet royaal de beurs trekken voor vluchtelingenopvang.

Met de douane-unie kunnen wel stappen worden gezet en Europa kan – al is het maar symbolisch – zijn goede wil tonen in de onderhandelingen over Turkije’s toetreding.

Maar belangrijker, zegt Kaya, is dat Europa over het hoofd van de Turkse leiders heen het woord richt tot de Turkse bevolking. Tot mensen als Bülent Gökce, die zich druk maken over de gevolgen van de Syrië-crisis.

‘De Turkse burgers willen het gevoel hebben dat ze niet alleen staan. Europa moet hen dat gevoel geven en zeggen: de Turkse samenleving doet het geweldig, door 4 miljoen vluchtelingen op te vangen. Wij willen jullie helpen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden